Over talent en sociale vergelijking

Op het moment dat je schaken als hobby opneemt, word je bijna direct op een ladder geplaatst: het rating-systeem. Dit maakt meteen de pikorde in de schaakwereld duidelijk, en geeft meteen een richting: je wil die ladder beklimmen! En dat is eigenlijk universeel: het geldt voor de 1200-speler, de 2000-speler en zelfs Carlsen wil omhoog, namelijk naar de 2900. Overigens, nu Corona het reguliere schaakleven heeft stilgelegd, is de KNSB- en de FIDE-rating een stuk minder relevant. Gelukkig hebben we ook hiervan een online equivalent!
Over waar je start op de ladder en hoe snel je die ladder beklimt, heeft te maken met iets wat ze noemen ‘talent’. Wat talent precies inhoudt, is echter niet heel duidelijk natuurlijk. Verschillende mensen hebben zich op dit onderwerp gericht, waaronder journalist Daniel Coyle, met zijn boek ‘The Talent Code’ (alweer uit 2009) – het onderwerp van dit artikle. Coyle heeft het over drie belangrijke ingrediënten voor het ontwikkelen van talent: iets wat hij noemt ‘deep practice’, goede coaching, en ‘ignition’ (een vonk).
Lees meer >
Begin dit decennium speelde ik een schaaktoernooi in Praag. Ik had in de derde ronde net gewonnen van een grootmeester in een van mijn beste partijen ooit, en liet de partij in de bar zien aan mijn reisgenoten. Aan onze tafel zat ook een Serviër met een grote pul bier (niet zijn eerste) die bij al mijn zetten wel een kritische opmerking plaatste – het grootste deel van de tijd onzin,
In ieders schaakcarrière zijn altijd een paar partijen die hem of haar meteen voor de geest komen als diegene terugdenkt, tegelijkertijd met de bijbehorende emotie. Ik voel bijvoorbeeld meteen weer de walging als ik terugdenk aan die partij waar ik net na zet 40 mat in twee over het hoofd zag – waardoor we de match met 5,5-4,5 verloren – of de euforie over de strakke partij die ik won van een voormalig wereldtopper.
s Publishing een boek had gepubliceerd van topcoach Vladimir Tukmakov genaamd ‘Coaching the Chess Stars’, was ik natuurlijk enthousiast om dit boek te recenseren: het gaat per slot van rekening over mijn eigen vakgebied. Ik was van tevoren nog niet bekend met de aanpak van Tukmakov en bij een dergelijk onderwerp is het altijd de vraag of die aanpak je ook aanspreekt. In de inleiding overtuigt Tukmakov me echter al direct. Hij zegt namelijk het volgende:
Laat me maar meteen met de deur in huis vallen: ik zit in een schaakdip. Wellicht kan je het een pre-post-titeldip noemen: met een virtuele rating van 2395 en drie normen op zak sta ik op matchpunt voor de IM-titel. Echter, hoewel het me in de schaakwereld wellicht wat meer status oplevert, zal ik er in de echte wereld geen vrouw extra mee imponeren – laat staan dat ik dichter kom bij het vervullen van mijn lotsbestemming (wat dat ook zou moge zijn).
Om de haverklap komen er schaakboeken uit die elk een volgens de schrijver onderbelicht aspect van het schaakspel beschrijven. Liefst met een titel die je een tikje onzeker maakt over je eigen schaakfunctioneren. Mooie voorbeelden zijn 100 endgames you must know (“shit, ken ik die wel allemaal?”) of Secrets of modern chess strategy (“dadelijk kennen mijn tegenstanders die geheimen al wel!”). Ik vraag me echter altijd af welke van die boeken de tand des tijds doorstaan. Er valt dan ook wel iets voor te zeggen om net als in de wereldliteratuur enkel klassiekers te lezen: per slot van rekening hebben we in ons leven maar beperkt tijd en zegt het wel iets dat die boeken nog altijd herlezen worden. Omdat mijn interesse uitgaat naar de meer psychologische kanten van het schaakspel, heb ik voor deze review gekozen voor een moderne klassieker: het boek John Nunn’s ‘Secrets of practical chess’, waarvan de eerste druk in 1998 uitkwam.
Recensie Daniel Gormally – A year inside the chess world (Chess Evolution, 2016)
Een relatief recent fenomeen is het streamen van games: mensen die een (computer)spel spelen en ondertussen zowel hun beeldscherm als hun webcam-beeld delen met de wereld. Schietspellen als Call of Duty en Fortnite, of een voetbalspel als FIFA worden op deze manier al door duizenden mensen gestreamd en door een veelvoud daarvan live bekeken: gemiddeld kijken er meer dan een miljoen mensen tegelijkertijd live naar dergelijke streams op de grootste streamingsite
Het bouwen van een openingsrepertoire is voor elke schaker een uitdaging. Een opening moet dan ook aan aardig wat eisen voldoen: het moet leuk zijn om te spelen, mag niet teveel werk kosten en je wil er liefst ook nog veel punten mee scoren. Heb je eenmaal een repertoire gekozen, moet je ook nog omgaan met wat je schaakomgeving van jouw openingsrepertoire vindt: de een beschimpt je omdat je een ‘incorrecte’ opening speelt, de ander vindt dat je je niet mag bezighouden met hoofdvarianten omdat je aan een ‘rat race’ zou meedoen.
