Leren combineren 7

In deze nieuwe rubriek, primair geschreven voor minder geoefende clubschakers, worden beginselen van het combinatiespel centraal gezet. Aan de hand van enkele instructieve voorbeelden wordt benoemd waar men op kan letten tijdens een partij. Dit alles met een knipoog naar de Stappenmethode, waar grotendeels de terminologie en andere aspecten aan ontleend zijn. En uiteraard kan men meteen wat gaan oefenen. Veel plezier!

Inleiding

In deze aflevering wordt een thema gepresenteerd dat ogenschijnlijk minder voorkomt dan de gebruikelijke combinatiemotieven zoals mat, dubbele aanvallen, penningen enzovoort. We zullen het insluiten van stukken onder de loep nemen. Bij dit thema moet gedacht worden aan de bewegingsvrijheid van een bepaald stuk. De dame is het stuk met de grootste actieradius, het vangen hiervan komt niet zo vaak voor. Als het aantal velden waarnaar de dame gespeeld kan worden echter drastisch wordt beperkt, kan de jacht op dit stuk worden ingezet. Een elementair voorbeeld zien we in de eerste diagramstelling.

De zwarte dame lijkt actief te staan, maar zij heeft niet zoveel bewegingsvrijheid. Met zijn volgende zet toont wit aan dat het altijd link is als een belangrijk stuk zo weinig velden tot zijn beschikking heeft.

Instructievoorbeeld 1

1. Pe3 1-0

Lees meer >

Column 51: “Wie is nu de hakker, wie de schuiver?”

De Duitse Bundesliga is erg populair onder Nederlandse spelers. Niet alleen het geld lokt talentvolle en ambitieuze spelers naar ons buurland, maar ook de sportieve uitdaging. De Duitse clubcompetitie is een van de sterkste ter wereld, waar veel landgenoten titelnormen hebben behaald.

Op een of andere wijze is er in Duitsland veel meer sponsorgeld voor het schaken in omloop dan is ons land. Dat heeft niet alleen met de grootschaligheid te maken, ook met een ander soort mentaliteit. In Nederland wordt er soms geschamperd als een sponsor zich aandient om spelers te gaan betalen. En inderdaad: je kunt je afvragen of een vereniging er bij gebaat is, als er sommige spelers betaald gaan worden. Want zodra het geld wegvalt, zijn die spelers (meestal) ook weer weg. Op deze site werd deze discussie al vaker gevoerd. De vraag die onder andere werd gesteld is of hiermee competitievervalsing in de hand wordt gewerkt. Dat zal ongetwijfeld waar zijn, maar er wordt stilzwijgend aan voorbijgegaan dat sterkere tegenstanders ook het algehele niveau opkrikken om nog maar te zwijgen van de mogelijkheden op titelnormen die er zo ook gecreëerd worden. Dat geldt dan voornamelijk voor de tegenstanders van de gesponsorde club!

Het lijkt mij wel dat een vereniging er verstandig aan doet om ervoor te zorgen dat er bijvoorbeeld binnen de eigen gelederen trainingsmogelijkheden worden gecreëerd.

Lees meer >

Stukkenjagers onderuit tegen HWP Sas van Gent

De wedstrijd tegen HWP Sas van Gent is al jaren vaste prik voor de Stukkenjagers. Heroïsche gevechten worden er bijna elk jaar uitgevochten, vaak om de eerste plaats in de poule. Dit jaar was het echter anders, aangezien Charlois/Europoort dit jaar de lakens uitdeelt in de eerste klasse. Door de nederlaag van Stukkenjagers tegen ditzelfde Europoort en het gelijke spel tegen De Toren waren onze kansen op het kampioenschap tot vrijwel nul gedaald. Was er dan helemaal nergens meer om voor te spelen? Jazeker wel, aangezien Anne Haast en Stefan Beukema nog volop kansen hadden op een norm resultaat. Eerstgenoemde had vooral nog titelhouders nodig en Stefan in principe beiden. Teamcaptain Cor van Dongen was dan ook al vroeg aan de slag gegaan en had weten te regelen dat zowel Anne als Stefan tegen dan wel een GM en een IM mochten plaatsnemen. Als tegenprestatie speelden Bram van den Berg en Mark Haast vooruit.

Lees meer >

Schaakmeester Herman Grooten trainde BSV Bennekom

Training

Lees meer >

Batavia combinaties

Terwijl collega Dimitri Reinderman al het slotverslag van het Bataviatoernooi online heeft gezet, was ondergetekende nog even bezig om een paar tactische fragmenten uit het afgelopen schaakweekend voor u op te snorren. Omdat er maar liefst drie toernooien tegelijk bezig waren, leek het me aardig om uit elk toernooi een paar combinaties te selecteren. Helaas ging de site van het Noteboomtoernooi in Leiden plat, voordat ik iets had gedownload. Ook trof ik ongelukkigerwijs geen partijmateriaal aan op de site van het Zwols weekendtoernooi. Wel partijen zonder zetten, maar daar kom je niet ver mee als je daar wat leuks mee wilt doen. De website van LSG was automatisch offline gegaan wegens een kapot script en op zondag werkt de helpdesk niet, dus kon er niets meer aan gedaan worden. Wel kon elders gevonden worden dat GM Pedrag Nikolic in Leiden de eerste prijs behaalde, terwijl in Zwolle GM Yge Visser weer eens een toernooi won. U zult het dus moeten doen met combinaties van het Bataviatoernooi. Daarvan hebt u wellicht al een paar voorbeelden in de verslagen van Reinderman kunnen vinden. Hieronder mag u dan even testen hoe het gesteld is met uw tactische vaardigheid.

Combinaties

OPGAVE 1

Hoe luidt wit de belissende aanval in?

Lees meer >

Eindspelfinesses 44: De onuitsprekelijke heerlijkheid!

 

Krijgt u wel eens een eindspel op het bord in uw partijen? En was u tevreden over de afloop? Of knaagde er iets waarvan u later dacht: “Dat had ik anders kunnen spelen?”

Schaaksite biedt een eindspelrubriek aan waarin u uw kennis kunt opfrissen of eventueel uitbreiden. De internationale meesters Twan Burg en Herman Grooten zullen op frequente basis u proberen bij te praten over diverse eindspelfinesses.

Na een vrij lange onderbreking in deze serie, wil ik de draad weer oppakken voor een nieuwe episode waarin ik u graag de nodige interessante eindspelen wil voorschotelen. Maar is het dan niet aardig om u eerst maar eens actief aan het werk te zetten met een paar aardige combinatoire wendingen in het eindspel?

Want, hoewel sommigen dat wellicht niet zullen verwachten, wemelt het in het eindspel ook van de tactische wendingen die de taxatie van de stelling wel eens helemaal kunnen doen kantelen. Een van de belangrijkste aanknopingspunten is het onderkennen van de kracht van een vrijpion. Hoe verder een pion oprukt, hoe eerder er tactische wendingen opduiken.

Dat is overigens geen wet van Meden en Perzen, een vrijpion die te ver naar voren is gespeeld, kan ook gewoon zwak worden. Maar in veel gevallen kan een pion vlakbij de achterlijn voor de beslissing zorgen. Meervoudig kampioen Jan Hein Donner heeft ooit nog eens een fraaie lofzang geschreven op een vrijpion die niet meer af te stoppen was. Het ging om een partij tegen de Joegoslaaf Dragoljub Velimirovic, tegen wie hij na een mislukte opening totaal verloren kwam te staan. Maar de tegenstander bleek er de man niet naar om de voordeeltjes die hij had vergaard geduldig in winst om te zetten. Naarmate er meer stukken werden geruild, hoe beter het met de stelling van Donner ging. Ondanks zijn materiële achterstand, speelde de Amsterdammer op een gegeven moment weer gewoon op winst. En toen hij in het eindspel, na een formidabele koningsmars door het centrum, eindelijk een vrije a-pion wist te creëren, gaf die de doorslag. Hier is het beroemd geworden gedicht:

Donner, J H. – Velimirovic, Dragoljub

Wit stond een tijdlang materiaal achter, maar zijn koning maakte een ware zegetocht door de zwarte linies. Toen hij eindelijk bij de zwarte pion op a6 kon komen, werd de partij in het voordeel van wit beslist. Het bracht Donner ertoe om met het volgende gedicht voor de dag te komen:

43. Kxa6

Lieve pion op a5 Mooi klein ding, randpion ben je, niet meer dan één veldje mag je bestrijken. Je bent zo klein, bijna niets en je hebt de hele partij daar op je plaatsje gestaan, maar al die tijd was mijn hoop op jou gebouwd en al mijn angstig hunkeren was voor jou. Ik zag je wel, zoals je daar stond, kleine bengel. De mensen dachten natuurlijk dat het om de pion op d5 ging, hij trok hun aandacht, ja ze keken allemaal naar hem, maar jij en ik wisten het wel, het ging om jou, om jou en jou alleen. Je hebt gewacht, stouterd, je hebt je niet opgedrongen, want je wist dat ik al die tijd alleen maar aan jou dacht en dat je niets hoefde te doen, want dat ik vanzelf wel bij je zou komen. Kleine randpion, je bent nu vrij. Ga je gang, op a8 wacht jou en mij de onuitsprekelijke heerlijkheid. Heb mijn dank, lief klein ding. Ik heb je lief, je koning. Zwart geeft het op. (Overgenomen uit De Koning van Tim Krabbé en Max Pam)1-0

Lees meer >

Gespot 60: Een lange zit

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.


Tegenwoordig kom ik steeds meer gevallen tegen van eindspelen die mishandeld worden vanwege het feit dat een speler zijn zetten moet afraffelen omdat hij geplaagd wordt door een soort ‘permanente tijdnood’. In veel toernooien, maar ook in de KNSB-competitie en bekerwedstrijden wordt met de zogenaamde bonustijd (increment) gespeeld. Met de intrede van sterke schaakprogramma’s, tablebases e.d. is het afbreken van partijen afgeschaft omdat het anders geen gevecht van ‘speler tegen speler’ meer zou worden. Heel begrijpelijk, maar het uitvluggeren blijkt niet bepaald positief voor de kwaliteit van de zetten aan het eind van de partij. Mooi opgebouwde partijen worden bij de technische afhandeling vaak verziekt omdat een speler onder druk van de klok zich de nodige fouten permitteert. Gelukkig ontworstelen toppers als Carlsen en Kramnik zich nog af en toe aan het tijdnoodvirus en trakteren zij het publiek op fenomenale eindspelbehandelingen.

Maar voor het vertrouwd raken met eindspelprincipes en voorbeelden van weergaloze eindspelprestaties moeten we toch vaak decennia terug. Eindspel leer je voor een deel ook in de praktijk of door mee te kijken met partijen die op een of andere manier je aandacht trekken. Zo werd ik altijd zeer geïmponeerd door mijn vroegere clubgenoot IM Peter Scheeren. Die had zich als sterke jeugdspeler al veel eindspelprincipes eigen gemaakt door er systematisch aan te werken. Daar plukte hij in veel van zijn partijen de vruchten van. Een zeer memorabel eindspel staat me nog goed voor de geest. De Eindhovense schaakvereniging had in 1984 de landstitel in de toenmalige hoofdklasse weggekaapt voor de neus van grootmacht Volmac/Rotterdam. Het gevolg was dat wij Europa Cup mochten spelen. Dat was alleen weggelegd voor de landskampioen en het werd nog niet – zoals nu – gespeeld in een toernooi. Er werd geloot en dan kon je ofwel een uit- of een thuiswedstrijd spelen aan zes borden over twee ronden. Ik heb daar in mijn column 50 Capriolen in een obscuur eindspel al over geschreven.

Lees meer >

Studie van het Jaar 2012

De Wereldfederatie van Schaakcomponisten maakt ieder jaar een keuze uit vele inzendingen teneinde een niet al te ingewikkelde eindspelstudie toegankelijk te maken voor het grote publiek. De studie moet een snaar raken bij schakers van ongeacht welk niveau en moet hen meer bekend maken met eindspelstudies.

Eindspelcomponisten werden uitgenodigd één studie aan te bevelen (hetzij van henzelf of van anderen), welke studie in 2012 hetzij bekroond was, hetzij gepubliceerd in een tijdschrift.

Een internationale jury van eindspelexperts (David Gurgenidze, Oleg Pervakov, Gady Costeff, Ilham Aliev en Harold van der Heijden) beoordeelden ieder afzonderlijk in totaal 24 inzendingen. (ranglijst en alle studies)

De winnaar was:

Yochanan Afek
J. Timman-60 Jubilee tourney 2012
Tweede prijs
Studie van het Jaar 2012
Lees meer >

Leren combineren 6

Deze nieuwe rubriek is primair geschreven voor minder geoefende clubschakers, waarin de beginselen van het combinatiespel centraal wordt gezet. Aan de hand van enkele instructieve voorbeelden wordt benoemd waar men op kan letten tijdens een partij. Dit alles met een knipoog naar de Stappenmethode, waar grotendeels de terminologie en andere aspecten aan ontleend zijn. En uiteraard kan men meteen wat gaan oefenen. Veel plezier!

Inleiding

Het ultieme doel in het schaakspel in het matzetten van de vijandelijke koning. Het mechanisme om op een leeg bord de vijandelijke koning met koning en dame of koning en toren mat te zetten, zal iedereen die de spelregels geleerd heeft, snel machtig worden. Moeilijker is om het mat te herkennen op een vol bord met stukken. Dat kan aangeleerd worden door verschillende matbeelden te bestuderen. Dit blijkt een erg nuttige oefening te zijn, omdat men zo spelenderwijs leert te zoeken naar logische verbanden. Door het samenspel te bekijken tussen de stukken die de vijandelijke koning matzetten, oefent men de in het schaakspel de o zo essentiële patroonherkenning.

Dat had de Hongaar Laslo Polgar, toen hij zijn dochters groot-bracht met het schaakspel, ook bedacht. Op de wand van de slaapkamer van de drie zusjes hing vader Polgar wekelijks een groot aantal diagrammen op met voornamelijk matbeelden. Later zijn deze diagrammen in een boek verschenen waarbij iedereen zelf mag proberen te zoeken naar het bewuste matmotief. Een voorbeeld hiervan.

Lees meer >

Gespot 59: ‘Het witveldige Beest’

 

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.


Ik weet dat er schakers zijn die een enorme voorkeur hebben voor een bepaalde kleur velden. Spelers die het Konings-Indisch spelen met zwart houden heel erg van de zwarte velden. In Nederland loopt een grootmeester rond, waarvan mij is opgevallen dat hij een zekere voorliefde heeft voor de witte velden.

Het is Sergey Tiviakov, die vooral zijn openingsrepertoire lijkt te hebben opgebouwd rondom de witveldige loper. Zo speelt hij na 1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 een systeem waarin hij zeer zorgvuldig is op bovengenoemde loper. De meest agressieve aanpak laat aan zich voorbij gaan. Nee, hij bergt die loper na 3… Lc5 4. c3 Pf6 5. d3 d6 met 6. Lb3 liefst zo snel mogelijk op.

In de hoop dat hij die witte velden later in de partij kan openbreken om de loper een hoofdrol te laten spelen. Stiekem is in dit type Italiaanse stellingen ook veld f5 (niet toevallig ook een wit veld!) een mooi streven om daar een paard te nestelen.

In een andere opening, de Caro Kann, heeft Tiviakov ook een systeempje in petto dat wel bij hem past. Zelf moest ik door schade en schande ondervinden hoe sterk die witveldige loper kan worden in de variant na 1. e4 c6 2. d4 d5 3. Pd2 dxe4 4. Pxe4 Lf5 5. Pg3 Lg6 6. Ph3 e6 7. Lc4. Een blik in de database levert op dat ik niet zijn enige slachtoffer ben geweest in deze variant. Niemand minder dan Jan Timman en Robin van Kampen gingen er tegen hem onderdoor. En niet geheel toevallig speelde ook die witte loper een hoofdrol.

Vandaar dat ik die loper na deze inleiding maar even een bijnaam zal geven: ‘Het witveldige Beest’.

Lees meer >