Petrosian Year by Year Volume II (1963-1984)

Het te bespreken boek is het vervolg op een boek dat ik enige tijd geleden recenseerde https://schaaksite.nl/2025/12/12/petrosian-year-by-year-volume-1-1942-1962/. Het behandelt de partijen van Petrosian vanaf zijn WK match met Botwinnik in 1963 tot zijn laatste partijen in 1983 – hij overleed op 55-jarige leeftijd in 1984.

Ook dit boek is omvangrijk (meer dan 500 bladzijden) en besteedt aan bijna elke partij een of meerdere zinnen – aan de toch wel vele korte remises worden gelukkig niet teveel woorden vuil gemaakt. Het behandelt 175 partijen en fragmenten in mindere of meerdere mate van detail. Net als in deel 1 wordt er aandacht besteed aan Petrosians coaches, nu Suetin en Zaitsev. Het boek eindigt met de hoofdstukken “Petrosians remarkable exchanges” (24 stellingen) en “It’s your move”. (30 stellingen). Voor de serieuze student is de index van thema’s erg handig. Helaas ontbreekt er ook nu een openingsregister, dus wie wil leren hoe Petrosian de Franse Winawer speelde moet zelf aan de slag. 

Het boek begint met de WK-match Botwinnik – Petrosian, over 24 partijen. Na zijn verlies in de eerste partij zei Petrosian volgens zijn secondant Suetin: “Niks forceren! De volgende elf partijen streef ik er naar niet te verliezen, zonder al te hard te proberen te winnen, tenzij er zich een kans voordoet. Ik heb de tijd”. Dat waren andere tijden, nu heeft een WK match maar twaalf partijen… Volgens Suetin overtuigde deze sluwe match strategie Botwinnik er van dat Petrosian bang voor hem zou zijn. Na remises in partijen 2,3 en 4 (waarvan een in 82 zetten – niet plezierig voor de al 51-jarige Botwinnik) kreeg Petrosian in partij 5 een klein eindspel voordeel

dat hij uiteindelijk tot winst verdichtte (zie viewer). Door de vele lange partijen verloor de oudere speler zijn energie en won Petrosian met 12.5 – 9.5.

In de paar jaren daarna speelde Petrosian niet veel. De auteurs schrijven dit toe aan de invloed van mevrouw Petrosian die hem zijn reputatie als wereldkampioen niet zomaar te grabbel wilde laten gooien. Korchnois autobiografie geeft een andere verklaring: Petrosian wilde zijn opleiding bijspijkeren. Voor de match met Botwinnik zou hij nog geen middelbaar schooldiploma hebben gehad, maar eind 1965 haalde hij al zijn kandidaatstitel in de psychologie.

Tijdens de Olympiade van 1964 zei Petrosian: “Om de waarheid te zeggen, ik verveel me zonder Tal en Fischer. Om te beginnen is er niemand om tegen te blitzen, en verder is de atmosfeer anders als zij meedoen”. Petrosian was inderdaad een fenomenaal blitz speler. In 1971 won Petrosian een ongelooflijk sterk blitz tournooi van het tijdschrift ’64’ met 14.5 uit 15 (2. Korchnoi 11.5, 3. Balashov 10.5, 4-6 Karpov, Tal, Cholmov 9.5), volgens de auteurs zijn meest verbazingwekkende tournooi.

In 1966 verdedigde Petrosian met succes zijn titel tegen Spassky (12.5-11.5). Zijn winst in partij 7 was indrukwekkend. Door nauwkeurig spel tegen een damepion spel staat zwart al heel fijn, met aanvalskansen op de koningstvleugel. Wat speelt hij in het diagram?

  Pas na deze voorbereidende zet ging zwart verder met ..Tdg8 en won heel overtuigend,  zie de gameviewer.

De 12e partij (waarin Spassky een hippo speelde!) werd voor Petrosian een grote teleurstelling. Na diepzinnig positiespel ( 27 g4!, zie gameviewer) speelde Petrosian in deze hyperscherpe stelling

29. Txg7!!  Spasskys commentaar: “Het is een groot voordeel voor Petrosian dat zijn tegenstanders nooit weten wanneer hij opeens als Tal gaat spelen”. Na 29… Dxg7 30. Tg1,De5
speelde wit het ongelofelijke 31. Pf3 !! In tijdnood volgde 31..exd3 (31..exf3  32. Ld2). 32 Pxe5? (32. Dxd3 blijkt te winnen)  en helaas voor Petrosian werd de spanning hem later te veel en herhaalde hij  de zetten, terwijl hij zonder risico door had kunnen spelen om na het afbreken uit te zoeken of hij kon winnen.

In de WK match van 1969 tegen Spassky maakte Petrosian in de eerste helft van de match twee grote blunders en verloor met 12.5-10.5. Het einde van de 12 partij laat zien hoe Petrosian elk mogelijk gevaar in de kiem smoort. Hij ziet als mogelijk gevaar dat zwart zijn koning naar d6 speelt en ..c5  doordrukt. Wat deed hij?

De auteurs suggereren verschillende oorzaken voor Petrosians match verlies: omdat Petrosian en zijn vrouw goed met Spassky overweg konden deed hij onbewust minder zijn best (ja hoor), hij was moe geworden, en de Soviet autoriteiten zouden denken dat Spassky meer kansen tegen Fischer zou hebben. De auteurs zijn naar mijn smaak soms wat al te veel fan van Petrosian. Zo schrijven ze over Wijk aan Zee 1971, waar Petrosian gedeeld tweede werd 4 winsten en 11 remises, waarvan zeven (!) zonder strijd: “Als hij in meer partijen had gestreden, dan had zijn goede resultaat nog beter kunnen zijn”. Tsja…..

In 1971 speelde Petrosian in de finale van de kandidatenmatches tegen Fischer, die Taimanov en Larsen met 6-0 had verslagen. Petrosian had zich uitstekend voorbereid, maar verknoeide de eerste partij en verloor, won de tweede partij fraai in de aanval (zie gameviewer) en gaf de 3e partij in goede stelling remise. In de 4e partij drong Petrosian met wit in een Maroczy niet aan. Na de match zei hij: “Ik wilde testen of ik met wit tegen Fischer remise kon maken”. In een brief aan Browne schreef Fischer: “In het begin voelde ik me niet op mijn gemak. Maar toen hij in de 4e partij met wit vanuit de opening elke agressie vermeed, wist ik dat ik ging winnen.” Inderdaad kon Petrosian de spanning van de match niet aan en verloor met 6.5-2.5. Fischer gaf geen korte remises!

Om deze recensie niet onnodig lang te maken, ga ik niet in op Petrosians latere prestaties maar laat alleen wat leuke stellingen zien.

In Petrosian-Bronstein, Soviet team kampioenschap 1974, had wit op de vorige zet Th1-g1 gespeeld. Welke zet had hij hiermee voorbereid?

Zoals Tim Krabbé lang geleden al schreef, had Petrosian relatief veel partijen met winnende wandelkoningen. Zelf let ik tot het eindspel zo op de veiligheid van mijn koning dat ik er überhaupt bijna nooit aan denk om een koningszet te spelen. Zo niet Petrosian!

Eerst een eenvoudig voorbeeld (Petrosian – Vasiukov, Soviet kampioenschap 1969).

Wat speelde wit hier en waarom?

In Petrosian-Ljubojevic, Manilla 1974,

speelde  Petrosian  49. T1d2! Wat was zijn bedoeling?

De diagram stelling

was in de niet zo beroemde partij Gazarek-Petrosian (Oberwart open, 1981) ontstaan uit het Geller gambiet tegen het aangenomen Slavisch. Zwart gaf eerst alle zwarte velden weg met 19…Lxg5!! Hij had zeer scherp gezien dat na 20. Lxg5 de loper in feite buiten spel staat, speelde zeer verrassend 20..Kd7!! en won heel overtuigend (zie game viewer)

Een van Petrosians beroemdste koningszetten was tegen Kasparov, Tilburg 1981. Petrosian speelde hier  (a tempo nog wel!)

35…Kc6!!. Hierdoor raakte de nog zeer jonge Kasparov in tijdnood helemaal de kluts kwijt en verloor snel (viewer). In deze partij was Petrosian al 52, wellicht waren zijn vele korte remises er  mede de oorzaak van dat hij voldoende schaakenergie over had om heel lang heel erg goed te blijven.

Conclusie De auteurs hebben veel tijd en aandacht aan dit boek besteed waarin je heerlijk kunt grasduinen. Ze laten zien dat Petrosian niet altijd een saaie super profylactische speler was: veel partijen en fragmenten bevatten aantrekkelijke tactiek en/of bijzonder originele strategische ideeën.  Een aanrader!

Bibliografische gegevens

Titel: Petrosian Year by Year – Volume II (1963-1984)

Auteur: Tibor Karolyi en Tigran Gyozalyan

Uitgeverij: Elk and Ruby

Pagina’s: 516

Gepubliceerd: 27-04-2025

Prijs: € 41,53 (hardback), € 33,96 (paperback)

ISBN: 978-5-6044692-9-3 (hardback), 978-5-6044692-2-4 (paperback)

Link naar website uitgever https://elkandruby.com/books/petrosian-year-by-year-volume-ii-1963-1984-paperback/ met voorbeeld-pagina’s

 

 

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.