De laatste koning

Woensdag 21 januari 2026. Het is stil in de grote speelzaal van Tata Steel Chess. Niet de zenuwachtige stilte die heerst bij de start van elke speelronde, na de traditionele gongslag. Vanaf dat moment gonst de speelzaal van het geschuif van de stukken, het getik van de klokken of liever het getik óp de klokken en natuurlijk het gefluister van de rondlopende arbiters en toeschouwers.

Nee. Het is écht stil. De middag is voorbij, het is al bijna 19 uur. De meesters en grootmeesters zijn al lang uitgespeeld en vertrokken. Ze hadden vandaag een korte werkdag. Ook de amateurs zijn weg. De soep­juffrouw heeft haar buffet opgeruimd en de beveiligers – strenger dan ooit tevoren – zijn naar de bar verhuisd. Alleen de arbiters zijn er nog. Geroutineerd controleren ze de vele speeltafels en stellen ze de klokken in voor de volgende speeldag. Ze doen het zwijgend, want aan het eind van de zaal, in het amateurgedeelte, is nog één partij gaande. Voorzichtig loop ik ernaartoe. Het is een partij in groep 3C. Beide spelers zitten geconcentreerd aan tafel. Veel tijd hebben ze niet meer, elk nog ongeveer 8 minuten, al zorgt het increment van 30 seconden na elke zet voor een tijdelijke verlenging. Vlak naast de beide spelers zit clubgenoot Rens Minnema, hij speelde in de groep ernaast, in 3B, en won zijn partij na harde strijd. Het maakte zijn verblijf in de vierkamp enigszins goed. Met een resultaat van 1.5 uit 3 kan hij tevreden zijn. Rondom het bord van de twee spelers staan, op enige afstand, een paar andere clubgenoten. Ik herken Rob de Vries, Ben Ahlers en Dirk Brinkman.

(Rens en Hans Minnema beiden nog in actie, Rob en Dirk kijken toe, links op de voorgrond Milan Koning; foto Lennart Ootes)

De afgelopen dagen hebben we allen meegespeeld met de zogenaamde weekvierkampen. Amateurs uit alle windstreken spelen mee. In mijn vierkamp, 2C, ontmoet ik oude bekende Sjoerd Wiarda. Hij werkt bij een onderdeel van het ministerie van BZK, in het oude gebouw van het ministerie van Onderwijs op de Europalaan van Zoetermeer. Hij vertelt me dat de aldaar gevestigde ‘dienst’ een eigen schaakclub heeft, schaakclub PION, ook wel geschreven als S-PION (…). In mijn groep zit ook de bekende schaker en schaak-organisator “triple J”: Jan Jaap Janse uit Utrecht, een oud-collega van onze voorzitter. Leuk om hem eens te spreken en om herinneringen op te halen aan de Utrechtse schaakvereniging Paul Keres in de vorige eeuw, ook al ga ik wat verder terug dan hij. Hij speelt overigens in de tweede ronde een spectaculaire partij tegen Sjoerd Wiarda, die hij zelf maar eens moet laten zien, vind ik. De vierde deelnemer aan onze vierkamp is een jonge Indiase speler, Arun Manukonda, een schaaktrainer die een soort ‘tussenjaar’ heeft in Europa en die het leuk vindt om ook even mee te doen met Tata Steel Chess. Een mooie kans voor hem om zijn beroemde landgenoten te zien spelen. Hij komt uit een voor mij onbekende stad in India, Haiderabad, met maar liefst 12 miljoen inwoners. In de groep naast ons spelen een paar Duitsers. Een van hen is dr. Michael Negele; hij heeft de laatste tien jaar gewerkt aan een omvangrijke biografie in drie delen over oud-wereldkampioen Lasker. Voor hem is de vierkamp een kleine vakantie. Hij maakt foto’s van ons en geniet van de goede sfeer. Als zijn tegenstander meldt dat hij met een koptelefoon op speelt, knikt hij gemoedelijk, ook al is hij juist naar Wijk aan Zee gekomen voor het persoonlijke contact.

Tata Steel Chess, beter nog Wijk aan Zee, is voor mij een soort oase. Een plek zonder haast, zonder stress en zonder smartphones en apps die voortdurend om aandacht vragen. Met grafiet en fijnstof in de lucht, maar te weinig om mij als bezoeker te verontrusten. Mijn bezoek aan het toernooi voelt als een tijdreis naar 1972, toen ik net als veel anderen begon met schaken. Als ik het dorp inrijd heb ik hetzelfde gevoel als bij een bezoek aan Texel. Alsof de tijd stilstaat. De lelijkheid van de speelzaal “De Moriaan” deert me niet. Van de grote hoogovens aan de horizon van het schilderachtige dorpje, waar mijn vrouw niet zonder afgrijzen naar kan kijken, heb ik evenmin last. Ik droom van een paar leuke partijen, liefst spannende remises, een bezoekje aan café De Zon, een mooie overwinning van Anish Giri, een kop erwtensoep en een paar leuke contacten. Meer niet. In 2016, precies tien jaar geleden, speelde ik tegen Roel van Duijn, de bekende Amsterdamse provo, een dag voor zijn 73e verjaardag. Hij is er dit jaar niet bij.

Beste lezer, ik ga weer terug naar de speelzaal. Achter het laatste actieve bord dat ik hiervoor al noemde zit een jonge student uit Delft, Milan Koning. Hij staat op 1,5 uit 2 en hoopt vandaag zijn vierkamp te winnen. Misschien lukt het hem ook om de ELO-grens van 2000 te passeren. Daar is hij zo langzamerhand wel aan toe. Tegenover hem, met zwart, zit Hans Minnema. Aan zijn gezicht is af te lezen dat hij er niet goed voorstaat. Zijn vierkamp dreigt op een fiasco uit te lopen, hij staat op 0 uit 2 en er moeten gekke dingen gebeuren wil het geen 0 uit 3 worden.

De arbiters hebben de stukken weer opgezet en alle klokken ingesteld. Ze schuifelen nog wat rond in hun merkwaardige tenue dat me nog het meest doet denken aan de oranje overalls van de ‘inmates’ van Amerikaanse gevangenissen. Aart Strik, een van de meest ervaren arbiters, schiet me even aan. Hij weet dat ik met pensioen ben en vraagt me waarom ik niet met de tienkampen mee doe. Ik schud mijn hoofd. “Dat overleef ik niet, zoveel partijen achter elkaar”. Hij lacht. “Dat valt mee hoor, het is relaxter dan je werk in Den Haag.” Ik beloof hem dat ik er nog eens over zal nadenken en loop zachtjes weer naar de hoek waar Hans speelt.

Hans Minnema verstaat als geen ander de kunst van het ongelukkig kijken. Met de linkerhand karakteristiek draaiend in zijn haar kijkt hij wanhopig rond. Ik knik hem bemoedigend toe, maar geef geen cent voor zijn kansen. De witspeler heeft een vrije a-pion, die ongehinderd op kan rukken. Ik zie niet hoe Hans de stelling kan houden. Maar het gekke is dat de witspeler over elke zet lang na moet denken. Hij lijkt niet zeker van zijn zaak. Zonder dat we dit afspreken, besluiten we als aanwezige clubgenoten een mentaal cordon te vormen om Hans te steunen. Met 0 uit 3 kan hij niet thuiskomen. Hans geeft schaak: Pd2+. De witte koning gaat naar c3. Is dat verstandig? Ineens zien we een sprankje licht. Hans ook. Hij slaat met zijn paard op f3. Zie diagram 1.

Na a4 volgt nu Pxh4. Kan wit dan geen dame halen? Nee. Via f5 en d6 kan de witte pion op a7 dan nog net gearresteerd worden met Pb5+. Dat is het bezwaar van Kc3. Zou Hans toch nog remise kunnen maken? Ik geloof er niets van, maar besluit om het cordon niet te verbreken. We blijven staan en stralen uit dat deze partij nog lang niet gespeeld is. Ons vooruitgeschoven medium is Rens, hij heeft van nature een sterke band met Hans en brengt onze boodschap zonder een woord te zeggen over. Hans gaat rechtop zitten. De witspeler denkt opnieuw lang na, de handen voor het eerst aan zijn hoofd. Hij heeft nog 4 minuten bedenktijd. Genoeg om te winnen, maar hij lijkt de winstweg niet door te hebben. En als je het niet doorhebt, dan zie je het niet. Het cordon van Promotie-leden zet een half stapje naar voren. De cirkel om het bord wordt kleiner. We voelen allemaal wat er gaat gebeuren.

De witspeler besluit om zijn koning niet naar voren te schuiven, maar opzij, naar d3. Dat is nog steeds winnend, maar het lijkt erop dat hij geen goed plan heeft. Even later gaat het witte paard naar g1. De eerste echte fout. Dat is het moment voor Hans om met zijn koning te infiltreren, ter ondersteuning van zijn h-pion. De klok van wit loopt terug naar 2 minuten. Hij ziet het niet meer en besluit tot een wanhoops­offer: Pe4?? Hans ziet al snel dat dit offer ongevaarlijk is. Hij pakt het paard en speelt kort daarna de winnende zet h2. Zie diagram 2. Wit kan met zijn d-pion doorlopen naar dame. Maar zwart is eerder en kan met zijn dame direct mat geven op e1.

Het drama voltrekt zich. De witspeler zet de klok stil en geeft op. Diep verslagen loopt hij weg. Het huilen staat hem nader dan het lachen. Weg is de groepswinst, weg zijn de ELO-punten.

Hans kijkt ons half ongelovig, half opgetogen aan. Zijn score van 1 uit 3 is niets bijzonders, maar hij voelt net als wij dat er iets bijzonders is gebeurd. Ook hij heeft de kracht van het mentale cordon ervaren. Later bij het diner, bekijken we zijn partij. Het blijkt dat hij vrijwel tot het eind verloren stond, maar dat is computer­wijsheid. Wij zagen de partij kantelen en we wisten dat hij een resultaat zou halen. En we wisten ook dat het een overwinning zou worden. Onmogelijk. Maar het gebeurde wel.

Ik moet denken aan de musical “The last Ship” van Sting, die ik onlangs bijwoonde in Carré. Tegen de klippen op besluiten de bootwerkers op een Engelse scheepswerf een schip af te bouwen en te water te laten. Hun laatste schip. Een magisch moment. Zo is het ook met Hans. Als een koning verlaat hij de speelzaal. De laatste koning. Vergeten zijn de verliespartijen van de vorige dagen, vergeten de soms wat matige prestaties van het Promotie-legioen. Schaken is net als tennis. Wie het laatste punt wint, die wint de partij. En wie de laatste partij wint, die is kampioen.

1 Reactie

  1. Avatar
    Robert Leenes 18 februari 2026

    En wie het mooiste verslag schrijft, die is de echte koning van Wijk aan Zee!

    Dankjewel Jan Willem, jouw sfeerverslag is veel leuker om te lezen, dan dat stuk tekst dat Matthijs Dijkstra door ChatGPT liet genereren (al was dat wel een goed geslaagde grap!)

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.