Kermisschaak

In verband met de kermis in Rosmalen ligt het Zomerschaak een weekje stil. Dat bracht mij op het idee zelf eens een schaakkermis op te tuigen. Deze kermis bestaat uit zes attracties!

Ik ontleen deze kermisattracties aan het volgende boek: M. Euwe-M. Niemeyer-A. Rueb-B.J. van Trotsenburg, ’H.G.M. Weenink. Samengesteld voor het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap en den Nederlandsen Bond van Probleemvrienden’, Amsterdam-Haarlem [1932].

Dit boek is geschreven als eerbetoon aan Henri Weenink, een schaker die vandaag de dag vrijwel vergeten is, maar die in de jaren twintig van de vorige eeuw behoorde tot de top van de Nederlandse schaakwereld. Hij is geboren in Amsterdam in 1892 en stierf jong in 1932.

Tegenwoordig kennen sommigen deze Weenink misschien nog slechts van een paar verliespartijen tegen Euwe die in de biografie van deze wereldkampioen worden geanalyseerd. Weenink was echter niet alleen een verdienstelijk schaker, maar ook een probleemcomponist die in 1921 over dit deelgebied van het schaken het boek ’Het schaakprobleem. Ideeën en scholen’ publiceerde, dat in 1926 in een uitgebreidere versie ook in het Engels verscheen onder de titel ’The Chess Problem’.

Een van zijn beste prestaties was een met Landau gedeelde tweede plaats in het Nederlands kampioenschap van 1929, dat in juli van dat jaar in Amsterdam werd gehouden. Euwe won met 8½ uit 9, maar Weenink deelde met Landau de tweede plaats met 7 uit 9 en bleef ongeslagen.

Zijn grootste succes boekte Weenink in het zogenaamde Spielmann-toernooi, een zeskamp die in februari 1930, eveneens te Amsterdam, werd gehouden. Hij won het toernooi met 4 uit 5, voor Euwe met 3 punten en Spielmann en Landau met 2½ punt.

Opgave 1: de draaimolen

Laten wij nu de kermis betreden! Om te beginnen nemen wij plaats in een draaimolen. We zien die in onderstaand diagram, een probleem van F.G. Glass.

Lees verder: Kermisschaak | Schaakvereniging De Kentering

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.