Eindspelstudies 49 – De Zoetemelk van de Eindspelstudie 2012
Eindspelstudies
Lees meer >
website
E-mail:
Hierbij de 48ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.
In aflevering 45 ben ik nogal uitgebreid ingegaan op studies waarin wit met een loper tegen toren en paard toch remise houdt. Soortgelijke studies zijn er ook met het materiaal paard tegen toren en paard. Daarvan schotel ik er u in deze aflevering een aantal voor.
In totaal zijn er een kleine honderd (!) studies met die materiaalverhouding. Omdat het aantal mogelijke remisemogelijkheden beperkt is, ook in vergelijking met de materiaalverhouding die ik in aflevering 45 behandelde, zijn veel studies grotendeels geanticipeerd. Zojuist heb ik al die 100 studies nagespeeld, en ik geef het met enige aarzeling toe: ik kon af en toe een gaapje nauwelijks onderdrukken. Toch denk ik u hier een aardig overzicht te kunnen geven.
Lees meer >
website
E-mail:
Hierbij de 47ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.
Een pionvork is een veel gebruikte combinatoire zet in een schaakpartij. Je ziet het niet zoveel in eindspelstudies terug, geloof ik. Het is ook een beetje een platte zet: een kneuterig pionnetje valt twee hele stukken aan en wint er (in principe) één.
De ultieme, qua ongelijke machtsverhouding pionvork, is de volgende studie. De rus Leopold Mitrofanov kennen we natuurlijk van aflevering 2 (de zet van een andere planeet) met zijn Dg5-studie. Eén van zijn specialiteiten was de romantische studie. Dit is een goed voorbeeld:
Lees meer >
website
E-mail:
Hierbij de 46ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.
Tijdens het jaarlijkse internationale compositiecongres worden er vele zogenaamde “quick composing tourneys” gehouden. Het zijn natuurlijk altijd thematoernooien. De prijs bestaat uit de eer en een fles drank afkomstig uit het land van de organisator. Naast de champagne, saké en whiskey-toernooien, organiseerde de Nederlands/Vlaamse eindspelstudievereniging ARVES al een aantal keren een jenevertoernooi.
Voor het 2010-toernooi was het thema: mat door een gepend stuk met als beperking dat er geen sprake mocht zijn van een dubbelschaak. Een matstelling waar het schaakgevende stuk gepend staat zult u niet vaak in de praktische partij aantreffen. En zelfs zonder de beperking die bij het jenevertoernooi gold, is het ook in studies nogal zeldzaam. Op dit moment ken ik zo'n 40 voorbeelden.
Lees meer >
website
E-mail:
Hierbij de 45ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.
Vraag eens aan een schaker om een stelling zonder pionnen op te zetten zwart aan zet is, niet schaak staat en een extra toren heeft die vrij kan spelen. Tien tegen elf dat hij dan op de proppen komt met een beroemd motief.
De componist Jean de Villeneuve-Esclapon (1860-1943) was een Franse graaf die zelf decennialang redacteur was van het tijdschrift L'Échiquier Français, maar pas echt verzot raakte op het componeren van eindspelstudies toen Marcel Lamare (1856-1937) in zijn succesvolle rubriek in het nu reeds lang ter ziele gegane Franse schaaktijdschrift La Stratégie die studies wilde publiceren. Met Lamare voel ik mij verwant, want hij was één van de eerste verzamelaars van eindspelstudies. Diens nalatenschap is bewaard gebleven – heel romantisch in een houten kist – en is nu in het bezit van mijn schaakvriend Alain Pallier. Alain schreef me tientallen brieven toen hij nog als leraar Frans werkzaam was in de kolonie Mayotte, een Afrikaans eiland in de Indische oceaan. Jaren later bezocht ik Alain in Frankrijk, proefde er de vanille die hij uit Mayotte had meegenomen, en bewonderde de stapel kaarten met nog niet-gepubliceerde studies van onze graaf die we in de kist aantroffen. Naast veel puin, had Villeneuve-Esclapon best wel wat originele ideeën, maar bleken heel veel studies incorrect (dat gold voor vrijwel al die niet-gepubliceerde studies, zo ontdekten Alain en ik). De graaf is beroemd vanwege twee studies: de studie die ik zo meteen behandel en deze:
Lees meer >
website
E-mail:
Hierbij de 44ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.
Schaaksite-medewerker Herman Grooten, aan wie ik trouwens sowieso veel dank verschuldigd ben omdat hij me telkens weer helpt mijn stukjes online te zetten, was de inspirator voor deze rubriek.
Bij een kruispenning staat een stuk zowel relatief als absoluut gepend. In het ideale geval zou dat stuk beide belagers kunnen slaan; ware het niet dat het niet mag vanwege de absolute penning of materiaalverlies ten gevolge heeft. Als combinatiemotief in de praktische partij is het extreem zeldzaam, als probleemmotief leent het zich niet echt, en er zijn ook niet zo heel veel studies mee. Waarom kennen toch bijna alle schakers het dan?
Het voorbeeld dat mij onmiddellijk te binnen schoot was van de opoes van de eindspelstudie en daarmee bijna onvermijdelijk het oudste voorbeeld (maar vervolgens bleek later dat de kruispenning als motief lijkt te zijn bedacht door Polerio):
The Field 18-8-1873

website
E-mail:
Hierbij de 43ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.
De verkiezing van de Studie van het Jaar is een traditie die al zeker twee decennia teruggaat. Het idee is om een goede studie uit een bepaald jaar te selecteren die een algemeen schaakpubliek – u dus – aanspreekt. Die studie wordt naar diverse schaakredacteurs gestuurd in de hoop dat die ‘m publiceren in hun tijdschrift of schaakrubriek. Propaganda van het zuiverste water! Gebruikelijk is dat de eindspel- studiecommissie uit een rijtje voorgeselecteerde kandidaten een keuze maakt op het jaarlijkse compositiecongres. Ik ben voorzitter van die commissie, maar was dit jaar glad vergeten om die voorselectie te maken nadat ik om achteraf moeilijk te begrijpen redenen had besloten om niet naar het verre Japan af te reizen waar afgelopen september het congres in Kobe plaatsgreep. Mijn schaakvriend GM David Gurgenidze nam de virtuele voorzittershamer over en bedacht een oplossing voor de genante kwestie: een internetverkiezing. Iedereen mocht kandidaten insturen, waarna de commissie (dit jaar bestaande uit Gurgenidze, Ilam Aliev uit Azerbaijan, Marcel Van Herck uit België en mijzelf) punten moest toekennen en de studie met het meeste aantal punten zou “winnen”.
Ondanks dat het een officieuze procedure is, voelen de componisten zich enorm vereerd als hun studie wordt verkozen – vooral in Oost-Europa, waar elke eretitel kansen oplevert. Soms leverde het een heuse polemiek in de vakbladen op, maar eigenlijk was ik altijd wat verbaasd over de grote mate van consensus in de commissie bij de keuze (zie ook aflevering 32). De meeste discussie ontstaat omdat het ieder jaar weer niet duidelijk is dat het niet gaat om de beste studie van het jaar. Vriend Gurgenidze had dat niet helemaal uitgelegd bij de internetverkiezing, met als gevolg dat componisten en anderen de crème-de-la-crème van het studiejaar 2011 instuurden. Van de zeventien kandidaten leden er mijns inziens een dozijn, vaak terechte prijswinnaars in toernooien, aan het ingewikkeldheidsvirus, de materiaalbulkbacterie, de merkwaardige-materiaal-verhouding-parasiet of aan alle drie tegelijk. Die waardeerde ik daarom voor de duidelijkheid met 0 of 1 punt, hetgeen tot enige verbazing leidde – ik druk mij voorzichtig uit – bij de inzenders.
Lees meer >
website
E-mail:
Hierbij de 42ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.
In aflevering 19 besteedde ik aandacht aan de oploswedstrijd tijdens het Tata Steel toernooi in 2012. Ook tijdens de jubileum-editie (75e editie) van het fameuze schaaktoernooi in Wijk aan Zee vindt er weer zo’n oploswedstrijd plaats onder de titel: Tata Steel Chess and Studies Day.
Lees meer >
website
E-mail:
Hierbij de 40ste aflevering van deze rubriek voor Schaaksite uit mijn database.
In aflevering 24 besteedde ik al aandacht aan het monnikenwerk om studies te vinden die ooit in een of andere krant of (schaak)tijdschrift gepubliceerd werden en sindsdien vergeten waren. Vroeger moest je daarvoor naar een bibliotheek om daar aan een balie aan een vriendelijke medewerkster (m/v) één of twee jaargangen (meer was niet te behappen in een paar uur) van een krant op te vragen, waarna een tijdje later een wat brommig type (m/v) in een stofjas met een karretje een paar enorme boeken kwam afleveren. Soms bleken de jaargangen “bij de fotograaf”; je kon namelijk tegen betaling van enkele tientjes een pagina laten fotograferen.
Lees meer >