Balletje, balletje
Een blik op de speellijst bevestigde mijn vermoeden. Ik moest tegen hèm. Niet lang daarna kwam hij op me af met die karakteristieke geamuseerde grijns op het gezicht en sprak hij op de licht zangerige toon die hem eigen is: “Wij spelen Wim.” Even later zaten we tegenover elkaar. “Hebben we al eens gespeeld?”, was zijn vraag en ik wist niet zo goed of dit nu een welgemeende vraag was of dat hij me slechts wilde herinneren aan een pijnlijke ervaring.
We hadden inderdaad al eens gespeeld. Ik was door hem in een soort moeras getrokken waarin ik objectief gezien wel beter stond, maar waar een fout levensgroot op de loer lag. En die maakte ik. “Ja, we hebben al eens gespeeld en jij won”, zei ik afgemeten. Hij kneep zijn ogen dicht om als het ware ongestoord in zijn herinnering te kunnen graven. “O ja”, zei hij na een korte pauze en zijn gelaatsuitdrukking verraadde binnenpret, “jij greep naar je hoofd onder de uitroep: ‘ach, een blunder gemaakt.’”
Dat hij zich dát herinnerde en niet iets schaaktechnisch is veelbetekenend. Hij lijkt het schaakspel geheel anders te beleven dan wie dan ook en dat heeft iets verontrustends. Je krijgt er geen vat op, je weet niet wat je te wachten staat. Dat ‘anders’ beperkt zich overigens niet tot het schaakbord.
Een paar maanden geleden liep ik met mijn vrouw in de buurt van Scheveningen op een vrijwel verlaten strand. Een eenzame man kwam ons tegemoet. Híj was het en in tegenstelling tot mijzelf leek hij totaal niet verrast. We gaven elkaar een hand en gingen vervolgens ieder ons weegs. Enige weken later stond ik in het winkeltje van het Franciscus Gasthuis op zoek naar iets leuks voor de zieke die we gingen bezoeken. “Dag Wim”, hoorde ik plots, en daar stond hij weer, als uit het niets opgedoken.
Lees meer >
Al geruime tijd koop ik geen boeken meer, dus ook geen schaakboeken. Geen plaats meer in de overvolle boekenkasten en geen tijd meer om ze te lezen. Zeker, daar is wat aan te doen. Brochures en boeken van weinig hedendaags nut verwijderen en voor het kringloopproces aanbieden. Minder tijdschriften en kranten lezen. Ik weet het dus wel, maar doe het niet. Onlangs kreeg ik een boek met als direct gevolg daarvan dat er een doorschuifactie moest plaatsvinden.
“Ik ben blij dat iedereen op tijd zijn visum heeft kunnen regelen!” zegt Frans tegen mij op de avond van 13 september, voor het vertrek op zaterdag naar Cuba. Plotseling verstijf ik, mijn ademhaling stokt en benauwd klinkt het uit mijn mond: “Maar Frans, ik dacht dat jij ze voor ons allemaal besteld had, ik heb nog geen visum!” Je ziet Frans schrikken en het is even angstvallig stil. Een groot probleem komt aan de oppervlakte drijven. Op de normale manieren is niet meer op tijd aan een visum te komen. En zonder visum kom je Cuba niet in. Sterker nog, je komt al niet het KLM-vliegtuig in. Wat nu?
Het boek werd geschreven door Simen Agdestein, de trainer van Carlsen, en in de Nederlandse vertaling uitgegeven door New in Chess. Ik pakte het boek erbij en zag dat ik er een uitgeprinte column had ingestopt die Gert Ligterink had geschreven op de site van Tata Steel Chess.
