Max Euwe wereldkampioen! De kampioensjaren 1935-1937

Zo’n 3 jaar na de publicatie van Timmans prachtige boek over Euwes beste partijen https://schaaksite.nl/2023/09/15/recensie-van-max-euwes-beste-partijen-jan-timman/ verwent New in Chess ons opnieuw, ditmaal met een boek van Paul van der Sterren en Erwin l’Ami over Euwe in de jaren van zijn wereldkampioenschap. Op Schaakte is al een en ander over het boek geschreven https://schaaksite.nl/2026/05/19/krantenrubrieken-weekenden-25-april-2-en-9-mei-2026/https://schaaksite.nl/2026/05/21/125-jaar-max-euwe-een-bijzondere-middag-in-het-teken-van-de-wereldkampioen/ maar nu het boek is verschenen is het tijd voor een uitvoeriger recensie.

Het boek is een uitvloeisel van videos die het Max Euwe centrum had gemaakt als compensatie voor de gedwongen sluiting tijdens de lockdowns in de coronacrisis. Bij het werken aan die videos begon het Van der Sterren steeds meer te bevreemden dat Euwe de eerste WK- match zo glorieus had gewonnen en de tweede zo smadelijk verloren. De toenmalige leiding van New In Chess was bereid om zijn bevindingen uit te geven in een fraai gebonden Nederlandse versie (die ik hier bespreek) en in een Engelse paperback versie. 

Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel bespreekt Van der Sterren Euwes tournooien en matches, met een grote nadruk op de WK match van 1937. Overigens wordt (terecht) ook het AVRO tournooi van 1938 besproken.  In Van der Sterrens woorden is dit deel ‘beschouwelijk’ van toon en het commentaar op de getoonde schaaktechnische fragmenten niet al te gedetailleerd. Zijn psychologische en match- en tournooi tactische beschouwingen getuigen van zijn grootmeesterlijk inzicht.  Belangrijke oorzaken van Euwes verlies in de WK match zouden zijn te grote zelfvertrouwen en Aljechins fanatisme zijn geweest- Van der Sterren noemt Aljechin egocentrisch, monomaan en een ‘straatvechter’ en zegt dat Aljechins geschiedschrijving “wel wat nuancering en correctie kan gebruiken”. Euwe komt naar voren als objectief en bescheiden.

Al is dit deel dan beschouwelijk, Van der Sterren geeft een uitvoerige analyse van de vreemdste (19e) partij uit de WK match, waar Euwe op zet 15 totaal gewonnen staat, maar uiteindelijk een toreneindspel met minuspion remise moet maken. In deze stelling

vindt Stockfish de verborgen tactische kans 26. Pxc5, Dxc5 27.e6! Na het gespeelde 26.Tc1 zou 26..Dxe5 goed zijn, want op het door Euwe aangegeven 27.Pxc5 volgt niet 27..Dxg5 28. Pe6s, maar 27..Kg8! Deze chaotische partij staat (zonder commentaar) in de viewer.

Hoe sterk was Euwe in zijn tijd? In zijn nabeschouwing van het supertournooi van Nottingham 1936 schreef Euwe dat er zo’n 7-8 topspelers zich duidelijk onderscheidden van de rest, zonder duidelijke eerste. Chessmetrics bevestigt dit, en zegt dat Euwe vaak eerst stond. Pas in 1975 kreeg de schaakwereld in Karpov een dominante wereldkampioen.

In het tweede deel presenteert L’Ami in 100 paginas analyse van 24 partijen van uiteenlopend karakter, van intuïtieve stukoffers tot zeer technisch. Naast commentaar uit de oorspronkelijke bronnen geven de analyses informatie over huidige opvattingen over de gespeelde openingen en varianten en plannen van Stockfish de toenmalige spelers nooit zouden overwegen (g4 in een damegambiet stelling). L’Ami overlaadt de lezer niet met varianten, maar legt helder en instructief uit. Ik vond zijn commentaar bij deze stelling uit de zeer technische partij Piazzini-Euwe erg leerzaam.

“ In een partij tussen twee mensen denk ik […] dat dit een serieus moment in de partij is. Met het kalme 19. Le1 had wit de loper op het bord kunnen houden. Wit kan met a2-a4 op verdere vervlakking aansturen. […] De partijzet is volgens de computer gelijkwaardig maar geeft Euwe de kans om de loper op d2 te ruilen. Dat geeft hem een lange termijn voordeeltje en dat is net genoeg om de partij in leven te houden”. 

Zijn commentaar bij deze stelling

uit Capablanca-Euwe laat zien hoe het schaken is veranderd.  “Wat er nu gebeurde is iets wat tegenwoordig uit den boze zou zijn: de partij werd remise gegeven. […]  Het lijkt soms bijna wel of men het niet kies vond om in dit type stelling door te spelen  – een belediging voor de tegenstander die dit toch zonder meer remise zou maken? […] na 22..Tfc8!? staat zwart uiteraard verre van gewonnen en toch is de stelling niet gemakkelijk voor wit. […] Ik durf de stelling aan dat geen enkele moderne topspeler het accepteren van een remiseaanbod hier zelfs maar zou overwegen”. 

Als klein puntje van kritiek vind ik het commentaar soms wat te kort, bijvoorbeeld bij dit moeilijke toreneindspel.

L’Ami noemt wits laatste zet 40. g3-g4+ “bijzonder riskant”. Dat zal best, maar dan had ik toch graag uitgelegd gezien hoe wit het wel moet doen!  L’Ami legt uit dat zwart nu 40..Kg5 had moeten spelen om na Euwes aanbeveling 41.f3 voort te zetten met 41..Kh4! Na 42.Tc5,Tb3+ 43.Kf4,Tb4+ is het al remise wegens 44.Kf5,Tb5! . Hij geeft aan hoe wit toch kan winnen, legt dat duidelijk uit tot en met zet 45, maar geeft dan zonder nadere uitleg een variant met een paar uitroepteken zetten eindigend met de opmerking:  “en nu de weer enige zet: 50. Tc1! en wit wint”.  Uiteraard kan iedereen deze stelling in Stockfish invoeren, maar zonder uitleg was het begrijpen van deze zettenreeks (zie viewer)  voor mij te hoog gegrepen. 

Ik concludeer dat Van der Sterren en L’Ami een prima boek hebben geschreven dat ik van harte kan aanbevelen bij zowel de liefhebber van schaakhistorie als bij de ijverige student. Het boek bevat zo’n tien fotos en is zoals we gewend zijn bij New in Chess erg fraai uitgevoerd. 

Bibliografische gegevens

Titel: Max Euwe wereldkampioen! De kampioensjaren 1935-1937

Auteurs: Paul van der Sterren en Erwin L’Ami

Uitgeverij: New in Chess

Pagina’s: 192

Gepubliceerd: 27 mei 2026.

Prijs: €29,95

ISBN: 978-90-836547-4-4

Link naar de website van de uitgeverij met voorbeeld paginas: https://www.newinchess.com/max-euwe-wereldkampioen-hardcover

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.