In de schijnwerpers: GM Loek van Wely

Foto: Harry Gielen

In de schijnwerpers: GM Loek van Wely

De nummer drie van Nederland heeft een imposante carrière achter de rug. Hij deed lang op het hoogste niveau mee en kroonde zichzelf maar liefst acht keer kampioen van Nederland. Daarnaast won hij nog tal van (open) toernooien. Hij is niet alleen bij het schaken actief, maar heeft nog diverse andere hobby’s. Maar dat is nog niet alles: hij was ook politiek actief, waaronder vier jaar als senator in de Eerste Kamer. Kortom: hoog tijd voor een boeiend gesprek!

 

Wanneer ben je begonnen met schaken en wie heeft het je geleerd?

Ik begon met schaken toen ik vier was. Mijn vader heeft me toen wat regels uitgelegd. Daarna ben ik gewoon doorgegaan. Ik kon het weliswaar nog niet lezen, maar met de boekjes van Hans Bouwmeester kon ik het een en ander toch begrijpen. Vervolgens ben ik elke dag met schaakbord en stukken naar de kleuterschool gegaan om tegen de zuster te spelen, tot ik naar de lagere school ging. Daar was een schaakclubje met onze leraar Marcel van Niftrik. Daardoor ben ik een beetje in het circuit terechtgekomen.

 

Vervolgens kwam Herman Grooten in beeld?

Daarna ben ik een aantal keer bij Herman Grooten langs geweest. Die woonde in Uden, dat was op fietsafstand vanaf Heesch (ca. 15 km) waar ik toen woonde en ook geboren ben. Marcel van Niftrik vroeg aan Herman:

“Ik heb een talentvolle jongen, kan die een keer bij jou langskomen?”

Dus ben een aantal keren bij Herman langs geweest om schaakoefeningen te doen. Enige tijd later kwam ik vanwege mijn resultaten bij de Nederlandse Kampioenschappen Jeugd bij Cor van Wijgerden terecht.

 

Hoe kijk je op die periode met trainers terug?

Degenen met wie ik te maken heb gehad, dus Marcel van Niftrik, Herman Grooten en Cor van Wijgerden, die waren allemaal goed voor een bepaalde periode in mijn leven. Aan de ene kant kun je zeggen, de beginfase om op te starten is natuurlijk wel belangrijk om je te enthousiasmeren. Met Herman, met wie ik nog steeds contact heb en diens zoontje –  Tommy Grooten – die ik af en toe train, als een soort wederdienst voor wat hij voor mij in het verleden gedaan heeft.

Bij Cor was ik een van de eerste personen op wie hij zijn stappenmethode kon testen. Dat heeft natuurlijk allemaal een impact gehad op mijn schaakontwikkeling. Afgezien daarvan heb ik ook best wel veel geleerd. Het is misschien iets dat jonge schakers zich moeilijk kunnen voorstellen, maar ik heb destijds heel veel geleerd van alle open toernooien die ik speelde. Daarin kwam ik uit tegen al die Russen en analyseerde ik met ze. Daardoor heb ik heel veel van de Russische schaakschool meegekregen.  Die schaakschool had een goede reputatie. Op een gegeven moment zei oom Cor tegen me:

“Loek, je bent nu sterk genoeg. Wat kan ik jou nou nog leren?” 

Als ik tegenwoordig met Herman een bepaalde discussie heb of we kijken samen naar allerlei  opgaves, zoals die bijvoorbeeld van Ome Cor, dat blijft het nog steeds interessant, ook al ben ik nu een gelauwerde grootmeester. Die mensen hebben wat te vertellen.

 

Wanneer besefte je dat je heel veel talent had?

Het besef is meer dat dingen makkelijker gaan en je tegenstanders wat stomme dingen doen. Het is niet zozeer dat je het gevoel hebt van, nou, wat ben ik goed of zo. Nee, het is meer van:

“Hé, wat zijn ze slecht geworden.”

Wat voor mij een automatisme was, daar hadden ze heel veel tijd nodig om tot de juiste beslissing te komen. Het was in de periode waarin ik een jaar of 17 was. In die tijd maakte ik enorme sprongen en begon ik toernooien te winnen. Ik zat nog op de middelbare school en toen kwam ik toen al in de top 100 van de wereld. Dan denk je van:

“Dit gaat wel lekker!”

In het toenmalige Hoogovenstoernooi speelde ik in 1992 voor het eerst in de A-groep. Dat ging goed. In 1990 speelde ik in de B-groep. Dat ging wat minder lekker, want ik verloor onder andere van alle drie de Polgár-zusjes. Maar twee jaar later ging het in één keer wel crescendo.

 

Hoeveel tijd besteed je gemiddeld per week aan schaken?

Ja, dat is een beetje een heikel punt. In principe is het gemiddeld nul uur, tenzij ik op een toernooi ben, dan staat mijn leven alleen maar in het teken van schaken. Thuis ben ik met allerlei andere dingen bezig, zoals met mijn familie, sporten en af en toe met bestuursfuncties. Gezien mijn verleden volg ik de politiek ook wat beter.

Het is wel mijn bedoeling om op termijn, laat ik zeggen, in ieder geval per dag twee uur voor schaken te reserveren. Maar daar is het er nog niet van gekomen. Kortom: het is meer een kwestie van prioritering voor wat je belangrijk vindt in het leven. Thuis vind ik schaken niet zo belangrijk. Het draait een beetje om de consequenties van het feit dat ik nul uur aan schaken besteed. Als ik op die manier mijn niveau kan handhaven, dan kan ik daar redelijk mee leven. Als de consequentie is: Loek, we winnen daardoor geen medaille op de Olympiade, dan moet ik achter mijn oren gaan krabben en er thuis meer voorbereidingstijd in steken.

 

Mijn idee was om op de Olympiade later terug te komen. Maar nu we het er toch over hebben. Iemand maakte naar aanleiding van mijn verslag over de laatste ronde een opmerking naar aanleiding van deze stelling in jouw partij tegen Frederik Svane:

 

“Had Loek op de 41e zet niet cxd6 kunnen spelen? 41… cxd6 kun je 42. Lg5 spelen en dan geeft de computer geeft aan dat je op ca. +2 komt te staan.”

 

De computer kan zoiets wel zeggen, maar naar mijn smaak is het dan allemaal nog niet zo heel duidelijk. Hoe kijk jij er tegen aan?

De vraag is in welke mate kun je iemand iets kwalijk nemen [Michel: ik neem je niks kwalijk]. Het punt is, dat er twee hele belangrijke momenten zijn in een schaakpartij. Het draait om zet 40 en 41. Als je op de 40e zet een fout maakt, heeft je tegenstander op de 41e zet de tijd om jouw fout af te straffen. Dus het is van belang dat je op zet 40 de tijd neemt om je tegenstander niet die mogelijkheid te geven. Op zet 41 moet je nooit gehaast een beslissing nemen, omdat je voldoende tijd hebt. Er zijn mensen die bang zijn en denken:

“O shit klopt mijn notatie wel?”

Maar ik vertrouw altijd op mijn notatie en dat betekent ook dat ik op de 41e zet nooit een overhaaste beslissing neem. Ook in dit geval niet. Dus ik had zowel op de 41e zet tegen Oezbekistan 2 als tegen Duitsland goede mogelijkheden. Tegen Oezbekistan om remise te maken en tegen Duitsland om te winnen. In beide gevallen heb ik de tijd ervoor genomen. Op dat punt kan mezelf ik niks kwalijk nemen. Maar ondanks het feit dat ik de tijd had genomen, heb ik tegen Oezbekistan zijn 42e zet totaal gemist. Nou dan hou het op.

 

Stelling na 41. Th3. Zwart speelde hier 41… Te8 en wit reageerde met 42. Dh2!

 

In de match tegen Duitsland, zag ik uiteraard wel dat ik loper 42. Lg5 kon spelen na 41. cxd6. Maar waarom dat zo sterk zou zijn? Achteraf gezien is het antwoord: conceptueel moet je eerst op d6 slaan, omdat de paard dan niet meer naar d6 kan, dus kan e4 niet zwak worden. En inderdaad, dan moet je dus de loper naar g5 spelen om het paard te ruilen. Door op d6 te slaan neem je het veld weg voor het paard en je moet het paard op f6 aanvallen om e4 te ontlasten. Als je dat concept door hebt, dan kun je misschien tot die oplossing komen.

Ik dacht in een andere richting, waardoor gebeurde wat ik speelde. Mijn tegenstander realiseerde zich wel wat hij moest doen, want hij deed iets wat ik eigenlijk totaal niet had verwacht. Hij sloeg op c5 waardoor e5 en c7 zwak worden. Conceptueel kwam het totaal niet in me op, maar het was wel heel concreet. Ik had inderdaad kunnen winnen.

 

Het is totaal geen verwijt, want je zit aan het eind van het toernooi en het is een spannende situatie. De hulp van computers is lekker makkelijk voor patsers zoals ik. Nadat ik een tijdje naar de stelling heb gekeken bedacht ik dat het helemaal nog niet zo makkelijk zou zijn om dat eindspel te winnen.

Kijk, als jij weet dat het wint, dan kun je het op een gegeven moment wel invullen. Ik weet ook wel dat die jongens vanachter de computer roepen dat het gewonnen is. Ze mogen me best op dat soort dingen aanspreken. Dat is prima. (Lachend) Het was het mindere euvel wat ik allemaal aan stoute dingen gedaan heb.

 

Het is een heel raar toernooi, want zo sta je redelijk hoog en plotseling, doordat je een wedstrijd verliest, sta je een stuk minder hoog. Maar goed dat is de vorm van de toernooi.

Voor mij persoonlijk is het of een medaille of niks. Als we die laatste ronde gewonnen hadden waren we misschien vijfde geworden. Maar of je nou vijfde, zestiende of wat dan ook wordt, maakt niet zo veel uit. Nu verliezen we en zijn we zestiende. Het is leuk voor de analen om vijfde te zijn, maar dat was ook geen blijvende herinnering geweest.

 

Je hebt een heel indrukwekkende erelijst. Wat vind je zelf dat je beste resultaat was?

Er zijn twee dingen waar ik op een bepaalde manier aan terug denk. Er was de World Cup Run in Groningen (in 1997) waarin ik in de kwartfinale op een ongelukkige manier verloor van Adams. Ik denk ook nog weleens met weemoed terug aan een bronzen medaille op het WK jeugd tot met 16. Nederlands kampioen worden is speciaal, tenzij je het 8 keer wordt. Nu kampioen worden, 8 of 9 keer wat is het verschil? Ik doe dat alleen maar voor mijn kinderen om te bewijzen dat papa het nog kan!

 

Wat is jouw mooiste partij of partijen?

Dat is niet zo makkelijk. Wat ik weleens gebruik voor trainingen is een leuke partij – Konings-Indisch met de Sämisch-variant – waarin ik met zwart speelde tegen Jan Timman en in Wijk aan Zee  (1997) van hem won.

 

Tegen Timman waren het altijd wel hele mooie gevechten.  Dat was een aardige pot. Maar je hebt er af en toe wel een paar van die enorme slachtingen tussen zitten. Dan denk je dat het iets te eenzijdig is geweest om het een mooie partij te noemen.

 

Jan Timman was destijds – begin jaren 90 – de onbetwiste nummer één van Nederland. Ik kan me voorstellen dat jij hem van de troon wilde stoten. Was er sprake van een gezonde  rivaliteit tussen jullie?

Ja, sterker nog, ik durf wel een bepaalde eer op te eisen in deze. Feit was dat Timman een schaakicoon was en op het allerhoogste niveau speelde. Hij was onder andere een tijdje “The best of the West”. In 1993 verloor hij de match tegen Karpov, daarna behoorde hij niet meer tot de absolute wereldtop. Vervolgens kwam ik een beetje in beeld. Door onze rivaliteit heeft hij toch de motivatie gekregen om te laten zien wie de beste was in Nederland. In dat opzicht hebben we zeker 10 jaar een leuke rivaliteit gehad. Er was zelfs ook bepaalde polemiek in de media. Zozeer zelfs dat de man van de snackbar bij ons om de hoek zich afvroeg of het wel goed ging tussen ons tweeën. Jan dacht in het begin natuurlijk zoiets als:

“Wat moet die blaaskaak nou?”

Maar door die jaren heen is er toch wel onderling respect ontstaan. We gingen heel erg vriendschappelijk met elkaar om. Maar op het bord zelf was het altijd een gevecht op leven en  dood.

[Michel: Ik vond in de Megabase 32 partijen. 9 remises en 23 winstpartijen. Jan Timman won 10 keer en Loek van Wely 13 keer] 

 

Jullie hebben ooit een match met elkaar gespeeld?

Ja, we hebben een match gespeeld. Bij het klassieke schaak werd het 5-5. In het begin van de match domineerde ik en in de tweede helft was hij de bovenliggende partij. We hebben toen nog, voor wat het waard is, een tiebreak gespeeld. Gelukkig heb ik die wel gewonnen. Het was dus een minimale overwinning voor me.

 

Hoe zou jij jouw schaakstijl karakteriseren?

Die is in principe best wel agressief. Niet zozeer aanvallend, maar ik zet graag heel veel druk. Meestal bouw ik mijn partijen langzaam op, maar ik probeer steeds de beste zet te vinden. Dat zoeken naar de beste zet betekent dat je altijd op het randje gaat zitten. Want zoeken naar de beste zet betekent ook dat je risico’s neemt. De beste zet zoeken, betekent ook dat je heel veel hooi op je vork neemt en dan moet je bepaalde consequenties aanvaarden, bijvoorbeeld als je het mis hebt met je berekening. De beste zet betekent ook regelmatig zoiets van:

“Oké, ik pak een pionnetje, maar ik krijg wel een aanval over me heen en moet me verdedigen en mag geen fouten maken!”

Je kunt natuurlijk ook van het pionnetje afblijven en de veilige route nemen. Maar als je het pionnetje wel pakt en de aanval van mijn tegenstander slaat niet door, dan kan ik met mijn stijl, dat pionnetje op de lange termijn converteren naar een overwinning. Die techniek heb ik wel. Kortom: het is allemaal wel concreet en dat betekent ook dat als je tegenstander een fout maakt, dan moet je het proberen af te straffen.

 

Dat houdt risico’s in…?

Inderdaad, dat houdt risico’s in en je foutmarge is heel erg klein.

 

Ik ben jou in boeken met tactische opgaven tegengekomen waarin jij het slachtoffer was. Wellicht is dat een gevolg van de situaties die je net beschreef?

Het is natuurlijk zo, dat als je zo’n speelstijl hanteert, je rekenkracht top moet zijn. De vraag is natuurlijk: hoe top is mijn rekenkracht? Want in het algemeen rekent de jongere generatie beter. Maar anderzijds, onder de streep, levert deze speelstijl ook heel veel punten op.

De keren dat ik rekenfouten maakte of iets heb onderschat, komen natuurlijk in de boekjes terecht. De keren dat ik goed zat niet. Het lijkt dus een nogal eenzijdig bloedbad, maar het feit dat ik nog wel een bepaald niveau heb, geeft aan dat ik ook redelijk wat keren goed zit. Het hangt er ook een beetje vanaf tegen wie je speelt. Als je tegen de 2700+ jongens speelt, is de kans dat ze je afstraffen veel groter dan tegen spelers met een veel lagere rating. Soms is het vragen om problemen.

 

Foto: Harry Gielen

Wat vind je het leukste aspect aan schaken?

Ik ben vrij competitief ingesteld. Het gaat natuurlijk ook om het winnen. Maar bepaalde aspecten binnen het schaken zelf? Ik hou van analyseren, met name eindspelen. Het onderzoeksaspect vind ik heel leuk. Kijk, ik word soms lek geschoten door de jonge jongens. Die vragen dan, zoiets als:

“Loek wat doe je hier in deze opening? Wat doet deze zet en die zet?”

Het antwoord is dan soms:

“Nou, geen idee!”

Maar als ze een probleem hebben in het eindspel is het:

“Meneer Van Wely, wat moet ik hier doen?”

Daar weten ze me wel te vinden. Ik merk de jonge generatie vaak aan het zwemmen is in het eindspel. Jouw opening kan dan nog wel zo goed zijn, maar het moet niet zo zijn dat jouw niveau enorm daalt op het moment dat de opening voorbij is. Daar, na de openingsfase, ligt dan weer mijn kracht. Ik ben op de fase na de opening veel beter voorbereid omdat ik veel eerder ben begonnen met actief nadenken. De ander hoefde alleen maar zijn geheugen te activeren en heeft zich minder verdiept in de stellingsproblematiek.

 

Nu een hele andere fase in je leven. Je bent politiek actief geweest. Is dat nog steeds het geval? Wat was voor jou de aanleiding om de politiek in te gaan?

Nou dat verhaal, ik weet niet of het algemeen bekend is, maar dat wil ik hier wel delen. Ik was altijd al bevriend met Kees Eldering, ook al bekend van Hotels.nl. Ik was vaker met Kees in Groningen en we deden dan wat drankjes en zo. We hadden dan ook wat politieke discussies. Hij wist al ongeveer waar ik stond. Kees was al een beetje betrokken bij de oprichting van Forum en hij was bevriend met Thierry B. Op een gegeven moment zochten ze mensen voor de lijst, van Forum. Toen werd ik dus door Kees benaderd of ik mee wilde doen. Nou ja, ik wist wel ongeveer waar Forum destijds voor stond – niet waar het nu voor staat – voor de nieuwe politiek. Toen zei ik tegen Kees:

“Ja, daar moet ik wel even over nadenken.”

Waarop Kees zei:

“Oké je hebt één uur bedenktijd!”

Dus toen heb ik eventjes een snelle impactanalyse gemaakt, want je hebt natuurlijk overal een reputatie te verdedigen, maar anderzijds ben ik niet vies van risico’s te nemen. Dus ik dacht:

“Oké, waarom niet.”

Het was eerst zo dat ik mijn naam aan de partij verbond zonder dat ik in het parlement zou gaan komen. Maar twee jaar later was het min of meer hetzelfde verhaal en kwam ik dus wel in de Senaat terecht. Het was niet iets waar ik op gerekend had, maar het was wel een interessante mogelijkheid. Het is niet iets wat ik nu weer zou nastreven, maar het was wel mooi om die vierjarige ervaring te hebben meegemaakt.

 

Kun je iets meer vertellen over jouw ervaringen?

Na bijna vier jaar was ik al totaal uitgeput. Dat had niet eens zozeer te maken met de workload. Alhoewel? Ik zat in de Provinciale Staten van Brabant en dacht, nu ik toch bezig ben, lijkt het me ook wel leuk om op lokaal niveau een politieke partij op te richten. Met alle portefeuilles die ik erbij had, was het onmogelijk om er echt heel diep in te zitten.

Maar het meest uitputtende was, dat ik zowel van binnenuit als van buitenuit altijd onder druk stond. Van buitenuit word je altijd gezien als extreem rechts en binnen de partij zelf werd ik gezien als extreem links. Dus je doet het ook nooit goed, zeg maar.

 

Hoe zou je jezelf plaatsen in dat kader?

Nou ja, ik vond eigenlijk dat ik in de Eerste Kamer zat zoals het eigenlijk zou moeten. Je moet daar gewoon totaal partijloos in zitten en helemaal geen politiek bedrijven. Als iemand van de linkerkant iets interessants zegt, dan kun je daar best in meegaan. En als iemand iets achterlijks zegt aan jouw kant, dan moet je daar ook tegenin gaan. Maar er wordt daar gewoon veel te veel politiek bedreven. Ik vond dat ik daar zelf best wel unbiased en objectief inzat. Maar helaas is dat niet de modus operandi daar. Het gezonde verstand moet reageren daar. Het is wel duidelijk waarom er zoveel waardeloze wetten zijn. Dat is omdat de Eerste Kamer gewoon politieke zit te bedrijven.

 

Je bent uit de fractie gestapt. Als ik het goed begrepen heb, waren de appjes van Baudet de directe aanleiding?

Nou ja, het werd iets te gek bij Forum. Ik voel me meer senang bij JA21, ook al wordt dat nog steeds om wat voor reden dan ook extreem rechts genoemd. Maar goed, dat gevoel heb ik zelf totaal niet.

 

Ben je nog steeds politiek actief?

Nou ik ben vooral, voor zover ik tijd heb, actief bij een lokale politieke partij. Na de vorige verkiezingen kwamen we met één zetel in de gemeenteraad. Bij de laatste verkiezingen, zijn we op één na grootste partij van Oss geworden. Niet dat ik daarvoor zelf daar heel veel credits mag opeisen, maar goed, op de achtergrond ben ik nog wel actief. Ik ben de penningmeester van DDO, zo heet die partij: Dynamisch Democratisch Oss. Daarnaast ben ik ook nog de penningmeester van JA21 Noord-Brabant. Afgezien daarvan volg ik de politiek nu wel veel beter, omdat ik meer inzicht, kennis en ervaring heb. Dat maakt ook wel interessant om het om het te volgen.

 

Heb je naast schaken een andere sport of hobby’s?

Ik doe mee aan de nieuwste fitness hype, dat is de HYROX. Ik doe mee aan een HYROX-evenement in Budapest. Dat is gewoon leuk.

Eind van het jaar loop ik de Maasdijk Marathon. Ik denk dat mijn fysieke conditie een van de redenen is dat ik mijn niveau nog een beetje kan handhaven. De halve marathon gaat makkelijk in een uur en drie kwartier en ik hoop dat tempo vast te houden op tweemaal de afstand. Dus voor de halve marathon hoef ik ook niet trainen, maar voor hele moet ik wel wat meters maken.

 

Je hebt toch aan pokeren gedaan?

Zeker, er was een tijd dat ik het intensief deed, zowel online als live. Maar op een gegeven moment kwamen er twee dingen tussendoor. Vanaf 2019 was dat natuurlijk de politiek. Daar vinden ze het niet zo fijn – zeker met een functie in de senaat – als men je in een casino vindt, want dan zou je chantabel kunnen zijn. Kortom: het is een soort integriteitskwestie. Dus dat werd al lastiger, en afgezien daarvan kreeg ik kinderen. Mijn zoon is in 2016 geboren en mijn dochter in 2018. Pokertrippies zitten er dan niet meer zo in; je bent geen vrij man meer. Dus als ik nu de tijd heb, ga ik een één avondje in de week pokeren in het casino en dat is het. Ik ben net vier weken weggeweest [Olympiade] en heb vier pokeravondjes gemist, maar die ga ik ook niet inhalen ofzo. Het is leuk om te doen en speel wel winstgevend, maar het is niet dat ik daar rijk van word.

 

Foto: Frans Peeters

Je bent ook secondant geweest van Kamsky, Topalov en Kamnik. Wat zijn je ervaringen daarmee?

Als je op dat niveau met iemand kunt samenwerken, is het natuurlijk altijd bijzonder interessant. Met Kamsky in 1996 was het ook voor mijn eigen carrière een bepaalde boost. Je werkt wel op een veel hoger niveau. Ook met Topalov trouwens, want Topalov en ik werkten toen nog zonder de computer en dan zit je intensief met elkaar te analyseren.

Ten tijde van Kramnik was het al wat anders. Je hebt natuurlijk altijd een discussie op een bepaald niveau en dat maakt het interessant, maar er was wel een verschil met Kamsky en Topalov in 2002. Ik was secondant van Kramnik in 2007. Toen begon de computer toch wel een grotere rol te spelen in de voorbereiding. Tegenwoordig is je eigen creativiteit of bijdrage al geminimaliseerd. Dat is niet zo leuk meer als je het fijn vindt om met iemand te discussiëren over schaakideeën en varianten en zelf wil nadenken. Maar als je de mogelijkheid hebt om met zo iemand samen te werken, is dat altijd interessant. Uiteraard moet je wel met zo iemand door één deur kunnen.

 

 

Nu we toch heikel punt raken. Ik herinner me uit de tijd dat ik in Tilburg (Interpolis) was en me tussen de grootmeesters kon begeven, dat topschakers zo enthousiast samen met elkaar hun partijen analyseerden. Dat is er tegenwoordig helemaal niet meer bij hè?

Ja, als je dat vergelijkt hoe het vroeger in Wijk aan Zee was… De partijen werden altijd geanalyseerd in de perskamer en er werd ook enthousiast gevluggerd. Dat was een dolle boel. Nu is het gewoon dood. Het heeft helaas ook te maken met de computer die jou de waarheid vertelt. Maar de computer zegt niet waarom het de waarheid is of wat de ideeën zouden kunnen zijn. Dat is een groot gemis voor de nieuwe generatie.

 

Wat waren jouw ervaringen in z’n algemeenheid tijdens de laatste olympiade?

We waren als zesde geplaatst en dan moet de ambitie zijn om in ieder geval een medaille te halen. De vraag is in welke mate zoiets realistisch is. Als je dan kijkt naar een aantal landen die hoger waren geplaatst dan wij en die ik ook veel hoger inschaal – zoals de VS, Oezbekistan, India, China en Duitsland – dan moesten we echt wel boven onszelf uitstijgen, wilden we een medaille halen. In dat opzicht hebben de laatste borden wel verzaakt.

 

Is het vermoeiend, zo’n Olympiade?

Nou ja, dat valt wel mee. We hadden een redelijke uitgangspositie. We speelden eigenlijk helemaal niet zo goed, maar we wonnen een aantal wedstrijden met een minimaal verschil. De eerste echte test was tegen India. Dat was eigenlijk een match die er aanvankelijk goed voor ons uitzag, maar helaas verloren we die. Nou ja, dat kan gebeuren tegen India. Daarna kwamen we weer terug. Vervolgens speelden we de cruciale wedstrijd tegen Oezbekistan 2, waarvan we dachten dat dat wel een fijne tegenstander was. Dat bleek minder waar te zijn. We verloren met 3½-½. Daarna was het gewoon klaar. Je voelt in één keer dat die spanningsboog helemaal weg is en dan slaat de vermoeidheid in één keer toe.

Vervolgens moet je in de laatste wedstrijd tegen Duitsland. Als je wint ben je vijfde. Maar Duitsland had een sterk team en ze speelden heel goed op de Olympiade. Casper Schoppen stond goed, ik had een winstkans, Jorden had niet hoeven te verliezen, maar Anish stond verloren. Helaas viel die wedstrijd niet onze kant op. Totaal verloren we zo’n 45 ratingpunten. Dat betekent al dat dat niet oké was, ook al was je vijfde geworden.

 

Wil je nog ergens iets aan toevoegen?

Nee, ik denk dat we best wel over veel dingen gehad hebben. Er is één ding dat je je wel kunt afvragen als je kijkt naar de toekomst van het Nederlandse schaak: het feit dat ik jou hier nog gewoon als nummer drie van Nederland te woord sta. Of ik ben gewoon heel goed, of het is het teken van armoede? Zoals het er nu naar uitziet moet ik nog wel een paar Olympiades door. Ik vind het leuk, maar natuurlijk wel op voorwaarde dat ik een bepaald niveau kan laten zien. Laten we hopen dat Max Warmerdam zich de volgende keer weer heeft hervonden. Maar desondanks blijft de spoeling dun.

 

Over Michel Hoetmer

Michel HoetmerMichel schaakt al sinds begin jaren '70. Hij speelde bij schaakclub Utrecht (2e klasse KNSB) en hij was destijds ook redacteur van het clubblad. Tegenwoordig is hij lid van sv Pegasus in Amstelveen. In het dagelijks leven was hij verkooptrainer (www.salesquest.nl) en publiceerde diverse boeken en artikelen over verkopen en marketing. Hij is gediplomeerd schaaktrainer (2).

nic
dgt

Klik hier voor de puzzel

1 Reactie

  1. Avatar
    LDBoutens 27 oktober 2026

    Omdat Loek zich qua carriere deels tussen 2 schaakwerelden bevond, namelijk een wereld zonder en een wereld met schaakcomputers, vind ik die opmerkingen daarover nog wel interessant en relevant voor een goed beeld van de hedendaagse schaakwereld der professionals.
    Hoofdstuk politiek en de laatste alinea had wat mij betreft achterwege gelaten kunnen worden.

    Moedig voorwaarts maar weer!
    ( En oh ja, diverse vogelsoorten zijn de afgelopen weken hier weer neergestreken om te overwinteren. Vooral (deels) beschutte plassen geeft veel ende mooi bekijks).

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten.