Rubrieken

Column 34: Compliment of belediging?

De schaakwereld wordt gedomineerd door Elogetallen. Ik herinner me een oude anekdote van Hans Ree die hiermee te maken heeft. Ree schreef dat hij wel eens met zijn team in de trein op weg was voor een uitwedstrijd. Spelers met lagere Elo’s verloren discussies over algemene onderwerpen van de spelers met de hoge Elo’s. Blijkbaar omdat het ontzag kennelijk zo groot is dat zelfs als het niet over het schaken gaat, het respect voor de sterkere schakers overheerst.

Toen ik ooit meespeelde in een van de beroemde Ohra-toernooien in Amsterdam, maakte ik samen met Gert-Jan de Boer een wandelingetje langs de RAI, waar het toernooi plaatsvond. Wij waren beide toen 2300-spelers. Terwijl we een frisse neus aan het halen waren, zagen we dat meer schakers op hetzelfde idee waren gekomen. De Boer maakte mij er op attent dat de Elo-hiërarchie bij schakers flink ingeworteld is. “Kijk”, zei hij, “daar lopen twee spelers met elkaar te praten, ze hebben allebei 2400+. En zie, daar lopen er weer twee, dat zijn twee 2500-spelers die elkaar opzoeken”. Dat ging me toch wat ver, maar toen we de hoek omkwamen, zagen we weer twee mensen. Ditmaal hadden ze allebei 2600+. “Ik moet je helaas gelijk geven”, antwoordde ik, “waarom lopen wij met elkaar een blokje om? Alleen maar omdat we allebei 2300+ hebben”?

Lees meer >

Canon (27): Het Interpolistoernooi

Een twaalfkamp met de sterkste schakers ter wereld, dat was de simpele formule van het Interpolis-toernooi. Geen immense zaal vol groepen met promotie- en degradatieregelingen, zoals Hoogovens en IBM. Ook geen ruimte voor de nummer vier of vijf van Nederland. Alleen wereldtoppers.

In 1976 won wereldkampioen Anatoli Karpov een vierkamp in Amsterdam, ter ere van de 75e verjaardag van Max Euwe. De Friese organisator en mecenas Waling Dijkstra vroeg hem bij die gelegenheid naar zijn financiële voorwaarden. Nadat Karpov zijn wensen had neergelegd, benaderde Dijkstra verzekeringsmaatschappij Interpolis, die al enkele denksportevenementen had gesponsord. Het bedrijf ging voor niet minder dan een twaalfkamp met alleen grootmeesters en liefst de wereldkampioen. Het eerste toernooi, in 1977, haalde de FIDE-categorie 14. Dat was op dat moment de op één na hoogste categorie die mogelijk was en de hoogste die ooit was bereikt met een toernooi met zo veel deelnemers.

Lees meer >

Stiltecoupé

Column van de Schaakvereniging Promotie

Lees meer >

Canon (26): Hein Donner als schrijver

Als schaker behoorde Hein Donner in Nederland tot de grootsten. De grootste hoeveel? Daarover had hij een eigen mening en die verkondigde hij luid. Dat kon hij doen, omdat hij al tijdens zijn actieve wedstrijdperiode tevens actief was als schaakjournalist. In de jaren vijftig en zestig schreef hij in Elseviers Weekblad en De Tijd. In 1965, toen Lodewijk Prins Nederlands kampioen werd, legde Donner in beide bladen uit hoe slecht Prins wel was, hij kon nog geen paard van een loper onderscheiden.

Lees meer >

Schaakrubrieken 9 juli 2011

Schaaksite.nl is een site voor iedere geïnteresseerde in het schaken. Daarom mag aandacht voor de schaakrubrieken in de landelijke bladen niet ontbreken. Wekelijks publiceren of verwijzen wij naar deze schaakrubrieken.

Hans Ree

Zijn rubriek ‘Taganrog ’ begint met:

´Elvis Presley was de zoon van de keizerin van Venus en een smokkelaar uit Taganrog.´ Het is een regel uit een lied van de Russische rockgroep Aquarium waarvan de waarheid niet zeker is. Maar toch, die smokkelaar uit Taganrog vond ik minstens even romantisch als de rode maan die door het kapotte dak van de dancing schijnt in de beroemde Bilbao/Song van Bertolt Brecht en Kurt Weil. Soms is de klank van een naam genoeg. Ik wilde naar Taganrog.

Lees meer >

de Volkskrant schaakrubriek 9 juli 2011

Gert Ligterink

Vorstelijke eindscore Giri, maar geen record

De vorstelijke wijze waarop Anish Giri de Nederlandse titel veroverde, bleef ook in het buitenland niet onopgemerkt. De kampioen kreeg op de prominente nieuwssites alle lof voor zijn spel en zijn voorbeeldige ambitie. `Ach, de jeugd’, verzuchtte de Amerikaanse schaakblogger Dennis Monokroussos na Giri’s overwinning op Spoelman in de laatste ronde. `Waarom zou je eindigen met een korte remise als je ook kunt winnen.’

Lees meer >

De Telegraaf schaakrubriek van 9 juli 2011

Hans Böhm

Giri en Peng

De nationale kampioenen 2011 zijn Anish Giri en Zaoqin Peng. Uiteindelijk wonnen ze met duidelijke voorsprong maar gelukkig was er tijdens het toernooi wel degelijk sprake van spanning. Anish begon wankel, stond in de eerste partij verloren tegen Sipke Ernst en had met 2,5 uit 4 een vol punt achterstand op de verrassende koploper Wouter Spoelman. Maar toen begon de diesel te lopen.

Lees meer >

Nederlands Dagblad schaakrubriek 9 juli 2011

Schaakrubriek © Nederlands Dagblad

DRS. B.H. WILDERS

KONING NOBELPAD 24 3813 KK AMERSFOORT

E-MAIL: WILDERS.IJLST@WXS.NLl

Eigenlijk moet je nooit iets aan iemand lenen , hoogstens een toegenegen oor , of een goede administratie bijhouden ,aan mij niet besteed,zodat ergens in dit aards gedruis iemand zich vermaakt met mijn Schachsammelsurium. Gelukkig is het boek van Kastner nu weer beschikbaar gekomen dankzij Maren Rheinländer van Humboldt ( www.humboldt.de ) die ook enige boeken voor het ND=toernooi beschikbaar stelde zoals Alles Über Schach en Legendäre Schachpartien.Zo kom je het schaakjaar wel door.

Lees meer >

de Volkskrant schaakrubriek vn 2 juli 2011

Gert Ligterink

Perfecte start Wouter Spoelman bij NK

De lijst van Nederlandse kampioenen doet vermoeden dat schaken geen geluksspel is. Rini Kuijf was in 1989 de laatste winnaar die, met alle respect voor zijn speelsterkte in die tijd, vooraf niet tot de favorieten werd gerekend. Sindsdien ging de titel steeds naar gevestigde of aanstormende grootmeesters.

Lees meer >

Gespot 9: Aanval over veld e4

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders.

In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen.

Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.

In veel boeken over tactiek of koningsaanval spreekt men over aanvalsvelden. Bedoeld is dan meestal dat het zwakste punt in de vijandelijke stelling belaagd wordt. Doorgaans zijn dat de bekende zwakke plekken f7 (of het corresponderende veld f2), g7 (g2), h7 (h2) of pion h6 (h3). Niet zo voor de hand liggend is dat wit een aanval over veld e4 beslissende kracht kan geven.

Lees meer >