Olympiade 2026 Ronde 7: Vliegende start na rustdag
De rustdag is een fenomeen met twee gezichten. Voor sommigen is het een zeer welkome afwisseling van dagen achtereen stress: je kan wat stoom afblazen, enigszins bijslapen, en je zinnen verzetten. Voor anderen kan het een vervelende onderbreking van hun wedstrijdritme zijn: als je net de smaak te pakken hebt tijdens het toernooi (je speelt je partijen, voert ze in en analyseert ze, eet je maaltijd, bereidt je alvast voor op de tegenstander van morgen, pikt nog een filmpje mee, zet de volgende dag nog een paar puntjes op de i, speelt nog wat piano of gitaar, en bent dan klaar voor de volgende ronde), dan kan een berg extra tijd ineens hinderlijk werken.
Hoe je de rustdag ervaart is persoonlijk, ook op wereldtopniveau. Tijdens de WK-tweekamp tussen Viswanathan Anand en Magnus Carlsen in 2013 was Carlsen bloednerveus aan de start van de eerste vier rondes verschenen en had vier remises genoteerd, waarvan sommige flink hun tol hadden geëist. Menig commentator was ervan overtuigd dat Anand simpelweg de betere speler was (ondanks dat Carlsen de wereldranglijst op dat moment al twee jaar aanvoerde), en dat het een kwestie van tijd was voordat de Indiër zich van zijn jongere tegenstander zou ontdoen.
De rustdag na ronde 4 was voor Carlsen de adempauze die hij nodig had. Zijn familie was overgekomen, en in plaats van zich nog meer op het schaken te storten (zoals hij op de rustdag na ronde 2 had gedaan) besloot hij om er een ontspannen familiedag van te maken. Het resultaat was merkbaar: gesterkt door de dag “bonding” met zijn familie kwam Carlsen met hernieuwde krachten de speelzaal in. Hij won rondes 5 en 6, en breidde later zijn voorsprong uit met een punt in ronde 9, zodat hij in de tiende partij genoeg had aan remise om de wereldtitel binnen te halen.
Nederland is vandaag met een vergelijkbare set gierende banden uit de pitstop van de rustdag gestuiterd als de Carlsen van weleer. Zowel de heren als de dames walsten met 3½-½ over hun opponenten heen.
Ik zal voor de verandering beginnen met de bespreking van de damespartijen; de partijen van de heren komen dan morgen in de loop van de ochtend/middag.
Dames
Anna-Maja Kazarian – Beren Kalyoncu
In een Franse partij kreeg onze kersverse WGM al snel het voordeel dat Zwarts witveldige loper ook buiten de keten een werkloos stuk bleek. Zwart speelde te veel standaardzetten en kreeg daar de rekening voor gepresenteerd. Haar koning verbleef te lang in het centrum.
Ceren Tirpan – Machteld van Foreest
In een Engelse partij koos Wit voor het verkeerde plan op de damevleugel, waardoor Zwart de overhand kreeg. Van Foreest veranderde de stelling en kreeg een potentiële vrijpion die later een concrete vrijpion werd en de winst binnenbracht.
Zhaoqin Peng – Gulenay Aydin
Na een wat onhandige opening kwam Zwart erg goed te staan. Ze ging echter onhandig met haar aanval om, waardoor Wit de stelling in evenwicht kon trekken en het beslissende halfje kon noteren.
Sila Caglar – Eline Roebers
Een getouwtrek in een Anti-Siciliaan met b3 en Lb2 zag Zwart als eerste het initiatief grijpen. Hoewel niet alles helemaal goed ging, greep Wit in tijdnood vlak voor de 40e zet mis. Er resteerde een gelijk lopereindspel waarin Zwart een pionnetje kon ophalen, waarna Roebers geen moeite meer had om de partij in een punt om te zetten.
Er kwam wat geluk bij kijken, maar niettemin een klinkende 3½-½ overwinning, waarmee het Nederlandse damesteam steeg naar de tiende plek, achter gastland Oezbekistan.
Heren
Eveneens bij de heren viel een zeer fraaie overwinning te vieren, ditmaal tegen Bulgarije.
Loek van Wely – Martin Petrov
Hoe goud zijn de Gouden Regels eigenlijk? Deze vraag staat al heel lang ter discussie, en zeker op het hoogste niveau. Steeds vaker wordt aangetoond dat partijbehandelingen die in vervlogen jaren als onspeelbaar werden verondersteld, wel degelijk levensvatbaar blijken te zijn. De recalcitrante kleuter die niks van de schaakmeester wenst aan te nemen zal zich in zijn handen wrijven bij deze partij, maar Tarrasch zou zich in zijn graf omdraaien.
Momchil Petkov – Jorden van Foreest
In zijn voorstelling Het geheim van de lachende piccolo gaat Harrie Jekkers regelmatig op bezoek naar zijn goede vriend Rik, een Haagse nakko die van “Niks doen is het hoogste” zijn lijfspreuk gemaakt heeft. Hierboven was al te zien dat Van Welys tegenstander Martin Petrov hier onvoldoende toe in staat bleek en dat met een nul moest bekopen. Van Foreest geeft ons even een spoedcursusje “Hoe doe ik ogenschijnlijk niks?”, iets wat zijn tegenstander Petkov ook niet bijzonder goed lukte.
Een riante voorsprong van 2-0, en nog twee borden waarop minimaal een halfje gehaald kon worden.
Anish Giri – Arkady Naiditsch
Giri was zelf geen moment in gevaar. In een gelijke stelling kreeg de Let/Duitser/Azeri/Bulgaar een kleine opleving van geldingsdrang op de h-lijn.
Radoslav Dimitrov – Casper Schoppen
Schoppen was als laatst nog bezig. Zijn partij eindigde in remise in een bijzonder interessant ongebalanceerd eindspel van twee torens tegen toren en vijf pionnen dat ik met alle plezier op een later moment nog van commentaar zal voorzien (het is op het moment van schrijven bijna 4 uur ’s nachts, Nederlandse tijd). Zie dus uit naar een update.
Ook het herenteam scoorde dus een 3½-½ overwinning. Daarmee steeg ons team zelfs naar de tweede plaats, achter het eerste team van gastland Oezbekistan. Waar heb ik dat eerder gehoord…
~ Michaël van Liempt



Geweldig verslag, Michaël, met heel leerzame en humoristische analyses. Kijk ook uit naar je update, heb gisteren met verbazing naar de partij van Casper gekeken.