And the wall comes tumbling down
De Oude Benoni, 1.d4 c5 2.d5 e5, internationaal Benoni Wall genaamd, staat niet als een erg correcte opening bekend. Ik kijk even bij stockfish 18 op diepte 44, en ik zie als waardering +1.1. Toch zijn er eigenwijze types die zich daar niets van aantrekken. Zij kennen alle zogenaamde weerleggingen en het beste tegengif. Voor hen is het dagelijks brood, voor hun tegenstanders een zeldzaamheid. En ze vinden het heerlijk om achter hun pionnenmuur de stukken te husselen, tot de tegenstander te ver gaat en ze hard terug kunnen slaan.
Op mijn club, LECEL uit Limoges, hebben we zo iemand: Réwi Budak, rating rond de 2100, tegenwoordig boven mijn niveau. Daar had ik eens op de boven omschreven manier van verloren en daar kan ik slecht tegen. Er moest wat voorbereid worden. Omdat ik een beetje lui ben en mijn geheugen niet meer is wat het was, zag ik weinig heil in het uit het hoofd leren van gekende weerleggingen. Hoe kon ik hem uit zijn normale spel halen? Dat is al 1.00 punt waard op de schaal van stockfish. En zo kwam ik op het volgende idee.
1.d4 c5 2.d5 e5 3.d6!?
Dat ziet er uit als een knoeierszet. Hoe verdedig je die pion na 3… Db6? Maar de pion op d6 is als een kanonskogel die de basis van zwarts stelling blootlegt. Zwart kan nu een pion winnen, maar wit krijgt de witte velden in het centrum ter beschikking.
3… Db6 4.Pc3
De belangrijkste zetten zijn nu het voor de hand liggende 4… Dxd6, ontwikkelen met 4… Pf6 en de voorkeur van stockfish (hierna: SF), 4… a6.
1. Onmiddellijk slaan op d6
Zwart wint een pion en kan de dames ruilen, maar daarmee is hij er nog niet.
4… Dxd6 5.Dxd6 Lxd6 6.Pb5 Ke7 7.Lg5+
Een logische zet, maar wit kan volgens SF ook 7.Le3 spelen, bijvoorbeeld 7… Pa6 8.0-0-0 Lb8 en nu 9.g4!? Ook hier staat het ongeveer gelijk, en ook hier komen de zwarte stukken maar moeilijk tot activiteit.
7… f6 8.0-0-0 fxg5 9.Pxd6 Pc6
Nu moet wit kiezen: een tempo winnen met 10.Pf3 of opties openhouden met 10.e3. 10.h4 g4 11.e3 Pf6 is 10.e3.
1A. Een tempo winnen met 10.Pf3
In de databases (lichess en 365.com) heb ik één partij gevonden met 3.d6. Ik weet niet of er meer zijn (ik hoor er graag over), maar van die partij kreeg ik de indruk dat de witspeler niet echt wist wat hij deed.
10.Pf3 h6
10… Pd4 11.Pxg5 Kxd6 12.e3 Ph6 13.exd4 exd4 14.c3 of 12… Ke7? 13.exd4 cxd4 14.Lc4 Ph6 The1 wint de pion met voordeel terug.
11.c3
De genoemde speler ging hier verder met 11.Pxc8+? – hoe verzin je het.
11.e4 komt op hetzelfde neer. 11.Pf5+ is mogelijk en leidt na 11… Kd8 tot gelijk spel volgens SF. Daarentegen is 11… Kf6, zoals in een snelschaakpartij tegen me gespeeld werd, niet aan te raden vanwege 12.Td6+! en als zwart het paard neemt, gaat hij geforceerd mat met 13.e4+! Die had ik thuis al gevonden.
11… Pf6 12.e4 Pe8 13.Pf5+ Kd8 14.h4
Ook na 14.Lc4 heeft wit voldoende compensatie voor de pion.
14… g4 15.Ph2
Of 15.Pd2. In beide gevalen heeft wit compensatie voor de pion, maar ook niet veel meer dan dat.
1B. Opties openhouden met 10.e3
Het vrijhouden van veld e4 geeft nieuwe mogelijkheden.
10.e3 Pf6 11.Pf3
SF vindt 11.h4 g4 12.f3 gxf3 13.gxf3 Pe8 14.Pxe8 Txe8 15.Ph3 net zo goed. Het bezwaar is dat wit na 15… d6 16.Pg5 Lf5 een stelling heeft waarin hij door de beheersing van de witte velden niet hoeft te verliezen, maar de zwarte stelling lijkt me te stevig om voor wit aan winst te denken.
11… h6 12.h4 g4 13.Ph2 h5 14.Le2 Pd8
14… Pe8 15.Pxe8 Txe8 16.f3 gxf3 (16… d6!?) 17.Pxf3 d6 18.Pg5 oogt aangenaam voor wit; de torens hebben doelwitten op de f- en d-lijn en het paard kan naar e4.
15.Lc4 a6 16.f3 b5 17.Le2 Pf7 18.Pf5+ Kf8 19.fxg4 d5 20.Thf1
met een spannende stelling die SF als gelijk taxeert.
2. Ontwikkelen met 4… Pf6
Het probleem met deze variant is: zwart ontwikkelt wel stukken, maar die staan elkaar in de weg.
4… Pf6
Tot zetverwisseling leidt 4… Lxd6 5.Pf3 Lc7 6.e4 Pf6.
5.Pf3
Met 5.e4 is niets mis; zwart kan weer met 5… Lxd6 6.Pf3 Pf6 tot de navolgende variant overgaan. Maar ook mogelijk is 5… Dxd6 6.Dxd6 Lxd6 7.Pb5 Pxe4 8.Pf3 (dreigt 9.Pd2) Ke7 9.Ld3 a6 10.Pxd6 Pxd6 11.Pxe5. Wit heeft het loperpaar; zwart heeft een pion.
5… Lxd6
Een poging om Pf3 af te straffen met 5… e4 is minder goed. Wit krijgt zijn pion terug na 6.Pe5 Dxd6 7.Dxd6 Lxd6 8.Pc4 Le7 9.Lg5 waarna de druk op de d-lijn onaangenaam is. Alsnog 5.Dxd6 spelen verliest snel na 6.Dxd6 Lxd6 7.Pb5 Ke7 8.Ph4!
6.e4
Ook hier is 6.g4!? mogelijk. SF nivelleert met 6… h6 7.e4 Lc7 8.g5 hxg5 9.Pxg5 Pc6 10.Lc4 d5! 11.Pxd5 Pxd5 12.Dxd5 Tf8 (13.Pxf7?? Pd4) en vanwege een spoedig Td8 blijft er weinig over van het witte initiatief.
6… Lc7
Na 6… 0-0? komt het idee van 3.d6 echt tot leven: 7.g4! levert een bijna dodelijke aanval op. 7… Pc6 (7… c4? 8.g5 Pg4 9.De2 Lc5 10.Pd5! is winnend en 7… Pxg4?? 8.Pd2 kost een stuk) 8.g5 (niet 8.Dxd6 Pd4!) 8… Pe8 9.h4 Le7 10.g6! en misschien kan zwart overleven met 10… Pf6, maar 10… fxg6? 11.Lc4+ Kh8 12.h5 is snel uit.
6… h6 7.Pd2 (7.g4!?) 7… Lc7 8.Pc4 Dc6 9.Pd5 Pxd5 10.exd5 Df6 11.d6 Ld8 12.a4 b6 13.Ta3 geeft wit een aangenaam initiatief.
7.Lg5
Wit kan het ook proberen met 7.Lc4 0-0 8.Lg5 (8.g4? werkt hier niet vanwege 8… d5! 9.Pxd5 Pxd5 10.Lxd5 Le6 en zwart staat beter) 8… Ld8 9.Dd3 Pc6 10.0-0-0 Pd4! met gelijke kansen. Op 11.Pxe5 komt 11… d5! en zwart neemt het initiatief over, weliswaar ten koste van een pion. Misschien is het kalme 11.Kb1 (haalt een later loperschaakje op g5 eruit) het beste.
7… h6
In de enige partij met klassiek tempo die ik met 3.d6 speelde, volgde 7… Dxb2? 8.Pb5 La5+ 9.Ld2 Lxd2+ 10.Pxd2 0-0! 11.a3! (11.Pc7 Dc3 12.Pxa8 Pxe4 leidt tot chaos) 11… a6 12.Tb1 Dxb1 13.Dxb1 axb5 14.Lxb5 Pc6 15.0-0 Pd4 en nu was 16.Ld3 in plaats van 16.c3?! de zet om het voordeel vast te houden (Frits Fritschy – Réwi Budak, interne competitie Limoges 2024 (1-0, 78).
8.Lxf6 Dxf6 9.Pd5 Dd8 10.g3
Na 10.Lc4 c6 11.Pc3 Tb8 staat het volgens SF gelijk, maar wit moet steeds rekening houden met b5.
10… d6 11.Ph4
Controle over de witte velden is hier belangrijker dan het ontwikkelen van stukken!
11… 0-0
Het voorkomen van Pf5 met 11… g6 verzwakt de koningsstelling; 12.Lc4 is dan wél goed, bijvoorbeeld 12… Pc6 13.c3 Le6? 14.Pxg6! of 13… Tb8?! 14.Df3.
12.Pf5 Pc6
Aangenaam voor wit is 12… Lxf5 13.exf5 Pd7 14.Lg2 Pf6 15.Lg2; de lopers zijn niet alleen ongelijk qua kleur. SF vindt daarom dat zwart maar beter de pion met 15… e4 teruggeeft.
13.Dg4
Mogelijk is ook 13.c3 Lxf5 14.exf5 Pe7 en nu het avontuurlijke 15.f6!? (15.Pe3 d5 16.f6 is volkomen gelijk) 15… Pxd5 16.fxg7 Kxg7 17.Dxd5 Tb8. Wit heeft voldoende compensatie, maar ook niet meer dan dat.
13…g6 14.Dh3
Ook mogelijk is 14.Pxh6+Kh7 15.Pf5 Th8! (15… gxf5 verliest) 16.Dh4+ Dxh4 17.Pxh4 Ld8 18.Pg2 en wit staat een fractie beter.
14… La5+ 15.c3 Dg5
Ook 15… h5 is mogelijk (maar 15… gxf5 verliest weer), met een spannende stelling na het niet geheel correcte 16.Ld3, of anders 16.g4.
16.f4 Lxf5 17.exf5 Dxf5 18.Dxf5 gxf5 19.0-0-0
Zwart staat voorlopig twee pionnen voor, maar kan hier maar beter gaan zoeken naar de beste manier om ze terug te geven. Volgens SF staat het gelijk.
Een lange variant, maar het blijkt dat wit meerdere mogelijkheden heeft om compensatie voor de pion te krijgen. Vooral zwarts zwartveldige loper blijft een probleemgeval.
3. Eerst verdedigen met 4… a6(!)
Daar was ik zonder computerhulp niet opgekomen, maar inderdaad, de pion op d6 loopt niet weg.
Overigens zal 3… a6 zal normaal gesproken overgaan in deze variant. Een alternatief is 3… a6 4.f4 Df6 5.Pc3 Pc6 (in plaats van 5… Dxd6) 6.fxe5 Dxe5 7.Pd5 Lxd6 8.Pb6 De7 9.Pf3! (9.Pxa8 Dh4+ wordt remise) Tb8 10.g3 en wit heeft compensatie voor de pion. De zwarte stukken staan onhandig en verder ontwikkelen valt niet mee.
4… a6
Wit kan nu normale zetten doen als 5.Dxd6 Lxd6 6.e4, maar dat leidt tot stellingen waarin wit niet hoeft te verliezen, maar ook geen serieuze winstkansen lijkt te hebben. Ik zou daarom liever scherp reageren met
5.f4! Dxd6
Riskant is 5… Lxd6 6.e4 exf4 7.Lc4 Pe7 8.Ph3! 0-0 9.0-0 en zwart doet er verstandig aan om de pionnen terug te geven: 9… Le5 10.Lxf4 Ld4+ 11.Kh1 d5 12.Pxd5 Pxd5 13.Lxd5 Lxh3 14.gxh3 Pd7 en het loperpaar plus de open aanvalslijnen vormen meer dan voldoende compensatie voor de witte pionnenstructuur.
6.fxe5 Dxd1+
Opnieuw is het vasthouden aan het materiële voordeel onverstandig: 6… Dxe5? 7.e4 Pf6 8.Pf3 De7 9.Lg5 d6 10.Lc4 Le6 11.Pd5 Lxd5 12.Lxd5 en wit heeft groot voordeel. (12… g6? 13.0-0 Lg7 14.e5 dxe5 15.Pxe5 0-0 16.Pxf7! en wint.)
7.Kxd1
Volgens SF staat het hier gelijk: zwart heeft de betere structuur, wit het makkelijkere stukkenspel. Zwart kan het nu rustig aan doen met 7… d6 of kiezen voor het wildere 7… Pc6. Daarnaast is 7… Pe7 mogelijk, wat het paard even van d5 af houdt. Wit heeft dan verschillende zetten die tot gelijke stellingen leiden, maar met wederzijdse kansen, zoals 8.Le3, 8.b3 8.Pf3 en zelfs 8.Pa4.
3A. Het centrum ontruimen met 7… d6
Zwart lost de situatie in het centrum gelijk op.
7… d6 8.Pd5 Ta7 9.Pf3
Beter dan 9.Lf4 dxe5 10.Lxe5 Pd7 11.Pf3 (11.Lc3? b5 is goed voor zwart) 11… Pxe5 12.Pxe5 Pf6 en zwart heeft een mooi loperpaar.
9… Pd7
Hier heeft wit twee mogelijkheden die een gelijke stelling opleveren, maar met genoeg onbalans om het spannend te houden:
1. 10. Lf4 dxe5 11.Pxe5 Pgf6 (of 11… Pxe5 12.Lxe5 b5 13.c4 Pe7 14.e4) 12.Pc7+ Ke7 13.Ke1
2. 10. exd6 Lxd6 11.e4 Pe7 12.a4 b6 13.Ld3
In beide gevallen compenseert het sterke paard op d5 de geïsoleerde e-pion.
3B. Het ambitieuze 7… Pc6
Dit kan tot grote complicaties leiden.
7… Pc6 8.Lf4
8.Pd5 Tb8 9.Lf4 Pge7 is beter voor zwart.
8… d6!?
Hup, een pionoffer om het witte geknoei af te straffen. Maar dat laat wit niet zomaar gebeuren.
Mogelijk is ook 8… f6 9.Pf3 fxe5 10.Pxe5 en nu leiden zowel 10… Ld6 11.Pg6 Lxf4 12.Pxf4 als 10… Pxe5 11.Lxe5 d6 12.Pd5 Tb8 13.Lc3 b5 tot gelijke stellingen met wederzijdse kansen.
Een derde mogelijkheid is 8… Pge7 9.Pf3 b5. Dat houdt het witte paard nog even van d5 af. Je zou in de verleiding kunnen komen om hem dan naar d6 te spelen: 10.Pe4 Pg6 11.Lg3 Lb7 12.Pd6+ Lxd6 13 exd6, maar na 13… 0-0 is de pion meer een zorgenkindje dan een aanwinst. SF geeft in plaats hiervan onder andere 10.h4!?, maar dat mag u zelf bestuderen. Het beste is misschien gewoon 10.e3 Lb7 11.Ld3. SF laat zwart doodleuk zelf een paard op d5 zetten met 11… Pb4 12.Le4 Pbd5, en dan zou het gelijk staan.
9.exd6
Je zou zeggen, waarom niet 9.Pd5? Maar dan heeft zwart na 9… dxe5 10.Pc7+ Kd8 11.Pxa8 exf4 te veel compensatie voor de kwaliteit. Het paard op a8 moet benen maken om niet met b5 afgesneden te worden, maar na 12.Pb6 Le6 heeft wit een verdwaald paard, en zwart een sterk loperpaar en een hinderlijke pluspion op f4.
9… Pf6
Zwart kan ook 9… Le6 doen, maar dan kan wit materiaal winnen met 10.Pa4 0-0-0 11.Pb6+ Kb8 12.d7+ Ka7 13.Lc7 Pf6. Nu ga ik ervan uit dat geen van beide partijen hier remise wil. Met 14.Pc8+ Ka8 schiet wit niets op. Maar op dit moment is 14.Lxd8? vreselijk voor wit: het paard wordt na 14… Pxd8 teruggejaagd naar b1. Aan de andere kant kan wit na bijvoorbeeld 14.e3 Pxd7? wel op d8 slaan, omdat het paard op b6 dan afgeruild wordt. Een soort Mexican standoff dus. Zwart kan verder gaan met 14… Le7 15.Pf3 Tdf8 en nu kan wit wél de kwaliteit winnen met 16.Pc8+ Txc8 17.dxc8D Txc8, en SF vindt dat het volkomen gelijk staat. Het lijkt mij een zeer ongelijke stelling, maar ik weet niet in wiens voordeel.
Analysediagram na 17… Txc8
10.Ke1
Wit zal de pion op d6 niet kunnen houden, maar voorlopig staat hij zwart ook in de weg en dus is het logisch om ter verdediging de d-lijn vrij te maken.
10… Pd4
Ook 10… Pb4 is mogelijk, bijvoorbeeld 11.Td1 Pxc2+ (11… Le6!? 0.00, SF) 12.Kd2 Pb4 13.Kc1 en het is wit gelukt om lang te rokeren. Alweer zegt SF: gelijke kansen.
11.Td1 Le6 12.Td2
Ook mogelijk is 12.Pf3. SF komt met het stukoffer 12… Pxc2+ 13.Kf2 0-0-0 14.h3 Pb4 15.e4 Pxa2 16.Pxa2 Pxe4+! 17.Ke3 Lxd6 18.Lxd6 Pxd6 19.Pc3 b5 met gelijke kansen.
12… 0-0-0
Over de variant 12… Pb5!? 13.Pa4!? Pe4 14.d7+ Kd8!? is weer een scherm vol te krijgen, dus dat laat ik aan u.
13.e3 Pf5
Zwart krijgt zijn pion terug, maar de tijd die dat kost geeft wit de gelegenheid zijn ontwikkeling bij te werken. Het staat gelijk. Een niet onbelangrijk detail is te zien in de volgende variant: 14.Le2 Pxd6 15.Ph3! h6 16.Pf2 Le7?! 17.Pa4 met pionwinst – het paard op d6 kan niet weg.
Naschrift
Goed, 3.d6 levert geen winnend voordeel op. De zet houdt zelfs het natuurlijke witte openingsvoordeel niet vast. Maar dat is vaak óók het geval in bekendere openingsvarianten.
In geen enkele variant krijgt zwart meer dan gelijk spel. Dat lijkt me al een hele prestatie voor een derdezetnieuwtje. Zijn er nog andere voordelen? Zoals eerder geschreven: zwart wordt uit zijn normale spel gehaald. Daarbij kan het verrassingselement flinke tijdwinst opleveren. En in de meeste varianten is het wit die de lakens uitdeelt. Als anderen zich aangespoord voelen om d6 te proberen, ben ik zeer benieuwd naar die partijen.
De ideeën in het eerste hoofdstuk zijn ontstaan op mijn minischaakbordje. Door de openingsfase in de partij tegen Réwi Budak begon ik te begrijpen waar het in deze variant om gaat, en dat was de basis voor het tweede hoofdstuk. Pas daarna ben ik serieus gaan analyseren met een engine: SF 18 op Lichess/Leren/Studie Bij moeilijk te beoordelen situaties heb ik de machine stopgezet als er geen beweging meer zat in de waardering. Die waarderingen heb ik in de gameviewer achter de varianten gezet. Wie de beschikking heeft over wat groters dan een telefoonscherm (en geen schaakbord meer heeft), kan verhaal en viewer naast elkaar in beeld krijgen door schaaksite nog een keer in een ander tabblad te openen. Ik heb overigens geprobeerd ideeën aan te leveren, niet om elk detail uit te leggen.

