Rubrieken

Recensie: A Startling Chess Opening Repertoire New Edition – Baker & Burgess

Op mijn deurmat plofte al een tijdje geleden een boek van uitgeverij Gambit uit Londen met de volgende lange titel: A Startling Chess Opening Repertoire New Edition van Chris Baker en Graham Burgess. De ondertitel belooft veel: A turbocharged modern update of a popular repertoire. Het is duidelijk dat dit boek een nieuwe, geüpdate versie is van een eerder boek, dat een aantal keer is herdrukt. Zoals bekend gaat het zo met veel openingsboeken. Op het moment dat het boek verschijnt is het op sommige punten al weer verouderd. De moderne openingstheorie schrijdt razendsnel voort, overal over de wereld worden partijen gespeeld die veelal in een grote database terecht komen en waarvan veel spelers gebruik kunnen maken. De moderne toernooischaker gaat gewapend met laptop naar toernooien en behalve dat hij gebruik maakt van de database, kan hij met sterke engines checken of de varianten die hij wil spelen wel deugen. Daarnaast een boek biedt echter nog meer hulp!

Om even een idee te geven van wie de auteurs zijn. De één, Chris Baker, is een internationale meester uit Engeland met een enorme schat aan schaakervaring op club- en weekendtoernooi-niveau. De eerste editie van A Startling Chess Opening Repertoire vestigde zijn reputatie als schrijver en bleek buitengewoon populair, meerdere keren herdrukt. Bekroonde auteur Graham Burgess is een Fide-meester en een voormalig kampioen van de Deense regio Funen. In 1994 vestigde hij een wereldrecord voor marathon snelschaken.

Als ik de wervingstekst op de site van de uitgever mag geloven, hebben beide auteurs in dit boek de lezer een hoop werk uit handen genomen. Hun varianten zijn niet alleen gecheckt met de nieuwe generatie computerprogramma’s gebaseerd op neurale netwerken, zoals we kennen van Alpha Zero. Ook heeft een “openingsexpert en uitgever met een schat aan ervaring bij het maken van repertoires” dit boek verder uitgewerkt. Een kleine blik op de drie directeuren van Gambit Publications Ltd levert het volgende lijstje op: GM Dr. John Nunn, GM Murray Chander en FM Graham Burgess. Het ligt voor de hand dat behalve co-auteur Burgess, één van de twee grootmeesters in de staf meegeholpen heeft om dit boek te updaten. Dat geeft het in elk geval een stevige basis. Jammer dat er niet wordt vermeld wie zich daadwerkelijk met dit boek heeft bemoeid…

Het is tijd om een indruk te geven wat de beide auteurs voor ogen stond toen zij het eerste boek schreven in 1998. Na wits 1.e2-e4 worden in principe alle mogelijke openingssystemen onder de aandacht gebracht, tot het Olifantengambiet toe! De auteurs wijken graag zo snel mogelijk af van de hoofdvarianten omdat clubschakers volgens hen dan door teveel theorie moeten ploeteren om zich bepaalde systemen eigen te maken. Burgess geeft de lezer van te voren nog het volgende mee: “So, what is the spirit of this repertoire? I see it as ‘we want to be dangerous’. We shall force the opponent to display good knowledge and decision-making at the board”.

Een paar stereotiepe voorbeelden die ik uit dit boek gefilterd heb:

1) Repertoire tegen 1… e5
Hiervoor wordt gekozen voor de opzet van de Max Lange Aanval. Die komt als volgt op het bord:
1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 Pf6 4. d4 exd4 5. O-O

Lees meer >

Begrijp wat u doet: Het Russisch

 

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

Soms kom ik bij een presentatie die ik geef iemand tegen die mij heel specifiek vraagt of ik een bepaalde opening aan de orde zou willen stellen. Mijn wedervraag is dan: “Welke opening zou dat moeten worden dan?” Natuurlijk kan ik niet zomaar op elke vraag ingaan. Maar als er een openingssysteem aan de orde gesteld wordt dat in de grootmeesterpraktijk regelmatig gespeeld wordt, wil ik een dergelijk verzoek wel eens honoreren. Dat is nu het geval bij de Russische opening. Die komt op het bord na de volgende zetten:

1.e4 e5 2.Pf3 Pf6

Alexander Petrov

Met deze zet is het Russisch ontstaan. Internationaal gezien heeft het de naam ‘The Petrov Defence’ meegekregen, genoemd naar de Russische speler Alexander Petrov (1794–1867) die evenals Carl Jaenisch het systeem heeft gepopulariseerd. De opening heeft – wellicht ten onrechte – de naam dat hij saai en inspiratieloos is en dat de zwartspeler uitsluitend op remise uit is. Het klopt wel dat er veel remises vallen, maar gelukkig zijn er genoeg scherpe varianten. Met deze aanpak vermijdt zwart veel gespeelde openingen als het Spaans, het Italiaans of het Schots. Het is voor witspelers niet makkelijk om hier voordeel tegen te halen.

3.Pxe5

Nu zwart de pion niet gedekt heeft, slaat wit hem maar meteen van het bord. Hij stelt meteen een valstrik die vooral in partijen van kinderen op het bord kan komen. Andere mogelijkheden zijn 3.Pc3 Pc6 dat meestal een overgang naar het Italiaans Vierpaardenspel oplevert. Ook is 3.d4 Pxe4 4.dxe5 d5 een variant die ook onder grootmeesters redelijk vaak gespeeld wordt. Zo werd er aan het eind van vorig jaar nog een interessante rapidpartij Harikrishna-Yu mee gespeeld.

3…d6

Het witte paard moet eerst teruggejaagd worden, alvorens zwart de pion op e4 ongestoord kan nemen. Zwart kan op dit moment overigens beter van de pion op e4 afblijven:

3…Pxe4?! 4.De2
en nu is
4… De7
relatief de beste mogelijkheid. Bij kinderen zie je regelmatig 4…Pf6?? 5.Pc6+ met damewinst op het bord komen.
5.Dxe4 d6 6.d4 dxe5 7.dxe5
En wit heeft een pion meer, maar er zijn grootmeesters die hier heil in zien voor zwart. In een partij Sergeev-Afromeev, 2006 kwam zwart zelfs tot winst! Het gekke is dat wit niet zoveel lijkt te hebben aan zijn pluspion. In een partij Ye-Ni, 2004 liet de witspeler echter zien hoe de witte stelling wellicht aangepakt zou kunnen worden.

Lees meer >

Balletje, balletje

Een blik op de speellijst bevestigde mijn vermoeden. Ik moest tegen hèm. Niet lang daarna kwam hij op me af met die karakteristieke geamuseerde grijns op het gezicht en sprak hij op de licht zangerige toon die hem eigen is: “Wij spelen Wim.” Even later zaten we tegenover elkaar. “Hebben we al eens gespeeld?”, was zijn vraag en ik wist niet zo goed of dit nu een welgemeende vraag was of dat hij me slechts wilde herinneren aan een pijnlijke ervaring.

We hadden inderdaad al eens gespeeld. Ik was door hem in een soort moeras getrokken waarin ik objectief gezien wel beter stond, maar waar een fout levensgroot op de loer lag. En die maakte ik. “Ja, we hebben al eens gespeeld en jij won”, zei ik afgemeten. Hij kneep zijn ogen dicht om als het ware ongestoord in zijn herinnering te kunnen graven. “O ja”, zei hij na een korte pauze en zijn gelaatsuitdrukking verraadde binnenpret, “jij greep naar je hoofd onder de uitroep: ‘ach, een blunder gemaakt.’”

Dat hij zich dát herinnerde en niet iets schaaktechnisch is veelbetekenend. Hij lijkt het schaakspel geheel anders te beleven dan wie dan ook en dat heeft iets verontrustends. Je krijgt er geen vat op, je weet niet wat je te wachten staat. Dat ‘anders’ beperkt zich overigens niet tot het schaakbord.

Een paar maanden geleden liep ik met mijn vrouw in de buurt van Scheveningen op een vrijwel verlaten strand. Een eenzame man kwam ons tegemoet. Híj was het en in tegenstelling tot mijzelf leek hij totaal niet verrast. We gaven elkaar een hand en gingen vervolgens ieder ons weegs. Enige weken later stond ik in het winkeltje van het Franciscus Gasthuis op zoek naar iets leuks voor de zieke die we gingen bezoeken. “Dag Wim”, hoorde ik plots, en daar stond hij weer, als uit het niets opgedoken.

Lees meer >

Krantenrubrieken weekend 30 november 2019

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Navigating the Ruy Lopez

De Ruy Lopez is natuurlijk een zeer bekende opening die veelvuldig op het bord verschijnt op hoger niveau. Wat is nou fijner dan het ook uitgelegd te krijgen door een absolute wereldtopper. In Navigating the Ruy Lopez is het Fabiano Caruana die de Ruy Lopez haarfijn uitlegt en met een hoop eigen aanbevelingen komt. Samen met IM Oliver Reeh discussieert hij over de vele varianten en mogelijkheden binnen deze opening,

Lees meer >

“Dubbelganger” door Theo Mooijman. Column van Schaakvereniging Promotie.

Al geruime tijd koop ik geen boeken meer, dus ook geen schaakboeken. Geen plaats meer in de overvolle boekenkasten en geen tijd meer om ze te lezen. Zeker, daar is wat aan te doen. Brochures en boeken van weinig hedendaags nut verwijderen en voor het kringloopproces aanbieden. Minder tijdschriften en kranten lezen. Ik weet het dus wel, maar doe het niet. Onlangs kreeg ik een boek met als direct gevolg daarvan dat er een doorschuifactie moest plaatsvinden.

Lees meer >

Krantenrubrieken weekend 23 november 2019

Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar diverse schaakrubrieken. Wij streven naar publicatie op de woensdag na het voorgaande weekend. Wij proberen de besproken partijen in een viewer te tonen.

Lees meer >

Begrijp wat u doet: de Caro Kann

Hieronder treft u de volgende aflevering van de rubriek “Begrijp wat u doet”. In deze serie worden, speciaal voor clubschakers, achtergronden belicht van de ‘grote openingen’ zoals het Spaans, het Siciliaans, het Damegambiet, het Konings-Indisch enzovoort. De artikelen verschenen eerder in Schaakmagazine het blad van de KNSB, de Nederlandse schaakbond.

 

Veel spelers hebben problemen om agressief ingestelde spelers die 1. e4 openen van het lijf te houden in de opening.

Lees meer >

Schaakhistorie (20) : Botwinnik en Flohr op tournee in Nederland (1958 en 1963)

Donderdag wees het Max Euwe Centrum er op zijn Facebookpagina op dat het de geboortedag was van Salo Flohr, die in 1908 in Polen was geboren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden zijn (Joodse) ouders vermoord en vluchtte de kleine Salo naar Tsjecho-Slowakije.

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog vielen de nazi’s dat land binnen en vluchtte Flohr naar Rusland. Er was al serieus sprake van een match tegen Aljechin om de wereldtitel, die Aljechin in 1937 op Euwe had heroverd, Flohr had ook al een sponsor gevonden (de uitdager moest destijds nog een zak met geld op tafel leggen), maar vanwege de oorlog werden uiteraard de prioriteiten verlegd, zowel bij Flohr als de sponsor. Na de oorlog bleek Flohr niet meer de absolute wereldtopper en kwam hij niet meer in de buurt van de wereldtitel.

Salo Flohr (boekomslag)

Het bericht van het Max Euwe Centrum deed mij zoeken naar een boekje over de tournees van Flohr en Botwinnik door Nederland. Een eenvoudig boekje van Evert-Jan Straat uit 2002, met verslagen van zijn vader Evert Straat uit de Volkskrant en analyses van Evert-Jan. Flohr was geen wereldtopper meer, maar nog wel een graag geziene gast voor simultaanseances. In het boekje van Straat & Straat worden twee optredens beschreven van beide grootheden die beide keren een simultaantournee combineerden met een zeskamp met vier van de sterkste Nederlanders. Het artikel dat u nu leest is mede gebaseerd op de bondsbladen uit die tijd en de omschrijvingen zijn alleen van Straat als dat staat aangegeven.

 

Perschef of toernooidirecteur?
Grote man achter de twee tournees was Berry Withuis, journalist bij het communistische dagblad De Waarheid. Bij het WK-kandidatentoernooi van 1956 in Amsterdam en Leeuwarden had hij voor het eerst een persdienst opgericht, een organisatie die nog niet bestond bij Nederlandse schaaktoernooien. Later vervulde hij deze functie bij het zonetoernooi in Wageningen in 1957, het Hoogoventoernooi, het IBM-toernooi, Nederlandse kampioenschappen en het WK-kandidatentoernooi van 1962 op Curaçao.

Lees meer >

“Hop, Marjanneke, laat de poppetjes dansen” door Hans Meijer

Als schaker wilt u natuurlijk schaakpartijen zien. Daaraan is geen gebrek in de column van Hans.

Tijdens het schrijven van mijn columns over verleden, heden en toekomst van het computerschaak, resp. Schaken tussen wal en chip en Het is schaken, maar niet zoals wij het kennen, kwam ik elf schaakpartijen van computers tegen mensen tegen die ik u niet wil onthouden. Vandaar deze bijlage bij bovengenoemde columns. Zoals bekend hadden Max Euwe en Hein Donner geen hoge pet op van het schaakniveau van computers. Hieronder twee partijen waarin zij hun gelijk in 1974 resp. 1982 aantoonden.

CD-6600 (David Slate, Larry Atkin, Keith Gorlen) – Prof. dr. M. Euwe (januari 1974).

1. e4 e5 2. Lc4 Pf6 3. Pc3 Pxe4 4. Pxe4 d5 5. Lb5+ c6 6. Ld3 dxe4 7. Lxe4 Ld6 8. d4 exd4 9. Dxd4 0-0 10. Pf3 De7 11. Lg5 f6 12. Le3 Pa6 13. 0-0-0 Lc7 14. c4 Le6 15. Lc2 Pb4 16. Lb1 Tad8 17. De4 f5 18. Dh4 Dxh4 19. Pxh4 b6 20. b3 f4 21. Ld4 c5 22. Lc3 Pc6 23. Txd8 Txd8 24. a3 Pd4 25. Lc2 Te8 26. f3 g5 27. Lxd4 cxd4 28. Pf5 Lxf5 29. Lxf5 Te2 30. Lh3 Te3 31. Kb2 Le5 32. Le6† Kg7 33. Ld5 d3+ 34. Kb1 Te2 35. Le4 d2 36. Kc2?

Euwe: ‘De enige grove fout. Na 36. Td1 Txg2 37. Kc2 Txh2 38. Txd2 Txd2 39. Kxd2 had nog een lang eindspel kunnen volgen.’ 36…Te1 37. Kxd2 Txh1 38. h3. 0-1 Uit: Nieuwsbrief Max Euwe Centrum, nr. 74, 3-2010.
Op 5 maart 1982 speelde Donner een partij tegen Belle van het beroemde AT&T Bell Labs.

Lees meer >