Schaken is “Oorlog zonder bloedvergieten”

Bron: Patrimonio Nacional. Real Biblioteca del Monasterio de El Escorial, Spanje.
Een verrassend venster op schaakgeschiedenis en menselijke waardigheid
Soms verschijnt er een artikel dat je niet alleen iets nieuws leert over schaken, maar ook over de wereld eromheen. Dat geldt zeker voor het stuk van Lodewijk Dros in Trouw van 23 april, over onderzoek van historica Krisztina Ilko naar de rol van het schaakspel in de middeleeuwen.
Wie denkt dat schaken in de geschiedenis uitsluitend een spel was van vorsten, kloosters en elites, komt hier bedrogen uit. Dros laat zien hoe Ilko het schaakbord beschouwt als een plek waar bestaande maatschappelijke verhoudingen tijdelijk konden worden opgeschort. In haar woorden was schaken een “tot nu toe over het hoofd geziene bron … voor intellectuele uitwisseling tussen mensen met verschillende huidskleuren.”
Dat is een intrigerende gedachte. In een tijdperk waarin ongelijkheid en vooroordelen diep verankerd waren, bood het schaakspel kennelijk ruimte voor iets anders: ontmoeting, competitie op basis van talent en wederzijds respect voor denkkracht.
Een prachtig voorbeeld haalt het artikel uit het beroemde Libro de axedrez uit 1283. Daarin wordt een scène beschreven waarin een zwarte speler op winst staat tegen een geestelijke tegenstander. Dros merkt scherp op dat dit niet strookt met “het stereotiepe beeld dat zwarte mensen in de middeleeuwen per definitie het onderspit dolven”.
Juist daarin schuilt de kracht van dit artikel: het corrigeert simplificaties zonder te romantiseren. Ilko ontkent nergens dat racisme bestond. Integendeel, Dros schrijft expliciet: “Racisme was toentertijd wel degelijk wijdverbreid.” Maar tegelijk toont zij aan dat het historische beeld rijker en complexer is dan vaak wordt aangenomen.
Ook de beschrijving van schaken als “oorlog zonder bloedvergieten” en als “een rechtvaardige wereld”, gestuurd door ordelijke zetten, is raak gekozen. Iedere schaker herkent daarin iets wezenlijks: op het bord gelden regels die voor beide spelers gelijk zijn. Status, afkomst en uiterlijk verdwijnen naar de achtergrond zodra de klok loopt en de eerste zet is gedaan.
Bijzonder interessant is ook de aandacht voor de invloed van de islamitische schaakcultuur. Dros noteert dat in de tijd van koning Alfonso Europa achterliep op de wetenschap in islamitische landen, en dat veel schaakproblemen in het Spaanse schaakboek de “islamitische speelstijl” volgden. Dat onderstreept opnieuw hoe internationaal en grensoverschrijdend schaak altijd is geweest.
Het slot van het artikel is misschien wel het mooiste. Volgens Ilko konden spelers “met hun intellectuele bekwaamheid de bestaande racistische ideeën tarten en ter discussie stellen”. Dat is een krachtige gedachte, ook voor onze tijd. Schaken is meer dan sport, meer dan spel, meer zelfs dan cultuurgeschiedenis. Het is ook een oefening in gelijkwaardigheid.
Lodewijk Dros – loot van de Texelse schaak- en kunstfamilie – verdient lof voor de heldere manier waarop hij wetenschappelijk onderzoek toegankelijk maakt voor een breed publiek. Hij schrijft soepel, beeldend en met gevoel voor nuance. Daardoor leest het artikel niet alleen als geschiedenis, maar ook als een actuele reflectie op samenleven.
Voor schakers is dit stuk extra waardevol. Het herinnert ons eraan dat het bord met 64 velden al eeuwenlang een plaats is waar verschillen kunnen worden overbrugd. Niet altijd, niet volmaakt, maar wel betekenisvol.
Een aanrader voor iedereen die van schaakgeschiedenis houdt — en voor iedereen die wil begrijpen waarom schaken altijd meer is geweest dan alleen zetten uitvoeren.

