Anish Giri enthousiast in nieuw ‘prep’ project: ChessMonitor
Anish Giri heeft zich als mede-eigenaar en product visionair verbonden in een nieuw digitaal schaakproject, samen met de Duitse IT-specialist en ontwikkelaar Thomas Dondorf.
Anish Giri zegt op X (voorheen Twitter) erg trots te zijn op zijn inhoudelijke en zakelijke betrokkenheid bij het nieuwe ChessMonitor.
De bedoeling ervan is een grote praktische bijdrage te leveren aan de partijvoorbereiding van wedstrijdspelers (dmv een website / cloud & App’s voor Android en iOS), die voor hun ‘preps’ dan nooit meer een laptop en/of tablet nodig hebben met databases en software – als bijvoorbeeld Chessbase en Hiarcs.
Het project is pas begonnen maar er bestaan al wel een website en een smartphone bèta-app; Giri heeft hoge verwachtingen van het resultaat waarin de professionele opzet van ChessMonitor zal uitmonden.
Wat (vooralsnog) de prijsstelling van ChessMonitor betreft:
– gratis kennismakingsversie
– plusabonnement € 7,90 per maand
– voor professionals € 59,90 per maand
Er wordt 25 % korting gegeven bij het afsluiten van een jaarabonnement, bij betaling van twaalf maanden vooruit


Heb de website ChessMonitor tamelijk goed bekeken vandaag; en zal Thomas en Anish (desgevraagd) onderling goed met positieve kritiek beantwoorden, natuurlijk vooral uit m’n verkoopervaring van schaakboeken en software bij Van Stockum; omdat ik hoop een bijdrage te leveren aan het succes van hun initiatief.
Maar een enkel punt zal ik hier vast in z’n algemeenheid noemen, wat ook geldt voor Chessbase, Hiarcs en TWIC (The Week in Chess).
Nog steeds wordt de enorme omvang van partijdatabases (als Chessbase jaarlijkse nieuwe Mega Database) gelooft als zijnde TOP !
Dat is een groot misverstand. In beginsel is het best nuttig om zo’n bestand van 10 miljoen of nog meer potjes ergens op te slaan, maar het is volstrekt CONTRAPRODUCTIEF om dat totale bestand als REFERENTIE te gebruiken voor openingsonderzoek, partijvoorbereiding, historische verslaggeving et cetera.
Al vele jaren gebruik ikzelf die GIGA hoeveelheden partijen, door zwaar filteren voor diverse veel kleinere databases. Zoals:
– een Wch bestand met slechts alle partijen van wereldkampioenen (van Steinitz t/m Gukesh);
– een correspondentieschaakbestand met alle partijen uit de laatste 5 jaar, met twee spelers die beide minimaal een ICCF Elo hebben van minimaal 2100;
– een OTB bestand van partijen met een gemiddelde Elo van minimaal 2500, Rapid 2600 plus, Blitz 2700 plus.
Verder schrap ik uit alle databases die ik als referentie gebruik, alle onnozel becommentarieerde partijen, behalve die van absolute topspelers – omdat Stockfish / Leela e.d. er doorgaans gehakt van maken;
en ik houd een apart databasesysteem bij van openingen waar superengines – naar blijkt – geen strategisch / goed positioneel idee over hebben / bijvoorbeeld gesloten systemen, met diverse mogelijke opties (neem de Stonewall, de Moderne Philidor en met Wit de Botvinnik variant van het Engels).
Zogenoemde Mega of Giga databases zijn de basis, maar wat nodig is om op basis daarvan (veel kleinere) specifieke ‘kwaliteits-bases’ samen te stellen met diverse functies, als OTB en CC ‘prep’, historische verslaggeving en dergelijke. Vind ik.
Wat Jullie ?
Als ik een zwart variant wil leren maak ik databases van partijen met die variant met witspeler ongeveer 2200 elo tegen zwartspeler 2000 met een vlotte winst voor wit. Kijken waar je als zwakkere speler de mist in kan gaan. Daarna 2000 tegen 2200 met een vlotte winst voor zwart om te zien waar je kansen liggen. Voor witvarianten alles andersom.
Dat vind ik ook wel een mooi concept van jou Wijnand – en leerzaam lijkt me.
Ik kan alleen maar spreken over correspondentieschaak omdat ik wegens gezondheid al meer dan 10 jaar geen bordschaak meer speel. Maar ik denk dat iedere serieuze correspondentieschaker wel filters toepast op de beschikbare databases. Zelf doe ik ongeveer hetzelfde als jou, maar dan met wat andere bronnen en andere kaders. Zoiets is denk ik ook heel persoonlijk en iets wat je misschien over de loop van tijd ook leert bij te stellen zodat je database voor jou steeds relevanter word.
Verder heb ik zelf een beetje een afkeer tegen (veel van) de producten van Chessbase. Het is me allemaal veel te commercieel en draait vaak om hoeveelheid boven kwaliteit. Vaak is een database alleen maar kunstmatig opgepompt met veel partijen van een bedenkelijk niveau waar je dan toch weinig aan hebt.
Ik heb door gebruik van alleen maar gratis producten nu voor mezelf een leuk niveau bereikt qua correspondentieschaak en speel interessante partijen tegen vaak nog interessantere mensen die ook wel van een praatje houden. Dat is voor mij het voornaamste plezier van spelen bij de ICCF.
Al blijft de openingsstudie en het maken van eigen openingsboeken en databases natuurlijk ook een interessante bezigheid waar ik vaak tijd in steek als ik even niet zoveel actieve partijen heb.
Wat een werk Frans! Gaan je schaakresultaten hiermee er ook op vooruit?
Nou Caesar64, de vrienden en clubgenoten die m’n ‘quality’ databases gebruiken hebben daar wel profijt van. Vrij sterke wedstrijdspelers.
En zelf, ach misschien met CC wel wat. Maar op mijn 66ste, met wat geheugen- en conditieproblemen, en niet veel OTB meer spelend … Hmm. Ben al zo’n 300 Elo t.o.v. vroeger omlaag gekukeld, hoewel dat zeker niet aan m’n databasewerk is te wijten & ik vermoed ons spelletje positioneel / strategisch zelfs wat beter te begrijpen dan toen ik jonger en wat succesvoller was. Maar het blijft leuk om er mee bezig te blijven, vind ik.
Nog even een aanvulling.
Alle partijen van jeugdspelers met een Elo onder de 2000 verwijder ik direct uit m’n ‘basic referentie database’. Maar ik bewaar ze wel !!!
Want sommige van die meisjes en jongens stomen door naar het (groot)meesterschap en de elite. Neem bijvoorbeeld Faustino Oro, Yagiz Kaan Erdogmus of in NL Eline Roebers. En in zulke gevallen takel ik hun oude jeugdpartijen (toen ze nog lage Elo’s hadden) terug in de referentiedatabase(s) – omdat die door hun sterke ontwikkeling, dan van SCHAAKHISTORISCH belang zijn geworden.
Maar het overgrote merendeel van nieuwe OTB partijen onder een gemiddeld Elo-niveau van 2000, vind ik bezwaarlijke overtollige ballast. Niet alleen van de jeugd, ook van doorsnee onderbonds clubspelers op volwassen leeftijd. Ik sta echter positiever t.o.v. betrekkelijk laag gerateerde correspondentieschaak partijen bij de ICCF in de laatste vijf jaar (maar absoluut niet bij ChessCom), omdat die bijna allemaal (boven Elo 2000) zijn gespeeld met behulp van super engines – meestal Stockfish – omdat dat binnen de ICCF akkoord wordt gevonden.
Voor professionals en hun secondanten worden de (gratis !) jaardatabases van de ICCF steeds belangrijker, in het bijzonder voor openingsonderzoek en in het OTB toernooi- en matchspel bruikbare ‘nieuwtjes’ en nog niet zo bekende strategische middenspel concepten.
Hoe je een database gebruikt ligt ook aan je eigen niveau. Als je een enthousiaste schaker op een wat lager niveau bent, is een uitgebreide database ideaal om het repertoire van je volgende tegenstander te vinden. Zonder deze informatie wordt gericht voorbereiden al lastig. Daarna kun je bv kijken naar partijen van een bepaald niveau, maar ook in een ouderwets openingsboek.
Ik heb als probleem dat veel tegenstanders in mijn club geen toernooien spelen en ook geen theorie kennen. Dan is het dus ook moeilijker om voor te bereiden. Het eindigt bij veel spelers al bij 1. c4 of 1. d4 en dan zien ze wel. Ik heb slechts twee mensen die flink wat theorie kennen, waartegen mijn score dan, tot nog toe, ook positief is. Ik geef toch de voorkeur aan boeken boven databases, vooral boeken zonder computeranalyses.
“Denn was man schwarz auf weiß besitzt,
kann man getrost nach Hause tragen.”