Sergei Tiviakov voor de vierde keer Nederlands Kampioen, Machteld van Foreest voor de derde maal Nederlands Dameskampioen
Eens per jaar ga ik beroepshalve een paar dagen naar een Europees congres. Dit trekt als een soort rondreizend circus telkens naar een andere stad. In 2026 was de beurt aan London.

In het Londense Excel congrescentrum kun je wel een paar NK’s kwijt ( foto: eigen collectie)
De afgelopen jaren heb ik de gewoonte opgevat om ’s avonds naar een lokale schaakclub te gaan om de plaatselijke schaakcultuur te beproeven. In Londen besloot ik de prestigieus genaamde Metropolitan Chess Club te bezoeken. Verrassend genoeg bleek deze vereniging, die geldt als een van de oudste in Londen (oprichtingsjaar 1890), behuisd te zijn in een minuscuul zaaltje in een volkomen verpauperd appartementen complex. Een vriendelijke oudere man had hier de leiding. De clubavond bleek te bestaan uit een externe competitiewedstrijd van het 4de of 5de team, dat ook nog 2 spelers te weinig had, en 2 mensen die zaten te snelschaken , waarbij ik me dan maar voegde. Na enige tijd konden we een 4de medespeler verwelkomen: niemand minder dan de 4-voudige Engelse dameskampioene Lan ( Lisa) Yao. Ze leek een soort coaching aan de andere 2 te geven. Hierbij applaudisseerde ze voor mijn tegenstander, een adult-improver en bankier uit de City, die er zo warmpjes bij zat dat hij alleen nog maar projecten deed waar hij zin had, als hij een een zet deed die haar beviel, en gaf hem er verbaal van langs als hij had verloren. Daarna griste ze steeds de klok weg om mij voor de volgende partij minder bedenktijd te geven. Het zal u niet verbazen dat deze Monty Python-achtige omstandigheden mij in toenemende mate amuseerden, zeker toen de oudere man die de scepter zwaaide zich er ook mee kwam bemoeien omdat hij de teamwedstrijd in goede banen probeerde te leiden (“Quiet please!”).
Maar misschien vraagt u zich wel af wat het in ’s hemelsnaam met het NK schaken 2026 te maken heeft. Welnu, nadat ze mijn nationaliteit had vernomen wilde Lan Yao tijdens de snelschaakpartijen ook nog wel even haar mening over zo’n beetje de hele Nederlandse schaaktop ten beste geven. Zo was Anish Giri nog wel ‘nice’, maar Jorden van Foreest was een verschrikkelijke womanizer, Loek van Wely had een grote mond . En ze raakte al helemaal niet uitgepraat over Eline Roebers (”She is fierce!”), waarbij de blikken die Eline haar tijdens een partij had toegeworpen welhaast Medusiaanse eigenschappen toebedeeld kregen (mijn advies zou zijn bij elke Nederland-Engeland ontmoeting aan te sturen op Roebers-Yao. Succes gegarandeerd lijkt me). Uiteindelijk werd ik uitgedaagd om ook maar 1 Nederlandse topschaker te noemen die haar morele goedkeuring wel weg zou kunnen dragen. Gelukkig had ik mijn antwoord klaar: Liam Vrolijk!
En inderdaad, toen had ik haar tuk. Want wie kan er nou iets onaardigs zeggen over Liam Vrolijk? Het enige vervelende aan deze uit een echte schaakfamilie afkomstige jongeman ( zijn opa werd kampioen van de Rotterdame schaakbond, zijn vader is een verdienstelijk clubschaker) is de kracht van zijn zetten als hij tegenover je zit, zoals ik enkele jaren geleden in Vlissingen mocht ervaren toen ik hard door hem van het bord werd geschopt.
Wel misschien voor discussie vatbaar was of Liam op dat moment een Nederlandse topspeler was. Hij is nu 15de op de Nederlandse FIDE lijst. Ben je dan een topspeler of een subtopper? Op zijn piek in 2024 stond hij 9de met 2573, maar daarna kwam de klad er een beetje in en zakte hij zelfs even bijna weer onder 2500. Een NK-titel zou dan natuurlijk een fantastische impuls betekenend hebben, maar het is natuurlijk ook al geweldig dat Liam de finale gehaald heeft.

De finaleplaats was een mooie opsteker voor Liam Vrolijk, maar helaas voor hem bleek Sergei Tiviakov net te sterk ( Foto: Ab Scheel)*
Zijn medefinalist Sergei Tiviakov komt van een heel ander duin. Voor de Nederlands kampioen van 2006, 2008 en 2018 en Europees individueel kampioen van 2008 is het halen van de finale natuurlijk een mooi succes, maar zeker geen doorbraak of debuut.
In de eerste partij gisteren maakte Vrolijk soepel remise met zwart tegen Tiviakovs Slow Italian. Vandaag mocht hij het met wit proberen . Het werd opnieuw een vrij vlotte remise, maar er waren wel enkele interessante momenten.
Vrolijk speelt e4, d4 en c4 en had kennelijk geen zin om tegen Tiviakovs Nimzo/Dame-indisch of een van zijn betonvarianten op e4 zoals de Franse Fort Knox the spelen.
Tegen het Engels speelt Tiviakov vrijwel altijd e5 waarna hij ingaat op een omgekeerde open Siciliaan. Dat dit veel minder statische stellingen kan geven dan enkele van de boven genoemde varianten zal wellicht van invloed op zijn keuze zijn geweest.
























Vrolijk-Tiviakov na 7.b3!?
Een interessant moment; mogelijk is het Vrolijk, die in het Engels meestal 1.c4 e5 2.Pc3 speelt, opgevallen dat Tiviakov bijna zonder uitzondering kiest voor een opzet met Le7 en 0-0. Door Pc3 uit te stellen en pion e5 met een snel Lb2 aan te vallen probeerde hij wellicht Tiviakov wat uit zijn comfort zone te krijgen: zwart moet om de pion te dekken kiezen tussen f6, waarna Le7 minder logisch lijkt, en Ld6. Een andere indicatie kan zijn geweest dat een van de spelers die deze opzet eerder tegen Tiviakov heeft gespeeld Lucas van Foreest is, die jarenlang is getraind door Tiviakov en dus wel zal weten wat hij minder aangenaam vindt om tegen te spelen.
In de partij kiest Tiviakov voor een heel andere opzet dan hij meestal doet.





















Vrolijk-Tiviakov na 15.De3
Je zou kunnen zeggen dat de opening een succes is geworden voor wit: er is een stelling op het bord gekomen met tegengestelde rokades waarin wit een pion heeft geofferd voor initiatief. Gezien het tijdsverbruik zou het goed kunnen dat Vrolijk nog in zijn voorbereiding zat ( 2 minuten bedenktijd verbruikt) terwijl Tiviakov al een half uur had nagedacht. Tiviakov wijkt nu, waarschijnlijk zonder zich hiervan bewust te zijn, af van een partij Sury-Ploscaru met 15..dxe2. Gezien het feit dat Liam hier voor het eerst tijd begon te gebruiken zal hij die partij mogelijk nog wel gekend hebben .
Even later stond het zo:

















Vrolijk-Tiviakov na 19..De7
Zeker weet ik het natuurlijk niet, maar het heeft er enige schijn van dat Vrolijk hier slachtoffer is geworden van een van de problemen van moderne openingsvoorbereiding: je bereidt een variant voor, en de hoofdvarianten bekijk je zo goed mogelijk. Maar ergens moet je ophouden en op een geven moment onthoud je van een zijvariant gewoon 1 lijn die eindigt met een plus. Die komt natuurlijk op het bord. Je tegenstander zit inmiddels helemaal in de stelling, terwijl je zelf alle zetten a tempo uit het geheugen hebt opgediept. Maar als de stelling met de plus is bereikt vraag je je af: en hoe nu verder? De soms totaal niet intuitieve oplossingen waarop ijzersterke engines hun stellingsoordeel baseren op grond van een tactische pointe vele zetten diep blijken dan soms buiten het bereik van de menselijk geest te liggen. De eerste variant van SF 18 is hier bijvoorbeeld 20.Dg4+ Le6 21.Dd4 h5 22.h3 h4 23.g4 Lf7 24.Le4 Kb8 25.Lc1 De5 26.Dd8+ Pc8 27.La3!+/-
















Vrolijk-Tiviakov analyse
SF18 ziet 27.La3! al op zet 19 en baseert zijn stellingsoordeel van ongeveer +1 erop. Andere mogelijkheden op zet 27 zijn niets voor wit. Hoe het ook zij, Vrolijk spendeerde op zet 19 een half uur en wikkelde daarna razendsnel af naar een volkomen gelijk eindspel waarin de handen spoedig werden geschud.

Het einde van partij 2 (foto:Frans Peeters)
Op naar de tiebreak dus. In de eerste partij had Tviakov wit.

























Tiviakov-Vrolijk, tiebreak , na 4..Pf6
Vrolijk heeft gekozen voor het Siciliaans en heeft Tiviakovs obligate Alapin beantwoord met de interessante zijvariant 2..e5!?. Zet wit d4 nu te snel door, dan kan hij het openingsvoordeel wel op zijn buik schrijven en sommige varianten zijn zelfs wat beter voor zwart.Wits beste optie die, zoals verwacht mocht worden van een kenner als Tiviakov, ook op het bord kwam is een soort merkwaardige overgang naar een Italiaans tweepaardenspel (e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lc4 Pf6) waarin voor wit de zet c3 en voor zwart de zet c5 is ingevoegd. Grappig genoeg is de meest kritieke voortzetting dan ook een soort “Fried liver attack“:4.Pg5 d5 5.exd5 Pxd5 6.Dh5 g6 7.Df3 Dxg5 8.Lxd5 Pd8!






















Tiviakov-Vrolijk tiebreak analyse
De theorie gaat nog een stuk dieper dan dit, maar u krijgt het idee. Dit soort frivoliteiten is natuurlijk totaal niet des Tiviakovs en en het was voor mij dan ook geen verrassing dat hij koos voor 5.d3.
Dan wordt het een Slow Italian met een pion op c5 voor zwart. Tiviakov heeft een reusachtige berg ervaring in het manoeuvreren in dit soort stellingen en hij kreeg dan ook al snel een prettig tijdvoordeel. Een soort van beslissing viel in onderstaande stelling.



















Tiviakov-Vrolijk, tiebreak , na 18.Tc1.
Liam kon hier gelijk maken met 18..Pbd7. Ik begrijp niet helemaal waarom, maar hij koos voor 18..b6?. Dit geeft wit natuurlijk een gapend gat op c6 om mee te werken en is een zet die je normaal alleen zou overwegen als Pa5 echt een levensgevaarlijke dreiging is. Dat is het alleen niet; Vrolijk zal hier dus iets gemist moeten hebben.
Er waren nog een aantal schermutselingen , maar het volle punt kwam voor Tiviakov nooit echt in gevaar deze partij.
In de tweede tiebreakpartij moest Vrolijk winnen. Hij koos opnieuw Engels, maar Tiviakov week al snel af van de tweede partij door na 1.c4 e5 2.g3 Pf6 3.Lg2 te gaan voor de variant met 3..c6: hij zal mogelijk weinig lust hebben gehad om erachter te komen wat Vrolijks laptop in de tussenliggende 2 uur aan verbeteringen had uitgespuugd. Liam zal hier minder rekening mee hebben gehouden, want in de online database staat er 1 partij van Tiviakov met 3..c6 versus 27 met 3..d5.
Het openingsduel werd dan ook gewonnen door Tiviakov, die een tijdvoordeel en een volkomen gelijke stelling kreeg. In het eindspel met voor beiden weinig tijd maakte een blunder vervolgens een eind aan Vrolijks titelaspiraties en kon Sergei Tiviakov zijn vierde kampioenschap veilig stellen. Gefeliciteerd!
In het dameskampioenschap moest Anna-Maja Kazarian winnen van Machteld van Foreest om nog een kans op de titel te houden .
Kazarian koos voor 1.d4. In de database vind ik alleen maar partijen met 1.e4, dus ik sluit niet uit dat dit een speciale voorbereiding voor de finale was. Mogelijk heeft het brede zwarte repertoire van Van Foreest , die het afgelopen jaar 1..c5, 1..e5, 1..c6 en 1..e6 afwisselt als antwoord op 1.e4, haar tot deze keuze genoopt. Inderdaad lijkt ze met zwart in haar keuze op een antwoord op 1.d4 een stuk stabieler te zijn: er komt dan vaak iets in de richting van een damegambiet op het bord. Dat bleek nu ook, want het werd een Semi-Slav.

De beginfase van partij 2. Het zwarte paard staat nog op f6. ( foto:Frans Peeters)
Wat wel een nadeel kan zijn als je een opening weinig speelt en je tegenstander juist vaak, is dat je verrast kan worden door een zijvariant. Dat leek in de partij te gebeuren in onderstaande stelling:

























Kazarian-Van Foreest na 8..Pe4
Van Foreest heeft net het iets ongebruikelijke 8..Pe4 gespeeld in plaats van het in de overgrote meerderheid van de partijen gespeelde 8..b6. Het karakter van de stelling kan hier behoorlijk door veranderen: zwart kan overgaan naar een Stonewall structuur. En een Stonewall zal nou niet heel erg prominent in de voorbereiding van Kazarian gefigureerd hebben gok ik zo. Een paar zetten later stond het zo:

























Kazarian-Van Foreest na 10.f3
De engine is hier niet enthousiast over, maar onder mensen is dit de meest gespeelde zet. Als zwart nu teruggaat, kan f5 natuurlijk niet meer en dan heeft 8..Pe4 niet het gewenste doel bereikt. Maar hoe staat het na 8..f6?. Voor mij appeltje-eitje: ‘Computer says Yes!’. Maar Van Foreest zal de complicaties toch niet helemaal vertrouwd hebben, want na lang denken koos ze voor een derde optie: 10..Pec5.
Nu had Kazarian weer een plus. Maar even later viel de beslissing toch in het voordeel van zwart. Hoe zou u hier terugslaan op e5?






















Kazarian-Van Foreest na 16..Lxe5
Kazarian koos helaas voor haar voor 17.fxe5?. Het verschil wordt zichtbaar na het uitvoeren van een zettenreeks als 17..fxg4 18.Tg3 h5 19.h3 Dh4 20.Kg2




















Kazarian-Van Foreest analyse na 20.Kg2 (en 17.fxe5)




















Kazarian-Van Foreest analyse na 20.Kg2 (en 17.dxe5)
In het eerste diagram wint zwart door na 20..gxh3+ binnen te komen op f2: 21.Txh3 Tf2+ 22.Kg1 Txd2! In het tweede diagram moet de dame onverrichter zake terug na e7 (na 20..gxh3+ kan nu 21.Kh2!)en staat wit gewonnen. Het zijn de kleine dingetjes die het doen bij het schaken en in dit geval maakte het mogelijk een verschil tussen een tiebreak en de 3de titel voor Machteld van Foreest.
En zo gaat er ook dit jaar ‘niets boven Groningen’ in de schaakwereld ( of nou ja, misschien Noorwegen dan) met voor het tweede opeenvolgende jaar zowel een Algemene als Dameskampioen afkomstig Oet Stad. Lang vervlogen zijn de tijden waarin Gert Ligterink erover mijmerde hoe zo’n grote handicap een domicilie Boven Zwolle in de schaakwereld betekende.
Hieronder nog alle partijen van afgelopen NK:
*Disclaimer:
1.Nee, dit is geen foto van Liam Vrolijk genomen op de dag van ronde 4.2
2.Nee, de andere afgebeelde speler is niet Sergei Tiviakov.
3.Een nauwkeuriger onderschrift had kunnen zijn:FM Oscar van Veen en jeugdtalent Liam Vrolijk RSB Kampioen 2013 A en B


Heel leuk verslag!!!