Vraagje

We nemen de beginstelling. Wit speelt 1.a3. Construeer een partij die eindigt met 5.Txe5 mat.

Een aardig probleempje, waarvan ik de oplossing (nog) niet ga verklappen. In mijn niet meer geheel betrouwbare herinnering legde iemand dit de deelnemers voor tijdens het NJK van 1973. Mijn vraag is: klopt dit? Als iemand ook nog de bron of bedenker ervan weet, graag.

11 Reacties

    • Avatar
      Frits Fritschy 05 januari 2026

      Ho, Leo, haal die oplossing even weg, dan kunnen anderen het ook nog proberen.

      • Avatar
        Glorfindel 05 januari 2026

        Is een link naar de oplossing plaatsen wel geoorloofd, voor mensen die er echt niet uit komen? (Ik ken de etiquette hier niet zo goed … aan de andere kant, die link had je dan misschien zelf geplaatst.)

        • Avatar
          Dimitri Reinderman 05 januari 2026

          Frits zou de oplossing kunnen plaatsen tussen [spoiler] … [/spoiler], dan kunnen mensen zelf bepalen of ze het aan willen klikken of niet.

          • Avatar
            Frits Fritschy 05 januari 2026

            Vooruit dan maar; ik wou niemand in verleiding brengen.

  1. Avatar
    Arjo Schreuders 05 januari 2026

    Leuk probleempje! Deze kende ik nog niet. Al wel die van “construeer een partij waarbij op zet 5 mat gegeven word doordat een paard een toren slaat”.

    Het was me eerst wel al in 6 zetten gelukt en toen ik daarom even de exacte formulering van het probleem wilde dubbelchecken zag ik hier helaas de oplossing al staan (die nu weer weggehaald is). Erg jammer.

    Wat ik me echter afvraag is of er andere en/of meerdere oplossingen zijn als 1.a3 niet de eerste zet hoeft te zijn.
    Dus met andere woorden of deze restrictie nodig is om het een zuiver probleem te laten zijn. Ook omdat die eerste zet al enigszins een kleine hint is naar (een deel van) de oplossing.

    • Avatar
      Frits Fritschy 05 januari 2026

      Ja, er is een nevenoplossing als 1.a3 niet de eerste zet is. Dat vermindert de waarde van de compositie, maar geeft als opgave wel meer dwaalsporen. Vandaar ook dat ik op zoek ben naar een eerste publicatie ervan. Je hoort vind ik uit te gaan van hoe de bedenker het gebracht heeft (of aan te geven dat die het anders deed). Overigens heb ik al gezocht in de schaakproblemendatabase yacpdb.org.

      Op chessbase werden indertijd Stuart Rachels en Michael Koblentz als makers genoemd. Het kleine probleem daarbij was dat de eerste in 1973 vier jaar oud was en de tweede nog niet geboren.

  2. Avatar
    Frans Hoynck 09 januari 2026

    Heb een half uur naar de oplossing gezocht, maar vond ‘m niet. Toen heb ik gespiekt.
    Fantastisch!
    Ben al lang een groot liefhebber van zogenaamde ‘retrogadeproblemen’ als deze.
    Wie daar nog niet zo in thuis is, raad ik als ‘opwarmer’ in de eerste plaats de retrogade schaakroman met opgaves aan van prof Raymond Smullyan ‘The Chess Mysteries of Sherlock Holmes’.
    Chess Mysteries Of Sherlock Holme, Raymond M. Smullyan | 9780486482019 | Boeken | bol

    • Avatar
      Frits Fritschy 09 januari 2026

      Dit is natuurlijk geen retrogadeprobleem; dat zijn problemen waar je achteruit moet denken (‘hoe is deze stelling ontstaan’). Problemen als hierboven zou je ‘Michelangeloproblemen’ kunnen noemen, naar de beeldhouwer die gezegd zou hebben dat het beeld al in het blok marmer zit en hij het er alleen uit hoeft te hakken.

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.