Scheldemond Schaaktoernooi ronde 4: wereldfaam Erwin l’Ami


Op 12 juni werd ik hoogstpersoonlijk door de kersverse voorzitter van het Scheldemond Schaaktoernooi gevraagd om toe te treden tot het illustere verslaggevingsgilde. Of die uitnodiging voortkwam uit mijn vermeende schrijftalent of uit de gedachte dat het een welkome onderbreking zou zijn van de – volgens de voorzitter – veel te lange zomervakantie in het onderwijs, is nooit helemaal duidelijk geworden. Hoe dan ook, ik stemde in.

De eerste drie ronden, inclusief de simultaan op vrijdagavond, kon ik vervolgens rustig vanaf de zijlijn toekijken hoe René en Jos de verslaggeving voor hun rekening namen. Voor ronde 4 was het echter mijn beurt. Dat begon direct met een kleine uitdaging: de ingang vinden. Diverse gebouwen dragen immers de naam Scheldemond College en om 18.37 uur was de kans om nog schakers tegen te komen inmiddels minimaal. Gelukkig kruiste ik – net toen ik begon te vrezen dat ik definitief verdwaald was – het pad van drie eveneens te laat arriverende oud-clubgenoten: Daniël Zevenhuizen, Joey Brokaar en Maxim Le Clercq. Bij dezen dank ik hen hartelijk voor de routeaanwijzing.

De speelzaal is misschien minder imposant dan die van Hogeschool Zeeland, maar de aanzienlijk ruimere analyseruimte biedt daarvoor enige compensatie. Ik heb er in ieder geval geruime tijd bijgepraat met directielid Hans Groffen en Orang-Oetan-expert Mark Timmermans.

Het Scheldemond Schaaktoernooi kent een enigszins bijzonder format: alle deelnemers spelen in één en dezelfde groep. Daardoor stuiten de grootmeesters vanuit hun perspectief doorgaans pas vanaf de vierde of vijfde ronde op serieuze weerstand. Maar wat is eigenlijk serieuze weerstand? Gisteravond ontsnapte GM Max Warmerdam ternauwernood aan een nederlaag, om uiteindelijk toch nog de volle winst binnen te halen. Dat onderstreept maar weer dat verrassingen altijd op de loer liggen.

Ook op papier leek ronde 4 geen bijzonder spannende ronde voor de (top)grootmeesters, maar de tegenstand was wel weer een niveautje hoger. Ik dichtte bijvoorbeeld IM Merijn van Delft en IM Stefan Beukema zeker kansen toe tegen respectievelijk GM Raunak Sadhwani en GM Erwin l’Ami. Daarvoor zouden zij uiteraard een uitstekende dag moeten hebben, of de grootmeesters juist een mindere.

Of dat ook daadwerkelijk gebeurde, leest u hieronder.

Bord 7 

Eelke de Boer – Joachim Waffenschmidt (foto: Tina Rouwendal)

IM Eelke de Boer was van de liveborden als eerste klaar. Een goed ingevoerde Dordtse bron wist mij te vertellen dat 16…Dd7 een fout was en dat 16…Dc4 de voorkeur verdiende. De dame staat daar net vervelend genoeg om de witte aanval voorlopig af te remmen. Na het partijverloop ging het echter snel bergafwaarts voor zwart. De witte stukken werken uitstekend samen en zwart moet lijdzaam toezien hoe zijn stelling onvermijdelijk instort.

 

Bord 3 

Hoewel ik nog nooit een Carlsbad-stelling op het bord heb gehad, heb ik de indruk dat GM Max Warmerdam een modelpartij heeft gespeeld. Ooit kocht ik een boekje over het geweigerd damegambiet en daaruit was mij bijgebleven dat zwart graag dit type stelling nastreeft: de witte minderheidsaanval neutraliseren, een paard naar d6 manoeuvreren en vervolgens de koningsvleugel naar voren gooien. De aanval leek daarna bijna vanzelf te verlopen.

Bord 1

Raunak Sadhwani (foto: Tina Rouwendal)

Op basis van de bedenktijd concludeer ik voorzichtig dat Sadhwani werd verrast door Van Delfts variantkeuze in de Siciliaanse Taimanov (Dd3–Dg3). Dat verrassingseffect leek echter van korte duur, want na 8…d7-d6 was het juist Van Delft die even moest nadenken.

Op zet 18 stond Van Delft voor een belangrijke keuze: de stelling proberen te sluiten of juist open houden. Hij koos voor het eerste met 18.c4. Alternatieven waren zowel de korte als de lange rokade, wat uiteraard heel andere typen stellingen had opgeleverd. Na 18.c4 ontstond een soort loopgravenoorlog waarin zwart geen eenvoudige manier wist te vinden om door de witte stelling heen te breken. Ik dacht dat áls er een doorbaak zou komen, deze op de damevleugel zou plaatsvinden. Maar goed, ik ben geen grootmeester natuurlijk. Sadhwani wist op slimme wijze zijn torens razendsnel van de damevleugel naar de koningsvleugel te manoeuvreren: daar volgende een succesvolle doorbraak. Van Delft probeerde met kunst en vliegwerk zijn stelling overeind te houden, kwam daarin een heel eind, maar moest uiteindelijk in een intussen vrijwel verlaten speelzaal toch zijn koning omleggen.

 

Bord 7

Eunice Hng – Daniel Hausrath (foto: Tina Rouwendal)

GM Daniel Hausrath stond al geruime tijd beter tegen Mei-Xian Eunice Hng, maar zelfs grootmeesters maken fouten in tijdnood. Maar eerlijk is eerlijk, ik kan me voorstellen dat zowel wit als zwart deze mogelijkheid niet gezien of onderschat hebben.

Zwart speelde 39…Dc7, maar dat bleek een onnauwkeurigheid. Hng kreeg vervolgens één minuut om een lastige keuze te maken: 40.Lxa6, de logische optie, of 40.Lxe6, de scherpe voortzetting. De vraag was of wit na de complicaties eeuwig schaak zou hebben, of dat de rook zou optrekken en een totaal verloren stelling zou overblijven.

Hng koos uiteindelijk voor 40.Lxa6, maar verloor daarna te veel pionnen in het centrum. Achteraf bezien was 40.Lxe6 sterker. Juist daarom was 39…Kg7 waarschijnlijk nauwkeuriger geweest dan 39…Dc7. Na 40.Lxe6 beschikt wit op de lange termijn over verschillende eeuwig-schaakmotieven, terwijl de opgerukte h-pion van zwart niet goed samengaat met een zwartveldige loper.

 

Bord 2

Aan bord 2 werd mij al snel duidelijk dat (groot)meesters toch net iets anders naar schaken kijken. Gemakshalve ga ik er maar vanuit dat de manoeuvre 6.Lf1-e2, gevolgd door 7.Le2-d3, een meesterlijke finesse is die mijn speelsterkte ver te boven gaat.

Al snel werden de eerste stukken geruild. Mijn indruk was dat dit zo’n stelling is waarin wit óf zijn tegenstander langzaam maar zeker naar achteren drukt, óf waarin er simpelweg te weinig overblijft om de remisemarge te ontstijgen. Uiteindelijk werd het dat laatste, al deed L’Ami nog verwoede pogingen om er meer van te maken.

Wellicht zelfs iets té verwoedelijk, want op zet 51 had Beukema de winst voor het grijpen. Natuurlijk niet iets waar je op rekent tegen een grootmeester waartegen je al de gehele partij 0 winstkansen hebt gehad.

L’Ami zag zijn uitglijder op zet 51 direct nadat dat hij zijn koning had losgelaten, maar had het enorme geluk dat Beukema helemaal gefocust was op het uitrekenen van het meest veilige pad naar remise. Als Erwin hoopte dat dit “foutje” tamelijk onopgemerkt voorbij zou gaan (het Scheldemond Schaaktoernooi kent immers geen honderdduizenden volgers), dan had hij buiten Anish Giri gerekend…

 

Anish Giri, 349.820 volgers

 

Alle partijen aan de bovenste 10 borden:

 

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.