Ronde acht in het mooie Zeeland
Allereerst een woord van geruststelling voor schaakliefhebbers die de afgelopen dagen ongerust hun pushberichten in de gaten hielden, beducht voor een bericht met een strekking als “Import-Zeeuw gelyncht door horde woedende conciërges na schrijven over Zeeuws dialect in schaaktoernooiverslag”. Hier in het mooie Zeeland is de verruwing van de maatschappij gelukkig nog niet doorgedrongen. Of conciërges lezen schaakverslagen gewoon niet, dat zou ook kunnen. Hoe dan ook, het was al voor het toernooi afgesproken dat de 6de ronde Ricardo’s laatste verslag zou zijn.
Inmiddels zijn we toe aan de achtste ronde van het Scheldemond toernooi. De ronde begon met 4 koplopers.
In de partij aan het eerste bord besloten Raunak Sadhwani en Max Warmerdam al na 10 zetten tot remise. Sadhwani moest blijkbaar herstellen van zijn krachtsinspanning gisteren tegen Fernandez. Maar, eerlijk is eerlijk, de rondes ervoor had hij ook in 10 en 15 zetten remise gespeeld. Nu was mij ter ore gekomen dat Sadhwani erg gemotiveerd was mee te spelen in Vlissingen omdat hij zich in de kijker wil spelen voor Tatasteel in Wijk aan Zee. Dus toen ik hem vertelde dat ik een paar van de dagverslagen zou schrijven vroeg of ik nog wat kon opschrijven om wat reclame voor hem te maken. Echter kreeg ik een schouderophalend verlegen lachje en er werd nog wat aan sigaretjes getrokken. Kom op Raunak, een beetje reclame voor jezelf mag best! IJzervreters willen ze zien in Wijk! Morgen minimaal tot de 135ste zet knokken voor de eerste plaats is mijn advies.
Aan het tweede bord speelden de andere 2 koplopers, Fernandez en Ikonnikov. Toen ik mij een paar jaar geleden ook in het toernooigedruis van destijds het HZ-toernooi waagde, had ik een kort gesprek met de sterke Fries/Groningse IM Nick Maatman over Ikonnikovs zwartrepertoire tegens e4. Dat bestond uit de Kalashnikov; we hadden hem daarin met wit beide zonder heel veel moeite op remise gehouden, een resultaat waar de GM niet erg tevreden over kan zijn geweest. Maatman was vrij onomwonden in zijn analyse: hij heeft een probleem .
Dat probleem heeft Ikonnikov dit toernooi opgelost met de O’Kelly variant. Tegen Sadhwani leverde het hem een vrij eenvoudige remise op en ook tegen Fernandez had hij geen noemenswaardige openingsproblemen. Ik had de remise al bijna geteld, maar voor mij onverwacht wist Fernandez hem in een gelijk toreneindspel toch nog te overspelen en alleen de koppositie te pakken.









Fernandeze-Ikonnikov na 30.h5
De stelling is hier nog volkomen gelijk, maar slechts 5 zetten later staat het zo:









Fernandez-Ikonnikov na 35.b4
Fernandez heeft Ikonnikov kunnen verleiden tot het spelen van enkele verzwakkende pionzetten, waarna hij nu bijna in tempodwang is. Zwart kan niets uitrichten tegen het simpele plan b3 en c4. Fraai gespeeld van Fernandez, maar Ikonnikov zal zich toch wel achter zijn oren krabben hoe hij dit zo snel uit de hand heeft kunnen laten lopen. Het eindspel met T+g en h pion vs T is meestal niet triviaal, maar in de handen van Fernandez duidelijk wel.
Op bord drie speelde Erwin l’Ami tegen Laura Unuk. Unuk speelde wat met de zetvolgorde in een aangenomen damgegambiet, wat haar een goede stelling opleverde. L’Ami hield desondanks een plusje, maar toen hij in onderstaande stelling terechtkwam, was het alle hens aan dek:
















L’Ami-Unuk na 23.b3
Na 23. Te1 had wit een plusje behouden( 23..g5 24.Ph5!), maar nu stond zwart na 23..g5 en het gedwongen 24.Lxf7+ Kxf7 duidelijk beter. In het vervolg kwam een zwarte pion gevaarlijk buurten op c2, maar Erwin wist de boel net bijeen te houden ( of Laura wist haar kansen niet optimaal te benutten).
Chanda Sandipan won van de Duitser Weller. Sandipan lijkt bij gelegenheid bereid om flink risico’s te nemen als de toernooisituatie erom vraagt. Zo ook in deze partij, waarin hij een Hollandse partij behoorlijk provocatief opzette.

























Weller-Sandipan na 11..c5
Blijkbaar kon Weller hier voordeel krijgen met 12.bxc5 bxc5 13.Tb1 Tb8 14.Pb5. Hij koos voor dichtschuiven met 12.b5, wat voor Sandipan het sein was om al zijn troepen richting witte koning te sturen.
























Weller-Sandipan na 20.exd6
In deze spectaculaire stelling koos Sandipan voor 20..Pxh2. Stockfish pleit voor 20..Pxf2. De witte koning loopt dan weliswaar naar de damevleugel, maar de zwarte stukken komen alle fraai in het spel. Sandipan gaat voor het mat, en wit kan zich hier na 21. dxc7 exd5 22.Pxd5 Te8 23.Le5 Pg4 slechts tegen verdedigen door met 24.Le4 dxe5 24.dxe5 een stuk terug te offeren. Na 24..d6 staat het dan zo:


















Weller-Sandipan na 24..d6
Blijkbaar had wit hier nog de wonderbaarlijke verdediging 25.Taf1 , maar toen Weller dit niet vond ging hij rap ten onder . Een gedurfd gespeelde partij van Sandipan.
Eelke de Boer voegde zich bij de achtervolgers door een overwinning op Bob Beeke. Een kleine bekentenis is op zijn plaats: ik ben jaloers op Beeke. Niet omdat hij zich het recht verworven heeft zich in de 8ste ronde van een groot toernooi te mengen tussen de toppers, dat zij hem van harte gegund. Maar wel op het lef dat hij heeft gehad om de Polugaevsky variant van de Najdorf op dit moment te spelen. Want er zijn wel enige cojones nodig om tegen een topper als De Boer een variant te spelen waarin je met zwart vrijwel op elke zet balanceert op het randje van de afgrond. Toegegeven, de hele romantiek die om de variant hangt bracht mij meer dan eens in de verleiding om het toch eens te proberen. Het stijgt het duidelijkst op uit het boek “Grandmaster Preparation”van Polugaevsky zelf, waarin stukjes staan zoals deze:
“The next milestone in the development of the variation was my game against Bagirov, played in January 1960 at the USSR Championship in Leningrad. When I made my 15th move and got up from the board, Smyslov came over to me and said, in a voice where the reproach was quite unmistakable: ‘Oh, Leo, Leo! What are you allowing yourself at your young age? All your pieces are still sitting on the back rank! Isn’t one game with this variation per championship enough for you? Better spare your nerves!’” (p. 54).
Of deze:
“Hardly had the first rounds of the championship passed when I was handed a note from Judovich. … It contained a precise and detailed analysis showing that in [a critical line of the system] Black was bound to lose. … After all my efforts I was overcome by an ever-growing apathy, and with each passing day the variation meant less and less to me. … So I decided to bid it farewell: ‘That’s enough for me! The endless search and the constant bitter disappointments have made me weary! … Thank you for everything, dear variation! Do not hold my unfaithfulness against me! Farewell forever!’” (pp. 68–70).
Maar goed, ik heb het dus nooit aangedurfd. En helaas voor hem viel Bob Beeke op de 18de zet van het smalle koordje af waarop hij sinds de 7de zet aan het dansen was:


















De Boer-Beeke na 18.Pe5
Hier speelde zwart het natuurlijk uitziende 18..g6, wat twee vraagtekens krijgt van SF , en werd opgedweild na 19.a4. Blijkbaar had hij zich op de halsbrekende variant 18..Lb7 19.fxg7 Lxg7 20.Pd6+ Ke7 21.Pexf7 Lxb2 22.Tad1 Tf8 23.Pd8 met ongeveer gelijkspel (!) moeten inlaten. Ik schrijf het maar gewoon over van de engine, want mij gaat het ver boven de pet, maar als u ziet wat voor bizarre stellingen er uit deze variant ontstaan begrijpt u misschien de aantrekkingskracht ook een beetje.















De Boer-Beeke, analyse na 23.Pd8 “The variation is still alive!”
De groep achtervolgers op 6,5 punt wordt gecompleteerd door Daniel Hausrath, die won van Guido Van Hesselingen. De laatste had nog enkele kansen op remise in het eindspel, maar uiteindelijk redde hij het niet tegen de Duitse grootmeester.
De meest verrassende uitslag aan de live borden was die van de partij tussen Erik Sparenberg en Merijn van Delft. Sparenberg speelde de solide fianchettovariant tegen Van Delfts Koningsindier. Toen Van Delft toch echt spel leek te krijgen ging het plotseling mis:






















Sparenberg-Van Delft na 17.Dd2
Blijkbaar is hier 17..Pe5 nodig, om na 18.Lg5 Dh5 19.Pb5 Pf7! achter de hand te hebben. Na Van Delfts 17..Le5 18.Lg5 Dg3 had Sparenberg het ijzersterke 19.f4 Lxc3 20. Txc3 waarop 20..Pxe4 fraai werd weerlegd met 21.De2!



















Sparenberg-van Delft na 21.De2!
Goede raad was duur voor Van Delft , en ondanks het tijdsverschil dat op een gegeven moment ongeveer een uur in zijn voordeel was, liet hij zich uiteindelijk maar matzetten. Een mooie scalp voor de sympatieke Fries.
Voor Van Delft geldt dat het niet ‘zijn’ toernooi lijkt te zijn geworden. En dat is jammer voor de Apeldoorner, die we al vaak in Vlissingen hebben mogen verwelkomen. Opmerkelijk genoeg speelt hij tevens een rol in een van mijn vroegste schaakherinneringen . Het moet ergens in de eerste helft van de jaren ’90 zijn geweest als we tijdelijk een dermate sterke jeugdschaakafdeling bij onze vereniging in Winschoten hebben dat we tegen het grote Schaakmaat mogen spelen. In mijn herinnering speelde ik remise tegen Erik Smit, maar de meeste indruk maakte op mij Merijn van Delft, en wel omdat hij in mijn herinnering een schier oneindige periode bezig is geweest om een tijdens de wedstrijd een meegebrachte fles frisdrank met prik open te krijgen die onderweg blijkbaar zo hard was geschud dat hij bij opening een fontijn dreigde te veroorzaken. Met engelengeduld werd het dopje steeds weer een klein stukje verder gedraaid: “TSSSSSS!!”. Hopelijk kan hij morgen in de laatste ronde nog een keer knallen.
Zeeuws kampioen Joey Grochal won van Eduard Coenen nadat de laatste een pionnenopmars op de damevleugel onderschatte:

















Coenen-Grochal na 15..Ke7
Hier heeft wit 16.f3 met gelijkspel; na 16.Ke2 b5 is 17.f3 echter niet goed meer: na 17..b4 stort de witte stelling min of meer ineen:

















Coenen-Grochal na 17..b4
En zo gaan we met Daniel Fernandez als eenzame koploper de slotronde in.
De live partijen van ronde 8:

