NK 2026 ronde 1: drie remises, negen beslissingen
Het NK 2026 is van start gegaan. Het deelnemersveld ziet zich verrijkt met enkele nieuwe namen tussen een flink aantal oudgedienden.
Er zijn mensen die zo bang zijn voor jeugdspelers dat ze vrijwel geen toernooi meer durven spelen. Er zit wel een kern van waarheid in de uitspraak van de Amerikaanse grootmeester Ben Finegold, die ooit heeft gezegd “Vroeger werd je tijdens een toernooi hoogstens één, maximaal twee keer tegen een jeugdspeler ingedeeld. Tegenwoordig is dat elke ronde, en die gasten zijn goed ook!” Dat is zeker waar, en dat is maar goed ook. Jeugdspelers zijn de toekomstige ambassadeurs van de sport, en het zijn vaak serieuze en hardwerkende studenten van het spel. Je moet ze zeer beslist niet onderschatten, en het is dan ook absoluut geen schande om van een jeugdspeler te verliezen.
Je moet ze echter ook niet overschatten. En dat de jeugd zo afgrijselijk gevaarlijk zou zijn, daar was vandaag op het NK in de Open groep (merkwaardig dat dit de Open groep heet, aangezien het een besloten NK heet te zijn en we ook nog zoiets als het Open NK in Dieren hebben) niet heel veel van te zien. Bij de dames daarentegen was het wel degelijk drie keer raak, al is er ook iets voor te zeggen dat in deze matches de hogere ratings hun werk hebben gedaan.
Open groep
Van Wely – Beerdsen













Na Zwarts 27e zet ontstond bovenstaande stelling. Wit aan zet.
Ten Hertog – L’Ami
Ook in deze partij won de ervaring. Wit had een interessante openingsbehandeling en wist zich een kansrijk ruimtevoordeel toe te eigenen met beslist goede winstkansen. In onderstaande stelling miste hij echter zo’n kans:



















Wit heeft het aardig voor elkaar: Zwarts paard op e8 staat om meer dan twee redenen niet lekker, en van communicatie tussen de zwarte stukken valt niet echt te spreken. Dit was dan ook een goed moment om verder te gaan met 19.0-0; niet zozeer vanwege de koningsveiligheid, maar vooral vanwege het feit dat 19…g6 dan met 20.e6!! kan worden beantwoord. Zwart heeft geen andere keus dan 20…dxe6 (20…fxe6? 21.Txf8+ Kxf8 22.Dh8+ Kf7 23.Dxh7+ gevolgd door Le3 en Tf1+; Wit kan dit doen zonder er een stuk voor te offeren) 21.d7 Pg7, waarna de krachtzet 22.Tb5!! winnend is. De brute realiteit is dat Zwart na het onderbreken van de vijfde rij hoegenaamd geen verdediging meer heeft tegen het ijskoude Lf4, Df6 en Le5. Ook voor sterke GMs is zoiets lastig vooruit te zien, vooral omdat de zwarte velden in de uitgangsstelling niet toegankelijk zijn.
Wit morste met het beduidend minder sterke 19.h4 g6 20.h5 Pg7 21.hxg6 fxg6 22.c5 Pe6 meer dan een half punt. Zwarts stelling is weer op orde, en Wits ver doorgeschoven pionnen werden een dankbaar aanvalsdoel.
Schoppen – Vrolijk















Torens ruilen of niet?
Burg – Sokolov













Zwart speelde in deze stelling het voor de hand liggende 30…Pe2+?, maar moest na 31.Kg2 Pxc1 32.Dd7 ontnuchterend vaststellen dat hij helemaal niet gewonnen stond. Met 30…De2! had hij de winst binnen kunnen hengelen, omdat de dreiging 31…Pf3+ te gevaarlijk is. De partij werd later remise.
Van den Doel – Swinkels



















Wit aan zet wint.
De Winter – Ernst

















De Winter kwam dichtbij een punt, maar miste in zijn combinatie de juiste voortzetting. 40.Pxf7!! leidt een correcte afwikkeling in: 40…Pxf7 41.Txf5 Td6














en nu zou 42.Pxd5!! de partij hebben beslist. Wit dreigt van alles; bovenal mat via Pc7++ en Pa6#, maar dus ook eenvoudigweg Pxf6. Het paard moet dus genomen worden, waarna Wit na 43.Txd5+ dankzij de penning over de c-lijn een toren en een sloot pionnen voor twee stukken overhoudt. De combinatie van de pionnenmassa en de activiteit van Wits toren(s) maakt dat Zwart een kansloos gevecht mag gaan voeren.
Wit speelde echter 42.Ph5?, wat Zwart in staat stelde om middels de desperadozet 42…Lxd4! in leven te blijven: 43.Txf7 Txh6 44.g4 Lh8, en de storm is gaan liggen. Enkele zetten later werd de partij remise gegeven.
Tiviakov – De Boer

















Het ziet er gevaarlijk uit rond Wits koning, alleen is het nog niet heel gemakkelijk om een doorbraak te vinden. Het is wel fijn dat Wit met een penning over de vierde rij zit opgescheept, en het is reëel om te verwachten dat Wit spoedig zijn toren passief op f1 moet zetten om pion f4 de dekken. Zwart meende wellicht de tijd te hebben om de torens te verdubbelen, maar kwam na 26…Tg6? 27.Lb5 bedrogen uit. Ineens dreigt er fxe5, en na 27…exf4 28.Lxc6 bxc6 had Wit met 29.Td4! het initiatief volledig overgenomen.
Als Zwart in de uitgangsstelling voor 26…a6 had gekozen, was dit hele circus nooit gebeurd.
Slagboom – Warmerdam

















Slagboom was dicht bij een aardige stunt. In deze stelling speelde hij het timide 19.Ph2, maar hij had de mogelijkheid om met 19.Pfe5! de boel flink op scherp te zetten. Zwart moet slaan, en na 20.Pxe5 volgt op een damezet Pxg4, waarna Wit een zeer belangrijke pion heeft gewonnen. Een mogelijkheid om de stelling te compliceren bestaat in 20…Pc6, waarna Wit met 21.Pxd7 Pxd4 22.Pxf8 de beste papieren houdt: na iets als 22…Kxf8 heeft Wit 23.Te4, en hoewel 22…Pc2 de stelling lijkt te verscherpen, betekent 23.Lc4 hier juist een vervlakking van de stelling. Wit behoudt een gezonde pluspion in een ongecompliceerd betere stelling.
Later ging het zelfs nog mis:















Een stelling correct taxeren is sowieso al lastig, en het wordt er achter het bord niet bepaald gemakkelijker op. Wellicht was Wit nog altijd onder de indruk dat hij enig voordeel had en op aanval kon spelen. Het geval wil echter dat Wit geen voordeel meer heeft, en hier was het dan ook het beste geweest om met 30.Lxg6 eieren voor zijn geld te kiezen. In plaats daarvan speelde Slagboom hier het ongelukkige 30.Pf5?, wat hem na 30…Pxg4!! duur kwam te staan. Het ging vanaf hier snel bergafwaarts met Wits stelling: 31.Pxg4 Df4 en tot overmaat van ramp en onder flinke tijdsdruk greep Wit met 32.f3? definitief mis. Zwart stelde met 32…Lxf5 (altijd vervelend, zo’n stuk dat eigenlijk al in blessuretijd zit) 33.Lxf5 Dg3+ 34.Kf1 Dxf3+ gevolgd door 35…Te2 Wit voor een haast onoplosbaar probleem. Slagboom vond een methode om niet onmiddellijk mat te gaan, maar zijn stelling was op dat moment functioneel wel al om zeep.
Dames
Duson – Otten






Eindspelen zijn sowieso al moeilijk, maar het wordt nog lastiger als je alle regels en richtlijnen ook nog eens moet negeren. Er komt toch haast geen mens op het idee om in deze stelling 50…f5 te spelen? Dat zet toch een pion op de kleur van de loper? Dat is zonder meer waar, en toch was dit de enige zet die Zwart in leven zou gehouden hebben. Wit wil namelijk als het even kan graag Lb3 en Kc4 spelen om pion b4 soldaat te maken, en na 50…f5! 51.Lb3 Pc5+ 52.Kc4 heeft Zwart de zet 52…Pe4 tot haar beschikking. De reden dat dit werkt is dat het paard dankzij de pion op f5 nu gedekt staat. Dit scheelt een tempo in het geval 53.Kd5, waarna Zwart de tijd heeft om 53…Ke8 te spelen. Bovendien is pion g3 een aanvalsdoel.
Het paard had geen toekomst na 50…Pb6 51.Lb3, en de partij ging dan ook als een nachtkaars uit na 51…Ke8 52.Kd4 f6 53.Kc5 Pc8 54.Le6 b3 55.d7+.
Shendrik – Keetman
Vanuit de opening verzeilde de partij in een geïsoleerde damepionstelling waarin Zwart het betere spel had omdat Wits koningsaanval nergens een concrete vorm aan wist te nemen. Zwart ruilde routineus enkele lichte stukken af en haalde de geïsoleerde d-pion op. Het resultaat was een toreneindspel met een pion meer.







In deze stelling is de minst ingewikkelde winstweg voor Zwart om de toren naar d4 te brengen en dan rustig b5-b4 te doen volgen, waarna Zwart de hele stelling in haar greep heeft en rustig kan uitbouwen. Een andere optie was om de zet g4-g5 te stoppen middels 44…h6. De gekozen zet 44…f6? was echter een mindere versie van hetzelfde idee, wat Wit in staat stelde om de stelling te compliceren middels 45.Tc3!? met als concrete idee Tc7+ en Txh7, gevolgd door h4-h5, waarmee ook Wit zich een vrijpion verschaft. Actief spel is in dergelijke toreneindspelen vaak belangrijker dan materiaal. Wit speelde echter 45.h5? b4 46.hxg6 hxg6 en verbeurde daarmee haar potentiële vrijpion en de kans op complicaties. Na 47.Th3 g5 kwam Wit er niet meer aan te pas, en 22 zetten later was de 0-1 een feit.
De Mie – Feng
De evaluatiegrafiek van deze partij doet nog het meest denken aan een ongeasfalteerde weg in een woonwijk met één verkeersdrempel. Die verkeersdrempel (het enige moment dat het evenwicht enigszins verstoord raakte) was in onderstaande stelling:
















Zwart staat een betekenisloze pion voor, omdat a6 praktisch geen pion meer is. Feng speelde hier het mindere 24…c6, waar Wit met 25.Da4 benevens 26.dxc6 van had kunnen profiteren (25…Tc8 26.Pd4 maakt de zaak er niet beter op). Wit trekt dan de materiële balans gelijk en brengt een gevaarlijke troef in de stelling. Na 25.dxc6 Dxc6 26.g4 Dd7 ontstond er een getouwtrek op de koningsvleugel:














27.Ph4 Le7 28.Pf5 Pf6 en hier was 29.Pxg7 Kxg7 30.Tf3 nog een leuke optie voor Wit. De partij bleef in evenwicht na 29.Pf3 d5 30.Pxe7+ Txe7 31.Lxf6 gxf6 32.Dxf6 Pg6 33.Pd4









33…Dc7+! Zwarts enige zet om zich tegen de dreiging Pf5 te wapenen. 34.Kg1 De5 en de grootste complicaties zijn achter de rug. De partij eindigde in remise op zet 47.
Waardenburg – Den Heijer


















Na een scherpe openingsopzet had Zwart de betere papieren. Hier miste Den Heijer echter een sterke voortzetting bestaande uit 17…Da5+ gevolgd door 18…Lc5 (18.Dd2? Lb4 is direct klaar) en 19…0-0 (of 19.Db3 Td8). Wit is dan degene die achter de feiten aanloopt. 17…Dxf6 is ook logisch, maar iets minder sterk. Het stukoffer 18.Tb1 Lg7 was correct: na 19.Txb7? (beter zou zijn geweest 19.Ld3 om zo spoedig mogelijk tot de rokade over te gaan) 19…Da1+! 20.Ke2 0-0.
















Wit heeft een stuk meer, maar die staan allemaal gefrommeld in de hoek. Bovendien zit er een matmotief in de stelling met Td8 en De1. Zwarts initiatief betaalde zich spoedig uit in een punt:
21.Td7 g4 22.Pd2 Tfd8 23.Td6 Txd6 24.Lxd6














24…Pd4+ 25.Kd3 Pf5 26.Dc5 Td8 27.Pe4













27…Dd1+ 28.Kc4 Dc2+ 29.Kb4 Dxe4+ 30.Kb3 Db1+ 31.Ka4 Pxd6 en opgegeven.
Aldus drie remises, negen beslissingen. Morgen (vandaag op het tijdstip van schrijven) wordt het dus voor veel mensen erop of eronder.
~ Michaël van Liempt


Mooi verslag Michael!
In Schoppen-Vrolijk vroeg ik me af wat wit dan wel had moeten spelen. 1.Pb6 ligt voor de hand, maar voor het vervolg had ik toch echt stockfish nodig: 1… Tb8 2.Txd8! Txd8 3.Tc1! Td2 4.h3! (steeds de enige zetten om niet in ernstig nadeel te raken) 4… Pxf2 5.e5 (nog beter dan Tc5) 5… Pe4 6.Tc7+ Ke8 7.Lc4 en wit heeft genoeg tegenspel. Ik vraag me af of een rating van onder de 2600 daar genoeg voor is!
Mooi verslag inderdaad. “Open groep” vind ik om de gegeven reden ook niet zo’n goede term, de KNSB gebruikt “NK Algemeen” en die vind ik beter.
Aan de ene kant mooi om te zien dat je als oudere schaker nog lang mee kan op een NK, anderzijds is een Nederlandse Erdogmus ook gewenst.