Recensie: An Idiot-Proof Chess Opening Repertoire
Een goede titel doet veel, heb ik wel eens gehoord. Dan heeft auteur Graham Burgess met bovengenoemde kop midden in de roos geschoten, want deze titel maakt mij direct nieuwsgierig naar wat hij te bieden heeft. Met de ondertitel ‘An easy-to-learn repertoire where you can relax and just play chess!’ heeft hij mij in elk geval meteen te pakken. Want welke schaker wil dat nou niet?
Een korte blik op de website van Gambit leert mij dat de mensen bij deze uitgeverij sowieso goed zijn in het verzinnen van pakkende namen voor hun producten. Zo zie ik dat er een hele serie uit is gebracht getiteld ‘Desert Island Chess Puzzles’. Stel je voor dat je op een onbewoond eilandje terecht komt. Dan is niet het eerste waar je aan denkt om schaakproblemen te gaan oplossen. Maar als je zo’n boek dan toch bij je hebt, waarom ook niet? Die serie is zowel in boekvorm verkrijgbaar als via een door Gambit zelf ontwikkelde app (Gambit Chess Studio) te downloaden (zie afbeelding) valt. 

Als ik het goed zie, gaat het hier om 100 schaakpuzzels die opgelost kunnen worden, waarbij deel 1 gewijd is aan partijen van de Amerikaanse topgrootmeester Wesley So. Bij de tweede serie komt de Britse GM Michael Adams aan bod en inmiddels zijn ze al toe aan deel 4.


Als jonge jongen was ik vaak meer geïnteresseerd in de smeuïge verhalen over de schaaktitanen van weleer, zoals Morphy en Aljechin, dan in hun partijen. Het zal wel deels verklaren waarom mijn rating nooit boven de 2000 is gekomen. In die boeiende schaakgeschiedenis dook ook een speler op met de mysterieuze naam Sultan Khan. Met mijn toen nog erg oriëntalistische blik zag ik een stilzwijgende aristocratische Indiër met een tulband,
De wervelwind van repertoireboeken, die een aantal jaar geleden over de schaakwereld raasde, is inmiddels wel weer even gaan liggen. Khalifman, Avrukh, Schandorff, Kornev, Kaufman, Negi en nog anderen zorgden voor een verrijking van kant-en-klare openingsrepertoires van zeer hoog niveau en dat liet grote sporen na. Zo kon ik zelf evolueren van een grote rommelaar naar een rommelaar met een toch wat gezondere basis en ik merkte in de praktijk dat spelers van 2000-2200 steeds taaier weerstand boden.
