Een eerbetoon aan Albert Loon
Wie wel eens naar oude schaakboeken zoekt, komt het ongetwijfeld tegen: “Oom Jan leert zijn neefje schaken”, door Albert Loon en Max Euwe. Het kan wel eens Nederlands’ meest verkochte schaakboek zijn Het verscheen kort vóór Euwe’s wereldkampioenschap. Er volgden tientallen herdrukken, tot aan de huidige dag is het “als nieuw” te koop in de boekhandel. Bij enkele van de latere herdrukken wordt Albert Loon foutief als Albert van Loon” aangeduid. Dit is waarschijnlijk te wijten aan J.H. Donner die hem zo betitelde. (A. Münninghof in Trouw, 26 augustus 1994) Loon gebruikte zelf altijd ”Alb. Loon”.
Het is ook het enige schaakboek dat op een Nederlandse postzegel staat: in een serie uit 2016, aan bekende Nederlandse boeken gewijd. Een enorme eer voor een schaakboek tussen al het literaire werk.
Postzegel oom Jan leert zijn neefje schaken
Albert Loon heeft het didactische deel van het boek verzorgd, Max Euwe het schaaktechnische. Volgens enkele bronnen hier en hier zou Albert Loon het alléén hebben geschreven en stond de naam van Euwe er alleen op om de verkoop te bevorderen. Hier heb ik géén aanwijzingen voor gevonden. Euwe heeft wel degelijk meegewerkt.
Uit het tijdschrift van den Nederlandschen Schaakbond 1935:

Er is twee jaar later (1937) een -veel minder bekend- tweede boek uitgekomen: “Hoe neef Jan een goed schaker wordt”. Aan dit laatste boek heeft ook Lodewijk Prins meegewerkt. Bron? Beide boeken zijn inmiddels digitaal beschikbaar:
Oom Jan leert zijn neefje schaken
Hoe neef Jan een goed schaker wordt
Wie herinnert zich niet de prachtige pastiches op het boek, in twee afleveringen van “Schaakbulletin” en later in het boek “Hartverwarmende schimpscheuten” waar oom Hein (Donner) plotseling bulderend de kamer binnenkomt en kritiek begint te leveren op oom Jan’s schaakvermogen, en als reactie daarop, in het volgende nummer, de komst van oom Wim (Andriessen, de uitgever van Schaakbulletin), die aantoont dat oom Hein het gewoon mis had.
Ook heeft Albert Loon, in samenwerking met Benedictus Springer, oud-wereldkampioen dammen, in 1956 het boekje “Oom Jan leert zijn neefje dammen” geschreven. Ook dit wordt nog wel herdrukt, de laatste drukken met medewerking van Tjalling Goedemoed.
Maar wie was Albert Loon nu eigenlijk?
Albert Loon werd 14 februari 1887 geboren te Rotterdam, als kind van Johan Conrad Loon en Maria Christina van Zandelingen. Johan Conrad was zeeman en later handelaar in leer. (bron: 1) of schoenmaker (staat op geboorteakte Albert) Zij hadden behalve Albert als oudste nog meer kinderen, van wie ik Jan en Cornelis noem. (2) De broers Albert en Cornelis (Kees) scheelden 25 jaar(!) in leeftijd.
Er ging een anekdote rond in de familie dat Albert en zijn vrouw Pietje Nyhof, die zelf geen kinderen hadden, met Kees in de kinderwagen op straat liepen en dat een kennis hen feliciteerde met de gezinsuitbreiding. ‘Dat is mijn broertje,’ zei hij toen. Kees vertelde ook altijd dat hij model heeft gestaan voor neef Jan uit “Oom Jan leert zijn neefje schaken”. (1) Kees speelt ook een belangrijke rol in een van Alberts andere boeken: “Speelgoedstad”. Hier zijn oom Kees en neef Kees de hoofdpersonen.
Het was een artistieke familie. Er werd geschilderd, gemusiceerd en geschaakt. (1) Albert zelf speelde viool en trad regelmatig op.


Albert was onderwijzer van beroep en schreef de volgende kinderboeken:
Klaas de molenaar en schoenmaker Sandertje
Speelgoedstad
Eddy’s eerste schooldag
Aan de grote verkeersweg
Een machtig tovenaar
Petertje
Naar de smaak van vandaag zijn dit wel érg brave verhalen.
Jan Loon, een van zijn broers, schreef “Hutspot, kleine verhalen voor grote mensen”.
Albert heeft op verschillende adressen in Rotterdam gewoond (2), waarschijnlijk aan de Boomgaardsstraat, Schiedamse Singel en Schieweg. Alle adressen in Rotterdam-Centrum.
Albert kreeg in 1917 een aanstelling in Den Haag als onderwijzer, en heeft daar gewoond op de Rijswijkseweg 441 en 688. (2) Hij was lid van schaakvereniging “De Raadsheer” en zijn prestaties zijn in de Haagsche pers genoemd. Evenals dat hij secretaris was van deze vereniging.


In 1935, nog voor het wereldkampioenschap van Euwe, werd er vooral vanuit Utrechtse schaakkringen gepleit voor het schaken op school. Er werd een commissie opgericht ter bevordering van het schaken op school met o.a. B.J. van Trotsenburg, voorzitter van de Nederlandse Schaakbond , Mr. J.H. de Boer, wethouder te Utrecht, P. Jungman, secretaris van de Stichtsch-Gooische schaakbond en A.R. van Bavel , met Max Euwe als voorzitter.
Later dat jaar, 13 november 1935, werd een landelijke stichting opgericht door 11 heren, onder wie voorzitter W. Terpstra, secretaris R.A. van Bavel en penningmeester P. Jungman. Onder de andere 8 treffen we A. Rueb, M, Euwe en G.C.A. Oskam aan. De naam: Stichting ter bevordering van het schaken onder de schooljeugd.
Geheel zonder weerstand geschiedde dat niet: In vier vlammende artikelen in het blad Sport in beeld/Revue der sporten “Een gespierd protest!” van maart/april 1936 en in “De lichamelijke opvoeding; orgaan van de Vereeniging van Gymnastiek-Onderwijzers in Nederland van 18-04-1936 werd heftig geprotesteerd tegen aandacht voor schaken zolang lessen in lichamelijke oefening werden verwaarloosd met slechts één uur per week. Het belangrijkste punt van kritiek is hierbij genoemd, het was niet zozeer tégen het schaken, als wel een protest tegen verwaarlozing van de in hun ogen belangrijker zaak.

Uiteindelijk schreven Albert Loon en Max Euwe het boek “Oom Jan leert zijn neefje schaken”, een klassieker die tot op de huidige dag herdrukt en verkocht wordt. Loon nam het didaktisch/ pedagogische deel voor zijn rekening en Euwe het schaaktechnische. Van Bavel vulde in de eerste drukken het boek aan met een handleiding hoe men zelf schaakstukken kon maken: Met carbonpapier de voorgedrukte schaakstukken overtrekken op driekwarts-notensatijnhout, dat uit-figuurzagen en met Velpa (voorloper van Velpon) het vilt uit een oude hoed aan de achterkant bevestigen. In het blad “De Telegraaf” van 18 oktober 1936 vertelt onderwijzer Kliphuis dat het grootste probleem voor zijn klas nog het verkrijgen van 300 lege garenklosjes was, om als voetstukken voor de stukken te dienen. “Uit alle delen van de provincie hebben familieleden van de leerlingen bijgedragen om de garenklosjes bij elkaar te krijgen.”
Zelfs tegen dit boek kwam protest, ditmaal uit andere hoek: Oom Jan en neef Jan gaan in een van de hoofdstukken op Zondag (!) naar een voetbalwedstrijd. Schande! Uit het Christelijk Dagblad van 23 november 1935:

Op 29-12-1987 echter beschreef Babs Wilders (“géén familie van!”) in het degelijke Nederlands Dagblad / Gereformeerd gezinsblad het boek heel wat positiever onder de titel “Oom Jan is niet stuk te krijgen”
Het thema dat een ouder familielid de jeugd het schaken bijbrengt kwam in die tijd vaker voor, bijvoorbeeld in het bondsblad van 1920 pag. 123-126, waar G.J. Reeser vertelt over “De twee neven of hoe men schaker worden kan”, een ware geschiedenis. Rond 1937 schreef oud-wereldkampioen Lasker het boek “Wie Wanja meister würde”, een verhaal van een vader die zijn zoon begeleidt in zijn carrière. Dit laatste boek, pas ruim een halve eeuw na zijn dood in de archieven gevonden, is meer schaaktechnisch dan de twee hierboven genoemde. info
In het jaar 1936 heeft Albert vier schaakrubrieken geschreven in het blad “Zonneschijn” waarvan de eerste rubriek alleen vertelt waarom er een schaakrubriek komt. Zonneschijn was het grootste kinderblad in die tijd met tal van beroemde medewerkers. o.a. Johan Fabricius, Nienke van Hichtum, Rie Cramer en Anton Pieck.
De schaakrubrieken zijn te vinden via Delpher. Hij bespreekt het vierpaardenspel, het Italiaans en “een partij tussen den schaakmeester en een schaakleerling”
vier afleveringen van Zonneschijn 1936
Na de oorlog wordt Albert Loon in de bladen alleen nog vermeld als “auteur van”. Wel brengt hij nieuwe kinderboeken uit. “Speelgoedstad” is van 1949. Van schaakactiviteiten heb ik niets meer kunnen vinden. Wel het damboek uit 1956/7. Albert Loon overlijdt op 20 november 1963, op 76-jarige leeftijd.
Een man die deze kleine biografie waard was. Onderwijzer en kinderboekenschrijver maar zelf zonder kinderen, begaafd violist, schrijver van schaakboeken over oom Jan en zijn neef Jan. Schrijver van schaakrubrieken maar zelf geen topspeler, organisator en bestuurslid, promotor van het schaken op scholen. Een man aan wie we behalve het boek nog veel meer te danken hebben. Ter nagedachtenis.
Zijn achternicht Natalie Koch vertelt mij op de valreep dat dit artikel uitkomt op 27 mei, de sterfdag van haar grootvader Kees, op wie “neef Jan” gebaseerd was.
Bronnen:
1. Natalie Koch, achternicht van Albert Loon. Musicologe, journalist en auteur van boeken in het Fantasy genre. Natalie Koch – Wikipedia
2. Teun Koorevaar, eigen artikelen op schaaksite en organisator van het recente Schakentegenkanker.nl die heel wat akten van geboorte, huwelijk en overlijden en woonadressen heeft gevonden.
Verder is dankbaar gebruik gemaakt van Delpher, het grote kranten- en tijdschriftenarchief van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

