De Franse soap (9)
Auteur: Pieter de Groot
PrintDatum: 02-08-2012 13:50
De Franse soap (9)
De zaak-Hauchard
Op het nippertje is de Franse soap tot een goed einde gebracht. Er lagen voor de Franse Schaakbond veel bananenschillen op haar weg, waardoor zij in een moeras terecht kwam. Dat het goed is afgelopen komt door, eenvoudig gezegd, de bijstand van de Presidentië raad van de FIDE en het bewijs dat werd geleverd na de Franse tuchtrechtelijke veroordeling.
Overzicht van aantekeningen
1. Het persbericht
Alle ellende is begonnen met het persbericht van het Bondsbureau van de Franse Schaakbond van 21 januari 2011. Daarin worden drie met name genoemde spelers openlijk beschuldigd van vals spelen. Wat moesten de betrokken spelers vervolgens doen? Als ze bekennen is de zaak duidelijk, echter als ze ontkennen gaan de hakken in het zand.
De spelers kozen voor het laatste en mepten vervolgens terug naar de bond. Die bond heeft onrechtmatig gehandeld door het persbericht uit te brengen. Het gevolg is dat de zaak ingewikkelder werd. Er zijn nu twee problemen:
- het bewijs naar vals spelen
- het openbaarmaken van de namen van de spelers die worden verdacht van vals spelen.
Oorzaken zijn vaak verborgen, maar later verklaarbaar uit de gevolgen (Bernlef). In ieder geval gingen de twee problemen door elkaar heen lopen (met handenwrijvende advocaten).
Zie:
http://schaaksite.nl/page.php?al=een-franse-soap-over-vals-spelen-in-khanty-mansiysk
2. Waar is het bewijs?
Het blijkt dat de Franse Schaakbond in bewijsnood zit. Bewijs, daar gaat het om in het leven. Al Capone is een schurk – dat weten we allemaal – maar Elliot Ness slaagde er niet in dat te bewijzen.
Om het bewijs rond te krijgen wil de Franse Schaakbond beschikken over de inhoud van de sms-berichten van Marzolo. Zij probeert via de rechtbank in Nanterre die te krijgen. De rechtbank wijst dat af, en verwijst de bond naar de procedure die daarvoor moet worden gevolgd. Namelijk aangifte doen bij de politie. Het is de politie die vervolgens de zaak in gang zet voor het verkrijgen van de sms-berichten bij de provider. Op grond van wettelijke bepalingen moet namelijk een provider de inhoud van berichten bewaren gedurende een bepaalde termijn (kan varieren per land van een half jaar tot twee jaar) ten behoeve van onderzoeken. Om onbekende redenen benut de Franse Schaakbond die mogelijkheid niet.
Zie:
http://schaaksite.nl/page.php?al=een-franse-soap-2
3. De beslissingen van de Tuchtcommissies
In de procedures bij de Tuchtcommissie en in beroep de Commissie van beroep spelen twee zaken.
Het eerste punt is van juridische aard, is erg technisch en is aangevoerd door de advocaten: het gaat om de vraag of de sms-berichten, gespecificeerde nota’s van gesprekken al of niet vallen onder het briefgeheim.
Het tweede punt is van feitelijke aard: hoe heeft de communicatie plaatsgevonden met Sébastien Feller. Daarop kan geen enkel duidelijk antwoord worden gegeven. Het blijft bij vermoedens.
De Tuchtcommissie en de Commissie van beroep achten de spelers schuldig. Het bewijs daarvoor zijn de overgelegde telefoonrekeningen.
- Sébastien Feller wordt veroordeeld tot vijf jaar
- Cyril Marzolo wordt veroordeeld tot vijf jaar
- Arnaud Hauchard wordt voor drie jaar geschorst en krijgt een levenslang verbod op teamleider.
Zie: http://schaaksite.nl/page.php?al=een-franse-soap-3
De opgelegde straffen zijn vreemd. Het gaat namelijk om gezamenlijk – met zijn allen – vals spelen. Iedereen speelt daarin zijn eigen rol. Maar de meest verantwoordelijke in het spel is de teamleider. Hij is de hoogst gekwalificeerde persoon, nota bene aangesteld door de Franse Schaakbond. Uitgerekend hij komt er met een absurd lichte straf vanaf. Alleen al uit hoofde van zijn functie had hij de zwaarste straf moeten krijgen.
4. Een beroep op processuele fouten
De spelers laten het er niet bij zitten. Zij ontdekken een ernstige procedurefout. Op grond van de Franse regels is niet de Franse Schaakbond, maar de Franse Tucht- en Ethische commissie bevoegd een zaak voor te leggen aan de Tuchtcommissie en de Commissie van beroep. Die commisie heeft namelijk ook een bemiddelende functie waardoor voorkomen kan worden dat de zaak escaleert. Als die commissie er niet uitkomt kan zij – en niet de Franse Schaakbond – de zaak voorleggen aan de Tuchtcommissie.
Nu deze fout is gemaakt, beginnen de spelers een bodemprocedure bij de rechtbank om de beslissing van de commissie van beroep te vernietigen.
Vervolgens beginnen zij een procedure om hangende die bodemprocedure geen uitvoering te geven aan de opgelegde straffen. De rechtbank in Versailles wijst dat verzoek af, echter in hoger beroep wijst het Gerechtshof in Versailles dat toe. Kennelijk ziet het hof wel iets zitten in het nut van de bodemprocedure. Zolang niet is beslist in de bodemprocedure – en eventueel de hogere beroepsprocedures daarvan – worden de opgelegde straffen opgeschort.
Zie: http://schaaksite.nl/page.php?al=de-franse-soap-4
Welnu, die procedures kunnen járen duren. Het gaat dus om de bodemprocedure bij de rechtbank, eventueel hoger beroep bij het gerechtshof, (evt. naar de hoge raad) en als laatste het Hof van Arbitrage voor Sport in Lausanne. En zolang de beslissing niet definitief is mogen de spelers rustig blijven schaken.
Dan is het verder een kwestie van lange adem. Alle betrokkenen moeten dus beschikken over een flink uithoudingsvermogen. Zolang de rechters in hoogste instantie niet hebben beslist, zijn de straffen opgeschort en kunnen de spelers blijven schaken. Totdat iemand moe wordt van al die procedures, of geen geld meer heeft om zijn advocaat te betalen. Dan stopt de zaak eerder.
5. De Franse Schaakbond wendt zich tot de Ethische Commissie van de FIDE
De Franse Schaakbond dreigt dus in een moeras verstrikt te raken van procedures die over alles gaan, maar niet over de inhoud van de schuldvraag. Dat is ook om gek van te worden. Wie de boel kan redden is de Ethische Commissie. Bij persbericht van 1 juli 2011 laat het Bondsbureau van de Franse Schaakbond weten de zaak voor te leggen aan de Ethische Commissie van de FIDE.
Zie: http://schaaksite.nl/page.php?al=de-franse-soap-5
Door zo te handelen kan de Franse Schaakbond alle lopende Franse procedures doorbreken. De bond hoopt dat door een uitspraak van de Ethische Commissie in één klap de boel van tafel is.
Echter, voor de Ethische Commissie beroepen Hauchard en Feller zich op formele gronden dat de Commissie onbevoegd is de zaak te onderzoeken, want de zaak is nog onder de Franse rechter. En in wezen hebben de spelers daarin niet geheel ongelijk. Dat geeft de Ethische Commissie ook toe: dat is een lastig te behandelen (lees: te weerleggen) verweer. Gelukkig hoeft de Ethische Commissie deze moeilijke vraag niet te beantwoorden, omdat ook de Presidentiële raad van de FIDE de Ethische Commissie heeft gevraagd de zaak te onderzoeken.
Welnu, als zou blijken dat de Commissie onbevoegd is de zaak te onderzoeken op verzoek van de Franse Schaakbond, maakt dat niets uit, omdat zij op grond van de Ethische Code in ieder geval daartoe wel bevoegd is als het gaat om een verzoek van de Presidentiële raad. Het verweer doet er dus niet toe. Zo is de Franse Schaakbond met de schrik vrij gekomen. Het laat tegelijk zien hoe belangrijk processuele verweren zijn: zo gek was het verweer van Hauchard en Feller niet.
Zie het slot van paragraaf 5 van de beslissing van de Ethische Commissie.
6. Het biechtgeheim
De Franse tuchtrechters hebben Marzolo de zwaarste straf opgelegd: vijf jaar. Zo wordt hij publiekelijk als de grootste schurk weggezet. Zoiets doet pijn, als in feite Marzolo degene is die de laagste straf had horen te krijgen (mits e.e.a. is bewezen, uiteraard).
Zoals ook in detectives voorkomt, komt er op dat moment een barst in de gezamenlijkheid van het driemanschap. Wat dat betreft was het een handige zet van de Franse tuchtrechter (ook al was dat ongetwijfeld niet zijn bedoeling). In het kader van een bemiddelingsprocedure legt Marzolo op 16 augustus 2011 voor het Franse Olympische Sport Comité een schuldbekentenis af. Echter, een voorwaarde voor het toepassen van die procedure is de absolute geheimhouding daarvan. Het is te vergelijken met het biechtgeheim. Wel kreeg Marzolo daarvoor een verlaging van de straf. Maar vervolgens zat de Franse Schaakbond met een bekentenis waar zij niets mee kon. Zij zat dus klem, zij kon dat bewijs niet gebruiken jegens de anderen. Bovendien kon zij niet uitleggen waarom Marzolo strafvermindering had gekregen. Vandaar dat daarover geen mededelingen konden worden gedaan. Ja, als je niet gek bent, word je het inmiddels wel.
De Ethische Commissie daarentegen was op grond van het Zwitserse recht aan die geheimhouding niet gebonden. Zodoende kon dat geheim worden doorbroken en kon de Commissie die bekentenis wel gebruiken als bewijs. Maar de Commissie zal nog wel met een punt, namelijk wie kan garanderen dat Marzolo de waarheid heeft gesproken? Alleen al door die absolute geheimhouding had hij het nodige kunnen fantaseren. Eén bekentenis is geen bekentenis. Daar kunnen we in Nederland over meepraten, zie de recente tragische gevallen van mensen die jarenlang onschuldig in de gevangenis hebben gezeten; vaak onder pesterige omstandigheden (men leze ‘Lucia de B., Levenslang en tbs’ van Lucia de Berk met een voorwoord van Maarten ’t Hart).
Vandaar dan ook dat de Ethische Commissie aanvullend bewijs nodig had. Bewijs die de juistheid van de (geheime) bekentenis kon ondersteunen. Dat nu was mogelijk door de verklaringen van andere schakers en de telefoonrekening. Zo kreeg de Ethische Commissie het bewijs rond. Echter, dat betrof alleen bewijs dat de betrokkenen hadden geprobeerd vals te spelen. Er is geen bewijs dat dat ook daadwerkelijk is gebeurd.
Dat nu was voor de Commissie geen probleem, want proberen vals te spelen is ook verboden. Feller werd dus niet veroordeeld omdat hij had vals gespeeld, maar omdat hij had geprobeerd vals te spelen. Daardoor werd zijn straf met drie maanden verminderd; in plaats van drie jaar werd de straf teruggebracht naar twee jaar en negen maanden. Veel maakt dat natuurlijk niet uit. Die drie maanden meer of minder: zijn reputatie is verwoest.
7. Zelfstandige onderzoeksplicht
De Ethische Commissie heeft een zelfstandige, onafhankelijke onderzoeksplicht. Zij heeft niets te maken met allerlei formele of processuele bijzondere regels van een land. Vandaar dat processuele fouten die de Franse Schaakbond mogelijk heeft gemaakt, geen rol spelen. De Commissie onderzoekt de zaak zelf. En mag zij ook rekening houden met nieuwe feiten na de Franse tuchtzaken.
8. De teamleider
Bijzondere aandacht verdient de rol van de teamleider. De heersende opvattingen bagatelliseren die rol veel te veel. Ik verwijs naar mijn artikel over de vraag voor wiens rekening het onbehoorlijke gedrag van de teamleider komt (de zaak Summerscale – Felsberger):
http://schaaksite.nl/page.php?al=voor-wiens-rekening-komt-het-onbehoorlijke-gedrag-van-de-teamleider
In die zaak behandelt Gijssen een teamleider alsof hij een gewone omstander is. En – anders dan de competitieleider van de KNSB – denkt ook de commissie van beroep van de KNSB daar zo erover, vgl. Het Witte Paard (HWP(Z)) – ASG, Klasse 1B 1998-1999, 19 september 1998, beslissing competitieleider van 25 september 1998, beslissing commissie van beroep van 7 december 1998, Zaaknummer: 9899-1.
Dergelijke opvattingen bepalen de gedachten nu eenmaal. Als men dit begrijpt, kan men beter begrijpen waarom de Franse tuchtrechters de teamleider zo’n absurd lage straf hebben opgelegd.
Een teamleider op een kwalificatie voor een Europees Kampioenschap of een Olympiade is geen teamleider te vergelijken met die in een regionale competitie. Het gaat vaak om iemand die een goed betaalde baan heeft. Indien zo iemand betrokken is bij een fraude geval mag men hem dat het zwaarste aanrekenen van iedereen. Hij hoort de hoogste straf te ontvangen.
Daarom is het voortaan beter niet te spreken van ‘de zaak-Feller’, maar: de zaak-Hauchard.
9. Niet verschijnen op de hoorzitting
Tenenkrommend zijn de smoesjes waarom Hauchard en Feller zijn verhinderd voor de hoorzitting. De ene moet lesgeven aan de jeugd, de andere volgt op dat moment een computercursus. Dergelijke argumenten laten in wezen minachting zien voor de Ethische Commissie.
En wat nog erger is, tot vervelens toe herhalen zij argumenten die al zijn verworpen. Dat maakt geen goede indruk. Zeker niet die dwaasheid over de Engelse taal. Voor ons Nederlanders die nu eenmaal gewend zijn voor internationale gerechten onze moerstaal niet te mogen gebruiken, komt het verweer van Hauchard en Feller bespottelijk over.
10. Waterscheiding
Ik denk dat de zaak-Hauchard een groot keerpunt markeert in de schaakrechtgeschiedenis. Bedacht moet worden dat Marzolo ook bekende dat dit soort vormen van vals spelen vaker voorkomt (en dan doelt hij niet op Parijs en Biel).
Met allerlei razendsnelle technische ontwikkelingen (over vijf jaar zijn de bestaande mogelijkheden nog meer veranderd) rijst de vraag hoe de schaakwereld daarop moet reageren. In feite gooide de president van de FIDE vorig jaar de handdoek al in de ring: het klassieke schaak heeft zijn langste tijd gehad. Rapid- en snelschaak hebben de toekomst.
In 2009 schreef ik een artikel over Tiviakov en Mamediarov die hun tegenstanders van vals spel beschuldigden.
Ik schreef dat sommigen menen dat als er maar 'duidelijke' regels komen met liefst zeer strenge straffen het probleem vanzelf is opgelost. Dat vond ik een misverstand. Met nieuwe regels worden de problemen alleen nog groter. De bestaande, ruim geformuleerde regels zijn al voldoende, te weten artikel 12.1 van de FIDE-regels en de Ethische Code van de FIDE, zo schreef ik. Het gaat dan ook om de toepassing van de bestaande regels.
‘De kern van het probleem is, hoe kan een speler bewijzen dat zijn tegenstander vals speelt? En wat doet een scheidsrechter met zo'n beschuldiging indien een speler zijn tussenkomst inroept? Vreemd genoeg wordt daarover niet geschreven. Ook op een groot congres in New York worden die vragen niet eens gesteld! Hoe de regels ook zijn geformuleerd, in het leven draait het altijd om het bewijs. Geen bewijs, geen veroordeling.’
Ik denk dan ook dat de bonden goed moeten kijken naar hun reglementen als zij met zo’n geval te maken krijgen. Daarbij moet worden bedacht dat elk geval weer anders is. De Franse soap is een heerlijke les waarin veel aspecten aan de orde komen. Het is dan ook goed wanneer wedstrijdleiders en besturen aan die zaak veel aandacht te besteden.
Zie voorts de volgende artikelen:
- Het (vermeend) vals spelen m.b.v. een computer, deel 1.
- Het (vermeend) vals spelen m.b.v. een computer, deel 2.
- De beschuldigingen van Tiviakov en Mamediarov
De zaak-Hauchard
Op het nippertje is de Franse soap tot een goed einde gebracht. Er lagen voor de Franse Schaakbond veel bananenschillen op haar weg, waardoor zij in een moeras terecht kwam. Dat het goed is afgelopen komt door, eenvoudig gezegd, de bijstand van de Presidentië raad van de FIDE en het bewijs dat werd geleverd na de Franse tuchtrechtelijke veroordeling.
Overzicht van aantekeningen
- Het persbericht
- Waar is het bewijs?
- De beslissingen van de Tuchtcommissies
- Een beroep op processuele fouten
- De Franse Schaakbond wendt zich tot de Ethische Commissie van de FIDE
- Het biechtgeheim
- Zelfstandige onderzoeksplicht
- De teamleider
- Niet verschijnen op de hoorzitting
- Waterscheiding
1. Het persbericht
Alle ellende is begonnen met het persbericht van het Bondsbureau van de Franse Schaakbond van 21 januari 2011. Daarin worden drie met name genoemde spelers openlijk beschuldigd van vals spelen. Wat moesten de betrokken spelers vervolgens doen? Als ze bekennen is de zaak duidelijk, echter als ze ontkennen gaan de hakken in het zand.
De spelers kozen voor het laatste en mepten vervolgens terug naar de bond. Die bond heeft onrechtmatig gehandeld door het persbericht uit te brengen. Het gevolg is dat de zaak ingewikkelder werd. Er zijn nu twee problemen:
- het bewijs naar vals spelen
- het openbaarmaken van de namen van de spelers die worden verdacht van vals spelen.
Oorzaken zijn vaak verborgen, maar later verklaarbaar uit de gevolgen (Bernlef). In ieder geval gingen de twee problemen door elkaar heen lopen (met handenwrijvende advocaten).
Zie:
http://schaaksite.nl/page.php?al=een-franse-soap-over-vals-spelen-in-khanty-mansiysk
2. Waar is het bewijs?
Het blijkt dat de Franse Schaakbond in bewijsnood zit. Bewijs, daar gaat het om in het leven. Al Capone is een schurk – dat weten we allemaal – maar Elliot Ness slaagde er niet in dat te bewijzen.
Om het bewijs rond te krijgen wil de Franse Schaakbond beschikken over de inhoud van de sms-berichten van Marzolo. Zij probeert via de rechtbank in Nanterre die te krijgen. De rechtbank wijst dat af, en verwijst de bond naar de procedure die daarvoor moet worden gevolgd. Namelijk aangifte doen bij de politie. Het is de politie die vervolgens de zaak in gang zet voor het verkrijgen van de sms-berichten bij de provider. Op grond van wettelijke bepalingen moet namelijk een provider de inhoud van berichten bewaren gedurende een bepaalde termijn (kan varieren per land van een half jaar tot twee jaar) ten behoeve van onderzoeken. Om onbekende redenen benut de Franse Schaakbond die mogelijkheid niet.
Zie:
http://schaaksite.nl/page.php?al=een-franse-soap-2
3. De beslissingen van de Tuchtcommissies
In de procedures bij de Tuchtcommissie en in beroep de Commissie van beroep spelen twee zaken.
Het eerste punt is van juridische aard, is erg technisch en is aangevoerd door de advocaten: het gaat om de vraag of de sms-berichten, gespecificeerde nota’s van gesprekken al of niet vallen onder het briefgeheim.
Het tweede punt is van feitelijke aard: hoe heeft de communicatie plaatsgevonden met Sébastien Feller. Daarop kan geen enkel duidelijk antwoord worden gegeven. Het blijft bij vermoedens.
De Tuchtcommissie en de Commissie van beroep achten de spelers schuldig. Het bewijs daarvoor zijn de overgelegde telefoonrekeningen.

- Sébastien Feller wordt veroordeeld tot vijf jaar
- Cyril Marzolo wordt veroordeeld tot vijf jaar
- Arnaud Hauchard wordt voor drie jaar geschorst en krijgt een levenslang verbod op teamleider.
Zie: http://schaaksite.nl/page.php?al=een-franse-soap-3
De opgelegde straffen zijn vreemd. Het gaat namelijk om gezamenlijk – met zijn allen – vals spelen. Iedereen speelt daarin zijn eigen rol. Maar de meest verantwoordelijke in het spel is de teamleider. Hij is de hoogst gekwalificeerde persoon, nota bene aangesteld door de Franse Schaakbond. Uitgerekend hij komt er met een absurd lichte straf vanaf. Alleen al uit hoofde van zijn functie had hij de zwaarste straf moeten krijgen.
4. Een beroep op processuele fouten
De spelers laten het er niet bij zitten. Zij ontdekken een ernstige procedurefout. Op grond van de Franse regels is niet de Franse Schaakbond, maar de Franse Tucht- en Ethische commissie bevoegd een zaak voor te leggen aan de Tuchtcommissie en de Commissie van beroep. Die commisie heeft namelijk ook een bemiddelende functie waardoor voorkomen kan worden dat de zaak escaleert. Als die commissie er niet uitkomt kan zij – en niet de Franse Schaakbond – de zaak voorleggen aan de Tuchtcommissie.
Nu deze fout is gemaakt, beginnen de spelers een bodemprocedure bij de rechtbank om de beslissing van de commissie van beroep te vernietigen.
Vervolgens beginnen zij een procedure om hangende die bodemprocedure geen uitvoering te geven aan de opgelegde straffen. De rechtbank in Versailles wijst dat verzoek af, echter in hoger beroep wijst het Gerechtshof in Versailles dat toe. Kennelijk ziet het hof wel iets zitten in het nut van de bodemprocedure. Zolang niet is beslist in de bodemprocedure – en eventueel de hogere beroepsprocedures daarvan – worden de opgelegde straffen opgeschort.
Zie: http://schaaksite.nl/page.php?al=de-franse-soap-4
Welnu, die procedures kunnen járen duren. Het gaat dus om de bodemprocedure bij de rechtbank, eventueel hoger beroep bij het gerechtshof, (evt. naar de hoge raad) en als laatste het Hof van Arbitrage voor Sport in Lausanne. En zolang de beslissing niet definitief is mogen de spelers rustig blijven schaken.
Dan is het verder een kwestie van lange adem. Alle betrokkenen moeten dus beschikken over een flink uithoudingsvermogen. Zolang de rechters in hoogste instantie niet hebben beslist, zijn de straffen opgeschort en kunnen de spelers blijven schaken. Totdat iemand moe wordt van al die procedures, of geen geld meer heeft om zijn advocaat te betalen. Dan stopt de zaak eerder.
5. De Franse Schaakbond wendt zich tot de Ethische Commissie van de FIDE
De Franse Schaakbond dreigt dus in een moeras verstrikt te raken van procedures die over alles gaan, maar niet over de inhoud van de schuldvraag. Dat is ook om gek van te worden. Wie de boel kan redden is de Ethische Commissie. Bij persbericht van 1 juli 2011 laat het Bondsbureau van de Franse Schaakbond weten de zaak voor te leggen aan de Ethische Commissie van de FIDE.
Zie: http://schaaksite.nl/page.php?al=de-franse-soap-5
Door zo te handelen kan de Franse Schaakbond alle lopende Franse procedures doorbreken. De bond hoopt dat door een uitspraak van de Ethische Commissie in één klap de boel van tafel is.
Echter, voor de Ethische Commissie beroepen Hauchard en Feller zich op formele gronden dat de Commissie onbevoegd is de zaak te onderzoeken, want de zaak is nog onder de Franse rechter. En in wezen hebben de spelers daarin niet geheel ongelijk. Dat geeft de Ethische Commissie ook toe: dat is een lastig te behandelen (lees: te weerleggen) verweer. Gelukkig hoeft de Ethische Commissie deze moeilijke vraag niet te beantwoorden, omdat ook de Presidentiële raad van de FIDE de Ethische Commissie heeft gevraagd de zaak te onderzoeken.
Welnu, als zou blijken dat de Commissie onbevoegd is de zaak te onderzoeken op verzoek van de Franse Schaakbond, maakt dat niets uit, omdat zij op grond van de Ethische Code in ieder geval daartoe wel bevoegd is als het gaat om een verzoek van de Presidentiële raad. Het verweer doet er dus niet toe. Zo is de Franse Schaakbond met de schrik vrij gekomen. Het laat tegelijk zien hoe belangrijk processuele verweren zijn: zo gek was het verweer van Hauchard en Feller niet.
Zie het slot van paragraaf 5 van de beslissing van de Ethische Commissie.
6. Het biechtgeheim
De Franse tuchtrechters hebben Marzolo de zwaarste straf opgelegd: vijf jaar. Zo wordt hij publiekelijk als de grootste schurk weggezet. Zoiets doet pijn, als in feite Marzolo degene is die de laagste straf had horen te krijgen (mits e.e.a. is bewezen, uiteraard).
Zoals ook in detectives voorkomt, komt er op dat moment een barst in de gezamenlijkheid van het driemanschap. Wat dat betreft was het een handige zet van de Franse tuchtrechter (ook al was dat ongetwijfeld niet zijn bedoeling). In het kader van een bemiddelingsprocedure legt Marzolo op 16 augustus 2011 voor het Franse Olympische Sport Comité een schuldbekentenis af. Echter, een voorwaarde voor het toepassen van die procedure is de absolute geheimhouding daarvan. Het is te vergelijken met het biechtgeheim. Wel kreeg Marzolo daarvoor een verlaging van de straf. Maar vervolgens zat de Franse Schaakbond met een bekentenis waar zij niets mee kon. Zij zat dus klem, zij kon dat bewijs niet gebruiken jegens de anderen. Bovendien kon zij niet uitleggen waarom Marzolo strafvermindering had gekregen. Vandaar dat daarover geen mededelingen konden worden gedaan. Ja, als je niet gek bent, word je het inmiddels wel.
De Ethische Commissie daarentegen was op grond van het Zwitserse recht aan die geheimhouding niet gebonden. Zodoende kon dat geheim worden doorbroken en kon de Commissie die bekentenis wel gebruiken als bewijs. Maar de Commissie zal nog wel met een punt, namelijk wie kan garanderen dat Marzolo de waarheid heeft gesproken? Alleen al door die absolute geheimhouding had hij het nodige kunnen fantaseren. Eén bekentenis is geen bekentenis. Daar kunnen we in Nederland over meepraten, zie de recente tragische gevallen van mensen die jarenlang onschuldig in de gevangenis hebben gezeten; vaak onder pesterige omstandigheden (men leze ‘Lucia de B., Levenslang en tbs’ van Lucia de Berk met een voorwoord van Maarten ’t Hart).
Vandaar dan ook dat de Ethische Commissie aanvullend bewijs nodig had. Bewijs die de juistheid van de (geheime) bekentenis kon ondersteunen. Dat nu was mogelijk door de verklaringen van andere schakers en de telefoonrekening. Zo kreeg de Ethische Commissie het bewijs rond. Echter, dat betrof alleen bewijs dat de betrokkenen hadden geprobeerd vals te spelen. Er is geen bewijs dat dat ook daadwerkelijk is gebeurd.
Dat nu was voor de Commissie geen probleem, want proberen vals te spelen is ook verboden. Feller werd dus niet veroordeeld omdat hij had vals gespeeld, maar omdat hij had geprobeerd vals te spelen. Daardoor werd zijn straf met drie maanden verminderd; in plaats van drie jaar werd de straf teruggebracht naar twee jaar en negen maanden. Veel maakt dat natuurlijk niet uit. Die drie maanden meer of minder: zijn reputatie is verwoest.
7. Zelfstandige onderzoeksplicht
De Ethische Commissie heeft een zelfstandige, onafhankelijke onderzoeksplicht. Zij heeft niets te maken met allerlei formele of processuele bijzondere regels van een land. Vandaar dat processuele fouten die de Franse Schaakbond mogelijk heeft gemaakt, geen rol spelen. De Commissie onderzoekt de zaak zelf. En mag zij ook rekening houden met nieuwe feiten na de Franse tuchtzaken.
8. De teamleider
Bijzondere aandacht verdient de rol van de teamleider. De heersende opvattingen bagatelliseren die rol veel te veel. Ik verwijs naar mijn artikel over de vraag voor wiens rekening het onbehoorlijke gedrag van de teamleider komt (de zaak Summerscale – Felsberger):
http://schaaksite.nl/page.php?al=voor-wiens-rekening-komt-het-onbehoorlijke-gedrag-van-de-teamleider
In die zaak behandelt Gijssen een teamleider alsof hij een gewone omstander is. En – anders dan de competitieleider van de KNSB – denkt ook de commissie van beroep van de KNSB daar zo erover, vgl. Het Witte Paard (HWP(Z)) – ASG, Klasse 1B 1998-1999, 19 september 1998, beslissing competitieleider van 25 september 1998, beslissing commissie van beroep van 7 december 1998, Zaaknummer: 9899-1.
Dergelijke opvattingen bepalen de gedachten nu eenmaal. Als men dit begrijpt, kan men beter begrijpen waarom de Franse tuchtrechters de teamleider zo’n absurd lage straf hebben opgelegd.
Een teamleider op een kwalificatie voor een Europees Kampioenschap of een Olympiade is geen teamleider te vergelijken met die in een regionale competitie. Het gaat vaak om iemand die een goed betaalde baan heeft. Indien zo iemand betrokken is bij een fraude geval mag men hem dat het zwaarste aanrekenen van iedereen. Hij hoort de hoogste straf te ontvangen.
Daarom is het voortaan beter niet te spreken van ‘de zaak-Feller’, maar: de zaak-Hauchard.
9. Niet verschijnen op de hoorzitting
Tenenkrommend zijn de smoesjes waarom Hauchard en Feller zijn verhinderd voor de hoorzitting. De ene moet lesgeven aan de jeugd, de andere volgt op dat moment een computercursus. Dergelijke argumenten laten in wezen minachting zien voor de Ethische Commissie.
En wat nog erger is, tot vervelens toe herhalen zij argumenten die al zijn verworpen. Dat maakt geen goede indruk. Zeker niet die dwaasheid over de Engelse taal. Voor ons Nederlanders die nu eenmaal gewend zijn voor internationale gerechten onze moerstaal niet te mogen gebruiken, komt het verweer van Hauchard en Feller bespottelijk over.
10. Waterscheiding
Ik denk dat de zaak-Hauchard een groot keerpunt markeert in de schaakrechtgeschiedenis. Bedacht moet worden dat Marzolo ook bekende dat dit soort vormen van vals spelen vaker voorkomt (en dan doelt hij niet op Parijs en Biel).
Met allerlei razendsnelle technische ontwikkelingen (over vijf jaar zijn de bestaande mogelijkheden nog meer veranderd) rijst de vraag hoe de schaakwereld daarop moet reageren. In feite gooide de president van de FIDE vorig jaar de handdoek al in de ring: het klassieke schaak heeft zijn langste tijd gehad. Rapid- en snelschaak hebben de toekomst.
In 2009 schreef ik een artikel over Tiviakov en Mamediarov die hun tegenstanders van vals spel beschuldigden.
Ik schreef dat sommigen menen dat als er maar 'duidelijke' regels komen met liefst zeer strenge straffen het probleem vanzelf is opgelost. Dat vond ik een misverstand. Met nieuwe regels worden de problemen alleen nog groter. De bestaande, ruim geformuleerde regels zijn al voldoende, te weten artikel 12.1 van de FIDE-regels en de Ethische Code van de FIDE, zo schreef ik. Het gaat dan ook om de toepassing van de bestaande regels.

Ik denk dan ook dat de bonden goed moeten kijken naar hun reglementen als zij met zo’n geval te maken krijgen. Daarbij moet worden bedacht dat elk geval weer anders is. De Franse soap is een heerlijke les waarin veel aspecten aan de orde komen. Het is dan ook goed wanneer wedstrijdleiders en besturen aan die zaak veel aandacht te besteden.
Zie voorts de volgende artikelen:
- Het (vermeend) vals spelen m.b.v. een computer, deel 1.
|
http://pijpersh.home.xs4all.nl/index.html?page=http://pijpersh.home.xs4all.nl/nl/schaakrecht/pdg/schaakrecht_pieter_96.html |
- Het (vermeend) vals spelen m.b.v. een computer, deel 2.
|
http://pijpersh.home.xs4all.nl/index.html?page=http://pijpersh.home.xs4all.nl/nl/schaakrecht/pdg/schaakrecht_pieter_101.html |
- De beschuldigingen van Tiviakov en Mamediarov
|
http://pijpersh.home.xs4all.nl/index.html?page=http://pijpersh.home.xs4all.nl/nl/schaakrecht/pdg/schaakrecht_pieter_119.html |
Sitemap