Tata Steel ronde 8: spectaculair de rustdag in
Het Tata Steel schaaktoernooi is inmiddels alweer over de helft en we staan op de drempel van de tweede rustdag. Schijnbaar voor de schakers in Wijk aan Zee aanleiding om nog even alles uit de schaakreserves te peuren. Het gevolg: een ronde vol vuurwerk, scherpe stellingen en beslissende resultaten; ik zal het u niet langer onthouden.
Masters
Voor velen zal de blik zijn gericht op de partij tussen koploper Nodirbek Abdusattorov en Anish Giri. In de eerste plaats omdat Abdusattorov deze ronde inging als onbetwiste koploper met een ijzersterke score van 5.5 uit 7 en met een vol punt voorsprong op zijn naaste achtervolger, landgenoot Javokhir Sindarov. In de tweede plaats omdat in Wijk aan Zee de laatste jaren de ogen onwillekeurig gericht zijn op onze landgenoot en oud-toernooiwinnaar, temeer omdat hij in de vorige ronde met vaste hand wereldkampioen Gukesh terugwees. Vandaag tekende zich al vroeg een scherpe strijd af in de Ragozin (we komen erin op zet 12, Giri speelt met zwart):
Een stelling is ontstaan waarin Giri de lange-termijn-veiligheid van zijn koning heeft geofferd om te proberen zijn ruimte op de koningsvleugel te vergroten. Een maximalistische aanpak waarvan de zwartspeler zich al eerder had bediend in een partij tegen niemand minder dan Magnus Carlsen, die hij toen uiteindelijk ook zou winnen. Zwart dreigt hier acuut f4 te spelen met loperwinst, een dreiging die de Oezbeek pareerde met 13 Pf3 waarna zwart geleidelijk zijn pionnenwals in beweging zette met: 13.. f4 14. Lc1 0-0 (zolang de koningsvleugel niet open komt staat de koning hier prima) 15. Tb5 g4 waarna niet al te veel later de volgende stelling ontstond, die een scharnierpunt in de partij zou blijken:
Zwart heeft maximaal ruimte gepakt, het paard op h4 staat toch een beetje aangekrant op h4 met voorlopig weinig toekomst, en de meeste stukken staan nog op hun startveld. Daar staat tegenover: als wit erin slaagt om de zwarte pionnen op de koningsvleugel te ondermijnen, zakt zwart met zijn zwakke koning en de open h-lijn waarschijnlijk door het ijs. Wit speelde hier de zet 20. Dd3, en dat blijkt een ongelukkige zet te zijn. Het globale idee zal misschien zijn geweest om vroeg of laat de koning naar de damevleugel te dirigeren, een keer e4 te spelen, en te hopen dat zwart in de tussentijd niet veel wezenlijks kan creëren. Het blijkt echter een belangrijk tempoverlies te zijn, waardoor zwart in de praktijk niet meer onder de verstikkende druk van de pion op f3 vandaan kwam. Giri speelde vervolgens een partij uit één stuk, en toen Abdusattorov bij het enige rimpeltje zijn kans niet greep, maakte de zwartspeler het op een even instructieve als fraaie manier uit:
Een belangrijke overwinning van Giri, die daarmee de spanning bovenin het toernooi weer wat terugbrengt, terugkomt op 50%, en de schwung in het toernooi lijkt te hebben teruggevonden. Nog zo’n partij die ik voor een groot deel moeilijk vond te doorzien, was die tussen Hans Moke Niemann en Jorden van Foreest. Via zetverwisseling kwamen beide spelers in de Sveshnikov terecht waarin Jorden verraste met een nog weinig gespeeld pionoffer in de vorm van 16.. Lf4:
Zwart rekent erop dat wit vroeg of laat de loper slaat en daarmee de pion op e5 wint, maar hoopt compensatie te putten uit het feit dat de witte koning geen prettig heenkomen heeft. Praktische compensatie is er op zijn minst. Niemann ontwikkelde zijn stelling echter op gezonde wijze door, rokeerde lang, en logischerwijs besloot Jorden daar de aanval te openen. De stelling bereikte hier een kritiek punt:
Zwarts plan is duidelijk, a3 spelen en compensatie putten uit de permanente zwakte van de zwarte velden rond de witte koning. Wit heeft verschillende manieren om hierop te reageren, maar het meest logische lijkt om de aanstaande dreiging van a3 gevolgd door Db2 mat voor te zijn (te meer om als wit na a3 te kunnen antwoorden met b3). Daar zijn drie redelijke opties voor: Td2, Df2 en Dh2. Het antwoord is beter te begrijpen als we een klein stukje van de partijvoortzetting volgen: 27. Dh2 h5 28. gxh5 a3 29. b3 f5!
Heel kort door de bocht zou je kunnen stellen dat de kracht van de zwarte compensatie voor een aardig deel voortvloeit uit de ijzersterke dame op e5. Wit zou graag dameruil willen afdwingen met Pg2, ware het niet dat dat niet zo’n goede zet is vanwege Db2#. Stel je nu voor dat de witte dame nog op g3 staat en de toren op d2, dan werkt Pg2 wel en houdt wit zijn pion meer. Zwart heeft natuurlijk nog alternatieven, maar zoals in de partijvoortzetting kwamen al Jordens stukken tot leven, en hoewel het nog bijzonder ingewikkeld was, werd de balans niet meer wezenlijk verstoord.
In de andere partijen minstens zoveel spektakel. Hoewel, bij Keymer-Sindarov leek het daar wel even op toen Sindarov met een snelle opmars van de h-pion kwam. Toen echter beide spelers kort waren gerokeerd, en er een soort symmetrisch Engels zonder h-pionnen onstond, hield de jonge Oezbeek de stelling zonder grote problemen in balans. Intussen blijft het jonge Turkse talent Yagiz Kaan Erdogmus zich van zijn beste kant laten zien:
Met wit bereikte hij bovenstaande stelling tegen Praggnanandhaa, en had de prettige keuze tussen beter staan in een stelling met de lichte stukken nog op het bord, of beter staan in een toreneindspel. Hij koos voor het eerste (de computer voor het tweede), maar kon in het vervolg niet voorkomen dat Pragg de a-pion voor de c-pion en de loper voor het paard wist te ruilen, waarna de witte pionnenformatie op de koningsvleugel het onmogelijk maakte om nog voortgang te boeken, met ook hier een remise als gevolg.
In Fedoseev-Gukesh wist de wereldkampioen weer een vol punt bij te schrijven, o.a. dankzij een fraaie zet in de bijna-slotstelling:
Ten slotte speelden Aravindh en Erigaisi gelijk in een complexe partij, en verspeelde Bluebaum op tragische wijze een droomstelling tegen de in tijdnood verkerende Thai Dai Van Nguyen:
Daarmee is de kop van het klassement een klein beetje in elkaar geschoven, met nog altijd Abdusattorov op 1 met 5.5, Sindarov op 2 met 5 punten en Niemann, van Foreest en Erdogmus op 4.5. De Oezbeekse ontmoeting tussen Sindarov en Abdusattorov in ronde 9 zal mede moeten gaan uitwijzen hoe de slotfase van de hoofdgroep zich zal ontspinnen.
Challengers
In de Challengers groep hadden de Nederlanders een zware dag. Eline Roebers kende tegen Velimir Ivic een vervelende partij, waarin ze de hele partij lichtjes onder druk stond, eerst in een Karlsbadstructuur en nadat ze c5-cxd4 had gespeeld in een symmetrische stelling waarin de witte stukken net wat actiever stonden. Hoogst onprettig, totdat een grote fout een einde maakte aan de partij.
Roebers speelde 26.. De7, om vervolgens Ivic op b7 te zien slaan en na 27.. De1+ 28. Lf1 gewoon een vrije c-pion achter te staan. Toen deze op c7 verscheen hield ze het voor gezien.
Max Warmerdam kreeg deze ronde geen voet aan de grond tegen oudgediende Vasyl Ivanchuk. In de Najdorf wist de Oekraïner succesvol te infiltreren op de zevende rij waarna een vrijpion, ondersteund door het loperpaar de partij in wits voordeel beslechtte. Wel was het zonde dat de tijdnoodfase door het incrementloze tempo weer een totale puinzooi was, met zelfs nog een arbiter die er op zet 37 met een paar seconden op de klok bijgehaald moet worden. De spelers hebben natuurlijk groot gelijk dat ze er gebruik van proberen maken, maar met de uitvinding van de digitale schaakklok enkele decennia terug zouden we dit gehannes toch onderhand achter ons moeten laten door in klassieke toernooien alleen nog maar met een enigszins fatsoenlijk increment te spelen (einde van de persoonlijke beleidsopvatting).
Spektakel vinden we in de Challengers-groep vandaag onder andere in de partij van L’Ami, die in onderstaande stelling met wit tegen Assubayeva de knuppel in het hoenderhok gooide:
Met wit kwam namelijk met het stukoffer 16. Pd5!? (16. g4 was een redelijk alternatief, met typisch Siciliaanse taferelen). Dit stukoffer zal spelers van het Siciliaans welbekend zijn, en het is iets waar je altijd voor waakt. Hier geeft het wit ook aardige compensatie, omdat de koning na aanname van het stukoffer moeilijk uit het centrum komt. Wit komt volgens de computer nog het dichtste bij volledige compensatie in de volgende stelling:
Zwart heeft net Ta4 gespeeld, en de dreiging is in zekere zin de dubbele aanval met Da5, waarmee Ta1# en Dxd5 wordt gedreigd. Zodra die pion op d5 geëlimineerd is, hebben de zwarte stukken in eens een stuk meer bewegingsvrijheid en zal het stuk meer te gelde worden gebracht. Een zet die om die reden overwogen kan worden als alternatief op de partijzet is de zet 20. c4). Dan volgt na Da5 namelijk Pb3 en blijft zwart een beetje in de knoop staan zonder de pion op d5 valt. Natuurlijk is het achter het bord allemaal niet zo eenvoudig, en L’Ami koos voor het eveneens redelijk ogende 20. Kb1, maar na het sterke 20.. Da5 – Pb3 21. Dxd5 was de ergste storm gaan liggen voor zwart, en trok de jonge Kazachse het punt over de streep.
Bovenin het klassement blijven Maurizzi, Woodward (6.5) en Suleymanli (6) de dienst uitmaken. De Fransman maakte op instructieve wijze gebruik van de zwakte op de zwarte velden die Miaoyi Lu over zichzelf afriep door in de volgende stelling g6 te spelen;
Woodward overspeelde Faustino Oro in het klassiek Spaans die in een verstikkende stelling het niet volhield om de beste zetten te blijven vinden, de volgende stelling spreekt daarin boekdelen. Want hoewel de computer het allemaal nog net binnen de marge rekent, kan wit alleen verdrietig en passief wachten, en dat is simpelweg heel moeilijk:
de Amerikaan maakte de partij uiteindelijk af met het aardige foefje Pxe4 in de volgende bijna slotstelling;
Suleymani wist als laatste van de koplopers in een toch al prettige stelling beslissend toe te slaan tegen Carissa Yip:
Na 27.. Pb2 heeft wit last van het zojuist gespeelde Dg3. Na het verplichte 28. Td2 Db3 heeft zwart geen goede manier om zijn pion op b4 te verdedigen omdat 29. Tb1 niet goed werkt vanwege 29.. Pxd3! De dame is het contact met d1 verloren, waardoor Txb3 wordt beantwoord door Tc1+ met spoedig mat. Na 30.Dxd3 Dxd3 31. Txd3 Txe4 blijft wit met een ruïne en een pion minder achter.
Ten heeft GM Daniil Yuffa in een marathonpartij van 139 zetten verschillende kansen op de winst gehad, maar ze uiteindelijk niet weten te verzilveren. De strijd in de kop van de Challengers-groep blijft derhalve spannend tussen Woodward, Maurizzi, Suleymani en Ivanchuk. Volgende ronde spelen ze geen van allen tegen elkaar, dus zal het zaak zijn te blijven winnen (duh).
Dat besluit dit verslag, genoeg om nog even op het gemak terug te kijken in het partijoverzicht hieronder. Ik zou zelf kiezen voor de partij Oro-Woodward vanwege de instructieve manier waarop de Amerikaan de druk opvoert en blijft loeren op het foutje vanuit zijn comfortabele stelling, maar er is meer dan genoeg om van te genieten. Veel plezier bij de volgende rondes!
Partijen Masters
Oh ja, en de tussenstand
Partijen Challengers
en ook hier de volledige tussenstand


Bedankt voor het verslag! Kijkend naar de Giri-partij, met je analyse erbij van waarom 50…Txc4 eerst fout is. Dan is denk ik (zo zonder engine even) het idee dat als wit 51.Ph4 doet, je eerst 51…Kd5 doet en zo het paard schaakje op f5 eruit haalt. Na 52.Txb4 cxb4+ zal je sowieso de volgende zet 53…exf2 spelen.
Eline lijkt overigens een 2e keer een pion op c5 niet te kunnen slaan. Net als tegen Ivanchuk, dacht ze hier misschien ook(?) dat slaan op c5 kon. Maar na 27…Txb4 is 28.Db4 vrij vervelend… Wat wel blijkt, voor mij dan, uit alle partijen is dat elke speler echt de hele tijd super moet blijven rekenen.
Volgens het livebord kreeg Warmerdam voor 39.b8D er tijd bij. Ik vermoed dat Ivanchuk niet op een correcte manier gepromoveerd had met nog een seconde op 6 op zijn klok. Aan de extra tijd had Warmerdam echter weinig. Gewoon de klok indrukken (zonder een zet te doen), mag dat in zo’n geval nog?