Mijn favoriete anekdote over schakers is deze, en ik hoop dat ik hem goed weergeef:
Een vriend van me speelde een toernooi in Duitsland. Tijdens een ronde was er ineens rumoer aan een van de middenborden van het open toernooi. Lichamelijk geweld! Een schaker had zijn tegenstander middenin de partij een snoepje aangeboden… Deze tegenstander had het aanbod niet begrepen en voelde zich in zijn concentratie gestoord. Er volgde meer onbegrip en hij haalde uit naar de snoepjesman.
De vechter zou Bocksberger hebben geheten, een naam die voor veel gegniffel zorgde en nog steeds zorgt.
Schaken is een neurotisch spel.
3 Reacties
Wim Weehuizen12 juni 2026
Voor zijn WK-match tegen Aljechin bereidde Euwe zich ook op sportief niveau voor. Hij ging regelmatig zwemmen in het Sportfondsebad Zuid in Amsterdam en bezocht ook een boksschool. In het toernooiboek stond een foto van Euwe met bokshandschoenen aan!
De leukste anecdotes die ik ken hebben vrijwel allemaal op de een of andere manier te maken met Robert Hübner, maar een andere waar ik zelf bij stond en die waarschijnlijk niet de publiciteit heeft gehaald is de moeite van reproductie wel waard: In de kroongroep van het OHRA toernooi van 1989 (6 player double round robin) speelde Jeroen Piket in de tweede ronde met zwart tegen Kortchnoi. Piket werd langzaam maar zeker naar een nederlaag gespeeld. Na afloop vervoegde Piket zich bij zijn familie en begon met “Tja, het lijkt misschien of je nog door kan spelen maar ik zag echt niet meer wat ik nog kon doen, dus ik heb het maar opgegeven…” Na een paar minuutjes opbeurende woorden kwam Marcel met “Tegen wie moet je morgen?” “Tegen Beliavsky!” was het antwoord. “Oooo” zei Marcel, en met een knipoog “Dat is geen punt toch?” waarop Jeroen met een grote grijns terug kaatste “Dat wordt inderdaad geen punt!” Grote vrolijkheid bij de familie Piket, maar het moet gezegd: Beliavsky maakte de volgende dag korte metten met Piket, en hij won daarna ook vlotjes het toernooi met 7 uit 10. Anderhalf punt voor Speelman en Kortchnoi. Van der Wiel en Piket eindigden op 3,5 uit 10.
Hubner-anekdotes zijn vaak bijzonder. Vaak dat gehype over dat hij Toonder las in het Nederlands.
Ok, leuk, aardig. Erg over de persoon en dat van ‘briljant’. Uiteraard ben ik jaloers, want mijn talenkennis is zo beperkt.
Zelf vind ik vooral mooi dat principiële van Hubner op het schaakbord. Snelle remise, weigeren over te spelen, iets met een jeugd-wk, geen zin om te googlen. Het gedoe tegen Miles, Interpolis ’85 Hubner had geen zin in dat circus van spelen tegen een liggende. Enz. Was veel vaker wat. Bedoel jij die anekdotes ook?
Idd de bokser Euwe! Goed dat je me eraan herinnert, Wim.
Voor zijn WK-match tegen Aljechin bereidde Euwe zich ook op sportief niveau voor. Hij ging regelmatig zwemmen in het Sportfondsebad Zuid in Amsterdam en bezocht ook een boksschool. In het toernooiboek stond een foto van Euwe met bokshandschoenen aan!
De leukste anecdotes die ik ken hebben vrijwel allemaal op de een of andere manier te maken met Robert Hübner, maar een andere waar ik zelf bij stond en die waarschijnlijk niet de publiciteit heeft gehaald is de moeite van reproductie wel waard:
In de kroongroep van het OHRA toernooi van 1989 (6 player double round robin) speelde Jeroen Piket in de tweede ronde met zwart tegen Kortchnoi. Piket werd langzaam maar zeker naar een nederlaag gespeeld. Na afloop vervoegde Piket zich bij zijn familie en begon met “Tja, het lijkt misschien of je nog door kan spelen maar ik zag echt niet meer wat ik nog kon doen, dus ik heb het maar opgegeven…” Na een paar minuutjes opbeurende woorden kwam Marcel met “Tegen wie moet je morgen?” “Tegen Beliavsky!” was het antwoord. “Oooo” zei Marcel, en met een knipoog “Dat is geen punt toch?” waarop Jeroen met een grote grijns terug kaatste “Dat wordt inderdaad geen punt!” Grote vrolijkheid bij de familie Piket, maar het moet gezegd: Beliavsky maakte de volgende dag korte metten met Piket, en hij won daarna ook vlotjes het toernooi met 7 uit 10. Anderhalf punt voor Speelman en Kortchnoi. Van der Wiel en Piket eindigden op 3,5 uit 10.
Hubner-anekdotes zijn vaak bijzonder. Vaak dat gehype over dat hij Toonder las in het Nederlands.
Ok, leuk, aardig. Erg over de persoon en dat van ‘briljant’.
Uiteraard ben ik jaloers, want mijn talenkennis is zo beperkt.
Zelf vind ik vooral mooi dat principiële van Hubner op het schaakbord. Snelle remise, weigeren over te spelen, iets met een jeugd-wk, geen zin om te googlen.
Het gedoe tegen Miles, Interpolis ’85 Hubner had geen zin in dat circus van spelen tegen een liggende. Enz. Was veel vaker wat. Bedoel jij die anekdotes ook?
Idd de bokser Euwe! Goed dat je me eraan herinnert, Wim.
Qua geweld achter het schaakbord. Er werd gevochten door Kouatly. Hans Ree schreef hierover, hier aangehaald door Peter Boel https://renzoverwer.wordpress.com/2024/05/12/misdadige-schaakbreinen/
Schaken is een spel met veel spanningen.
Wie heeft er nog zin in een snoepje?