Dat ziet toch een blinde met de krukstok!

“Vasthouden en niet zenuwachtig worden” had Robbie Hartoch tijdens het spelen tegen mij gezegd. Kon het makkelijker? Het lijkt wel opgelegd pandoer! Om te beginnen met 28.Thg1 die binnengedrongen dame verdrijven en tegelijk pion g4 dekken en dan na het afgedwongen 28… Db2 met 29.Tc2 die dame tot verdere terugtocht dwingen terwijl in het witte kamp alles gedekt blijft. Zwart speelde 29… Db4, het sterkste maar ook 29… Db8 of 29… Db7 waren goed geweest. Wits stelling is onhanteerbaar, Van Scheltinga stond er ook van te kijken! Op 30.Da7 moet Zwart wél het sterkste 30… fxg4! 31.hxg4 h5! vinden.

28.Thg1? is fout, na 28.De2! blijft het zwarte voordeel binnen de remisemarge, waarmee natuurlijk niet gezegd wil zijn dat het dan ook remise zou zijn geworden.

Zwarts laatste zet 27… f7-f5 was ook fout. Tekenend is de winnende vrijwillige terugtocht 27… Dg2-b2, maar na 28.Tc2 is 28… Db4? fout en na 29.Da7 levert alleen 29… La6! nog gelijkspel op. Volgens Stockfish 18 is het allersterkste 27… h7-h5!! 28.Thg1 Db2 29.Tc2, maar opnieuw is dan 29… Db4? fout wegens 30.Da7, al heeft Zwart nu naast 30… La6 een extra redding in 30… hxg4 31.hxg4 La6!.

365chess.com/game.php?gid=2391362 gespeeld in de vijfde ronde op 5 augustus.

Enkele jaren eerder had Jantje Timman tegen mij gezegd: “Sämisch-variant tegen Konings-Indisch wint altijd.” Toen ik met schaken begon wisten ook lagere clubspelers en huisschakers van dat f2-f3.

Ik zal drie keer eerder hier iets over de Sämisch hebben aangeroerd: terugvinden kan ik mijn reactie(s) op schaaksite.nl/2025/12/26/recensie-playing-the-nimzo-indian-renier-castellanos/ waar de positieve waardering voor Pachman in mij de herinnering wakker riep aan de zettenreeks 1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.f3 o-o 6.Le3 e5 7.d5 Pe8 8.g4 f5 9.exf5 gxf5 10.Dd2 fxe4 11.fxe4 Lg4 die ik in mijn begintijd uit zijn boek had geleerd en toen dat eenmaal op mijn bord stond

zag ik verschrikt dat het met ! beloonde 12.Le2 fout was, de inmiddels (tijdelijk?) dode link naar ChessBites had een redelijk recente partij waar dat gespeeld werd en niet werd weerlegd. Nadat ik Pachman had aangeschreven stond in de volgende druk 12.Pge2 met !.

Dimitri schreef enige tijd geleden over een jeugdtraining waar het idee van Bronstein om de zwarte dame te geven voor 2 Ls + 2 pi. thema was, mijn reactie die op de computerzet 14… Pb2 in players.chessbase.com/ecogamesreplayer/Harari_Zaki_488?isWhite=False wees, waarna eerder Zwart beter staat, heb ik (nog) niet teruggevonden. Tien jaar eerder had ook ikzelf 14… Pb6 gespeeld, in de stampartij van het idee Spassky – Bronstein 1956 had Zwart nog niet gerokeerd en had hij een paard op a6.

Ook moet ik hier een keer de eerste Sämisch-variant die ik ooit zag en die gespeeld is in de maand nadat ik van de Goede Sint een schaakspel had gekregen 365chess.com/game.php?gid=2546640 hebben vermeld met daarbij de informatie dat het niet gespeelde en ook niet in de krant vermelde 26… Pg8 zwarte winst had opgeleverd. Uit het geniete boekje van de Sint leerde ik meer dan alleen hoe de stukken gingen, zo ook dat er een opening was die Konings-Indisch heette, wat mij ten onrechte aan maharadja’s deed denken. In de daar gegeven voorbeeldvariant stond 5.Pf3, bij 5.f3 in bovenstaande partij gaf W.J. Muhring als toelichting: “Wit versterkt zijn centrum om spoedig met meer kracht op de koningsvleugel te kunnen aanvallen”, daarvan kwam het in de partij na 10.Pg3 en 14.f4 dus niet. De zwarte voorbereiding van de centrumvorming met … c5 zag ik terug in lichess.org/broadcast/european-youth-team-chess-championships-2026-o12/round-7/N1tG1Pg0/1O3cU1ud van 1 augustus jongstleden en het trof mij dat ik vrijwel dezelfde opzet tussen nog jongere ukkies van 1991 van wie de zwartspeler nu GM is in 365chess.com/game.php?gid=2060244 terugvond. Loetikov deed in januari 1959 enkele ronden na zijn witpartij nu met Zwart datzelfde 6… b6 in 365chess.com/game.php?gid=2546666 en trapte in de truc die Bronstein had klaarliggen. Maar Wit speelde het niet op z’n sterkt af en wilde het te mooi doen, nog erger zien we gebeuren in 365chess.com/game.php?gid=2132919 (Zwart is de persoon die mij uitkafferde toen ik van hem had gewonnen met iets wat hij niet kende en wat inderdaad pas enkele jaren later repertoire van de wereldtop werd, namelijk 7.h4 tegen de Winawer main line). De huidige kandidaat-wereldkampioen werd op z’n negende en daarna twaalfde, zie 365chess.com/game.php?gid=4099920 niet met de weerlegging van 7… c5 geconfronteerd.

Voorjaar 1959 kocht ik het Euwe-deeltje 5 over o.a. Konings-Indisch, dat was van 1953, de volgende druk pas van 1963. 6… e5 was dé zet, 6… Pbd7 kreeg ? wegens 7.Ph3 met !, ik zal toen minstens één en misschien wel meermaals op 6… Pbd7 braaf 7.Ph3 hebben gedaan. In de latere druk staat 7.Dd2 en is 7.Ph3 verdwenen. Euwe 1963: dat 6… b6 7.Ld3 c5 8.e5! Pe8 9.Le4 kwaliteit kost, daarom 7… a6, ook 6… a6 7.Ld3 Pc6 matchpartij Botwinnik – Smyslov 1958, door Timman tegen mij gespeelde 6… a6 werd ook door Tal tegen Botwinnik gespeeld in partij 19 van 1961, in de eerste match en in partij 13 was het nog 6… e5 met eerst 7.d5 als antwoord, jaar later het psychologisch gemotiveerde 7.dxe5 en daar had Tal verder geen zin meer in.

Ook staat in Euwe 1963 en eerder niet 6.Lg5 c5!, dat 6… c5 kreeg van Pachman 1956 een in 1967 verdwenen “(?)”. Boleslavsky 1969 merkt op dat 6.Lg5 weliswaar 6… e5 verhindert maar niet de controle over c5 behoudt en dat maakt die andere verdediging 6… c5 mogelijk.

Mijn partij tegen Timman heeft in Schaakbulletin gestaan, ik heb dat nummer niet, het staat mij bij dat er bij 6… a6 een aantekening stond, als ik het wel heb – houd mij ten goede – dat op 7.Ld3, de zet van Botwinnik tegen Smyslov, sterk 7… c5 zou zijn, iets wat later met Zwart onder meer door Timman in 1977 tegen Hübner en door Kasparov in 1983 tegen Beljavsky zou worden gewonnen. Stockfish 18 vertelt mij dat na 8.dxc5 het sterkste zou zijn 8… Pc6 en daarmee heb ik tot dusver geen enkel voorbeeld kunnen vinden.

Ook op het door Botwinnik in partij 19 van de revanchematch en door mij tegen Timman gespeelde 7.Dd2 is de computeraanbeveling 7… c5, in de databanken tegenwoordig ruim vertegenwoordigd. Bij de bespreking van mijn partij in Het Vrije Volk noemde Van Scheltinga 7.Dd2 “stereotiep”, op zijn aanbeveling 7.Pge2 kan Zwart het met 7… b5 aanpakken, voorbeelden tegenwoordig te over.

De eerste keer dat ik 6… c5 zag zal in januari 1976 zijn geweest, van Nico Schouten die zei: “Misschien niet helemaal correct maar kansrijk.” Twee belangrijke door Wit gewonnen partijen blijken het jaar daarvoor te zijn gespeeld, Pytel deed in The Chess Player Karpov – Barle met ! en +– af na het gespeelde 7.dxc5 dxc5 8.Dxd8 Txd8 9.Lxc5 Pc6 10.Pd5, een latere Telegraafrubriek van Lex Jongsma (bij Hübner – Timman 1977) over Bronstein – Dvoretsky idem dito, op hoger niveau ligt dat toch wel wat anders, Bronstein schrijft dat zijn partij veel bekijks van de andere deelnemers trok en dat de eerste zoveel zetten in razend tempo geschiedden. Als mens zie je daar toch in de eerste plaats een zwart pionoffer en ik vind het meest frapperende dat dit toch na decennia is opgekomen voordat we de zaak met de computer konden bekijken. Het blijkt een volkomen correct gambiet dat net zo min als de correcte gambieten een zet later na eerst 6… a6 het witte plus kan aantasten, maar is wel eerste keus van de computer en in dit geval wordt weigering door 7.Pge2 of 7.d5 sterker geacht dan de test 7.dxc5. Dat weet de hedendaagse top heel wel, via databanken weten we nu dat de Britse correspondentiespeler chessgames.com/perl/chessplayer?pid=169382 in 1953 zijn tijd ver vooruit was.

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.