Giri ook niet langs Nakamura

lcc_2016

De tweede ronde van de Londen Classic heeft helaas wederom geen overwinning van onze landgenoot Anish Giri opgeleverd. In zijn witpartij tegen de Amerikaan Hikaru Nakamura stond hij steeds wat prettiger, maar helaas bleek het voordeel niet genoeg om dat om te zetten in iets concreets.

2016_london_giri-nakamura

Er vielen vandaag maar liefst drie beslissingen. Viswanathan Anand won in no-time van Maxime Vachier-Lagrave, Wesley So was Michael Adams de baas en Veselin Topalov werd in een krankzinnige partij geklopt door Fabiano Caruana. Van de truc die Anand er tegen MVL in vlocht, straks een diagram!

 

 

Terug naar de partij van Giri die wij dit toernooi op de voet zullen volgen. Zijn voorkeur in de 1. d4-openingen om zijn loper naar g2 te ontwikkelen is algemeen bekend. Tegenstander Nakamura had daarom een systeempje voorbereid waarvan hij het vermoeden kon hebben dat Giri dat niet voor deze partij verwachtte. De Amerikaan bedient zich normaal van Konings-Indischachtige of Grünfeld-Indische stellingen maar hij koos ditmaal voor een snel … c7-c5. Daarmee wilde hij het spel in de banen van de Benoni leiden, maar daarin ging Giri niet mee. Hij liet op d4 ruilen waarna er een stelling op het bord kwam die lijkt op iets als de Versnelde Draak. Omdat beide spelers niet genegen waren de meest gespeelde voortzettingen op het bord te brengen, waren zij al op zet 8 uit de theorie.

Lees meer >

Schaakgeschiedenis in vogelvlucht 12: José Raul Capablanca

afbeelding-gesch00-logo2Omdat het schaakspel een eeuwenoud spel is, dat naar schatting al 3000 jaar oud is, lijkt het mij gepast om een serie korte artikelen te presenteren, waarin de schaakgeschiedenis voor het voetlicht wordt gebracht. In de vorige aflevering hebben we het gehad over een van de hypermodernen, Richard Reti. Dit keer een wereldkampioen die als een natuurtalent werd gezien: José Raul Capablanca y Craupera (1888-1942).

 

 

afbeelding-gesch12a-capablanca

Deze bijzonder begaafde Cubaan nam in 1921 de wereldtitel over van Lasker die de titel maar liefst 27 jaar in handen had. De manier waarop Capablanca de titel won was indrukwekkend. Hij won vier partijen, de overige tien werden remise, waarna Lasker de strijd opgaf. In de jaren daarvoor had Capablanca zijn superioriteit ook al in toernooien getoond.

 

n New York 1913 en in St. Petersburg 1914 greep hij met speels gemak de eerste prijs en ook in de tussenliggende periode liet hij zien dat hij nauwelijks te kloppen was. Zijn grote kracht lag in het eindspel. Capablanca was van nature wat lui waardoor hij geen zin had om openingen te bestuderen. Door enkele stukken te ruilen creëerde hij ogenschijnlijk saaie stellingen die hij met zijn meesterlijke positiegevoel veelal naar zijn hand wist te zetten.

Lees meer >

Grootmeester Benjamin Bok wint Albert Heijn Bennekom Schaaktoernooi

(door Rini Kreeft)

BENNEKOM – Benjamin Bok heeft zaterdag het (eerste) Albert Heijn Bennekom BSV Schaaktoernooi gewonnen. Evenals Erik van den Doel scoorde de 21-jarige Nederlandse grootmeester uit Veldhoven uit zeven duels zes punten. Omdat de weerstandpunten van Bok beter waren, werd hij winnaar. Het prijzengeld werd gedeeld.

bok-doel

 

Bok, die voor de eerste keer deelnam, was naderhand lovend over het toernooi. ,, Sterk bezet en ik heb het met grote interesse gespeeld. Ik wilde winnen en niet omdat ik won, maar het was echt leuk’’, ervoer Bok. ,,Ik hoop vooral dat dit toernooi met deze sponsor blijft bestaan. Iedereen heeft een leuke dag gehad en komt het uit, dan doe ik volgend jaar zeker weer mee.’’

 

Van den Doel won eerder in Bennekom. Ditmaal gedeeld eerste? ,,En ja zeker, daar ben ik blij mee. Natuurlijk had ik liever alleen gewonnen en daar heb ik tot het laatst toe voor gestreden. Het lukte net niet’’, aldus de grootmeester.

 

Volle bak in Denksportcentrum De Commanderij in Bennekom bij het jubilerende BSV Bennekom tijdens dit AH Bennekom Toernooi. 93 spelers en speelsters startte. Daaronder veel jeugd en de grootmeesters Vladimir Epishin, Erik van den Doel, Andrey Sumets, Benjamin Bok, Roelof Pruijssers en de internationale meesters Robert Ris, Piet Peelen en Sander van Eijk.

Lees meer >

De Stukkenjagers 1 consolideert koppositie tegen Oud Zuylen Utrecht

image_mini-knsb

Zaterdag 26 november stond de vierde ronde van de KNSB-competitie op het programma. Beide ploegen gingen in Tilburg gretig op jacht naar de felbegeerde matchpunten. De Stukkenjagers wil graag bovenin mee blijven spelen, terwijl Oud Zuylen Utrecht juist de onderste regionen wil verlaten. Op papier was de thuisspelende ploeg de favoriet met gemiddeld zo’n honderd ratingpunten meer. Dat is echter geen onontkoombare horde en Oud Zuylen Utrecht beschikt over de nodige spelers met Meesterklasse ervaring. Voordat Utrecht begin dit seizoen fuseerde met Oud Zuylen kwamen ze namelijk jarenlang uit in de Eredivisie van het schaken.

In de praktijk bleek professor Elo het (zoals zo vaak?) toch bij het rechte eind te hebben. Ondanks hevig verzet van Oud Zuylen Utrecht is het nooit een spannende wedstrijd geworden. De Stukkenjagers kwam al snel op voorsprong en die voorsprong werd niet meer uit handen gegeven. Het precieze wedstrijdverloop is me ontgaan, maar volgens mij werden de eerste volle punten aan Stukkenjagers-zijde door Stefan Beukema en Herman Grooten gescoord. Dat kun je overigens moeilijk een verassing noemen, beide spelers zijn het seizoen prima begonnen met respectievelijk 3 uit 4 en 4 uit 4!

In de partij van Stefan en Robert Beekman worden al snel de dames geruild. Nadat ook de lichte stukken geleidelijk van het bord verdwijnen, ontstaat er een toreneindspel dat Stefan keurig in winst weet om te zetten. Herman speelde tegen André Bouwmeester een modelpartij die niet zou misstaan in zijn nieuwste boek, Attacking Chess for Club Players. In een stelling met tegengestelde rokades bleek de witte aanval al snel het gevaarlijkst. Andre verzuimt op zet 18 een kwaliteit te offeren voor wat praktische kansen, en daarna is het eenrichtingsverkeer. Op zet 30 offert Herman een stuk, met als pointe een torenoffer drie zetten later. Het offer wordt geweigerd, maar dat verandert niets aan het resultaat. De zwartspeler laat zich een aantal zetten later sportief mat zetten. Zoals gebruikelijk heeft Herman zijn eigen partij van vakkundig commentaar voorzien.

 

Herman Grooten – Andre Bouwmeester (Stelling na 18.Pb3)

Lees meer >

Carlsen gokt op de tiebreak

carlsen-karjakin

De twaalfde partij in de WK-match tussen Magnus Carlsen en Sergey Karjakin is uitgelopen op een complete anticlimax.

De zetten in deze partij werden vliegensvlug op het bord gebracht, alsof de spelers van te voren hadden afgesproken dat er geen strijd geleverd hoefde te worden. Nadat beide spelers last kregen van het ‘ruilvirus’ en in no-time vrijwel alle stukken van het bord werden geruild, werd de vrede getekend. Er stond een symmetrische pionnenstructuur met aan beide kanten zeven pionnen en een loper (van gelijke kleur) op het bord, waarin niets meer te zien viel.

Het wekt toch wat verbazing dat de wereldkampioen het met wit in deze laatste partij niet echt wilde proberen. Hij vindt kennelijk dat hij als beste snelschaker ter wereld meer kans heeft in een tiebreak. Maar daarin zou hij zich wel eens flink kunnen vergissen. Zo’n beslissingsmatch met versneld tempo kan ontaarden in een volledige tombola waarin Karjakin een van zijn belangrijkste kwaliteiten kan aanspreken: zijn onverzettelijkheid.

Vooraf zou je kunnen denken dat Carlsen met wit zijn tegenstander nog even flink aan de tand zou gaan voelen maar daar had hij kennelijk geen trek in. Vermoedelijk was hij allang blij dat hij – nadat hij drie gunstige eindspelen niet had kunnen winnen – en op ongelukkige wijze op achterstand was gekomen, de tweekamp gelijk had weten te trekken.

En als we de resultaten van Carlsen in rapid en blitz bekijken, is hij meestal heer en meester. Maar zal de Noor dat ook zijn als er zoveel druk op staat? Als de hele wereld meekijkt hoe hij die taaie Rus eronder moet zien te houden? Een speler die juist bekend staat om zijn persistentie in bedenkelijke situaties. Ook een uitstekend rekenaar hetgeen bij het snelschaken zeer zeker van pas zal komen. Carlsen zal erop gokken dat zijn inzicht en eindspeltechniek beter zijn dan Karjakin.

Lees meer >

Partijen En Passant – Charlois/Europoort (6½-3½)

knsb

Hierbij alle partijen uit de wedstrijd En Passant – Charlois/Europoort.

 

Lees meer >

Carlsen neemt Karjakin een eindspel af

carlsen-karjakin

Het staat weer gelijk in de tweekamp om de wereldtitel! Magnus Carlsen gebruikte de witkleur in de tiende partij om in zijn eigen stijl op winst te spelen. Hij ging weer over van 1. d4 naar 1. e4. Op zet vier vermeed hij de uitnodiging om in te gaan op de Berlijnse Muur en koos hij voor een manoeuvreerstelling waar hij zo goed in is.

overzicht-carlsen-in-deze-variant

Toch was de opening bepaald geen probleem voor Sergey Karjakin. De Rus werd zelfs geprezen om zijn behandeling van de problemen die Magnus hem probeerde voor te schotelen. Wel dacht hij relatief lang na nadat ze al vrij snel op onbekend terrein waren gekomen.

 

Het was overigens een type stelling waar Carlsen behoorlijke wat ervaring mee heeft. Kijk eens in dit overzicht van partijen waarin de naam Carlsen voorkomt.

 

In het verslag van Han Schut heeft u al de eerste twee momenten kunnen zien waarop Karjakin remise kon forceren. Over het eerste moment op de twintigste zet ben ik niet helemaal zeker. Het ging om de volgende stelling:

 

 

Ik zat de partij te volgen op Chess24 en daar werd de analyse verzorgd door de grootmeesters Jan Gustafsson en Peter Svidler. Deze laatste schudde nu bliksemsnel de volgende variant uit zijn mouw: 20…Pxf2+ 21. Kg2 [ Als wit de zetherhaling uit de weg wil gaan omdat hij graag op winst moet spelen, dan moet hij dus 21. Kg1 spelen. Dat kan na 21…Ph3+ 22. Kg2 leiden tot een chaotische stelling. Zwart heeft nu een combinatie (hij moet ook wel want er hangen twee stukken van hem): 22…Phf4+ 23. gxf4 Pxf4+ 24. Txf4 exf4  (zie analysediagram)

 

 

De engine vindt dit iets beter voor zwart maar ik twijfel eraan. Materieel gezien staat het ongeveer gelijk, maar de paarden kunnen wel eens sterker zijn dan een toren en twee pionnen. De belangrijkste reden is dat het hier gaat om een gesloten formatie waarin de zwarte torens geen open lijnen hebben, terwijl de paarden genoeg steunpunten kunnen vinden. Ik vermoed dat Carlsen deze strijd wel aan wilde gaan.]

21…Ph4+!? 22. Kg1 [ 22. gxh4? kan niet vanwege het uiterst vervelende schaakje met 22…Dg6+!] 22…Ph3+ 23. Kh1 Pf2+ met remise door herhaling van zetten.

Lees meer >

Sensatie: Karjakin klopt de wereldkampioen!

carlsen-karjakin

De ban is eindelijk gebroken. De achtste partij in de WK-tweekamp tussen Magnus Carlsen en Sergey Karjakin is door de zwartspeler op sensationele wijze gewonnen. In de slotstelling combineert de uitdager een verre vrijpion op de damevleugel met een koningsaanval aan de andere kant van het bord. De zwarte dame en het paard grijpen beslissend in. In de slotstelling volgt er heel fraai

52… a2! om de witte dame weg te lokken zodat zwart na 53. Dxa2 zet zwart een mataanval op touw kan zetten met 53…Pg4+ 54. Kh3 [ 54. Kh1 Dc1+ 55. Lf1 Dxf1#] 54…Dg1. De rest van de analyse krijgt u zo dadelijk van mij.

Gisternacht rond 1.15 floepte bovenstaand diagram op mijn smartphone tevoorschijn toen ik thuis kwam van een bekerwedstrijd in Nijmegen tussen UVS en De Stukkenjagers. Nadat het 2-2 was geworden tussen deze twee rivalen in de eerste klasse B, moest er gevluggerd worden wie er door zou gaan naar de tweede ronde. Het lukte ons team om de benodigde 2½ punten uit deze blitzmatch bij elkaar te sprokkelen.

Terug naar de tweekamp die nu eindelijk ontbrand is. Nadat Karjakin al het sein had gegeven dat er een einde moest komen aan die Spaans/Italiaanse stellingen, koos nu ook Carlsen voor de openingszet met de damepion. Dat had hij in de eerste partij ook al gedaan, maar de Trompovsky leverde hem toen niet zoveel op. Ditmaal ook geen ‘mainstream’ openingsvarianten maar het Collesysteem met 2. Pf3 en 3. e3.

Er ontstond een stelling met een bijna symmetrische pionnenstructuur waarin wit ietsje prettiger stond. Carlsen koos daarin voor een nogal surrealistisch plan met 17. De1!?  Het ontlokte Susan Polgar op Twitter de volgende zin: “All kidding aside, I have absolutely no idea why Qe1 :)”

Even later volgde weer een wat verrassende keuze van de wereldkampioen. Na 23… Txc4 was de volgende stelling ontstaan:

Lees meer >

Manoeuvreren op de vierkante centimeter in vijfde partij

carlsen-karjakinDe vijfde partij in de WK-tweekamp tussen Magnus Carlsen en Sergey Karjakin is momenteel in volle gang. De wereldkampioen bediende zich ditmaal van het Italiaans. Hij speelde een wat ongebruikelijk systeempje maar hij leek toch een licht voordeeltje te hebben bereikt. Karjakin zag op de 13de zet zijn kans schoon om via een schijnoffer in het centrum de nodige stukken van het bord te halen. De pionnenstructuur werd hierdoor rigoureus veranderd en zwart had het loperpaar veroverd. Op de 20ste zet zag de zwartspeler zich genoodzaakt om een van zijn lopers voor een wit paard te geven en toen de laatste paarden van het bord gingen, resteerde er een eindspel met zware stukken en ongelijke lopers. In dat eindspel heeft Magnus een mobiele meerderheid op de koningsvleugel, terwijl die van zwart lamgelegd is.

In tegenstelling tot onze andere verslaggever (Dimitri Reinderman) die er de vorige keer een nachtelijke analyse van maakte, laat ik de stelling zoals die nu is. Ze hebben nu 40 zetten gespeeld en ik zal u alvast deelgenoot maken van mijn bevindingen tot dusver.

Op dit moment lijkt het erop dat alleen Carlsen ergens op kan spelen, zwart moet wachten hoe wit denkt er doorheen te kunnen gaan. De zwarte stelling is echter stevig en als het openkomt, kan ook de witte koning in gevaar komen. De engines hebben moeite met het taxeren van deze stelling omdat het hier gaat over heel lange termijn plannen.

Ik ben benieuwd en zal u morgen in de ochtend bijpraten! Inmiddels is de partij beëindigd en is het weer remise geworden.

Lees meer >

Magnus strandt in het zicht van de haven

carlsen-karjakin

De derde partij in de WK-tweekamp tussen Magnus Carlsen en Sergey Karjakin is opnieuw in remise geëindigd. Het werd een heroïsch gevecht waarin de wereldkampioen zijn tegenstander in een complex eindspel zwaar onder druk kreeg. Zodanig zelfs dat Karjakin, die in het circuit als een van de meest taaie verdedigers te boek staat, begon te kraken. Op een gegeven moment had Magnus de winst voor het grijpen, maar ook hij liet een kostbaar steekje vallen. Toen was de Rus weer op zijn best. Er was een smal pad naar de remise en ondanks een vol stuk achter, slaagde hij erin de remise te bereiken.

Op het 1. e4 van Carlsen bracht Karjakin een variant van het Spaans op het bord waarin hij de tegenstander uitnodigde ‘De Berlijnse Muur’ te gaan spelen. Maar Carlsen koos wijselijk voor een andere mogelijkheid die schijnbaar weinig tot niets opleverde. Zo liet Caruana later weten dat hij het knap vond dat “Carlen’s innocuous opening choice” hem toch voordeel had opgeleverd. Er kwam snel een eindspel op het bord met voor beide spelers een toren, voor Carlsen een paard en de tegenstander een loper. Deze materiaalverhouding had de regerend wereldkampioen ook al in de eerste partij op het bord gebracht. Denkt hij misschien dat hij met deze twee stukken de tegenstander op het verkeerde been te zetten? En heeft hij in zijn voorbereiding gezocht naar openingsvarianten waar hij de strijd van het paard tegen de loper aan kan gaan?

Waar hij in de eerste partij nog niet zoveel bereikte, kwam hij ditmaal een heel eind. Vanuit een ogenschijnlijk potremise-eindspel begon hij met het paard flink rond te springen. Karjakin liet zich verleiden tot een compromitterende pionzet (20… f5) en later beging hij wat kleine onnauwkeurigheden die hem langzaam maar zeker in het nauw brachten. Naarmate de partij vorderde begonnen zich steeds meer donkere wolken af tekenen boven zijn hoofd. En inderdaad: een ongeluk zit in een klein hoekje…

Op de 64ste zet (een magisch getal voor schakers!) ging hij daadwerkelijk de fout in:

64…Le7?

Lees meer >