In de schijnwerpers: CM Can Kabadayi

Can is een Candidate Master en FIDE instructeur, gevestigd in Zweden. Als u actief bent op Chessable of YouTube, hebt u waarschijnlijk al wel eens van hem gehoord of iets van hem gezien. Hij is een van de populairste auteurs op Chessable; misschien heeft u zelf wel een van zijn cursussen aangeschaft.
Zijn staat van dienst spreekt voor zich: hij won de ‘Community Author of the Year Award’ in 2022, zijn cursus Fundamental Chess Calculation Skills werd verkozen tot de beste tactiekcursus van 2023, en in 2024 werd Can zelf uitgeroepen tot Chessable’s Auteur van het Jaar. Moet ik nog meer vertellen? Laten we erin duiken en kijken wat deze sympathieke coach – met zijn bijzondere schaakachtergrond – te vertellen heeft over schaken, coaching, training en nog veel meer.
Uit je biografie op Chessable begrijp ik dat je relatief laat bent begonnen met schaken. Wat wekte je interesse, wanneer begon je en wie heeft het je geleerd?
Mijn nicht leerde het me toen ik acht was. Zij zat op een privéschool in Istanbul waar ze schaakles gaven, maar op mijn school hadden ze dat niet. Dus leerde ze me in een zomervakantie de regels en ik was meteen verkocht. Ik herinner me nog dat ik het spel ontzettend fascinerend vond toen ze het me uitlegde. Ik speelde wel eens tegen mijn opa, maar dat waren gewoon wat potjes voor de lol; totaal niet serieus. Ik herinner me nog wat partijen die we speelden in zijn oude huis in Ankara. Helaas overleed hij toen ik elf was.
Later, rond mijn vijftiende of zestiende op de middelbare school, speelden we tegen vrienden in de pauzes. Een paar jongens namen schaaksets mee en dan speelden we wat. Dat was nog steeds heel informeel, maar wel competitief. Rond mijn zeventiende kreeg ik mijn eerste boek: Chess Fundamentals van Capablanca. Mijn oma kocht het voor me. Ik begon schaakboeken te lezen en werd serieuzer over het spel, hoewel ik nog steeds geen toernooien speelde.
De reden?
In Turkije heb je een toelatingsexamen voor de universiteit als je achttien bent. Daar bereid je je op de middelbare school zo’n drie jaar op voor, want het bepaalt je toekomst. Daarom had ik nauwelijks tijd voor schaken; mijn volledige focus lag op het halen van goede resultaten. Nadat ik naar de universiteit ging, besloot ik een tussenjaar te nemen tijdens mijn voorbereidende jaar. Ik nam Engelse les om mijn taalvaardigheid te verbeteren en ging aan de slag met dingen die ik écht interessant vond.
Rond mijn achttiende of negentiende dook ik vol in het schaken en kocht ik stapels boeken. Toch speelde ik nog steeds geen toernooien en had ik geen rating. Er waren wel wat informele toernooitjes in Ankara, maar het werd pas serieus toen ik online begon te spelen op ICC en andere platforms. Ik herinner me dat ik partijen analyseerde van grootheden als Botwinnik, Tal en het Zürich 1953-toernooi bestudeerde. Natuurlijk waren er ook de boeken van Kasparov. Ik werd een totale schaaknerd en was vier of vijf uur per dag bezig met die boeken.
Mijn eerste Elo-rating kreeg ik pas toen ik 21 was. Dat was tijdens mijn eerste serieuze toernooi in Istanbul. Mijn startrating was 2153, wat extreem ongebruikelijk is. Tegenwoordig zie ik zulke verhalen als coach zelf ook bijna nooit. Ik had geen idee wat mijn niveau was toen ik aan dat toernooi begon. Ik had hard gewerkt en veel online gespeeld, maar ik had totaal geen verwachtingen – wat achteraf misschien maar goed ook was. Er was geen stress, ook al speelde ik tegen heel sterke spelers. Grappig genoeg ging het me goed af.
Ik voel een diepe passie voor het spel; ik ben er puur voor het plezier in gedoken. Het ging me er niet per se om FIDE-meester te worden. Natuurlijk wilde ik beter worden, maar dat was niet de hoofdreden voor al dat harde werk. Het spel fascineert me gewoon. Denk aan de strijd tussen wereldkampioenen als Tal, Botwinnik, Karpov en Kasparov. Zelfs toen ik mijn eerste YouTube-kanaal begon in 2007, analyseerde ik partijen van Fischer, Spassky en andere wereldkampioenen. De kwaliteit van de microfoon was vreselijk en mijn Engels was matig, maar ik was dolgelukkig met die analyses.
Je hebt in korte tijd een opmerkelijke progressie geboekt. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?
Eigenlijk precies zoals ik al zei: door me volledig onder te dompelen in het spel. Correspondentieschaak spelen, partijen analyseren en aantekeningen van de grootmeesters diepgaand bestuderen. En pure passie, interesse en motivatie om beter te worden. Dat was volgens mij de belangrijkste factor.
Was Capablanca je eerste inspiratiebron?
Zeker, ik ben zelfs de Caro-Kann gaan spelen vanwege Capablanca. Daarna kwamen Fischer en Kasparov. Door hun invloed ben ik de Najdorf gaan spelen.
Wat was tot nu toe je beste resultaat in een toernooi?
In Turkije was dat ergens rond 2006 of 2008. Toen ik net mijn eerste rating had, begon ik toernooien te spelen. Ik speelde ook voor het universiteitsteam. Ons team had zich tot die tijd nooit gekwalificeerd voor de hoogste divisie in Turkije, dus wij waren de eersten die dat voor elkaar kregen. Dat deden we door ons via de tweede divisie te plaatsen. Het was tijdens een zomertoernooi in Konya. We speelden een week lang tegen verschillende teams. Ik zat op bord vier van de zes spelers. Ik scoorde 7,5 uit 9 en won de gouden medaille op mijn bord. Dat was een flinke prestatie, vooral door wat ik aan het team kon bijdragen. We promoveerden naar de eerste divisie en daar speelde ik het jaar daarop ook, maar toen ging het me minder goed af.
Nadat ik naar Zweden verhuisde, heb ik goed gepresteerd in een paar toernooien in Lund. Daar had je weekendtoernooien en andere toernooien waarbij je één keer per week speelt – de zogenaamde ‘herfsttoernooien’. Dan speel je één keer per week gedurende acht of negen weken. Daar heb ik er ook een paar van gewonnen. Maar als ik er zo over nadenk, was dat resultaat in Turkije denk ik wel het beste.
Nadat ik mijn PhD in de Cognitieve Wetenschappen had afgerond en gepromoveerd was, kreeg ik weer meer vrije tijd. Ik heb toen hard aan mijn schaakspel gewerkt en werd toen Kandidaat Meester. Ik won zo’n 70 ratingpunten. Voor mij was dat een hele prestatie, omdat ik niet had verwacht dat dit op mijn leeftijd nog zou gebeuren – ik was een jaar of 32 en was vier of vijf jaar lang volledig gefocust geweest op mijn PhD. In die tijd had ik weinig tijd voor schaken. Daarna kwam er weer meer ruimte om te trainen en te spelen.
Mijn meest memorabele partij is die tegen de Zweedse IM Axel Ornstein in 2019. Ik heb daar een video over gemaakt op YouTube.
Ik was erg tevreden over die partij. In zijn jonge jaren was hij natuurlijk veel sterker; hij is zevenvoudig kampioen van Zweden geweest en speelde tegen legendes als Boris Spassky. In 2020 was hij niet meer zo sterk als in zijn gloriedagen, maar van mijn kant was het een prachtige partij waar ik erg trots op was.
Hoe ben je in het coaching-vak gerold?
Je kunt nooit voorspellen hoe het leven loopt; het zit vol verrassingen en onzekerheden. Als je me vijf of tien jaar geleden had gevraagd of ik hier terecht zou komen, had ik waarschijnlijk ‘nee’ gezegd. Wat ik wel wist, was dat ik lesgeven leuk vond. Maar tijdens mijn PhD aan de universiteit was daar weinig ruimte voor. Dat was 100% gericht op onderzoek – je werkte met verschillende diersoorten, zoals raven en zo. Ik voelde dat ik iets miste, omdat ik echt genoot van doceren.
Tijdens de coronaperiode begon ik na te denken of het nuttig zou zijn om iets anders op te starten – noem het een soort ‘plan B’. Ik wilde de kans grijpen om iets te proberen waar ik passie en misschien talent voor heb. Het toeval wilde dat tijdens corona iedereen thuiszat en begon te schaken (oa. door The Queen’s Gambit). Ik dacht:
“Waarom geef ik in de weekenden of avonden geen schaakles?”
Destijds was er een website genaamd coachess – die bestaat nu niet meer. Ik zag dat elke coach zich daar kon registreren zodat mensen je konden vinden. Zo begon het, ergens in 2020. Ik herinner me zelfs een dag dat ik te veel online schaakte. Het werd me te veel en ik had een pauze nodig. Het schoot door mijn hoofd:
“Ik moet iets anders met dit spel gaan doen! Ik hou van het spel, maar ik kan niet al mijn tijd alleen maar aan spelen besteden!”
Ik dacht dat ik mijn YouTube-kanaal misschien nieuw leven in kon blazen en tegelijkertijd lessen kon geven. Laten we dat eens proberen. Zo is het begonnen. Ik gaf les aan een paar mensen en die vonden het geweldig.
Alles viel op zijn plek: mijn passie voor lesgeven gecombineerd met mijn passie voor schaken. Ik vind het heerlijk om mensen te helpen en hun feedback en vooruitgang te zien. Zo ontstond de cirkel. Wat ook hielp was mond-tot-mondreclame; daardoor kreeg ik meer kijkers.
Toen begon in de zomer van 2021 de Chessable-wedstrijd: ‘Create Your Own Competition’. Wederom totaal toevallig zag ik het op een dag en zei tegen mezelf:
“Oké, ik heb al wat materiaal liggen van de lessen aan mijn leerlingen. Waarom bundel ik dit niet en doe ik mee aan deze wedstrijd?”
Zo ontstond mijn eerste cursus, The Art of Exchanging Pieces. Chessable vond het goed en publiceerde het. Destijds kende niemand mij en een kleine groep mensen kocht de cursus. Maar ze vonden het goed en vertelden het door. Dat leidde na verloop van tijd tot meer leerlingen. Een prachtige wisselwerking tussen YouTube en Chessable was geboren.
De basis van mijn manier van lesgeven ligt in het werken met mensen; dat is wat mijn cursussen onderscheidt. Ze zijn voortgekomen uit de praktijkervaring met spelers van verschillende niveaus. Ik zag waar zij mee worstelden tijdens mijn coaching, en dat leidde tot mijn cursussen op Chessable, wat me vervolgens weer meer leerlingen opleverde. Daarna ging de bal gewoon rollen. Trouwens, ik geef nog steeds les – tegenwoordig zijn dat vooral groepslessen. Ik wil niet stoppen met coachen, omdat het me met beide benen op de grond houdt wat betreft de dagelijkse schaakproblemen waar mensen tegenaan lopen. Dat is heel belangrijk, want het geeft me directe feedback.
Je bent afgestudeerd in de cognitieve wetenschappen en bent gepromoveerd. Wat was je onderzoeksgebied? Kun je meer vertellen over de link tussen cognitieve wetenschap en je werk als succesvolle coach? Hoe beïnvloeden die twee elkaar?
Dat laatste deel is het belangrijkste van de vraag. Ik begon als bioloog, maar was ook geïnteresseerd in psychologie en filosofie. Toen ik een PhD-programma zocht, kwam ik terecht in een lab binnen de Cognitieve Wetenschappen. Dat beslaat veel gebieden, zoals cognitie bij dieren, robotica, filosofie en taalkunde. Cognitieve wetenschap is een overkoepelende term; in het algemeen wil je begrijpen hoe de geest werkt. Er zijn verschillende benaderingen voor, en je gebruikt al die informatie om een beter begrip van de geest te krijgen. Eén kant kijkt naar dieren vanwege evolutionaire vragen – kort gezegd: proberen te verklaren hoe de geest is geëvolueerd en waarom dat bij mensen op deze manier is gegaan.
Door mijn achtergrond in de cognitieve wetenschap ben ik erg geïnteresseerd in hoe het brein werkt. Het gaat om vragen over hoe we informatie verwerken, hoe ons geheugen werkt en hoe leerprocessen verlopen. Dat heeft gevolgen voor elke vorm van expertise, inclusief schaken. Toen ik schaakcoach werd, raakte ik veel meer geïnteresseerd in deze onderwerpen en de voorwaarden om te leren schaken – vooral voor beginners en volwassenen die zichzelf willen verbeteren. Het is anders dan wanneer je het spel als kind leert. De leerprocessen voor volwassenen zijn anders.
Ik heb hier ook over gesproken met Fernand Gobet. Hij is een professor en een Internationale Meester uit Zwitserland die in het Verenigd Koninkrijk woont. Hij heeft ontzettend veel werk verzet op het gebied van schaken, expertise en geheugen; hij heeft zelfs met Nobelprijswinnaars gewerkt. Hij is absoluut de nummer één als het gaat om de connectie tussen cognitieve wetenschap en schaken.
Hij is een erg drukbezet man en zit puur in de academische wereld in plaats van dat hij zelf coach is, maar ik heb met hem gesproken over projecten die we zouden kunnen opstarten. Bijvoorbeeld: wat zijn de beste lesmethodes om beter te worden in schaken? Verrassend genoeg heeft niemand daar nog onderzoek naar gedaan. Hoewel elke coach je zal vertellen dat een bepaalde methode voor hen werkt, is er geen wetenschappelijke vergelijking van verschillende technieken als het gaat om de objectief beste resultaten.
Dat was een van de ideeën waar we samen aan hadden kunnen werken, maar we kregen het allebei druk en hebben het project niet doorgezet. Het zou waarschijnlijk ook erg lang duren om uit te voeren. Het is geen makkelijk project; je hebt veel mensen nodig, controlegroepen en verschillende taken. Bijvoorbeeld: de ene groep focust op tactiek, terwijl de andere groep zich richt op openingen.
Je moet heel nauwkeurig te werk gaan bij zo’n onderzoek. Maar de ideeën hangen ‘in de lucht’. Dus wat ik doe, is de literatuur induiken en veel boeken lezen over leren en cognitieve wetenschap. Dat gebruik ik om mijn YouTube-lessen en Chessable-cursussen te structureren – om ze van een stevig fundament te voorzien en het voor mensen makkelijker te maken om de stof op te nemen. Eén ding dat we weten uit de cognitieve wetenschap is de beperking van het werkgeheugen. Ons werkgeheugen is het knelpunt. Als je het overlaadt met te veel complexe informatie, leer je niets. Mensen raken dan direct overweldigd, vooral beginners.
Soms overschatten sterke spelers hoeveel beginners kunnen leren. Ze raken makkelijk overspoeld door nieuwe informatie als je het niet opdeelt in de kernelementen. We moeten ervoor zorgen dat de informatie die we aan leerlingen geven niet te complex is voor hun niveau. De beste voorspeller voor leren is het huidige niveau van de leerling, hun voorkennis, enzovoort.
Je moet ervoor zorgen dat je de informatie in hapklare brokken geeft. Dat is de reden waarom ik mijn cursus The Chess Elevator op Chessable heb gemaakt. Ik bekeek partijen van verschillende niveaus, van 600 Elo tot 1200 Elo. Ik analyseerde die partijen en probeerde te ontdekken wat voor fouten er werden gemaakt – en welk soort fouten op het volgende niveau niet meer voorkwamen. Als je weet dat een vaardigheid haalbaar is op het volgende niveau, maar op een lager niveau nog niet helemaal aanwezig is, kun je oefeningen ontwerpen die het meest nuttig zijn voor die specifieke groep. We weten dat het niveau net daarboven die problemen min of meer kan oplossen.
Stel je voor dat je Dvoretsky’s Endgame Manual aan een speler met 900 Elo geeft. Die raakt overweldigd en leert niets. Coaches moeten ervoor zorgen dat wat ze doceren herkenbaar is voor het niveau van de leerling. Zo is die cursus ontstaan. De feedback was geweldig; ik hoor dagelijks van mensen die hun rating met 100 of 200 punten hebben verbeterd, soms zelfs binnen een paar maanden na het afronden van de cursus.
Ik gebruik de ‘best practices’ uit verschillende vakgebieden, ondanks het feit dat niemand nog exact dit wetenschappelijke onderzoek naar deze specifieke vraag heeft gedaan. Bij mijn YouTube-video’s laat ik eerst wat eenvoudige stellingen zien en verhoog dan geleidelijk de moeilijkheidsgraad. Althans, ik doe mijn best om het zo te structureren. Want als je iets in een simpelere vorm begrijpt, is het makkelijker om daarop voort te bouwen. Maar als je te complex begint, raken mensen overweldigd.
Schaken is zo’n complex spel. Er staan zoveel stukken op het bord en het brein van een beginner raakt makkelijk overbelast. Daarom missen ze vaak lopers die acteren als sluipschutters. Het zijn aanvallen van langeafstandsstukken die aan de andere kant van het bord loeren. Ze zien de loper niet, meestal een gefianchetteerde loper, omdat ze zo gefocust zijn op een specifiek deel van het bord. Ze hebben last van tunnelvisie. Tunnelvisie komt voortdurend voor bij beginners omdat ze nog niet in staat zijn om het hele schaakbord als één geheel te zien.
De vraag is: hoe structureren we het lesmateriaal om beginners zo goed mogelijk te helpen? Het lijkt op dingen als CLAMP (een checklist om blunders te voorkomen: Checks, Loose pieces, Alignment, Mobility restrictions, Passed pawns ). Vraag jezelf voordat je een zet doet in ieder geval af wat de tegenstander op de volgende zet wil spelen. Dat is een basisvaardigheid, maar niet voor beginners. Daarom doe ik mijn best om de stof tot de kern uit te kleden en het zodoende herkenbaar te maken voor leerlingen. Ik ben trouwens nog steeds niet perfect – ik lees nog elke dag en leer steeds nieuwe dingen.
Hoeveel tijd besteed je per week aan schaakcoaching en waar en hoe geef je die lessen?
Vroeger gaf ik meer individuele lessen, maar tegenwoordig beperk ik me tot groepslessen in het weekend – één groep op zaterdag en één op zondag. Elke groep bestaat uit vier tot vijf mensen van verschillende niveaus. De eerste groep bestaat uit mensen met een rating tussen de 1.000 en 1.200 (Chess.com rapid), en de andere groep zit rond de 1.600 tot 1.800.
Het is best lastig om die groepen samen te stellen, want mensen moeten wel met elkaar kunnen opschieten. Ik moet zelf ook een klik met ze hebben voor een fijne groepsdynamiek; we moeten over dingen kunnen praten. Soms dwalen we af en hebben we het over heel andere onderwerpen. Het leiden van deze groepslessen is een kunstvorm op zich. Ik doe het nu vier jaar en heb natuurlijk veel ervaring opgebouwd. Als er meer dan zes of zeven studenten zijn, wordt het meer een hoorcollege en dat voelt als te veel. Maar met vier of vijf is het goed te doen en heeft iedereen er baat bij – ze leren ook van elkaars feedback. Dat is een van de voordelen van groepslessen. We spreken online af.
Wanneer besefte je dat je goed bent in coachen? Met andere woorden: welke eigenschappen maken een goede trainer?
Het is belangrijk om een connectie te vinden met de leerling – houden van wat je doet, hen echt willen helpen en begrijpen waar ze mee worstelen. Je moet begrijpen waar ze vandaan komen en hun partijen diepgaand analyseren om die ‘leerzame momenten’ te vinden. Er zijn terugkerende patronen die, als je ze aanpakt, de leerling de meeste winst opleveren. Het gaat niet zomaar om een willekeurig moment in de partij waar de engine een betere zet voorstelt. Uitvinden wat er écht toe doet, is een kunst. Ik heb het hier met Dan Heisman over gehad, en hij zei:
“Niet elke fout is van dezelfde kwaliteit. Sommige momenten zijn leerzamer dan andere. Het gaat erom de hiaten in kennis te vullen die je kunt toepassen in heel verschillende stellingen.”
De rol van een coach is om die hiaten of terugkerende fouten te vinden die, eenmaal opgelost, resultaat opleveren in allerlei stellingen. Het kan een fout in het denkproces zijn – bijvoorbeeld niet kijken naar de dreiging van de laatste zet van de tegenstander – of een strategisch misverstand over de geïsoleerde d-pion. Natuurlijk zijn de ‘waarom’-vragen het belangrijkst. Op dit moment geven Stockfish of ChatGPT nog geen perfect antwoord op ‘waarom’-vragen; dat niveau van kwalitatieve feedback ontbreekt nog bij AI.
Dát is waar wij als mens het verschil kunnen maken voor onze leerlingen. Deze diepe analyse van hun partijen en het opvolgen van specifieke fouten is wat voor mij persoonlijk het verschil heeft gemaakt. In mijn Excel-sheet schrijf ik altijd op wat er tijdens een sessie is gebeurd. Als een bepaald type fout voorkomt, maak ik een notitie en houd ik dat de komende weken of maanden in de gaten. Ik check altijd bij de leerling of ze op dat gebied vooruit zijn gegaan. We kunnen natuurlijk geen perfectie verwachten – sommige fouten zijn niet in één week opgelost.
Maar als je data hebt over hun fouten en die cijfers dalen, dan is dat een geweldig teken. Dan kan ik die problemen gericht aanpakken met mijn cursussen. Als iemand moeite heeft met een bepaalde taak of vaardigheid, kan een specifieke cursus hen helpen.
Wat leerlingen me meestal vertellen, is dat ik benaderbaar ben, makkelijk om mee te praten, en dat ik goed ben in het identificeren en opvolgen van gaten in hun kennis. Ik kan complexe concepten simpel uitleggen en begrijp hun frustraties. Het gaat ook om verantwoordelijkheid. Wanneer leerlingen die met een coach werken, voelen ze zich meer verantwoordelijk omdat iemand hun voortgang controleert. Die steun maakt ze gedisciplineerder in hun training.
Is er een schaaktrainer die een voorbeeld voor je is geweest? Zo ja, wie en waarom?
Eerlijk gezegd heb ik daar nooit bewust over nagedacht – misschien moet ik dat eens doen. Ik was een echte ‘boekenwurm’, dus ik heb door de jaren heen boeken van veel verschillende auteurs gelezen. Ik hou over het algemeen van de boeken van Jacob Aagaard; sommige beginners vinden ze misschien te complex, maar ik geniet erg van zijn stijl.
Ik hou ook van Dan Heisman’s The Improving Chess Thinker. Dat boek is voor veel mensen herkenbaar omdat Dan praat over fouten in het denkproces. Hij heeft met zoveel mensen gewerkt en begrijpt hun worstelingen echt; dat zie je terug in zijn schrijven.
Jeremy Silman was ook een geweldige auteur; ik genoot van zijn uitleg van concepten en hoe hij ze herkenbaar maakte. Die drie auteurs schieten me te binnen, maar er zijn er veel meer, zoals bijvoorbeeld Jan Markos met zijn boek Under the Surface. Tijdens de coronaperiode heb ik ook veel YouTube-video’s gekeken.
Je focust je vooral op volwassenen. Waarom?
Dat is toevallig zo gelopen. Tijdens corona zaten veel mensen thuis en zochten ze schaakcoaches. Ze vonden mijn lessen en vertelden het aan anderen. Op die manier ontstond mijn “persona” als de man die volwassenen helpt, simpelweg omdat de meeste van mijn leerlingen in het begin volwassenen waren. Dat leidde weer tot mijn Chessable-cursussen, die inspeelden op de belangen van volwassenen die zich wilden verbeteren. Er is ook de “ChessPunks”-community op Twitter, die vooral uit volwassenen bestaat; daar post ik af en toe om feedback te krijgen.
Ik heb nog niet met veel kinderen gewerkt; dat is nog een gaatje in mijn cv. Misschien dat het er ooit van komt. Omdat ik vooral online lesgeef, zie ik niet veel kinderen. Als ik naar een club in Zweden zou gaan, zoals de Limhamn Chess Club, zou ik waarschijnlijk meer lesgeven aan kinderen.
Wat motiveerde je om een YouTube-kanaal te beginnen?
In 2007 was het puur uit plezier in het spel. YouTube was toen nog heel nieuw. Ik was eigenlijk een van de vroege schaak-YouTubers – een pionier zou je kunnen zeggen. Toen ik naar Zweden verhuisde voor mijn masteropleiding, stopte ik met het kanaal. Ik heb het pas zo’n tweeënhalf jaar geleden weer tot leven gewekt. Chessable werd groter en er was meer interesse in mijn cursussen.
In deze tijd moet je je gezicht vaker laten zien op verschillende platforms zoals Instagram of Twitter. Daar zat ik vroeger helemaal niet op. Ik dacht dat YouTube een goede match was, omdat ik daar diep op concepten kan ingaan en mijn expertise en manier van lesgeven kan laten zien. Het stelt me ook in staat om te oefenen met praten voor een camera en om mijn lessen elke week te structureren. Dit is ook belangrijk voor mijn cursussen, omdat het me helpt om ze beter op te zetten. Het is een “multifunctionele zet”: ik vergroot mijn bereik en mijn cursussen worden tegelijkertijd beter. Dat was de belangrijkste motivatie achter de wedergeboorte van YouTube.
Ik heb nog steeds een beetje moeite met het concept van Chessable. Voor sommige cursussen vind ik het fijn, voor andere niet. Wat is jouw mening daarover?
Ik heb daar toevallig een video over gemaakt met een Chessable “supergebruiker” genaamd Banner. Hij kent alle functies en ‘gadgets’ van het platform waar de meeste mensen niet eens vanaf weten. In die aflevering legde hij me elke functie uit. Je kunt echt heel veel dingen aanpassen en personaliseren.
Chessable is oorspronkelijk ontstaan vanuit openingsvoorbereiding – of beter gezegd, het onthouden van openingen op basis van het ‘spaced repetition concept’ (gespreide herhaling). Wanneer je iets leert, neig je de informatie heel snel te vergeten. Waarom? Waarschijnlijk omdat het in de eerste plaats niet diep genoeg door je hersenen is verwerkt. Gespreide herhaling is een geweldig hulpmiddel, maar als de informatie al diep is verwerkt – “deep encoding” in cognitieve termen – heb je niet eens zoveel herhalingen nodig om het te onthouden.
Gespreide herhaling impliceert dat er constant iets “lekt” of niet goed is verwerkt. Als een concept diep verbonden is met je bestaande kennis, heb je minder herhaling nodig om het in je brein te houden. Dat is een belangrijke bevinding uit de cognitieve wetenschap: de kwaliteit van de opslag (codering) is essentieel. Als je blind openingszetten uit je hoofd leert, heb je constante herhaling nodig. Dat gezegd hebbende is gespreide herhaling nog steeds een goed systeem, omdat we van nature irrelevante informatie verliezen.
Chessable’s “Move Trainer” voert dit mooi uit. Het laat je stellingen zien net voordat je ze dreigt te vergeten, wat leidt tot een veel langere retentie. Zo werken de hersenen blijkbaar. Dat onderdeel hebben ze goed aangepakt op Chessable. Dat is nog steeds een van hun grootste krachten. De Move Trainer onthoudt je fouten. Zelfs als je antwoorden op de puzzels goed zijn, krijg je ze nog steeds te zien, maar met steeds langere tussenpozen.
De Move Trainer is een erg mooi gadget. Maar daarnaast is er ook de video-inhoud, wat erg nuttig is omdat je de video direct aan de Move Trainer kunt koppelen en andersom. Je kunt naar elk punt in een video gaan en van daaruit direct naar de stelling gaan. Op die manier krijg je “crossmodaal” leren.
Als je een bepaalde zet aan jezelf kunt uitleggen en die informatie diep kunt verwerken, kun je teruggrijpen op je eigen aantekening in plaats van alleen te vertrouwen op de aantekeningen van de leraar. Dit helpt je om niet overweldigd te raken door de “oceaan aan informatie.”
Je moet echter wel bewust kiezen welke cursussen je volgt. In echte partijen komen afwijkingen al vroeg voor, en statistisch gezien bereik je misschien nooit een specifieke diepe lijn uit een database. Daarom voeg ik aan mijn cursussen hoofdstukken met puzzels toe met vier verschillende moeilijkheidsgraden om een “wenselijke moeilijkheidsgraad” te behouden. Als stellingen te complex zijn, raak je overweldigd. Wenselijke moeilijkheid betekent dat je uit je comfortzone wordt getrokken, maar dat het je nog steeds lukt om ongeveer 70% van de tijd het goede antwoord te vinden. Dat is de ideale omstandigheid voor het beste leerresultaat.
Kun je me uitleggen waarom mensen jouw Chessable-trainingen zouden moeten kopen? Wat maakt ze anders dan die van anderen?
Ik vind het lastig om mezelf te “verkopen”. Wat moet ik zeggen? Lees gewoon de reviews op Chessable – dat geeft een goed beeld van wat mijn cursussen onderscheidt. De beste juryleden zijn de leerlingen. Dat zijn er inmiddels een heleboel.
Zonder al te arrogant te willen klinken, denk ik dat het gaat om het toepassen van de beste principes uit de onderwijspsychologie: me inleven in mijn leerlingen, hun worstelingen kennen door het werk van de afgelopen vijf jaar, en een enorme passie voor lesgeven en schaken hebben. Ik ben heel erg bezig met de “waarom-vraag.”
Mijn cursussen komen voort uit echte problemen uit de praktijk. Ik focus op hoe je de beste leerresultaten krijgt voor een specifiek niveau – leerlingen precies geven wat ze nodig hebben. Ik zoek naar hiaten in de literatuur. Dan bedoel ik niet willekeurige, ingewikkelde details, maar gaten die enorm belangrijk zijn, zoals het voorkomen van blunders of het herkennen van de laatste zet van de tegenstander. Voor mij was het een grote verrassing dat er niet genoeg cursussen of boeken waren over deze twee essentiële denkprocessen. Zonder dat kun je simpelweg geen solide partij spelen; je moet die fouten in je denkproces eerst oplossen.
Mijn calculatiecursus is ontstaan uit mijn zoektocht om leerlingen iets behapbaars te geven. Daarom zitten er in mijn cursus alleen berekeningen van 3 ‘plies’ (halve zetten) diep. Diepere berekeningen zijn vaak niet relevant omdat de meeste fouten al heel vroeg gebeuren. De meeste mensen kunnen simpelweg geen tien zetten vooruit visualiseren. Mensen wijken af; ze kunnen niet alles glashelder voor zich zien. Maar als je nauwkeurig bent in berekeningen van 3 zetten diep – als je alle stappen daar goed doet – dan kun je daarop voortbouwen. De cursus is ontworpen om het fundament van schaakcalculatie te bieden in een beheersbaar formaat. Ik denk dat dat de reden is waarom het in 2023 de prijs voor “Beste Tactiekcursus van het Jaar” won.
Wat is jouw idee over de toekomst van schaakcoaching?
Ik ben eerlijk gezegd een beetje bang voor AI – ChatGPT en alle bots die steeds beter worden. Op dit moment zitten ze nog niet op ons niveau wat betreft het geven van “waarom”-feedback en het maken van een diepe connectie met de leerling.
Ze worden echter wel beter. Als je het aan ChatGPT vraagt, krijg je waarschijnlijk een realistisch trainingsplan dat zou kunnen werken voor jouw niveau. ‘AI’ geeft je wat het van internet heeft verzameld. Maar ik geloof dat wij als mensen nog steeds het verschil kunnen maken door een diepere band met mensen op te bouwen via discussies en uitleg. Ik hoop dat ik mijn baan in de toekomst behoud!
Maar dat gezegd hebbende: de dingen veranderen zo snel dat het moeilijk te voorspellen is of het altijd zo zal blijven. Veel bedrijven werken waarschijnlijk aan het “kraken van de code” om een AI-schaakcoach te creëren die altijd bij je is – eentje die een menselijke coach vervangt door je partijen te analyseren en je feedback te geven, eigenlijk precies wat ik doe in mijn normale coachingsessies.
De vraag is: kan het ons volledig vervangen, of blijven wij relevant? Ik weet het niet. Ik hou van mijn werk en ik hou van het contact met mensen. Ik vind het heerlijk om materiaal voor hen te maken dat herkenbaar is en hen helpt hun spel te verbeteren. Ik hoop dat we er in de toekomst nog zijn, maar het is gewoon heel lastig te voorspellen.”
Hoe spreek je Can correct uit?
Er is nog een dingetje met de uitspraak van Can’s voornaam. Het is niet helemaal wat men zou denken. Can zegt hoe het wel moet…

