A Chess Biography of Rudolf Spielmann
Al een aantal maanden zit er een boek in mijn werktas. Af en toe komt het boek eruit. Elke keer neem ik me voor het weer sneller te pakken, maar de waan van de dag, week en maand houden het boek uiteindelijk alleen maar langer in de tas. Het is zonde, want het is een goed boek. En mijn recensie heeft veel te lang op zich laten wachten, waarvoor excuses aan de altijd sympathieke mensen van uitgeverij Elk and Ruby.

Mensen die mijn recensies volgden (laatste was in 2024), weten dat ik wel vaker boeken met een historisch tintje eruit licht. De combinatie van geschiedenis en ons mooie spel is wat mij betreft een goede. En ook dit boek is een goede herhaling van het beproefde concept. Auteur Bogdanovich schreef eerder ook al schaakbiografieën van Winawer en Boguljubov. De laatste heb ik eerder gerecenseerd, zie hier.
Net als in de eerdere werken, weidt Bogdanovich eerst wat uit over de geschiedenis van, in dit geval, Spielmann en gaat hij daarna in de op de schaakpartijen. Die schaakpartijen zijn onderverdeeld op thema’s, startend met vier grotere hoofdstukken en gevolgd door negen kleinere hoofdstukken met vaak minder voor de hand liggende thema’s. In de bijlage heeft hij tot slot een, naar zijn zeggen, niet eerder vertaald stuk van Spielmann zelf genaamd in het Engels “From the sickbed of the King’s Gambit’. Voordat ik wat voorbeelden geef, nog even een reden waarom ik dit soort boeken van spelers uit het verleden zo graag koop: motivatie! Allereerst omdat het spel pre-computertijdperk soms zo begrijpelijk zijn. Natuurlijk, het niveau is vaak ook boven dat van de meeste amateurs, maar de partijen geven je het idee dat je het zelf (op een goede dag) ook kan. Ten tweede haal ik vaak openingeninspiratie op uit dit soort boeken. Zeg nou zelf, hoe kan je je tegenstander beter verrassen, dan met een 100-jaar oud nieuwtje…
Kort over Spielmann
Ik houd het kort, want ik wil hier niet te veel over verklappen. De auteur beschrijft het leven van de in 1883(!) geboren Oostenrijker zowel chronologisch als kleurrijk. De draad wordt opgepakt bij een toch al wat oudere tiener die desondanks wordt aangemerkt als ‘talent’ door sommigen. Hoewel Oostenrijker en geboren in Wenen, leeft hij ook een groot deel in Duitsland. De ‘Weense school’, die positioneler is dan de ‘alles voor de schoonheid’ romantische school lijkt niet per se de grootste stempel op Spielmann te drukken. Zoals je misschien kon opmaken uit de introductie, is Spielmann zeker ook romantische spelers te noemen. De ode aan een stervend Konings Gambiet schetst dat beeld, naast een groot aantal geweldige aanvalspartijen, in ieder geval wel. Naast het schaakbord drukte de geschiedenis een grote stempel op zijn leven. De als Jood geboren Spielmann kende helaas genoeg ellende in het roerige tijdperk van de vroege 20e eeuw en stierf tijdens de tweede wereldoorlog in Stockholm (1942).
Vier centrale hoofdstukken
De eerste vier hoofdstukken zijn allemaal opgedeeld in kleinere thema’s. Twee van de vier hoofdstukken, te weten hoofdstuk 2 ‘I’m Coming After You!’ en hoofdstuk 4 ‘Positional Play´ bestaan beiden uit zo’n 100 pagina’s en maken daarmee zo goed als de helft van het boek op. De andere twee zijn kleiner, samen ook nog zo’n 100 pagina’s lang. Veel van de thema’s had je ook goed kunnen vinden in andere boeken. De partijen die worden gegeven gaan in op thema’s als hoe je een aanval start, het gebruik van isolani’s in de aanval of de aanval op een (niet-)gerokeerde koning. Positionelere thema’s zijn er ook genoeg, zoals het spelen met een pionnenmeerderheid op een flank, het bezitten van een van beide kleuren, of positionele offers. Op de naam van het eerste hoofdstuk na (waar je met een beetje schaakkennis vast ook wat wel bij kunt inbeelden), zijn alle hoofdstukken en thema’s erg duidelijk en vaak ook bekend. Hoewel ik zelf wel houd van een beetje structuur, vraag ik me af of deze thema’s al met al niet iets te ‘droog’ zijn en de aandacht afleiden van waar het uiteindelijk om gaat in dit boek: Spielmann zelf! Dus, om te voorkomen dat je blijft hangen in de inhoudsopgave, hierbij een mooie aanvalspot van Spielmann, te vinden onder het kopje “Horwitz bishops”. Voordat ik het vergeet, de auteur combineert vaak zijn eigen analyses met die van tijdgenoten van Spielmann (of dat van Spielmann zelf). Dit maakt het erg leerzaam. Elk thema krijg ook een korte introductie, zodat je weet wat het inhoudt. Eerst even de genadeklap, ziet u hoe wit hier kan winnen?
Dan nu de partij, met wat eigen analyse in het Nederlands. Het antwoord is te vinden aan het einde van de partij.
Het vijfde en laatste hoofdstuk van de grote vier (hoofdstuk 1 was de biografie) gaat over openingen. Ook hier zit er genoeg tussen wat interessant kan zijn als extraatje op je repertoire. Naast dat Spielmann ook regelmatig 1.d4 speelde, bracht hij ook het Koningsgambiet weleens van stal. En deze pot tegen Grünfeld mag er wezen. De typische KG-offers zitten er in, maar ze blijven me verbazen:
Overige hoofdstukken
De ‘kleine’ negen hoofdstukken aan het eind van het boek zijn minder eenduidig, met titels als ‘Entertainment is Nearby’ en ‘The Thorny Path to Immortality’. Maar in tegenstelling tot de eerste hoofdstukken mag je ook wel wat mysterie hebben voordat je een boek koopt. Opvallend is dat hoofdstuk 9 best lang ingaat op de ‘DAUT-principles’ (‘Don’t Analyse Unnecessary Tactics’) door de partijen van Spielmann te analyseren aan de hand van deze principes. De principes zijn overigens afkomstig uit een boek van GM John Nunn. Al met al klinkt er door het boek heen duidelijk ook een docent die wil dat je naar huis gaat met een boodschap. Enkel even door wat potjes heen bladeren is niet wat dit boek is.
Conclusie
Zoals ik al zei, het is een beproefd recept. Een goed recept. Als trainer vind ik het erg fijn om aan de hand van de inhoudsopgave snel naar een thema toe te gaan. Als speler zou ik dit ook zo kunnen gebruiken, ware het niet dat voor mij de meeste thema’s bekend zijn. Qua entertainment waarde hoef je bij Spielmann niet bang te zijn. Wat ik waardeer aan zijn stijl is dat hij doorgaans laat zien hoe stukken goed staan en vanuit een goede basis vaak bijzonder weet aan te vallen. Dat ‘gezonde’ heeft nog wel eens ontbroken aan mijn eigen spel, dus wellicht is dat waarom het mij trekt. Het spel is verre van saai of droog, meerdere keren wordt benadrukt dat Spielmann voor de aanval zou gaan als hij nog kansen zag. De auteur geeft verder erg goed commentaar zonder overmatige varianten te geven, wat het boek goed leesbaar maakt voor meerdere niveaus.
Titel: A Chess Biography of Rudolf Spielmann
Auteur: Grigory Bogdanovich
Aantal bladzijden: 460
ISBN: 9785604676677
Uitgeverij: Elk and Ruby
Gepubliceerd: 2023
Link naar onze recensenten met hun recensies



“Wat is dat nou weer voor irrelevants?!”, uitroep van Rob Brunia over de partij tegen Grünfeld.
Ik heb het vermoeden dat je het niet helemaal met Brunia eens was, en daar kan ik me wel in vinden.
Spielmann was inderdaad van de romantische school en heeft zelf in het Duits een boek geschreven over de kunst van het offer in de schaakpartij. Dat is in 1951 in een revised edition in het Engels uitgegeven als The Art of Sacrifice in Chess. Het geeft niet zozeer thema’s, maar een indeling in soorten offers. Die partij van Spielmann tegen Grünfeld uit 1922 staat daar ook in. Heeft de auteur dit boek vermeld en wat zegt hij hierover?
365chess.com/game.php?gid=2438651
en Stockfish 18!
Zelfs 16… Lxf4 17.Lxf4 Ld7 18.Tae1 Pce7! i.p.v. door Grünfeld gespeeld 16… Ld7? scoort beter dan 12… De7 (“wins easily” — Fischer, eerder wél en merkwaardigerwijze nu niet meer werkende link naar zijn artikel in noot 3 van en.wikipedia.org/wiki/King%27s_Gambit,_Fischer_Defense , in die versie met algebraïsche notatie ontbreekt de slotzin “(Thank you, Weaver Adams!)”), 12… De7 is eerder aanbevolen geweest door Tartakower.
12… Lh3 is het sterkste, dan zijn 13.Tf2 (volgens de na-oorlogse Euwe door Spielmann bepleit) van Tartakower, mits na 13… Dd7 niet zijn 14.e5 maar alsnog 14.Dh5, en door Spassky gespeeld 13.Dh5 (in toernooiboek van Grünfeld en Becker met 15.Lb5? voortgezet, Spassky deed 15.Pf3?) na het beste 15.Pf5 Lxf5 met score -1. of hoger voor Zwart gelijkwaardige zetverwisseling.
Fischers 10… De7 op voldoende diepte in de computerwaardering op één, biedt miniem zwart voordeel, analysevariant van Stockfish 18 11.h3 h5 12.e5 dxe5 13.Pe4 Lf6 14.hxg4 hxg4 15.Pxf3 of direct 14.Pxf3 (-0.23 resp. -0.12 op diepte 60, zoek de verschillen!).
Op 7.g3 en 7.c3 Pc6 8.g3 doet Fischer … g5-g4, Zwart heeft beter.
Ook gaat ook hij er onder meer aan voorbij dat Spielmann (later ook Spassky) op f3 het verkeerde paard offert.
De link naar het artikel van Fischer werkt nu weer wél!
Stockfish 18: na 10… Lf6 van weerskanten only move na only move, te weten 11.Phxf3! gxf3 12.Dxf3 Lh3 13.Tf2 Dd7 14.e5 Lg4 15.De4 dxe5 16.Pb3 h5 17.Pc5 De7 18.Pxb7 Pd8 19.dxe5 Dxe5 20.Pd6+ cxd6 21.Dxa8 (=0.00).
De sterkste weerlegging van de Tartakower-analyse 12… Lh3(!, 12… De7 was zijn aanbeveling en die van Fischer) 13.Tf2 Dd7 14.e5(?) dxe5(!, er is in de literatuur veel aandacht voor de dwaalweg 14… Lxh4?) 15.dxe5 is 15… o-o-o!, zoals ik eind jaren ’60 samen met Arend van Dop heb geanalyseerd, ik heb het in mijn aantekeningen teruggevonden en nu bevestigt de computer ons gelijk.
Jerzy Konikowski en Uwe Bekemann geven een uitroepteken in Königsgambit — richtig gespielt aan het offer van het verkeerde paard op f3, zowel in hun eerste editie van 2012 als in de tweede “vollständig überarbeitete, erweiterte und aktualisierte Fassung” van 2022.
Leerzaam: op 10… Pge7? is 11.Pdxf3 wél het goede paard!