Grote schakers naar IJsselmeervogels
Jan Timman, John van der Wiel, Hans Ree en Hans Böhm; zij behoren tot de grote Nederlandse schakers van de jaren zeventig en tachtig. Op zaterdag 7 juli zijn zij actief in het stadion van de voetbalclub IJsselmeervogels, die in diezelfde jaren zeventig (om precies te zijn in 1975) Nederlands Sportploeg van het Jaar was.

Hans Ree vorig jaar bij een publieksevenement in Hilversum. Foto: HSG.
Prominent aanwezig zijn ook twee sterke schaakcomputers en dat staan lijnrecht tegenover hoe we het schaken in de jaren zeventig beleefden. Een botsing van tijdperken dus. Waar gaat dit over? Over een uniek evenement, het FishPartners Schaaktoernooi in Bunschoten-Spakenburg.
Er wordt een rapidtoernooi gespeeld, waaraan twee sterke computers meedoen: Pewatronic Grandmaster met een geschatte rating van 3200 en Tasc R30 met een geschatte rating van 2380. De computers delen niet in de prijzen, maar kunnen de eindstand natuurlijk wel beïnvloeden. Het speeltempo is 25 minuten per ‘persoon’ per partij. De computers worden ingesteld op 5 minuten, maar de bediener ervan krijgt wel gewoon 25 minuten. Dat heeft hij ook wel nodig, want hij bedient beide computers tegelijk.
Verdere details staan op de website van En Passant. Erg fijn is dat deelnemers voor hun inschrijfgeld van € 10,- koffie, patat, kibbeling en haring krijgen zolang de voorraad strekt.
Het prijzengeld is riant, met een hoofdprijs van € 800,- en daaronder nog meer aantrekkelijke prijzen. De ‘oude helden’ komen op speciale uitnodiging van hoofdsponsor Peter Frans Koelewijn, die hun graag wat extra condities gaf omdat hij in de jaren zeventig en tachtig van hen genoten heeft. Koelewijn is een modale clubschaker van En Passant en directeur van een groot internationaal bedrijf in de visverwerking en -handel, de grootste branche van Bunschoten-Spakenburg. Hij is trouwens ook eigenaar en bediener van de twee computers. Koelewijn is ‘gek van computerschaak’, zei hij tegen de verslaggever van De Gooi- en Eemlander.
Lees meer >
Wat is Omnisimultaan?
Het verhaal in de Top-40 van Johan Hut over grootmeester Jan Hein Donner heeft de gemoederen flink in beweging gebracht. Zoals de Amsterdammer dat gedurende zijn leven zelf ook al volop voor elkaar had gekregen, lukt het hem zoveel jaren na zijn dood toch ook weer. Het boek De Koning van Tim Krabbé en Max Pam laat ook zien hoe Donner er vaak in slaagde om te provoceren en te choqueren. Maar dat hij de lachers meestal op zijn hand kreeg, is ook een feit.
Het ene Delftse toernooi is nog niet afgelopen (zie 

Een verslag door: Benno de Jongh, foto’s: Harry Gielen
Toen ik in 2012 met enkele vrienden van de Koninklijke Brugse schaakkring een toernooi in het Spaanse Benasque speelde, waren twee van hen, Frederic Decoster en Linton Donovan, in de ban van de Tarrasch-verdediging. Ik was toen net begonnen met het spelen van 1. d4 en met de nuances en subtiliteiten van de Tarrasch-verdediging was ik onbekend. In mijn onwetendheid ging ik ervan uit dat wit makkelijk spel had tegen de geïsoleerde pion op d5. Dat was natuurlijk wel erg kort door de bocht aangezien veel giganten uit het verleden de Tarrasch in hun repertoire hadden. Frederic en Linton lieten me toen zien welke gevaarlijke ideeën zwart tot zijn beschikking heeft en sindsdien had ik altijd wat schrik om de Tarrasch tegen te krijgen, wat ook weer overdreven was. In 2011 verscheen het boek The Tarrasch Defence van Jacob Aagaard en Nikolaos Ntirlis wat gerust een standaardwerk genoemd mag worden. Het boek leidde tot een opleving van de opening die vooral populair was in de jaren 70 en 80. Sinds 2011 heeft men natuurlijk niet stilgezeten en volgens de laatste stand van de theorie heeft zwart volgens mij wat probleempjes. Ik was dus benieuwd wat Alexey Bezgodov zou vertellen in The Art of the Tarrasch Defence dat eind 2017 verscheen bij uitgeverij New in Chess. 

