In de schijnwerpers: IM Thomas Willemze

Foto: New In Chess

Thomas is een sterke schaker, maar ik vermoed dat velen hem vooral kennen van zijn boeken en Chessable-courses. Thomas begon al vroeg met het geven van schaaktrainingen en heeft jong en oud beter leren schaken. Zijn grote kracht is vooral het begrijpelijk maken van moeilijke concepten.

 Kun je me iets meer vertellen over jouw schaakachtergrond, bijvoorbeeld hoe heb je het geleerd en van wie heb je het geleerd en wanneer het serieus werd?

Ja, van wie precies, dat vind ik lastig om exact te herinneren. Het zou zomaar van mijn vader geweest kunnen zijn of misschien van mijn broer, dat weet ik niet meer. Wat ik wel weet is dat ik op mijn zesde verjaardag lid mocht worden van ‘Op Eigen Wieken’ een schaakclub bij mij in de buurt in Leiden – daar kom ik vandaan. Daar ben ik ooit begonnen. Mijn broer – Jeroen was daar al lid. Die is drie jaar ouder dan ik. Je moest zes zijn, of er was een wachtlijst. Het was toevallig op mijn zesde verjaardag dat ik daar mocht beginnen. Dus dat is wat ik me met name heel goed kan herinneren.

Daar heb ik heel lang gespeeld. Tot mijn twaalfde of dertiende was ik er lid. Je had daar een hele leuke groep ouders en heel veel enthousiaste kinderen. Dat was echt wel een perfecte plek om terecht te komen. Rob Brunia die liep daar ook al heel snel rond als jeugdtrainer. Hij heeft daar de stappenmethode geïntroduceerd en er voor gezorgd dat iedereen veel en enthousiast aan het schaken was.

 

Wat vind je het leukste aspect aan schaken?

Er zijn natuurlijk twee onderdelen. Je hebt het spel zelf en je probeert beter te worden als schaker. Het spel zelf is natuurlijk heel leuk, anders zou ik het niet mijn hele leven al doen. Het is boeiend dat je tegen een tegenstander speelt en je probeert elkaar te slim af te zijn. Ik heb geen hele positionele stijl en ben meer iemand van de trucjes en de combinaties. Ook al heb je een hele slechte stelling, je kunt proberen er wat van te maken en regelmatig de zaak omdraaien. Dat heb ik altijd heel erg leuk gevonden aan het schaken.

Het andere leuke aspect is vooruitgang boeken. Je kunt eraan werken en proberen beter te worden. Je kunt objectief zien of je beter wordt of niet. Dat je jezelf ziet groeien, is een leuk element. Bij andere sporten is dat niet altijd goed meetbaar. Stel, je maakt als voetballer meer doelpunten, dan is het lastig om vast te stellen of het nou echt beter gaat. Met schaken is het  heel eerlijk: je doet het in je eentje, je doet het zelf en je ziet of het beter gaat of niet.

 

Welk aspect van het spel beheers je het beste? Je zei al iets over tactiek.

Ik ben natuurlijk wat ouder geworden. Vroeger was het puur tactiek en dat is ook een beetje wat ik als kind heb meegekregen van de stappenmethode via Rob Brunia. Dat element is altijd heel erg dominant geweest. Vroeger was ik daar het beste in. Maar ik ben al heel lang trainer en heb natuurlijk in de loop der jaren ook andere dingen opgepakt, zoals eindspelen. Ik probeer ook wat netter te spelen, maar ik moet het nog steeds hebben van de tactiek en spelen op de aanval.

 

Wat vind je jouw allerbeste prestatie op schaakgebied?

In de jeugd ben ik een aantal keren Nederlands kampioen geweest in verschillende leeftijdscategorieën. Dat is iets wat je in ieder geval bijblijft. Er zijn enkele toernooien waar ik met veel plezier naar terugkijk. Ik plaatste me een keer voor de C-groep van Corus door het Cultural Village-toernooi te winnen. Dat was met een hele hoge score. In die periode behaalde ik mijn beste resultaten. Sindsdien heb ik toernooien gehad waar het goed ging en ook weer wat minder, maar geen gigantische uitschieters. Ik ben natuurlijk geen topspeler. Wel eentje met soms goede resultaten, maar ik heb nooit grootmeesternormen gehaald.

“Je bent wel internationaal meester!”

Dat is al weer twintig jaar geleden.

“Ja, dat is toch een hele mooie prestatie. Niet iedereen kan dat zeggen hoor!”

Dat is ook iets waar ik heel blij mee was toen ik dat werd. Maar ik ben op een gegeven moment in de trainersrol terechtgekomen. Ik heb altijd zelf enthousiast geschaakt en dat doe ik nog steeds, maar ik stop heel veel energie in het geven van trainingen. Dus ik bewandel twee wegen.

 

Wat is je beste partij?

Dat was mijn overwinning op Lucas van Foreest. Het is niet de speler met de hoogste rating die ik ooit verslagen heb, maar het was een hele mooie partij waarin ik een stuk offerde en uiteindelijk ook met een dameoffer won. Het is wel de partij waar ik met het meeste plezier op terugkijk. Ik won ook van grootmeesters met een hogere Elo, maar dat waren geen ‘partijen uit één stuk’. Op de partij tegen Lucas kijk ik met het meeste plezier terug. Het was in het Batavia-toernooi in 2016. Ik won er ook de schoonheidsprijs mee in dat toernooi.

Heb je nog andere hobby’s of liefhebberijen?

Ik voetbal, zowel in de zaal als op het veld. Dat doe ik al mijn hele leven. Sinds een paar jaar boulder ik ook. Dat is klimmen zonder touw. Ik doe dat veel met mijn zoon. Die vindt het ook heel erg leuk.

 

Via een interview las ik dat je in het dagelijks leven analytisch consultant bent. Kun je kort zeggen wat men zich daarbij moet voorstellen en beïnvloedt dat ook jouw denken over het schaken?

Ik zie zelf heel veel samenhang. Om het makkelijk te maken: data-analist dekt ook de lading. Ik ga uit van data en feiten. Dat is soms best wel ingewikkeld, maar ik probeer het heel makkelijk te maken. Dat is wat ik in mijn werk probeer te doen: ik moet eerst zelf snappen hoe het zit, en vervolgens probeer ik het heel simpel weer te geven en uit te leggen, zodat men er ook iets mee kan doen.

Dat probeer ik in mijn schaakboeken ook te doen. Schaken heeft allerlei moeilijke kanten en het is heel leuk om dingen uit te zoeken, te snappen en te kijken of ik het in kleine stukjes kan opdelen om het dan stap voor stap uit te leggen. Dat is waar ik mijn plezier uit haal en wat ik ook in mijn werk probeer te doen.

 

Mag ik je zeggen dat je daar in je schaakboeken goed in slaagt?

Dat is fijn om te horen en ook mijn doel, want ingewikkelde boeken zijn er genoeg. Ik probeer me er echt op te richten om dingen begrijpelijk te maken. Ik ben al op mijn veertiende begonnen met lesgeven. Dat is in de loop der tijd gegroeid, van kinderen tot volwassenen en op veel verschillende niveaus – overigens de laatste tijd weer wat minder. Op die manier leer je wel hoe je mensen iets moet bijbrengen en hoe je het ze makkelijker kunt maken.

 

Kun je iets meer vertellen over je beweegredenen om trainingen geven en wat je erin aantrekt?

Het is sowieso heel leuk om dingen uit te leggen of mensen dingen te leren. Uiteraard trekt het me ook aan om zelf beter te worden als schaker en andere mensen daarmee te helpen. Zoals gezegd begon dat tamelijk vroeg, bij Op Eigen Wieken was dat ook al zo. Op Eigen Wieken is een jeugdclub, dus als je twaalf of dertien bent, dan groei je er een klein beetje uit. Ik zette toen de volgende stap naar een andere club voor volwassenen. Ik ben lang actief gebleven met trainingen geven; denk daarbij aan club- en privétrainingen. Op die manier ben ik er een klein beetje ingerold. Ik heb ook bij de schaakbond als talentcoach gewerkt, zeg maar een soort van jeugdbondscoach. Daar kon ik heel veel met trainingen doen.

 

Waarin onderscheiden jouw boeken zich van anderen?

Ik probeer ze gewoon heel erg toegankelijk te maken. Dat is het voornaamste doel: dat je het kunt volgen en niet al heel snel de draad kwijtraakt. Als ik zelf boeken lees, kijk ik altijd wat daarbij helpt. Soms heb je een boek en geeft men vijftien zetten zonder diagram. Dan raak je de kluts kwijt. Als er op een hele bladzijde geen diagram staat, is het best lastig om de redenering te blijven volgen. Uiteraard kun je er een bord bij pakken, dat is natuurlijk prima, maar het is ook leuk om een boek gewoon door te bladeren.

In mijn boeken probeer ik na elke drie, maximaal vier zetten een diagram te plaatsen. En ook niet te veel varianten. Je mag best een variant hebben, maar dan niet nog een subvariant en daarbovenop nóg een subvariant. Want dan ben je heel veel mensen kwijt. Dat zijn dingen waar ik zoveel mogelijk op let. Mensen moeten de essentie kunnen blijven volgen bij wat ik uitleg. Dat is een belangrijk doel.

 

Wat zou jouw advies zijn als ik een partij analyseer? Hoe ga je ermee om, bijvoorbeeld met je eigen partijen en ook met het naspelen van partijen van anderen?

Het is belangrijk om te kiezen en je moet geduld hebben. Je moet gewoon de tijd nemen. Hoe lang mag je over een diagram doen? Zo lang als je wilt. Al doe je de hele dag over een diagram. Daar heb je meer aan dan dat je er honderd in een minuut probeert op te lossen bij wijze van spreken. Je moet jezelf de kans geven om het ook echt tot je te nemen.

Het advies is: doe het rustig aan en focus. Je kunt niet alles tegelijk. In mijn boeken kap ik het ook af wanneer partijen nog heel lang duren en de overige zetten niet relevant zijn voor wat je ervan kunt leren. Al het andere leidt alleen maar af van waar je het over wilt hebben. De kern van de zaak is dat je dingen kiest en die heel goed doet door er de tijd voor te nemen, in plaats van heel veel dingen uitproberen en uiteindelijk niks echt kunnen toepassen.

 

Je hebt een oeuvre opgebouwd bij Chessable. Hoe ben je daar gekomen en wat vind je het leukste aspect daarvan?

Dat is alweer zo’n acht of negen jaar geleden. Toen ik voor het eerst met New In Chess in contact kwam, waren zij ook aan het experimenteren met Chessable. Ik maakte toen een cursus met strategieopgaven uit de partijen van Magnus Carlsen. Het is alweer lang geleden, toen was Chessable ook nog niet zo groot. Bij die cursus heb ik destijds ook een video gemaakt; ik ben toen een beetje gaan experimenteren. Voor die video ging ik naar een studio in Friesland om het op te nemen.

Ik heb de mensen van Chessable op die manier een beetje leren kennen. Na verloop van tijd heb ik veel meer cursussen gemaakt, sommige op basis van mijn boeken en andere los daarvan. Wat ik heel leuk vind, is dat als je een cursus hebt gepubliceerd, je gelijk feedback krijgt. Je hoort van mensen wat ze ervan vinden en wat er beter kan. Met boeken krijg ik ook wel eens reacties en hoor je wel eens wat, maar bij Chessable gaat het veel sneller en directer. Je ziet gelijk of een stelling klopt of werkt. Bij een boek krijg je het niet altijd terug als er iets op aan te merken is, maar hier hoor je het heel snel. Dat helpt enorm om het beter te maken.

 

Als je Chessable vergelijkt met boeken en je móét kiezen tussen die twee – iemand zet je het mes op de keel met “je moet kiezen” – waar zou jij dan voor kiezen?

Het hangt een beetje af van voor wie het is en wat je ermee wilt doen. Chessable heeft enorme voordelen qua snelheid, flexibiliteit en feedback. Maar je moet het wel goed gebruiken. Anders denk ik dat het weinig zin heeft en je beter een boek kunt pakken. Als je bijvoorbeeld probeert alle varianten van de Najdorf uit je hoofd te leren, dan is het beter om een boek te pakken en dat door te nemen.

Maar als je bepaalde, heel technische eindspelen wilt oefenen met Chessable waarbij je het ook echt zelf moet uitvoeren, dan heb je daar weer meer aan dan aan het doorbladeren van een boek. Dus als je het goed gebruikt, kan het prima werken. Maar je moet oppassen dat je niet alleen nog maar bezig bent met dingen uit je hoofd leren en niet meer snapt wát je eigenlijk aan het doen bent. Belangrijk is dat je gedisciplineerd bent. Ik zie veel jonge spelers die heel veel onthouden, dus die kunnen er echt wel wat aan hebben. Maar ook daar zit een grens aan wat zinvol is. Je moet oppassen dat het niet een soort sport wordt om alles uit je hoofd te leren en dat het daarin een beetje doorschiet.

 

Stel, ik heb de Chessable-course én het boek van hetzelfde onderwerp. Vullen ze elkaar op de een of andere manier nog aan?

Ik denk het wel, al ligt het een beetje aan wat voor boek het is. Wat ik bijvoorbeeld zelf wel een aardig voorbeeld vind, is de World Chess Champions Strategy Training For Club Players. Dat is een strategieboek over wereldkampioenen dat ik gemaakt heb.

Die stellingen kun je natuurlijk heel goed oefenen op Chessable. Maar je kunt je ook voorstellen dat je een keer op de bank zit, of van mijn part op het strand, en je even geen scherm wilt maar een ontspannend boek. Ik heb een heel groot diagram per pagina geplaatst. Daar kun je rustig een keer een half uurtje over nadenken, terwijl je lekker op de bank zit. Ik vind boeken op die manier zelf nog steeds heel fijn. Alleen sommige dingen kun je op Chessable wel iets effectiever doen, zodat het je minder tijd kost. Die combinatie gebruik ik zelf ook wel vaak.

 

Wat kunnen we nog van je verwachten op het gebied van boeken?

Het eerstvolgende boek is de derde uit de serie van 1001 Chess Endgame Exercises. Het is voor gevorderde clubspelers. Ik heb het al ingeleverd en de Chessable course is ook al gemaakt. Hij moet alleen nog gefilmd worden en nog uitkomen. Het kan nog best wel een half jaar kan duren. Daarna gaat er wel weer meer komen want ik heb nog wel wat ideeën.

 

Wat vind je het leukste aspect aan trainingen geven?

Twee dingen. Ik vind het heel leuk om te kijken of dingen beter kunnen—dat is ook wat ik in mijn werk en zelf met schaken doe. Hoe kan ik iemand helpen om betere resultaten te boeken? Dat werkt heel motiverend. En uiteraard is de menselijke kant van training geven heel erg leuk: met mensen meedenken, ze helpen te bereiken wat ze willen en ze zien groeien. Dat is heel erg leuk om te doen.

 

Wat verwacht je van een trainee, hoe die zichzelf opstelt?

Het hangt er natuurlijk vanaf wat voor iemand het is, want ik heb kinderen van acht getraind en volwassenen van zestig. Bij die verschillende groepen heb je natuurlijk een heel ander verwachtingspatroon. Wat ik vooral verwacht, is dat iemand het leuk vindt. Of iemand er nou heel veel tijd in wil stoppen of heel weinig, dat is een persoonlijke keuze. Het is voor mij natuurlijk leuk als iemand er veel tijd in wil steken, maar dat laat ik toch echt aan de persoon zelf over. Ik zie vooral graag enthousiasme en dat iemand schaken écht leuk vindt.

 

Als je kijkt naar jongeren versus 60-plussers, wat zijn in jouw ogen de belangrijkste verschillen qua vooruitgang boeken en trainingsaanpak?

Bij hele jonge kinderen spreek je er met elkaar over hoe je gaat studeren, hoe je overzicht houdt en dat je de dingen doet die je moet doen. Dus iets meer sturing op discipline en dat soort zaken. Nu ben ik niet een trainer die enorm streng is, dat is helemaal niet mijn rol, maar ik kan iemand wel helpen met een schemaatje te maken en niet te veel per dag te doen. Kleine stapjes dus. Dan kun je iemand helpen om dat een beetje op te bouwen. Bij kinderen gaat het natuurlijk heel snel als je ze iets leert. Vaak hoef je het maar één keer uit te leggen en dan pikken ze het op.

Bij volwassenen gaat dat langzamer. Dus dan moet je het toch op een andere manier benaderen. Wat meer herhalen, misschien iets meer in stukjes opknippen. Het is een andere benadering, wat ook met leeftijd te maken heeft. Kinderen durven ook vrijer buiten de lijntjes te kijken; ze zijn meestal toch net even wat flexibeler dan ouderen.

 

Wat is naar jouw mening de belangrijkste schaakwijsheid waarmee je jezelf kunt verbeteren?

Wat je moet doen is gewoon heel veel spelen, dat sowieso, en met plezier. Dat lijkt mij wel echt veruit het belangrijkste aspect. En als je het hebt over verbeteren: doe niet alles tegelijk. Wat je doet, moet je goed doen. Neem er de tijd voor. En heb niet het gevoel dat je in één dag je hele schaakbibliotheek uit hoeft te lezen. Zet de tijd die je hebt dus goed in en accepteer dat je niet alles tegelijk kunt doen.

 

Heb je nog een tip of advies voor de bezoekers van Schaaksite?

Gewoon blijven kijken! Want het is al heel lang een hele leuke site. Het is echt een plek om telkens naar terug te keren. En als mensen het leuk vinden om zelf ook eens iets bij te dragen, dan moeten ze dat zeker doen.

 

Interview op youtube door Daniël King over het boek “World Chess Champion Strategy Training for club players”

 

 

Over Michel Hoetmer

Michel schaakt al sinds begin jaren '70. Hij speelde bij schaakclub Utrecht (2e klasse KNSB) en hij was destijds ook redacteur van het clubblad. Tegenwoordig is hij lid van sv Pegasus in Amstelveen. In het dagelijks leven was hij verkooptrainer (www.salesquest.nl) en publiceerde diverse boeken en artikelen over verkopen en marketing. Hij is gediplomeerd schaaktrainer (2).

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.