In de schijnwerpers: Jan Jaap Janse
Waar zou de schaakwereld zijn zonder mensen die er alles aan doen om het schaken tot een voor iedereen fijne aangelegenheid te maken? We spreken met iemand die niet alleen een belangrijke rol vervult in de Utrechtse schaakwereld maar ook op nationaal niveau als directeur van het NK in 2024.
Wanneer ben je begonnen met schaken en wie heeft dit je geleerd?
Ik kom uit een dorpje waar geen schaakclub was: Nieuw-Lekkerland, in de buurt van Dordrecht. Ik weet het niet meer precies, maar het schijnt dat mijn oma me heeft leren schaken. Toen ik een jaar of 10, 11 was, bleek er een informeel schaakclubje in het dorp te zijn. Dat was zonder klok en men noteerde niet. Het waren vooral oudere heren. Waarschijnlijk heeft mijn opa toen gezegd:
“Mijn kleinzoon kan er ook wel wat van. Laat die maar meedoen.”
Daar werd ik uiteindelijk — niet gelijk het eerste jaar — kampioen.
Hoe reageerden de oudere deelnemers erop dat zo’n jong broekje kampioen werd?
Ik geloof dat er over mijn deelname wel even gesproken moest worden. Ze vroegen zich af of dat wel de bedoeling was. Maar uiteindelijk vonden ze het ook wel leuk; ze waren er trots op. In Alblasserdam, een dorp wat verderop, was wel een kleine schaakclub. Daar werd ik lid en speelde er na enige tijd ook in competitieverband.
Lees meer >





De stemming was en bleef goed in de ploeg, maar schaaktechnisch werd het in Enschede andermaal een zware middag voor de Spassky’s. Uit tegen het tweede van Max Euwe werd het een kansloze 6-2 nederlaag.
Het moet wel heel gek lopen wil 


