In de schijnwerpers: IM Nico Zwirs

Foto: Frans Peeters

Nico werd met zijn team Apeldoorn 1 kampioen van de Meesterklasse. Met een score van 6 uit 9 en een TPR van 2545 had hij daarin een belangrijk aandeel. Maar dat is niet het enige. Sinds enige tijd geeft hij trainingen en heeft hij via ChessBase al een flink oeuvre aan schaak-DVD’s opgebouwd.

 

Kun je me wat meer vertellen over je schaakachtergrond, bijvoorbeeld hoe en wanneer je begon?

Mijn moeder leerde me schaken toen ik acht jaar was. Op de basisschool deed ik het best wel goed, dus zij dacht:

“Het is leuk om Nico eens een niet-schoolse uitdaging te geven.”

Dat werd schaken. Ik vond het meteen leuk en wilde overal waar ik kwam tegen mensen spelen, zoals bij mijn tante of op de buitenschoolse opvang. Al snel ontdekte ik dat er op mijn basisschool op dinsdagavond schaaklessen werden gegeven. Als je een achtjarige jongen bent en je kunt iets redelijk goed, dan ben je al gauw enthousiast. Zo is het ooit begonnen.

 

Wat vind je zelf het leukste aspect aan schaken?

Het spel zelf. Het is een fascinerend gevecht van mens tegen mens, waarin telkens weer persoonlijke aspecten naar voren komen. Zelf ben ik enorm fanatiek en bereid ik mijn partijen goed voor. Tegelijkertijd zie je dat ik op andere vlakken juist weer wat minder ben. Wat ik vooral aantrekkelijk vind, is dat jouw persoonlijkheid via het spel tot uitdrukking komt terwijl je met elkaar de strijd aangaat.

 

Heb je naast schaken nog andere liefhebberijen?

Ik vind sporten heel leuk en doe vrijwel iedere dag wel iets: wandelen, hardlopen of naar de gym. Vooral van wandelen hou ik erg; in coronatijd heb ik heel wat kilometers afgelegd. Gewoon ergens naartoe gaan, een koffietje halen en weer terug, of een beetje Amsterdam ontdekken. Maar ook als ik bijvoorbeeld op vakantie ga met m’n vriendin kiezen we vaak plekken waar we lekker kunnen hiken of een plek te voet kunnen ontdekken. Ik ben graag actief bezig.

 

Hoe ziet jouw voorbereiding eruit? Gebruik je daarvoor de computer?

Ja, daar gebruik ik de computer voor. Tegenwoordig zijn engines zoals Stockfish zo toegankelijk dat je er op elke computer mee kunt werken. Dat is wel anders dan vijftien jaar geleden. Destijds waren die engines nog niet zo goed. Dan zeiden ze dat wit beter stond, maar na drie zetten was het plotseling weer zwart. Door dat zelf uit te zoeken leerde je destijds wel veel, maar de huidige engines zijn vele malen sterker.

Wat ik al doe sinds de optie bestaat, is computercapaciteit huren via de ChessBase Cloud. Zo krijg ik stabielere waardes en ‘vliegt’ de engine niet alle kanten op. Het rekent net wat beter dan de engine op mijn eigen laptop. Bovendien kennen veel schakers het fenomeen dat de ventilator van je laptop flink begint te loeien als de engine aangaat; als je rekenkracht huurt, heb je daar geen last van. Ik bekijk wat me op dat moment interesseert en neem de openingsboom erbij: wat zijn de gespeelde zetten, wie zijn de topspelers en wat zijn de scores? Ik begin eigenlijk altijd gewoon van scratch.

 

Wat beschouw je als je minder sterke punten?

Dat zijn twee dingen. Allereerst ‘management’: ik zou met wat meer zelfvertrouwen mogen spelen en sneller beslissingen moeten nemen. Vaak speel ik wat ik als eerste bedenk, maar regelmatig wil ik het té graag bevestigd zien door berekening. Daarnaast scoor ik niet heel goed in het verzilveren van gewonnen stellingen.

Neem de wedstrijd waarin we met Apeldoorn kampioen werden. Ik speelde tegen Loek van Wely en benutte mijn openingsvoorbereiding optimaal. Volgens de computer stond ik vrij snel op winst. Het enige wat ik hoefde te doen, was de genadeklap uitdelen, maar die bleef uit. Ik zag diverse opties, maar koos steeds voor de veilige weg. Op een gegeven moment werd het steeds moeilijker om toe te slaan en verloor ik de overtuiging. Uiteindelijk kantelde de partij, nam Loek het over en verloor ik zelfs nog. Dat was vrij zuur, maar wel een duidelijk voorbeeld van waar ik nog winst kan boeken.

 

Hoe zou je jouw schaakstijl beschrijven?

Ik denk dat ik redelijk allround ben. Er zijn geen stellingstypen waarin ik extreem veel beter of slechter ben dan anderen. Over het algemeen ben ik pragmatisch ingesteld. Als ik in een toernooi weet tegen wie ik moet spelen, bestudeer ik vaak een uurtje de partijen van die tegenstander om de zwakke plekken te vinden. Dan maak ik een gameplan dat aansluit op die zwaktes, in plaats van dat ik puur naar mijn eigen sterktes kijk. Dat is wel een van mijn krachten.

 

Wat vind je jouw beste presentatie op schaakgebied?

Toch wel het winnen van Dortmund. Opvallend genoeg was dat niet eens de hoogste TPR die ik ooit heb behaald, maar zo’n sterk toernooi winnen… dat staat gewoon. Het is de vraag of me dat nog een keer gaat lukken.

 

Wie weet…?

Ik geef het zeker niet op! Ik ben de laatste tijd erg fanatiek en werk meer gestructureerd. Ik heb het idee dat ik weer progressie maak en wil in ieder geval terug naar mijn oude ratingniveau. Dat lag rond de 2500 en is nu 2425.

Sinds kort speel ik ook in de Italiaanse competitie. Die competitie wordt in één week beslist. Ik speel daar in een van de zwakkere teams op bord 1, wat betekent dat ik gemiddeld tegen 2500+-spelers speel. Ik ben daar via-via terechtgekomen; de club vond het leuk, ik vond het leuk, en nu hebben ze me weer gevraagd.

 

Foto: Frans Peeters

 

Wat is je beste partij?

Dat is een lastige, maar ik heb wel een antwoord uit mijn beginjaren. Ik ben op mijn achtste begonnen, maar ging pas rond mijn elfde of twaalfde naar een club; ik ben dus een beetje een laatbloeier. Een sleutelmoment was het NK Jeugd. In de vierde ronde versloeg ik Arthur Pijpers, die destijds 200 elopunten meer had en een van de favorieten was. Die partij was vrijwel perfect gespeeld en daar was ik heel lang erg trots op. Later heb ik ook een keer van mijn trainer, Erwin l’Ami, gewonnen. Dat was ook een gave partij. Niet foutloos, maar wel erg goed.

 

Hoe denk je dat de computer het schaakspel heeft beïnvloed?

Ik vond die vraag enige tijd geleden in een interview met Giri. Zijn reactie was – en daar ben ik het eigenlijk wel mee eens – dat veel schakers roepen dat de computer misschien het spel dood kan maken.  Maar hij zegt dat er door de computer juist meer opties bij komen en mensen creatiever moeten zijn. Je speelt wellicht de eerste of tweede keuze van de engine, maar je gaat zelf op zoek naar andere mogelijkheden.

Er gebeurt veel meer. Kijk naar het kandidatentoernooi: daar zie je openingen die ik, laten zeggen na een zet of tien nog nooit had gezien. Het is cool dat er steeds meer van onder de oppervlakte naar boven komt en er steeds meer mogelijkheden blijken te zijn. De schaakstijl verandert mee. Meestal met de wereldkampioen en nu ook met de computer.

 

Het lukt de huidige wereldkampioen niet echt om grote indruk te maken. Ik geloof dat hij nog geen toernooi heeft gewonnen sinds het behalen van zijn titel. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Klopt. Zijn eerste toernooi na het behalen van de titel was Tata Steel Chess; daar werd hij gedeeld eerste met Praggnanandhaa, maar verloor de tiebreak van hem. Daarna ging het minder. Ik had het er laatst over, want er zijn natuurlijk ook schakers die zeggen:

“Is hij nou de echte wereldkampioen?”

Zelf vind ik een wereldkampioen niet per se de nummer één van de wereld hoeft te zijn. Het is jammer dat Carlsen zichzelf uit de running heeft gehaald, maar stel iemand had hem verslagen en die was de nummer 10 van de wereld, dan is dat maar zo.

Er komt natuurlijk enorme druk bij kijken. We zagen Ding wegzakken en we zien bij Gukesh nu iets vergelijkbaars. Men denkt vaak dat dit Carlsen nooit is overkomen, maar toen hij wereldkampioen werd, zakte zijn rating ook van 2880 naar 2830 voordat hij de smaak weer te pakken kreeg. Magnus is simpelweg zo goed dat hij bijna alles blijft winnen, maar ook hij heeft zijn dips gehad. Hij heeft ook wel in interviews gereageerd op de vraag wie de beste schaakspeler uit de geschiedenis was. Zijn reactie was:

“Dat ben ik zelf maar dan van 2010!”

Dat was voor hij wereldkampioen werd en alle toernooien won met hoge scores.

 

Vergeet niet dat Magnus de matches tegen Caruana en Karjakin pas in de tiebreak besliste.

Precies, in die matches zag je dat hij het ook lastig vond. Als je gaat nadenken over het resultaat en het feit dat je niet mág verliezen, ga je krampachtiger spelen. Dat geldt voor elk niveau. Als wij in de laatste ronde kans maken op een prijs, schieten we ook in de kramp.

 

Je bent je gaan toeleggen op schaaktrainingen en we zien je regelmatig op Chessbase voorbijkomen. Hoe is dat zo gekomen?

Toen ik van de middelbare school kwam, was ik net niet goed genoeg om te zeggen:

“Ik neem een tussenjaar voor het schaken.”

Dus ben ik gaan studeren, maar dat werd nooit een succes. In 2018 heb ik mijn studie definitief afgebroken. Na een jaar werken besefte ik dat ik schaken nooit écht een volledige kans had gegeven. Ik was destijds net IM geworden en besloot:

“Weet je wat, ik ga er gewoon voor!”

Ik besloot om een bepaalde tijd te gaan spelen en bedacht dat het na 300 partijen wel helder zou zijn of hier mijn toekomst lag. Ik was trouwens net IM geworden. Het ging door me heen:

“Na 300 partijen zijn er drie mogelijkheden. Eén, ik ben grootmeester. Twee, ik ben het net niet, maar zit erin en drie het zit er niet in en vandaar uit bedenk ik dan een nieuw plan.”

Voor mij is zelf spelen het belangrijkste, maar dan is het natuurlijk wel de vraag: waarmee verdien je je brood? Ik vind lesgeven ontzettend leuk. Bij het bedrijf – Junior Einstein – waar ik een jaar lang werkte, heb ik ook les gegeven. Het is super leuk om te doen. Vandaar dat ik het ben gaan combineren met schaken. Langzaam maar zeker kwamen er steeds meer mensen die training van me wilden hebben. Overigens heb ik het idee van GM te worden zeker niet opgegeven. De factor geluk speelt ook een rol. Als alles mee zit, dan is het zeker te doen.

 

Wat ik vaak bij trainers (en in boeken zie) zie is dat ze aankomen met een brei aan varianten. Wat ik dan mis is een behoorlijke verbale uitleg. Hoe kijk jij daar tegenaan?

Dat is inderdaad de uitdaging. Schakers denken vaak in varianten, maar het is de kunst om die abstracte materie te vertalen naar woorden. Ik probeer die twee te combineren. Als ik over openingen schrijf, voeg ik bij de varianten altijd een soort mini-samenvatting toe. Dat helpt mijzelf overigens ook om de theorie beter te onthouden.

 

Je bent heel actief op Chessbase met redelijk wat dvd’s maar dus nog niet op Chessable. Klopt dat?

Dat klopt. Ik had heel lang zoiets als: ik wil eigenlijk eerst grootmeester worden en dan een Chessable Course uitbrengen. Alleen dat grootmeester worden, is toch moeilijker dan gedacht. Op een paar momenten was ik een beetje ongelukkig. Bijvoorbeeld mijn toprating was 2496. Je hoeft dan maar één partij te winnen en je bent in ieder geval de grens van 2500 voorbij. Zo’n course kost bovendien gigantisch veel tijd. Als ik het doe, wil ik het ook écht goed doen.

In die dvd’s zit heel veel minder tijd dan in zo’n Chessable course. Een Chessable course is echt veel werk en nogal uitgebreid. Als ik er aan begin, wil ik het dan ook graag heel uitgebreid doen. Maar wat nu voor mij op de eerste plaats komt – dat stond denk ik ook in het interview van Giri. Hij zei zoiets als:

”Ik ben verplicht naar mezelf toe om nog voor die wereldtitel te gaan.”

Zelf voel ik ook zo’n verplichting, nu het nog kan, om voor de GM titel te gaan. Daarom moet ik op wat dingen nee zeggen.

Het afgelopen jaar was mijn slechtste schaakjaar sinds ik full time schaak. Eén van de redenen is dat ik best wel succesvol ben als trainer. Er zijn behoorlijk veel mensen die wekelijks training van me krijgen en anderen om de week. Daardoor ontbrak de tijd om zelf te trainen. Eén van de dingen die ik heb veranderd sinds december vorig jaar, is dat ik veel meer bezig met mijn eigen spel. Ik sta eerder op en ga eerder slapen. In de vroege uurtjes werk ik nu dagelijks structureel aan mijn schaaktraining. Ik merk ook aan de partijen van afgelopen tijd, dat ik weer een stuk beter speel, meer op mijn oude niveau. Het kan nog flink beter, maar het is in ieder geval een goede eerste stap. In dat schema past een Chessable course nu even niet. Bij ChessBase is dat anders: ik ga af en toe naar Hamburg en neem daar in één keer een aantal video’s van 60 minuten op. Dat is heel praktisch en behapbaar voor de kijker.

 

Ik merk dat ik meer begrijp van een variant of partij, wanneer ik bord en stukken er bij pak en niet zo snel aan de computer vraag wat de beste zet is. Hoe denk jij daarover?

Ik raad iedereen aan om het bord en stukken erbij te pakken. Als ik openingen bestudeer, dan maak ik eerst een digitaal bestand en vervolgens pak ik het bord er bij op mijn tafel hiernaast en draai ik het scherm een beetje naar me toe. Eerst speel ik dan zo’n drie of vier varianten na op de computer en bekijk ze vervolgens op het bord. Weet ik het? Dan ga ik door na de volgende variant. Met enige regelmaat zit ik te twijfelen en denk:

“Hé dit is ook een logische set. Hoe zit dat?”

Dan kun je als je er niet helemaal uitkomt alsnog aan de computer vragen wat de beste voortzetting is.

 

Wat is jouw rol bij de trainingen van het MEC

Ik ben daar trainer en coördinator. Samen met Jeroen van den Berg en Merijn van Delft organiseren we de MEC-masterclasses en trainingen.

 

Wat vind je zelf het leukste aspect aan training geven?

Dat is toch dat je iemand anders iets leert, wat hij vervolgens vroeg of laat een keer kan gebruiken en dat ze er heel erg blij mee zijn:

“Hé ik heb deze partij gespeeld en je hebt me dit en dit geleerd en het werkt!”

Het geeft enorm veel voldoening als je samen het werk doet en de ander er dan de vruchten van plukt en er blij mee is. Wat ook een belangrijk en leuk aspect is dat je een persoonlijke band met iemand opbouwt.

 

Heb je nog bepaalde verwachtingen van iemand die je traint?

Als ik mensen training geef heb ik niet direct een bepaalde verwachting, zoals: je moet nu beter worden en dat je een bepaald niveau moet halen. Nee, dergelijke verwachtingen heb ik niet. Wat ik belangrijk vind is dat mensen veel plezier in het schaken hebben.

Ik geef ook spelers training die behoorlijk wat stappen aan het zetten zijn. Dat is op individuele basis en dat heeft al FM-titels opgeleverd. We proberen nu richting de IM-titel te gaan. Wat ik zelf ooit leuk zou vinden is als ik iemand training heb gegeven en hij uiteindelijk sterker wordt dan ikzelf. Dat zou ik oprecht cool vinden. Ik leg niet zomaar druk bij iemand anders met bepaalde verwachtingen. Ik zie het wel als zoiets gebeurt.

 

Heb je nog een schaakwijsheid voor schakers die zichzelf willen verbeteren. Wat ze dan vooral wel moeten doen of misschien vooral niet?

Zoek de balans. Je kunt openingen bestuderen, puzzels oplossen of video’s kijken, maar doe vooral wat je leuk vindt. Als je een hekel hebt aan tactische puzzels maar jezelf dwingt om dat elke dag een uur te doen, dan gaat de lol er snel af. Plezier is de belangrijkste motor voor verbetering.

 

Heb jij nog een advies voor de bezoekers van schaaksite.

Blijf vooral lezen! Schaaksite is een enorm waardevol platform voor schaaknieuws, interviews en verslagen. Het zou zonde zijn als dat verdwijnt, dus als je een kleine donatie kunt missen om het platform te steunen, is dat heel welkom.

 

Over Michel Hoetmer

Michel schaakt al sinds begin jaren '70. Hij speelde bij schaakclub Utrecht (2e klasse KNSB) en hij was destijds ook redacteur van het clubblad. Tegenwoordig is hij lid van sv Pegasus in Amstelveen. In het dagelijks leven was hij verkooptrainer (www.salesquest.nl) en publiceerde diverse boeken en artikelen over verkopen en marketing. Hij is gediplomeerd schaaktrainer (2).

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.