“De Prins variant” door Hans Meijer

In zijn artikel ‘Lodewijk Prins tot op het bot principieel’ vertelt Dirk Goes dat Robby Kevlishvili nog nooit van Lodewijk Prins gehoord had. Dat verbaasde mij want ik verwacht dat een grootmeester op de hoogte moet zijn van de openingen die wereldkampioenen en hun rivalen spelen. Lees de hele column in PDF.
De columnisten van SV Promotie schreven samen meer dan 1000 columns.


Leuk die wetenswaardigheden over Lodewijk Prins. Voor de schaakjeugd misschien aardig om te vermelden dat Prins in 1948 het Hoogovenstoernooi won en in 1965 het NK schaken op 52-jarige leeftijd. In 1956 organiseerde Prins het kandidatentoernooi van Amsterdam. Hij raakte daarna goed bevriend met Robert Fischer, toen die als 15-jarige moest opboksen tegen de vooroordelen van de gevestigde schaakelite.
“In zijn artikel Lodewijk Prins tot op het bot principieel’ vertelt Dirk Goes dat Robby Kevilishvili nog nooit van Lodewijk Prins gehoord had. Dat verbaasde mij want ik verwacht dat een grootmeester op de hoogte moet zijn…”
Het is een artikel uit 2018. Robby zal het gezegd hebben toen hij 15 of 16 was, dus nog lang geen grootmeester.
Naast Van Geet en Euwe zijn er ook nog openingen/varianten vernoemd naar Van ’t Kruijs, Tiviakov, Noteboom (en eventueel Roel van Duijn) maar het zullen er vast meer zijn.
chesspub.com/cgi-bin/chess/YaBB.pl?num=1260765026
Ik gun ieder zijn eigen variant. Ik kan er ook een paar claimen (mijn laatste vondst is 1.d4 c5 2.d5 e5 3.d6!?), maar er moet toch wel een bepaalde mate van acceptatie van zowel de variant zelf als van het copyright van de bedenker bestaan om er diens naam aan te verbinden. En daarbij moet die persoon er met analyses en praktijk wat werk aan besteed hebben. Als meneer Jansen een aardig nieuwtje verzint, is dat nog geen reden om de geboorte van de ‘Jansenvariant’ te vieren.
De Tiviakovvariant: nooit van gehoord. Ik zag op chess.com dat Pa6 in het dame-indisch zo genoemd wordt. Of is het Dd6 in het Scandinavisch? Wordt de naamgeving van openingen nog ergens gereguleerd?
1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 d6 5.o-o Lg4 6.h3 h5 en dat won ik met Wit in de invitatievierkamp van het Noteboomtoernooi 1972. Die zwarte opzet werd althans in Nederland naar mijn tegenstander genoemd.
Zelf denk ik gelijk aan de “Ruisdonk variant” in het Frans.
Dit is uit een interview van Prins met Max Pam.
Er zijn twee scherpe varianten naar u genoemd.
“Ja, 7. … Pa6 in de Grünfeld -verdediging heb ik in 1939 in een boekje geïntroduceerd en in die jaren ook praktisch toegepast. De Prins-variant in het Damegambiet heb ik niet zelf bedacht, maar wel in de praktijk uitgewerkt. De variant is bekend geworden door mij. De Russen en Joegoslaven noemen hem ook naar mij. Als een variant mij aantrok – en dat gebeurde niet zo heel vaak – dan deed ik er bij tussenpozen grondig onderzoek naar. Foltys heeft mij verscheidene keren trachten over te halen hem de kneepjes van die ene variant te leren. Als ik toestemde kon ik zijn hele “variantenkoffer” krijgen, maar dat heb ik geweigerd. Met die variant ben ik eigenlijk nog steeds bezig. De laatste keer dat Bronstein in Beverwijk was, heb ik hem het een en ander laten zien, omdat ik wist dat hij geïnteresseerd was. Hij heeft er daarna tegen Furman een partij mee verloren, maar dat lag niet aan de opening. Daarin stond hij waarschijnlijk gewonnen”.