In memoriam Renzo Verwer.
Lang geleden kreeg ik zomaar een e-mail binnen van een voor mij volslagen onbekende figuur, ene Renzo, die me zijn boekje over Bobby Fischer wilde opsturen… oh ja ‘en hij had een blog’. Iets waarmee hij steevast eindigde in elke mail om zijn semi-journalistieke kant te benadrukken. Dit was het begin van een lange vriendschap.
Renzo werkte in een boekwinkel, was belezen en vertelde me soms dat hijwéér zich had voorgenomen om te stoppen met nieuws volgen om zich af te sluiten van ellende in de wereld. Dit lukte echter nooit. Om de paar weken kreeg ik een mail binnen waarin Renzo zijn kijk op het wereldgebeuren gaf. Vaak met daarbij een link naar zijn blog, of beter gezegd blogje. Zijn blog kenmerkte zich door meestal kortbondig zijn visie te beschrijven.
Ik had een paar keer zonder het Renzo te vragen hem toegevoegd aan de beruchte Schaak Schorem-Whatsappgroep waar in een paar honderd appjes per dag schakers het wel en wee in de (schaak)wereld doornemen. “Te veel, te vaag, te langdradig”, was Renzo’s antwoord om hierop te vertrekken.
Renzo hield van persoonlijk contact, niet van groepen. Wel gaf Renzo in persoonlijk contact posities aan van anderen om hierop te reflecteren. “Jaap, wist je dat Erik van den Doel dit erover zegt? En dat Karel van der Weide dat denkt? Hoe zie jij het Jaap?”
De namen genoemd zijn grootmeesters, iets waar Renzo in de loop der jaren vaak op terug kwam. Dat je grootmeester kunt zijn, iets wat voor ons huisschakers iets heel bijzonders is, maar waar geen vrouw op afkomt en waar het moeilijk mee is om aan schaakcenten te komen. Dat fascineerde Renzo.
“Renzo is een coole gast!”, dat schreef GM Erik van den Doel, nadat ik op het Utrecht Schaakforum gevraag had wie in Godsnaam Renzo Verwer is die mij
zijn Fischer-boekje wil opsturen. Ik nam het boekje aan waarna een levendige correspondentie ontstond.
Renzo mailde dat hij bij me in de buurt zou komen. Hij wilde al jaren het huis van Jan Timman in Arnhem gaan bezichtigen. Echt iets voor Renzo, van een afstandje iets observeren en er dan over nadenken. Dat klinkt wat apart, maar ik vond het wel humor om mee te gaan.
We gingen eerst naar een onbeperkt buffet waar we er de sport van maakten om ons geld er eens goed uit te gaan eten en drinken. Wij door naar het adres van Timman die in een winkelstraat een bovenwoning had. Een simpele deur naast de winkel op de begane grond was het entree tot het domein Timman. In tv-documentaires zag ik later dat er flink wat trappen te beklimmen waren.
Wij staan daar naar boven te turen. Niks, geen actie. Ik vond het maar saai. Dus ik zeg na 12 bier op: “Ik ga gewoon aanbellen, want ik heb zin in een borrel met Jan.” Renzo wilde daar niets van weten en trachtte mij tegen te houden. Dit werd een worsteling waar ik zo misselijk door werd dat de inhoud van het onbeperkt buffet samen met 12 bier op de voordeur van Timman belandde! Zoals elke goed burger kozen we snel het hazenpad. 😉
In latere jaren kwam ik Timman nog wel tegen: in de winkelstraat, in de Albert Heyn, in een simultaan en zelfs in de trein. Sterker nog, bij het beroemde vistoernooi van En Passant werd ik ingedeeld tegen Timman! Ik heb maar niet gevraagd naar die ene keer dat hij zijn voordeur wilde dichttrekken en toen… u snapt het wel.
“Je zwijgt als het graf!” zei Renzo, “ook niet op het Utrechtschaakforum zetten!” Nu Jan en Renzo niet meer bij ons zijn is het tijd dat ik het boetekleed aantrek en me publiekelijk verontschuldig voor dit debacle. Ze zeggen weleens ‘achteraf dan lachen we erom’. Het is nu een geinige anekdote geworden.
Vrijdag sprak ik Renzo nog. Hij zat met wat dingen. Ik probeerde hem nog perspectief te laten zien en ook snel weer een afspraak te maken. Renzo zei dat hij een afspraak mentaal niet aan kon. Zo ging het al jaren. Tijdje niet, dan weer wel. Ik ben blij dat Karel van der Weide me nog liet weten dat Renzo op zaterdag aan Karel liet weten het gesprek met mij op vrijdag te waarderen. Zo was Renzo, nooit vrienden samenbrengen in een groep, maar los praten met vrienden over vrienden. Drukte was niets voor Renzo.
Als ik in Amsterdam museums ging bezoeken ging ik altijd langs de boekwinkel van Renzo. Effe bijpraten. Een boekwinkel aan het einde van De Wallen. Een plek waar je geen boekwinkel zou verwachten, maar die zat er al 140 jaar. Renzo moest niks van De Wallen hebben. Het was toeval. Ik had hem wel gepolst om lol te gaan trappen op De Wallen, maar dat was niet aan hem besteed. Had misschien ook wel met het voordeurincident te maken. 😉
Renzo was eigenlijk een keurige, nette man. Wat hij zag in zo’n discutabel randfiguur als ik, was zijn verwondering over hoe zoiets tot stand komt. Vooral hoe anderen in de pers de figuur ‘Terror Jaap’ bespraken, terwijl ik in het echt eigenlijk heel anders was. Renzo besprak met mij ook eens het fenomeen ‘de familie Tokkie’, hoe zoiets kan ontwikkelen in Nederland. Maar ook bijvoorbeeld hoe de beveiliging van Geert Wilders zou werken of zijn irritatie hoe domme politici die belastinggeld verspillen met onzin toch verkozen kunnen worden.
Renzo Verwer verwonderde zich over de wereld, maar kon uiteindelijk de wonderen in de wereld niet meer aan. We gaan Renzo missen.
