Een mooie winnende… wandelkoning?
Je moet iets ouder zijn dan de vijftienjarige Thomas Beerdsen om bij zijn overwinning op Sipke Ernst in Dieren meteen “Winnende Wandelkoning!” en “Stuur op naar Tim Krabbé” te roepen.

Heel formeel gesproken was het trouwens geen winnende wandelkoning, maar ik zal proberen uit te leggen waarom we daar niet om moeten zeuren. En waarom je hem eigenlijk toch zo mag noemen.
Tim Krabbé is niet alleen verzamelaar van schaakcuriosa, in de Canon van het Nederlandse schaak schreef ik dat hij van schaakcuriosa een aparte discipline heeft gemaakt. Schaakcuriosa bestond natuurlijk al voordat Krabbé geboren was, ook werd er al over geschreven, maar dat was incidenteel. Hij bracht er structuur in aan, met in de jaren zeventig een groot aantal artikelen in het tijdschrift Schaakbulletin en de twee boeken Schaakkuriosa en Nieuwe Schaakkuriosa. (Ik spel bij voorkeur correct, maar in de titels stond nou eenmaal kuriosa met een k.) Thema’s waren bijvoorbeeld ‘opgeven terwijl je gewonnen staat’ en ‘rokades na de veertigste zet’. Een van zijn favoriete thema’s was de winnende wandelkoning. Toen ik daar eens iets over wilde schrijven, zag ik tot mijn verbazing dat daarover niets in zijn boeken stond. Desgevraagd mailde hij me, dat ik in zijn boek Chess Curiosities moest kijken. Dat had ik nooit gekocht, omdat ik dacht dat het een vertaling was. Het bleek echter een geheel nieuw boek te zijn, maar dan in het Engels.
Een winnende wandelkoning moet volgens Krabbé (de autoriteit op dit gebied) aan de volgende voorwaarden voldoen:
Lees meer >







