The Modernized Grünfeld Defence
In deze recensie kijk ik naar het boek “The Modernized Grünfeld Defence” door Yaroslav Zherebukh. Toen ik hem googelde kwam ik er achter dat hij exact even oud is als ik. En behalve dat we schaken ook beiden leuk vinden, houden de overeenkomsten daar wel zo’n beetje op. De uit Oekraïne afkomstige grootmeester werd al grootmeester op zijn 15e, in augustus 2008. Diezelfde ratingperiode werd ik hardhandig teruggegooid naar een 1700-rating na een NK jeugd dat begon met 0 uit 4. We kunnen niet alles hebben. Terug naar Yaroslav, die vertrok in 2013 naar de VS om daar te gaan studeren. Op zijn persoonlijke website (yzchess.com) schrijft hij dat hij vanaf dat moment van fulltime schaker naar fulltime trainer omschakelde, naast zijn studie natuurlijk. Nadat hij in 2018 afstudeert begint hij met het schrijven aan zijn eerste boek, dit boek! En wat een werk heeft hij er in gestoken.
opzichten. Want hoe vaak hoor je een ex-wereldtopper dit advies geven, laat staan dat hij er een heel boek over schrijft? Maar wie is deze ex-wereldtopper eigenlijk? Bareev is een Russische schaker die opgroeide in de tijd van Boris Gelfand, Vishy Anand en de Nederlander Jeroen Piket. En dat niet alleen, hij heeft ze vaak het leven goed zuur gemaakt; achter het schaakbord wel te verstaan. Hij groeide op in de afbrokkelende Sovjet Unie en leerde goed schaken in de Smyslov-school. Hij was al eens co-auteur van een boek, maar met dit boek bezorgt hij ons tevens een primeur door het helemaal zelf te schrijven. Dat ging niet eenvoudig, zo schrijft hij in het voorwoord, het kostte hem zo’n twee jaar om geïnspireerd te raken. Gelukkig is die inspiratie er ten overvloede gekomen.
enboek van de Noor Sverre Johnsen, gepubliceerd bij uitgeverij Gambit. Ik had eerlijk gezegd nog niet eerder van Johnsen gehoord, dus klopte ik maar even aan bij Google. Hier vond ik enkel de standaardzin die veel recensenten gebruiken: “he is a chess analyst, researcher, organizer, trainer and writer from Norway”. Zijn boeken-CV geeft meer inzicht, namelijk dat hij (co-)auteur is van vijf boeken, waaronder een boek voor de zwarte stukken tegen de Spaanse opening. Zijn fide rating is, met 2150, niet indrukwekkend voor een auteur. Toch zou het vrij hypocriet van me zijn als ik zou beweren dat we niks kunnen leren van Niet-Meesters. Hieronder daarom gewoon een recensie van het boek.
dingen, die je nooit wilde, tot het moment komt dat je ze in je handen hebt. Soms (vaak?) blijkt, na aanschaf van die dingen, dat je ze toch niet nodig had. Ik blij echter dat het boek, “Chess Structures – A Grandmaster Guide”, zo’n ding was dat ik in een opwelling gekocht heb. Ik was namelijk verkocht na de introductie van het boek. Hierin werd gesproken over de grote stapels openingen- en stratiegieboeken die veel kennis gaven, maar nooit exact konden aanwijzen wat er fout ging in de partij. De auteur had hier in zijn schaakontwikkeling ook veel last van, en daarom besloot hij, grootmeester Mauricio Flores Rios, een boek te schrijven dat zich niet richt op slechts een aspect van het spel, maar op pionstructuren als de verbindende factor van opening tot eindspel. Toen ik dat las, wist ik dat ik het altijd al had willen hebben!
t beter gekozen had kunnen worden door auteur Thomas Willemze. De analogie gaat best wel ver: het boek een grote variatie heeft aan gereedschap, de gereedschapskist is op het eerste gezicht wat rommelig (maar is dat niet, kom ik op terug) en, last but not least, het gereedschap is alles behalve bot, krom of verroest. Hoewel IM John Watson in het voorwoord van het boek (beschikbaar in sample pages op 

