1A: Groninger Combinatie 2 – SG Max Euwe 5 – 5
Bij Groninger Combinatie waren ze vorig seizoen een beetje verrast over hun kampioenschap in de tweede klasse. Het is dan niet verrassend dat dit seizoen ‘handhaving’ in de eerste klasse het doel is. Tegen SG Max Euwe uit Enschede werd het 5-5 en daar waren de Groningers tevreden over, want dat vonden ze een veel sterker team. Een voordeel in deze klasse is wel dat na het terugtrekken van Oud Zuylen Utrecht er maar één team degradeert.
Afgelopen zaterdag konden we na een lange zomerstop eindelijk weer aan de competitie beginnen.
Dit klinkt alsof deze periode te lang duurde. Het was natuurlijk niets langer dan de afgelopen seizoenen, maar het voelde voor mij deze keer wel zo. M.a.w.: ik had er heel veel zin in!
Dit in tegenstelling tot de laatste paar jaren, waarin het schaken me na een aantal vervelende gebeurtenissen in mijn leven soms zwaar viel. Zoiets slijt gelukkig.
Als we spreken over een wonderkind uit Bakoe denken we in eerste instantie aan Garry Kasparov. Maar er is nog een tweede wonderkind: Teimour Radjabov! Op zijn zestiende won hij in Linares al in een gewone partij van zijn illustere voorganger en er werd hem een gouden toekomst voorspeld. Toch kwam dat niet helemaal uit. Hij bereikte niet wat hij misschien had verwacht en op een of andere manier raakte hij gedemotiveerd. Maar vandaag, op dierendag, heeft Radjabov het grootste succes in zijn loopbaan weten te behalen. In de tiebreak met de doorgaans onverstoorbare Liren Ding, sloeg hij in de laatste twee vluggertjes genadeloos toe. De eerste vier rapidpartijen waren allemaal in remise geëindigd hoewel er voor beide spelers soms wat meer te halen viel.
Moskalenko met wit! Daar hebben we even op moeten wachten. De aanvalvirtuoos heeft al meerdere boeken voor de zwarte stukken op zijn naam staan zoals “The flexible french” of “The fabulous Budapest gambit” waarover eerder al een recensie verscheen. Maar nu dus tijd voor een boek waarin de witte stukken de hoofdrol spelen. Zelf ben ik een groot fan van zijn boek “the flexible french” (inmiddels uitgebreid naar “the even more flexible french”), dat een grote invloed had op mijn visie op die (voor mij toen nog) zo verschrikkelijke opening. Maar hoe brengt dit boek het er vanaf?
