Over scheidsrechters, illegale zetten; de analyse van Loek van Wely
Een bekende klacht over schaakscheidsrechters is dat ze veel laten gaan. Nadat een schaker de scheids erbij roept, horen de spelers vaak: ‘Doorspelen!’
Ook de HSG Open van dit jaar kende wat incidenten waarbij scheidsrechters optraden, niet tot ieders geluk (hoeft ook niet), zie https://www.hsgopen.nl/
Er gaat natuurlijk veel goed.
Echter, in het voorlaatste magazine schaken.nl schreef Loek van Wely, de huidige nummer 82 van de wereld, een kritische column over scheidsrechters. Over zijns inziens foute beslissingen. Met zijn toestemming herpubliceer ik zijn stuk, en heb enkele linkjes eraan toegevoegd.
Lees hier verder, waarbij Loek, zo viel mij op, weer over het thema kuchende/hoestende schakers begint – hij sprak zich al eens uit.


Beetje lafjes van Loek dat hij https://schaaksite.nl/2021/02/01/dubbele-regelovertreding-van-giri/ niet noemt, maar ik ben het eens met de strekking van zijn artikel. Het ligt echter niet puur aan de scheidsrechters: een belanrijke rol speelt de spelregelcommissie van de FIDE. Ik vroeg een tijdje geleden aan een lid van die commissie of hij wist hoe andere denksporten regelovertredingen aanpakken. Nee, en ook geen behoefte aan. Tja.
Ik ben het met een aantal punten eens en met een aantal punten niet. Ik heb er wel allerlei vragen bij, voor ik een uitgebreidere mening heb.
– Welk niveau moet een arbiter hebben om bijv een partij Van Wely-Reinderman te kunnen leiden?
– Wordt dit ook besproken met wedstrijdleiders? Ik kan me in allerlei situaties voorstellen dat er een redenering achter “Doorspelen!” zit. Overigens neem ik aan dat dat deels niet zomaar “Doorspelen” is, maar dat er ook argumenten bij zitten.
– Zijn spelers (ook die aan de top) het wellicht met me eens dat regels de scheidsrechters niet helpen en de slachtoffers niet beschermen in sommige gevallen? Ik kan daar wel voorbeelden van noemen waarom ik de regels soms ongelukkig vind, en waarom ik soms besluit wat ik besluit of twijfel wat te doen.
Interessant, M H en dit zijn legitieme opmerkingen.
Je laatste zin: kun je een voorbeeld (kan zonder namen, ook) noemen?
Namen zijn irrelevant, want de voorbeelden zijn hypothetisch.
Een wellicht theoretisch voorbeeld:
w. Ka3 Pb3 Lh1 z. Ka5 Dh4
Zwart speelt in een snelschaaktoernooi Dh4-h5. Zonder arbiter zou ik wellicht met wit liever Lf3(schaak) spelen, dan er een minuut bijkrijgen. Zie hier de damwereld waar de regel is ’tegenstander bepaalt of de zet terug moet of doorspelen’
Misschien minder theoretisch en iets wat ik meeneem in overwegingen bij blitz/rapid/klassiek.
Een speler heeft weinig tijd in een complexe stelling en moet een beslissing nemen. Bij “onschuldige overtredingen” zoals stukken omgooien of verkeerde hand klok indrukken en zo, moet ik formeel ingrijpen, partij stil leggen, tegenstander er 1 of 2 minuten bij geven.
Die tijd (daar ben ik echt wel minstens 10 seconden mee bezig, en ongetwijfeld wel iets meer omdat ik dingen moet toelichten, de tijd MOET aanpassen, klok weer aanzetten etc) heeft de speler om na te denken, want dat kan ik moeilijk voorkomen. De tegenstander wordt ook uit zijn concentratie gehaald, en dat alles voor een schamel beetje bedenktijd.
Maar ja, ik moet nu eenmaal die tijd erbij geven, het reglement geeft me geen mogelijkheid om wel die “1e onreglementaire actie” vast te stellen en de partij meteen door te laten gaan. Dus dan besluit ik in het belang van de onschuldige speler niet in te grijpen.
Zomaar 2 voorbeelden waar ik ongelukkig ben met de toepassing.
Daarop voortbordurend bedacht ik vanochtend: is die “aanraken” regel nou echt zo belangrijk? Schaf die af. Klok indrukken maakt zet definitief en maakt heel veel regels veel simpeler. De speler die allerlei stukken gaat aanraken bestraf je maar met ‘hinderen van tegenstander’