Kritiek op dr.Ilko’s bevindingen

door: Joop Burgerhout, Voorschoten

In de Trouw van 22 april jl. wordt het prijswinnende essay van dr. Krisztina Ilko lovend gerecenseerd. Volgens dr. Krisztina Ilko fungeerde het schaakspel in de middeleeuwen als een relatief ‘kleurenblinde’ vrijplaats, waarin intellectuele superioriteit prevaleerde boven huidskleur, ondanks het bestaan van wijdverbreid racisme. Dit klopt niet volgens mij. Dr. Ilko’s studie projecteert hedendaagse concepten van ‘ras’ en ‘racisme’ in sterke mate op de middeleeuwse periode. Dit resulteert in een anachronistische interpretatie van de historische bronnen.

MIDDELEEUWEN: GEEN MODERN BIOLOGISCH RACISME

In de middeleeuwen bestond geen modern biologisch racisme, dat ‘ras’ beschouwt als een erfelijke, biologisch gefixeerde en hiërarchisch geordende categorie, primair gebaseerd op huidskleur en later geassocieerd met slavernij, kolonialisme en negentiende-eeuwse pseudowetenschap.

Wel maakten middeleeuwse samenlevingen wel degelijk onderscheid tussen mensen, maar dat gebeurde vooral langs andere lijnen dan ras in de moderne zin. Religie stond centraal: een christen werd fundamenteel anders bekeken dan een jood, moslim of heiden. Bekering bood daarbij vaak een uitweg; wie zich tot het christendom bekeerde, kon in principe deel worden van de gemeenschap. Daarnaast bepaalde de sociale stand iemands positie: adel, geestelijkheid, boeren en stedelingen vormden strikte hiërarchieën die het dagelijks leven en de kansen van mensen sterk bepaalden. Etniciteit, cultuur en taal speelden eveneens een belangrijke rol – men onderscheidde Franken van Saksen, Mongolen van Saracenen en Ethiopiërs van Europeanen. Geografische herkomst was vaak doorslaggevend: iemand met een donkere huidskleur werd doorgaans gezien als afkomstig ‘uit het zuiden’ of als ‘Moor’. Zo’n herkomst werd geassocieerd met warmte, exotisme en soms wonderlijke kennis, maar niet automatisch met biologische inferioriteit.

Huidskleur bezat vooral een symbolische betekenis (zwart als duisternis, zonde of het exotische; wit als zuiverheid), die flexibel en contextafhankelijk was. Kennisoverdracht verliep niet via een vermeende ‘blanke’ lijn, maar volgde geografische routes via Spanje (Al-Andalus), Sicilië en Constantinopel. Een groot deel van de Griekse filosofische en wetenschappelijke erfenis bereikte Europa juist via islamitische geleerden. Ontdekkingsreizigers beschreven de niet-Europese wereld vaak met oprechte bewondering. Ik geef enige voorbeelden:

Voorbeelden van cross-culturele intellectuele uitwisseling

Deze cross-culturele uitwisseling blijkt duidelijk uit de intellectuele geschiedenis van de periode. Avicenna (980-1037), de Perzisch-Arabische arts en filosoof, schreef de Canon medicinae, een encyclopedisch werk dat eeuwenlang hét standaardhandboek was aan Europese universiteiten als Parijs en Montpellier. Hij werd er vereerd als de ‘prins der artsen’. Averroes (1126-1198), de Andalusische moslimfilosoof en jurist, leverde revolutionaire commentaren op Aristoteles die een enorme invloed uitoefenden op Thomas Aquinas, Albertus Magnus en de hele scholastieke traditie; zijn denken leidde zelfs tot een eigen stroming: het averroïsme. Maimonides (1138-1204), de Joodse filosoof, arts en jurist uit Córdoba, fungeerde met werken als de Guide for the Perplexed als belangrijke bruggenbouwer tussen joods, islamitisch en christelijk denken. Thomas Aquinas (1225-1274) zelf integreerde deze aristotelische traditie – via Avicenna, Averroes en Maimonides – op meesterlijke wijze met de christelijke theologie. En Fibonacci (ca. 1170-1250) bracht de Arabische cijfers, inclusief de nul, naar Europa, een ogenschijnlijk eenvoudige maar revolutionaire bijdrage aan de wiskunde en handel.

Eveneens illustratief zijn de reisverslagen van Marco Polo (1254-1324), wiens werk een middeleeuwse bestseller werd en latere ontdekkingsreizigers inspireerde. De middeleeuwse wetenschap was inherent interdisciplinair en profiteerde sterk van de twaalfde-eeuwse renaissance, waarin de klassieke erfenis via de islamitische wereld opnieuw werd opgenomen.

DE SELECTIVITEIT IN DR. ILKO’S ANALYSE

Dr. Ilko erkent dat racisme in de middeleeuwen wijdverbreid was, maar presenteert het schaakspel desondanks als een soort ‘kleurenblinde’ vrijplaats, waarin intellectuele superioriteit de overhand had op huidskleur. Hoe aantrekkelijk dit beeld ook moge klinken, het is toch enigszins selectief. Het schaakbord fungeerde inderdaad vaak als metafoor voor een geordende kosmos, maar die orde bleef nadrukkelijk hiërarchisch en religieus van aard – christelijk of islamitisch. Een enkele zwarte winnaar bewijst daarom niet de afwezigheid van vooroordelen, net zomin als de aanwezigheid van een zwarte ridder in een hoofse roman of de koningin van Sheba in de bijbelse traditie wijst op algemene maatschappelijke gelijkheid. Dergelijke voorstellingen waren veelal uitzonderingen die een exotische of allegorische functie vervulden.

Toch zijn er wel degelijk positieve representaties van zwarte figuren te vinden. Sint-Mauritius bijvoorbeeld werd vanaf de dertiende eeuw regelmatig afgebeeld als een zwarte Afrikaan in ridderharnas en groeide uit tot een belangrijke beschermheilige van het Heilige Roomse Rijk en de Zwitserse Garde. Ook Sir Morien (Moriaen), de zwarte ridder uit de Arthur-traditie, wordt beschreven als ‘zwart als roet’ en toch als een nobele, dappere en hoogstaande figuur. En Balthazar, een van de Drie Wijzen, werd in de late middeleeuwen veelvuldig als Ethiopiër weergegeven, als krachtig symbool van de universele reikwijdte van het christendom.

Kritische vragen bij het artikel

Een belangrijke vraag is of Dr. Ilko de betekenis van haar hoofdbron,  het Libro de axedrez van koning Alfonso X, niet enigszins overschat. Dit luxe manuscript ontstond in het multiculturele Spanje van de dertiende eeuw, een regio met sterke islamitische invloeden via Al-Andalus. Het weerspiegelt vooral de dynamiek van een grensgebied vol culturele uitwisseling, en kan daarom moeilijk als bewijs dienen voor een pan-Europees raciaal egalitarisme. In Noord-Europa, waar het contact met de islamitische wereld vaak indirecter en conflictueuzer was, lag de beeldvorming van Saracenen of mensen met een donkere huidskleur doorgaans een stuk negatiever.

Daarnaast lijkt de symbolische betekenis van donkere huidskleur – die in sommige scènes met ‘verlies’ geassocieerd wordt – te gemakkelijk terzijde te worden geschoven. Middeleeuwse kunst en literatuur hanteerden kleur bij uitstek symbolisch; zwart kon duisternis, exotisme, zonde of afstand verbeelden. Meerdere interpretaties blijven daarom goed mogelijk.

Tenslotte rijst de vraag of hier niet een hedendaagse identiteitspolitieke lens meespeelt. Het artikel sluit aan bij een bredere tendens om de middeleeuwen als ‘diverser’ en ‘inclusiever’ voor te stellen dan de historische werkelijkheid waarschijnlijk toestaat – deels als begrijpelijke reactie op extreem-rechts misbruik van deze periode. Toch blijft het gevaar van anachronisme reëel: middeleeuwse mensen dachten niet in moderne raciale categorieën van ‘zwart versus wit’.

Bovendien wordt de bredere historische context mogelijk onvoldoende meegewogen. De middeleeuwen werden gedomineerd door kruistochten, de Reconquista, vervolgingen van Joden, strenge standenhiërarchieën en allerlei vormen van groepsconflicten. Tegen die achtergrond zegt een incidentele zwarte winnaar in een schaakpartij betrekkelijk weinig over de dagelijkse omgang met niet-christenen of Afrikanen in Europa.

Slotbeschouwing

Het artikel levert waardevolle inzichten over de cross-culturele verspreiding van het schaakspel (India → Perzië → Arabische wereld → Europa) en toont hoe intellectuele verdienste in elitekringen barrières kon doorbreken. Toch lijkt het de afwezigheid van racisme te suggereren in een tijd waarin ‘ras’ nog geen dominante analytische categorie was. De centrale scheidslijnen lagen bij religie, stand en cultuur. Huidskleur speelde een secundaire, vaak symbolische rol.

De middeleeuwen waren complexer dan zowel het stereotype ‘duistere en racistische’ beeld als het romantische ideaal van een meritocratische smeltkroes. Goede geschiedschrijving vereist precisie, context en terughoudendheid bij het projecteren van hedendaagse kaders. Dr. Ilko nuanceert op het einde, maar de koppen en media-aandacht overdrijven de reikwijdte van haar bevindingen.

 

1 Reactie

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.