“Wel eerlijk spelen, hè?”
In het nieuwe clubgebouw van HSG wordt in een mooi zaaltje van een verzorgingstehuis de wedstrijd tegen De Stukkenjagers gespeeld tussen de nummer één en nummer laatst op rating. De analyseruimte is op de gang waar wat tafels neergezet worden en waar de spelers wat moeten improviseren om hun partijen te gaan bekijken na afloop. Regelmatig verschijnen er wat oude mensjes op rollators en in rolstoelen in de gang en zij kijken verstoord op als zij die schakers daar zien turen naar de schaakborden. Ze kunnen er niet goed langs met hun looprekjes. Zo is er een oud dametje dat in figuurlijke zin niet over zich heen laat lopen. Zij geeft Sprenger en Van Kampen een veeg uit de pan omdat zij en haar vriendin – die eveneens slecht ter been is – er niet goed langs komen. De heren merken niets van dit voorval, zij zijn teveel in gedachten verzonken over hun partij. Een paar andere schakers duwen tafel en stoelen naar achteren en nu kunnen de dames er eindelijk langs. De dame, die kennelijk niet op haar mondje is gevallen, roept nog even achterom als zij voorbij het ‘obstakel’ is: “Wel eerlijk spelen, hè?”
Lees meer >
