Schaken in de 19e eeuw: Lasker offert tweemaal een toren op a3
Ja, het wordt nu toch wel hoog tijd voor mijn grote schaakheld: Emanuel Lasker. Deze geniale speler is maar liefst 27 jaar wereldkampioen geweest (van 1894 tot 1921) en behoorde 32 jaar lang tot de beste drie spelers van de wereld. Maar voordat dit allemaal gebeurde even een stukje schaakgeschiedenis.
Tijdens de romantische periode die tot ongeveer 1900 duurde, stonden koningsaanval en gambieten centraal. Spelers als Anderssen, Zukertort, Tsigorin en natuurlijk Morphy, zijn hier voorbeelden van. Met Steinitz begon de klassieke stijl (periode van 1870 tot 1930). De grondlegger van het moderne schaakspel ging uit van een evenwichtige beginstelling en daarom was verdedigen minstens zo belangrijk als aanvallen. Tarrasch borduurde voort op de leer van Steinitz, waarbij hij het schaken wetenschappelijk benaderde. Hij meende dat er in elke stelling maar één zet de beste is en hij was ervan overtuigd dat hij die altijd zou kunnen vinden! Steinitz meende overigens dat het vinden van die enige beste zet vrijwel niet mogelijk is was.
Toen kwam dan Lasker op het toneel die de klassieke stijl vervolmaakte in de zin dat hij professionele elementen eraan toevoegde. Zo bereidde hij zich niet enkel schaaktechnisch voor, maar bestudeerde ook z’n tegenstander! In zijn beleving hing de ‘beste zet’ namelijk ook af wie de tegenstander is. Naast dit psychologisch aspect bracht hij vooral het element van strijd in het spel. Altijd was hij op zoek naar complicaties en schuwde niet hierbij soms risico’s te nemen. Hij had niet direct een eigen stijl, maar was altijd op zoek naar posities waarin z’n tegenstander zich niet prettig voelde. Deze grote tacticus was subliem in het middenspel en een sterke eindspel speler. Daarnaast was Lasker overigens ook wiskundige en filosoof.
Tot slot bij deze inleiding nog een paar cijfers. Als de 200 grootste toernooien voor 2005 worden geanalyseerd, komt Lasker op een score van 73%! Kasparov is goede tweede met 70%. Ook bij tweekampen om de wereldtitel is de score van Lasker ongeëvenaard; 66% gevolgd door Fischer met 63%. Hiermee beweer ik overigens niet dat Lasker de sterkste speler aller tijden is, maar qua resultaten is hij in ieder geval ongeëvenaard!
Genoeg gepraat, ik wil ook nog een partij laten zien die Lasker (met zwart) tegen de Amerikaan Pillsbury speelde in 1895/6 in St. Petersburg.
Lees verder in de pdf: Schaken in de 19e eeuw (4)


17… Txc3 18.fxe6 Ta3 had een psychologisch effect dat wat mij betreft vergelijkbaar is met Pc3-b1 van Spassky in de elfde partij van 1972. De computer kent geen emotie, SF 18 heeft de zet op plaats twee achter 17… Ld7.
Na 26.Kb1! zou Wit volgens SF 18 in de plus staan.
Op 28.Df5+ wint 28… Kg8!
Pillsbury hoefde geen 18 jaar, maar 8 jaar te wachten eer hij zijn nieuwtje 7 Lxf6 kon lanceren.