Kroegloperstoernooien: dé groeimarkt?
Eerder schreef ik al iets over het groeiende aantal schaaktoernooien, nu zoom ik graag even in op een specifiek fenomeen: de kroegloperstoernooien. Geen 7 ronden individueel in een zweterig zaaltje, maar als duo door een binnenstad trekken, elke ronde in een ander café en wie de meeste bordpunten haalt, die wint. Die lijken in opkomst, zo zat ons eigen toernooi in Utrecht snel vol, ondanks een recordcapaciteit van 300 spelers. Ook lijken er steeds meer kroegloperstoernooien te komen. Sterker nog, waar je vroeger eigenlijk alleen in de Amsterdamse Pijp terecht kon, is de keuze nu reuze, en zelfs de enkele witte vlek op de kaart (de mooiste rotstad die er is) wordt binnenkort ingekleurd.
Even snel iets over de oudste toernooien (opa vertelt): daar was nog geen fancy software die je door de stad leidde, maar papieren plattegronden en fietskoeriers die uitslagen ophaalden en indelingen rondbrachten, gebaseerd op het wonderlijke fenomeen naijlend Zwitsers. Zie dit stuk van Peter Doggers over Amsterdam 2016. En onderstaande foto komt van deze fijne old-school site over het Roosendaalse kroegentoernooi, waar niet alleen bord- maar ook leutpunten bepaalden wie er won!

1999!

Ook zonder Google Maps kon je de weg vinden in de Pijp (foto Peter Doggers)
Zo werkt het niet meer: tegenwoordig hebben we Stickchess, en niet alleen is indelen en navigeren een stuk gemakkelijker geworden, ook is er inmiddels iets van een archief. Daarvoor heb ik Stefan Kuipers even lastiggevallen, die een CSV-bestand produceerde waar ik een vrolijk avondje mee heb gestoeid. Eigenlijk is dat bestand een grote steekproef: niet elk kroegloperstoernooi loopt via Stickchess (zo organiseert Hoogland al 30 jaar een fraai viertallentoernooi), veel toernooien zijn in de loop der tijd overgestapt en cijfers zijn niet altijd goed vergelijkbaar. Maar niet getreurd, er zit genoeg leuk spul in voor een duik in de geschiedenis en mogelijk voor een verklaring. Allereerst een beetje van Stickchess en een beetje van mij: hoe oud zijn die toernooien eigenlijk?

Eigenlijk zien we hier een mooie tweedeling: toernooien als Amsterdam, Delft en Leiden gaan al heel lang mee, de laatste jaren zijn er diverse toernooien bijgekomen die ook meteen een flinke omvang hebben. Een blik op de grootste kroegloperstoernooien in Stickchess:

Dat zijn flinke (en recente) aantallen! Het gemiddelde eendaagse toernooi komt daar niet bij in de buurt… Nu weet ik uit eigen ervaring dat de belangstelling vaak nog veel groter is, maar je moet de deelnemers ook kwijt kunnen, en dat hangt weer sterk af van het aantal cafés dat mee wil doen. Waar is de variatie eigenlijk het grootst?

And the winner is… Delft! Ook mooi om te zien dat relatieve nieuwkomers Utrecht en Dordrecht meteen een flink aantal locaties weten te ritselen. Zo kan Dordrecht (10 oktober, schrijf snel in!) 200 man kwijt, evenveel als bij het decenniaoude Kroeg en Loper uit Leiden.
Leuke cijfers, maar nog geen verklaring van de inderdaad stormachtige groei. Daar komen we toch wat meer in het kwalitatief onderzoek terecht, al denk ik een belangrijke factor te zien: kroegloperstoernooien zijn aantrekkelijker voor niet-clubschakers dan ‘gewone’ toernooien. Stefan waarschuwde mij al dat Stickchess dit niet altijd goed kan zien, maar wel steeds beter, dus hierbij de % clubschakers van de meest recente kroegloperstoernooien:

Dat zijn best grote aantallen: in Utrecht dus pakweg een derde van buiten de clubs! Dat wordt vooral verklaard door het succesvolle Beer and Chess: een grote groep niet-clubschakers die graag een potje in het café doen. Ook zagen we veel duo’s met een club- en een huisschaker, bijvoorbeeld stelletjes of ouder/kind. Wat niet uit deze cijfers blijkt is dat veel inactieve clubschakers wel te porren zijn voor zo’n middagje binnenstad. En wat ik uit de gesprekken na afloop hoorde, was dat voor hen vooral de ontspanning en de prima sfeer (geen wedstrijdleider nodig) telde. In andere steden wisselt de omvang, al met al is het wel een substantiële groep.
Er wordt hier wel eens gesomberd over het georganiseerde schaken: heeft dat wel toekomst? Nu maak ik me daar niet zo’n zorgen over, maar er lijkt dus ook een mogelijkheid om een heel andere groep aan te boren, door het bieden van een omgeving die bij hen past. Immers, was schaken niet altijd een cafésport en past al dat serieuze aanbod daar wel helemaal bij? En als dat zo is, waarom zijn stille zaaltjes dan de standaard? Ik vind het stof tot nadenken.
(met dank aan Stefan voor de cijfertjes en Merijn voor het vinden van Peters artikel)

2026: een blik van boven in Utrecht (foto Harry Gielen)