Ten onder tegen Paul Keres maar niet in de Meesterklasse!
Op zaterdag 11 april mochten alle teams in de Meesterklasse op bezoek naar Rotterdam om daar de laatste ronde van het seizoen centraal te spelen. Gastheer Charlois/Europort dat een jubileum te vieren had, had het voortreffelijk voor elkaar. Mooie zaal, alle partijen op liveborden, voldoende wedstrijdleiders, analyseruimte en last but nog least: met een team van vrijwilligers was ook voor het natje (koffie!!) en het droogje was gezorgd.

Foto Bart Beijer
Dit zou in elk geval voor ons de belangrijkste match van dit seizoen worden. Er waren nog zoveel verschillende scenario’s mogelijk. Zelfs na een redelijk sterk seizoen konden we nog zo maar degraderen. Sterker nog: theoretisch konden zelfs vijf ploegen degraderen in deze laatste ronde. Bij het ingaan van deze laatste ronde hadden wij (De Stukkenjagers) 7 matchpunten. Dat was een punt meer dan HMC/Den Bosch en Charlois/Europoort. De belangrijkste doelstelling was niet minder matchpunten dan allebei deze teams te scoren. Op bordpunten zouden we het namelijk niet redden als we allemaal op gelijke hoogte zouden komen. Zelf moesten wij spelen tegen het sterke Paul Keres, terwijl HMC het tegen kampioen Apeldoorn opnam en Charlois/Europort in LSG een geduchte tegenstander had. Omdat Apeldoorn zelfs al met 1-0 achter was gekomen (Max Warmerdam had naar verluidt een goede tot gewonnen stelling verloren van Twan Burg), keken wij toch met angst en beven naar dit duel. En behalve al deze spanningen, stond er ook voor ons een persoonlijk succes op het spel. Luuk Baselmans zou bij winst en de juiste rating van de tegenstander (die van Joris Kokje bleek precies op één puntje voldoende te zijn!) een IM- norm kunnen behalen. Dat lukte en ook bij onze tegenstander van Paul Keres was het Peter Lombaers die na een overwinning aan de criteria voldeed voor een IM-resultaat. We lopen alle partijen na op bordvolgorde:
Bord 1: Stefan Beukema – Hugo ten Hertog
Lees meer >
De laatste jaren begeef ik mij samen met onze zoon Tommy naar diverse toernooien in Nederland. Vooral omdat hij vanaf 2023 zeer gemotiveerd is geraakt voor ons mooie spel en dit jaar ook zijn progressie in ratingcijfers uitgedrukt ziet worden, speelt hij regelmatig in de top van het vaak niet geringe deelnemersveld mee.

Jarenlang gaf ik les aan clubschakers. Het waren cursussen die ik zelf organiseerde in mijn toenmalige woonplaats Eindhoven. Een zaaltje was zo geregeld, maar vervolgens begon de werving en dat was – dacht ik – niet zo eenvoudig. Achteraf bleek dat, zeker in het begin, mee te vallen omdat er juist bij veel clubschakers een grote behoefte bestaat aan het krijgen van schaaktraining. Dus toen ik de aankondiging voor een schaaktraining op een paar websites had gezet en er ook in geslaagd was om flyers bij de grote verenigingen te verspreiden, bleken er snel zo’n 20-25 schakers bereid te zijn om naar Eindhoven te komen voor een doordeweekse trainingsavond van 2½ uur waarin uiteraard de nodige interactie en diverse oefenvormen op het menu stonden. Voordat ik mijn leerplan voor acht avonden en de specifieke invulling (inclusief werkvormen) begon uit te werken, nam ik contact op met de KNSB om er eens achter te komen wat nou de gemiddelde rating was van de bij de bond aangesloten leden. Normaal delen zij dit soort gegevens niet (en terecht!) maar er kon mij meegedeeld worden dat de speelsterkte tussen 1500 en 1600 zat. Ik had daar al zo’n vermoeden van, maar het was een duidelijk signaal dat veel trainers veel te moeilijke stof aanbieden aan het gros van de mensen. Dat ging ik anders doen! Moeilijke onderwerpen makkelijker maken en uiteraard differentiëren in de oefeningen. Voor de betere schakers tijdens dit soort cursussen had ik aparte kaartjes of bladen met oefeningen klaarliggen. De intentie was wel om de groep op de gemiddelde speelsterkte te bedienen tijdens de instructie. Deze cursussen heb ik zo’n 20 jaar volgehouden met afwisselende bezettingen.
Vorig jaar tijdens het toernooi van Hoogeveen stapte er voorafgaande aan een ronde ineens een heer op mij af, stelde zich voor, vertelde dat hij een kleine serie schaakboeken in eigen beheer aan het ontwikkelen was, of ik een recensie wilde schrijven over (of meer) van deze boeken. Hij had al een eerste boek
Wanneer wordt het schaken een volkssport? Dat vroeg ik me serieus af na de afgelopen zondag (25 januari) toen zich een gedenkwaardig moment voordeed bij de Masters. Ondanks een zeer matige start was onze ‘overgrootmeester’ (zoals we Anish Giri zo langzamerhand wel mogen noemen) bezig aan een comeback. In de ronde ervoor had hij de wereldkampioen, Dommaraju Gukesh aan zijn zegekar gebonden en in de achtste ronde speelde Giri – wederom met zwart – een uitstekende partij tegen de Oezbeekse topspeler Nodirbek Abdusattorov.





