Nk 2026 ronde 3.2
Liam Vrolijk speelde tegen Max Warmerdam de afruilvariant van de Grünfeld met verwisselde kleuren. Met zwart ruil je over het algemeen niet op d4, omdat je dan de pion op c3 een mikpunt voor de loper op g7 blijft. Met wit heb je al een paard op c3 staan. Dat maakt wel enig verschil, maar heel bijzonder is het niet. Warmerdam speelde hier 12… Lb4+, waar op zich niets mis mee is.



















De beste zet voor zwart is misschien 11… Le7. Een aardige variant is dan 12.Lxf6 Da5+ 13.Dd2 (13.b4 Lxb4+ 14.Kf1 is hier gespeeld, maar beter voor zwart) 13… Dxd2+ 14.Kxd2 Txb2+! 15.Kxb2 La3! en wit kan maar beter de remise met Txa2+ en Tb2+ toelaten. Goed genoeg voor de finale!
Na de 21e zet staat het gelijk, maar Vrolijk kwam met een gehaaid zetje in de volgende stelling.













22.a3! Nu had Warmerdam er verstandig aan gedaan om 22… Tb6 23.b4 Td6 te spelen, waarna het gelijk staat. Maar 22… Txb3 was gevaarlijk; 23.Dxd4 dreigt richting de zwarte koming te gaan. 23… Tb6 was gedwongen met het mogelijke vervolg 24.Dg4+ (ook Dxa4 kan) 24… Kh8 25.Dh5 Tg8 26.Tf4 Tb1 27.Txb1 Dxb1+ 28.Kg2 Db3 29.Te4 en wit heeft het initiatief. In paats daarvan kwam 23… De7? en dat had moeten verliezen: 24.Dh4 Txa3? 25.Tf4 is gelijk uit dus moet 24… Tbb8 25.Tf4 Kh8 26.Dh6 Tg8 27.Tcc4 Tg7 28.Txa4 en wit heeft alle tijd om e3 te veroveren, zonder dat zijn aanval verzwakt.
Maar vrolijk speelde 24.Dxa4? wat zwart de kans gaf om een pion mee te pakken met 24… Txa3. Nu kwam wel 25.Dh4, wat leidde tot de volgende stelling:









Zwart is nog steeds in groot gevaar, maar met 25… De5 26.Kg2 Db2 27.Tce1 had hij de aanval kunnen vertragen. Het blijft onwaarschijnlijk dat hij dit overleeft, met de zwakke pionnen op f6 en f7 (en het levende lijk op e3).
Na 25… Tfa8? 26.Tc4 (26.Tf4 is nog beter) 26… Kh8 27.Tff4 T3a6? (27… Tg8) koos Warmerdam voor een mooie begrafenis. Ziet u hoe?









Na 22 zetten leek Sergei Tiviakov me wat beter te staan tegen Erik van den Doel, maar stockfish ruilt in onderstaande stelling op d1 en vindt het dan 0.00.


















Maar Van den Doel ging hier van kwaad tot erger. 22… Pb4 gaat vorbij aan de slechte positie van het paard op h5, dat zo snel mogelijk naar e6 moet. Er kwam 23.Txd8 Dxd8 24.Db1 (24.Dc3! De7 25.g3! Pxa2 26.De3 Pb4 27.Lb1 g5 28.Td1 met voordeel) 24… Pf4 25.Lxf5 Pe2+?! (25… Pbd3 26.Le4 c4 was minder erg) 26.Kh2 Pc3? (26… Pd4 was iets minder erg) 27.Le6+ Kh8 28.Dg6 Dd3 Dat zal de bedoeling zijn geweest, al is 29.Dxd3 Pxd3 30.Ld7 ook niet best.














29.Ph4! Maar er is geen enkele reden om de toren op f1 weg te halen, dus stort Van de Doel zich maar in het zwaard: 29… Dxf1 30.Pf5 Txf5 en tegelijkertijd opgegeven.
Remise maken als dat genoeg is voor een finaleplaats: een kunst die ik niet onmiddellijk toedichtte aan Anna-Maja Kazarian – in mijn ogen een nog ergere rouwdouwer dan Eline Roebers. De Siciliaanse Alapin van Anna-Maja Kazarian tegen Eline Roebers blijkt na 10 zetten identiek aan een van de hoofdvarianten van de Franse Tarrasch. En dus ook even degelijk en weinig ambitieus. Perfect dus!





















Hier verlaten we de theorie met 14.Lxg6, een zet die ik maar moeilijk uit mijn handen zou krijgen. Wat heeft dat paard je misdaan? Er is niets mis met 14.Le3 en als je de activiteit van het paard wilt inperken, heb je 14.Dc2 of zelfs 14.g3 (14… Lg4 15.h3!? Lxh3? 16.Pg5 Ld7 17.Dh5). Maar goed, Kazarian heeft genoeg aan remise, en zo heb je één potentiële vijand minder. En Roebers moet winnen, dus wie weet gaat ze gekke dingen doen – en je kunt er gif op innemen dát ze dat gaat doen. Na 14.Lxg6 hxg6 15.Lg5 moet zwart kiezen: na 15… Dd6 16.Pxc6 blijft ze met een geïsoleerde d-pion zitten, volgens SF in een gelijke stelling, maar zit er meer in dan remise? Dus 15… f6 16.Lh4 en nu is dat gat op e6 lichtelijk irritant. 16… Kf7 dekt dat af, maar wit wil nog meer ruilen met 17.Lg3. Als je die niet ruilt, is het niet te zien waar je nog kansen kunt krijgen, vandaar 17… Lxg3 18.hxg3 Als je wilt winnen, zul je nu iets met die h-lijn moeten doen, ongeacht wat stockfish ervan vindt, dus 18… Th8. Stockfish geeft wit hier al duidelijk voordeel na 19.Db3; het gespeelde 19.Dd3 is minder ambitieus maar kan niet slecht zijn. 19… Th5 (objectief was 19… Lg4 beter) gaat op dezelfde weg voort.

















Verdubbelen op de e-lijn met 20.Te3 ligt nu voor de hand, maar Kazarian heeft begrijpelijk geen zin om enig risico te lopen, en slaat er nog een stuk vanaf: 20.Pxc6 bxc6 21.Ph4 Th6 22.f4 Dd6 23.Te3 en nu de torens wél op de e-lijn komen, heeft Roebers geen enkele kans meer om er wat van te maken en staat ze met de buiten spel staande toren op h6 verloren. Ze nam dan ook op de 35e zet het remiseaanbod van Kazarian aan, die zich daarmee plaatste voor de finale. Buitengewoon overtuigend gespeeld!
Hoe Machteld van Foreest zich met de rug tegen de muur wist te verdedigen tegen Zhaoqin Peng lomt vanavond aan de orde.


Dank voor dit stuk, leuk en nuttig om te lezen.
Complimenten voor het gebruik van het woord ‘rouwdouwer’, dat m.i. een heel positief woord is, maar als ik hier https://taaladvies.net/rauwdouwer-of-rouwdouwer-of-rouwdouw/ kijk is het wat minder positief, associaties met ‘grof’. Ik denk bij rouwdouwer in het schaken aan ‘ stevige aanvaller’.
Anna-Maja, gefeliciteerd!
Sergey ook gefeliciteerd. We lijken de laatste jaren minder over hem te horen, misschien wordt hij toch net niet als Nederlander gezien?
Sergey, inmiddels 53 jaar, is niet meer de schaker van 2008 toen hij als eerste en enige Nederlander Europees kampioen algemeen werd. Of de man die in 1994, piepjong nog, in de kwartfinales van de PCA-wereldkampioenschappen zat.
Ik schreef enkele jaren terug een portret over hem https://renzoverwer.wordpress.com/2018/07/07/sergej-tiviakov-nederlands-kampioen-2018-wie-is-hij/
En ik ben benieuwd of hij inmiddels NOG een vreemde taal erbij geleerd heeft…