Tata Steel Chess Ronde 2 – gevoel voor gevaar


Gevoel voor gevaar – of misschien beter het gebrek daaraan, was gisteren het thema, vandaag bleek dat de antenne nog niet helemaal was gerepareerd. Op zich genomen is het feit dat topspelers ook wel eens iets missen een hele geruststelling. Denk aan de volgende tragische blunder van de meester van de profylaxe, Wijk aan Zee 1993:

Christiansen – Karpov – of dit ook de kortste partij in de hoofdgroep van het toernooi van de 88 edities is, durf ik niet te zeggen. Wie weet, dat een lezer dat weet? Karpov was wellicht nog niet goed wakker en speelde hier 11…Ld6 en gaf na de volgende witte zet op. Ziet u hoe Christiansen profiteerde?

Giri zal nog niet zo lekker geslapen hebben en vandaag was weer een zware dag. Maar het zat wel mee, want Sindarovs vaardigheid om op de kritieke momenten meer dan drie seconden na te denken, functioneerde evenmin. Gelukkig maar. Giri zal toch met een positief gevoel aan de avondmaaltijd zitten.


Anish Giri in ronde 2 © Jurriaan Hoefsmit

Giri – Sindarov

Kan zwart na 22.Pd3 Pxd4 spelen?

Maar 22.b4? was geen verbetering. 22…Pxd4 23.Lxc6?! dat was de idee. Maar hoe reageert zwart nu het beste?

Beide spelers realiseerden zich wat ze gemist hadden en konden er wel om lachen. (Zie fragment hieronder).
https://youtube.com/clip/UgkxRwco030O9xtQAtoUfFHMon1mSKt2XEWE?si=8I6yuiL553pyf57i

Hier kwam Anish goed weg. Maar het was nog niet zo gemakkelijk. In de terugblik op zijn schaakjaar 2025 laat Anish een paar eindspelen zien, waarin hij bleef doorspelen ondanks de grote remisetendens. Het leek erop dat hij het nu ook nog een tijdje wilde proberen in een schijnbaar risicoloos eindspel. Wellicht met het oog op het kandidatentoernooi, waar die vaardigheid van doorslaggevend belang kan zijn. Pionneneindspelen zijn lastig. De commentatoren GM Simon Williams (GingerGM) en Jovanka Houska zijn toch schakers van behoorlijk niveau, maar grepen regelmatig mis in hun pogingen de stellingen te begrijpen en uit te leggen. Om maar aan te geven hoe moeilijk schaken is en hoeveel concentratie en vaardigheid ervoor nodig is een stelling werkelijk te doorgronden. Alle stukken werden geruild en deze stelling ontstond:

De eenvoudigste remiseweg werd al snel aangegeven door Houska: wit speelt 38.Ke4 en na Ke6 39. f4 f5, hoeft wit e5-e4 niet te vrezen. De witte koning pendelt heen-en-weer tussen e3 en d4 en geen van beide partijen kan verder komen. Giri koos voor 38.Ke3, nog steeds niet aan de hand, maar het biedt zwart een mini-kans met 38…Kf5. Gedwongen is nu 39.Ke2 of Kf2. Van alle goede geesten verlaten koos onze landgenoot echter voor 39.c5?? gebaseerd op een rekenfout. Na 39…bxc5 40.bxc5 Ke6! 41.c6? Het automatische 41…Kd6 zou wel remise maken na 42.fxg4 hxg4 43.c7! Kxc7 44.Kf5 Kd5 45.Kxg4 en de e-pion en h-pion gaan even snel. Maar zwart heeft veel beter: ziet u wat?

Anish greep zijn beste kans met 41.f4! waarop Sindarov schijnbaar nonchalant langs het bord liep en direct 41…a5?? speelde en daarmee de winst vergooide. Nou is het voor gewone stervelingen nog niet zo eenvoudig.

Zwart kan het nog ernstig fout doen. 41…exf4?? zou wit in het zadel helpen. Alle zwarte pionnen zijn immobiel en dan beslist de verste vrijpion. Ook een ‘wachtzet’ als 41…a6?? verliest na 42.c6! Kd6 43.fxe5! en opeens trekt wit aan het langste eind. Maar hoe dan wel? Door eliminatie van mogelijkheden kom je tot de conclusie dat zwart alleen met 41…f6! de winst naar zich toe trekt. Het verschil met de partij is zichtbaar in de slotstelling:

Stel je deze stelling voor met een zwarte koning op c5 en een pion op a7. Dan wint zwart eenvoudig. Nu was het remise. Een lucky escape. Laten we hopen dat dit het begin van een flinke opleving is.

Van Foreest mocht aantreden tegen wereldkampioen Gukesh en speelde een ontzettend goede partij, die begon in een Konings-Indiër met 3.h4!? De beste zet zelfs volgens SF 17. Tijden veranderen. De idee van deze Anti-Grünfeld is dat indien zwart 3…d5 speelt, antwoordt wit 4.cxd5 Pxd5 5.e4! heeft. Er staat immers geen paard op c3 om te ruilen, dus Pxc3 kan niet. Na Pb6 heeft wit direct 6.h5! met goed spel. Soms kiezen zwartspelers voor 3…c5 om er een Benko-achtige stelling van te maken, waarin 3.h4 wellicht geen nut heeft. Zo reageerde Giri zelf in de stampartij tegen Topalov (kandidatentoernooi 2016). Achteraf gezien was Topalov zijn tijd ver vooruit. Van Foreest koos voor 3…Lg7, ook een prima zet natuurlijk, waarop Gukesh koos voor 4.Pc3 d6 5.e4 c5 6.dxc5 Da5 7.Ld2 (cxd6 Pxe4!) Dxc5 8.Le2 waarna er een unieke stelling ontstond. Van Foreest had geen trek in h5-gedoe en besloot daarom een kleine concessie te doen door zelf h5 te spelen. Een keuze die prima uitpakte. Even een klein intermezzo voor ons als gewone clubspelers:

Analysediagram, indien wit 10.Pg5 had gespeeld om direct in het gat te springen. Een blunder in een dergelijke stelling is snel gemaakt (een dergelijk patroon bestaat ook in de ruilvariant van het vierpionnenspel). Indien zwart een gewone ontwikkelingszet als 10…Pc6?? speelt. Ziet u hoe wit dan wint?

Maar Van Foreest speelde uiteraard veel sterker en verkreeg zelfs even een klein initiatief toen Gukesh weigerde om op de meest logische afwikkeling in te gaan.

Na 14.Lg5 – ook 14.Lc3 was mogelijk, waarna zwart Dxd1 gevolgd door Pd7 (en later een keer e6) moest vinden – wil wit zwart graag provoceren om op d5 te nemen want dan heeft hij een voordeeltje om voor te spelen. Na 14.Lg5 moet Jorden een lastige keus maken: op b2 slaan is de enige zet. Maar Jorden ziet geen spoken, is scherp en pakt gewoon.

Hier had Gukesh richting een gelijke stelling kunnen afwikkelen door het voor de hand liggende Pxe7+, maar vermoedelijk dacht hij dat hij niet veel riskeerde met 17.Db1 waarop Jorden riposteerde met het uitstekende Pxd5!. Nu is dat juist wel goed. Uiteindelijk moest Gukesh aan de noodrem trekken, waarbij hij overigens zijn klasse liet zien:

Wit aan zet speelt en maakt remise.

Een sterke partij van Jorden.

De geluksvogel van gisteren, Hans Niemann, speelde vandaag tegen Matthias Bluebaum (ook deelnemer aan het kandidatentoernooi later dit jaar). De eerste remise van de dag. Bluebaum – Niemann zag wat de ‘Berlijnse verdediging” tegen 1.d4 wordt genoemd. Een moderne-versie van de Tarraschvariant.

Na het forcerende 7.e4 ontstaat na alle afwikkelingen een eindspel, waarin voor beide partijen weinig te halen valt. Het ziet er op het eerste oog merkwaardig uit, toen Wesley So dit introduceerde werden de wenkbrauwen gefronst, maar de zwarte stelling heeft zijn soliditeit inmiddels bewezen.

Er viel verder wel het nodige te genieten in de A-Groep vandaag, vooral de partij Erdogmus – Chithambaram was een waar tactisch feest, waar liefhebbers van het Siciliaans hun hart aan konden ophalen. Chithambaram koos voor de ongebruikelijke zet 5…Pbd7, die Taimanov in het verleden nog heeft geprobeerd te populariseren. Gek genoeg probeerde niemand 6.g4!? tegen Taimanov, maar Tal won een beroemde partij tegen hem met 6.Lc4!

volgens het motto ‘ze kunnen er maar eentje tegelijk slaan.’
Tal – Taimanov, Kislovodsk 1966

Vanwege tijdgebrek later in de week misschien een uitgebreidere analyse van deze partij, veruit de leukste van deze ronde. Zie de viewer voor de andere partijen. Ook de Carsliaanse wijze waarop Abdusattorov zijn toreneindspel tegen Praggnanandhaa wist te winnen, verdient eigenlijk de analyse van een toreneindspelexpert. Giri liet in bovengenoemde video ook zien hoe hij een dergelijk eindspel wist te winnen. Het is met 4 tegen 3 niet zo eenvoudig te verdedigen als de partij met 4 pionnen een vrije pluspion heeft. Zodra de koning actief over de vijfde rij heen kan komen, lijkt het zo ongeveer wel bekeken te zijn.

Challengers

In de challengers zaten onze landgenoten in de hoek waar de klappen vielen. Faustino Oro nam revanche voor zijn nederlaag tegen Erwin l’Ami van vorig jaar. In een Engelse opening, die snel in een soort Leningrader-achtige stelling veranderde, had hij steevast de controle.

Oro – L’Ami

Na afloop besprak Faustino zijn partij met Houska, waarin hij, als ware hij Anatoly Karpov zelve, zijn indrukwekkend ontwikkelde gevoel voor profylaxe liet zien. .

Stelling na 17…Dd6 van zwart. Wat wil zwart spelen en wat doet wit derhalve?

Even later gaat zwart voor hetzelfde idee.

Hoe verhindert wit de zwarte idee ditmaal?

Het laatste kritieke moment van de partij volgde in onderstaande stelling:

l’Ami speelde hier 26…Ph6. Oro vertelde dat hij van plan was geweest na 26…Pe5 voort te zetten met 27.Tae1 (een zogenaamde ‘esthetische’ zet – Aagaard). Ziet u waarom dit een fout was geweest?

Na 26…Ph6 kwam l’Ami niet meer in het stuk voor. Een indrukwekkende positionele partij van de ‘Messi van het schaak’. Zoals hij voor de partij in een klein interview met Fiona Steil-Antoni echter al aangaf: het toernooi is erg lang. Er zijn nog genoeg kansen voor een comeback.

Eline Roebers verging het tegen de jonge Amerikaanse GM Woodward al niet veel beter. In een voor de jonge Amerikaan overigens onverwachte Catalaanse opening, ging Eline al vrij snel de fout in. 13.h4 was een nieuwe zet in deze stelling (vagelijk komen me partijen van kenner Sosonko voor de geest, die in zulke stellingen 13.d5! placht te spelen) en wellicht dat Eline toen ‘out of book’ was. De eerste echte denkpauze kwam pas na zet 15.

Na de logische afwikkelingen probeert wit ruimte in het centrum te winnen met 15.e5, waardoor je met Pe4, Lg5, Pd6+ misschien kunt profiteren van de verzwakte zwarte velden in zwarts stelling. Zwart heeft wel een pion meer, maar die is voorlopig nog immobiel. Zwart zal dus streven naar c5, maar dat moet in de juiste volgorde gebeuren. Lastig te zien: als wit net zelf e5 speelt met de idee Pe4, dan voelt het niet logisch om daar een handje bij te helpen met 15…b4. Maar dat maakt na 16.Pe4 wél het bevrijdende c5! mogelijk. Na 17.Lg5 Dc8 (Dc7 laat 18.Pd6 toe), heeft zwart nog wel wat ontwikkelingsproblemen op te lossen, maar is er voor wit geen duidelijke doorbraak in zicht.

Woodward – Roebers na 15…c5. Nu was 16.d5 ook heel sterk geweest. Woodward koos voor het eveneens logische 16.Lg5 en na de min of meer gedwongen afwikkeling 16…Le7 17.Lxa8 Dx8 18.Pxb5 leek er weinig hoop op overleving voor zwart. Toch kwam de kans die altijd komt even later.

Hier miste wit, met nog ruim een uur op de klok, een uitgelezen mogelijkheid om de partij te beslissen. Achter het bord niet eenvoudig, maar Eline achter de witte stukken, of een natuurlijke aanvalsspeler, zou je dit wel toevertrouwen. Wat is wits beste zet?

Eline miste hierna de enige zet. Maar wat zou u spelen?

Max Warmerdam ten slotte, is ongelukkig aan het toernooi begonnen. Liet hij gisteren een veelbelovende stelling uit zijn handen glippen, ook vandaag ging het na de complicaties mis. De talentvolle witspeelster kreeg een stelling in handen, waarin zwart beschikte over een potentieel gevaarlijke vrijpion, maar zij de gemakkelijkst speelbare stelling had: alles richting de koning slingeren.

In deze stelling had Max zojuist het logische 19…La6 gespeeld. Max had op 20.Lxd5! (wat anders?) geanticipeerd en Le2! klaarliggen. Na 21.Dxe2 exd5 wint zwart het stuk terug, maar houdt een ietwat verzwakte koningsstelling over na 22.Pf6+! gxf6, wat wit een simpel plan in handen geeft.

Yip – Warmerdam na 27…Dxa2
Het gaat allemaal nog wel voor zwart, maar je moet ontzettend nauwkeurig spelen. Na 28.h4! zou het interessant zijn om te weten wat Max’ redenatie achter 28…Tab8? was. Achteraf is het gemakkelijk om te zeggen dat zwart nu de dame naar de verdediging had moeten spelen met 28…De2. Misschien had hij de kracht van het witte kwaliteitsoffer onderschat

32.Txh6! was mooi gevonden en hierna is het redelijk rechttoe-rechtaan. De combinatie van de onveilige koning en de sterke vrijpion zijn zwart teveel.

Partijen Masters 


Partijen Challengers

1 Reactie

  1. Avatar
    Tiggel 1 18 januari 2026

    Petrosjan – Ree (8 zetten – Hoogovens 1971) was nog een stukkie korter dan Christiansen – Karpov.

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.