Onwel tijdens een partij (3)

Onwel tijdens een partij (3)

De beslissing van de competitieleider

In de laatste ronde van de KNSB-competitie wordt een speler na drie en een half uur spelen onwel. Het is een ernstige, levensbedreigende situatie. Met spoed wordt hij naar het ziekenhuis gebracht. Er wordt rekening gehouden met een mogelijk overlijden. De overige teamleden zijn niet meer in staat hun partijen verder te spelen. De betrokken wedstrijdleider begrijpt dat, en ook de tegenstanders. Echter, de vraag rijst: wat moet de wedstrijdleider beslissen?

Dit is een vervolg op mijn eerdere artikelen:

Overzicht van aantekeningen

  1. Nieuwspoort 9 maart 2012
  2. De slechtste speler in de speelzaal
  3. Arbitrage is vorm van rechtspraak
  4. Het verzoek aan de adviseur-arbiters
  5. De grootmeester en de internationaal meester
  6. Het verbod het schaakspel in diskrediet te brengen
  7. Het aspect van de laatste ronde is niet van belang
  8. Keuze uit varianten
  9. Een klein experiment
  10. Arbitreren versus overspelen
  11. De beslissing van de competitieleider
  12. Niet profiteren van het voorval
  13. Tijdsduur nemen van beslissing
  14. Beroep bij de commissie van beroep

‘Denksport voor Poorters

Strategen en denkers zijn er vaak weg van: schaken. Hoe toepasselijk was het dus om de viering van het 50-jarig jubileum van perscentrum Nieuwspoort af te sluiten op het schaakbord. Een flink aantal Poorters – zo heten de leden – kwam naar de Haagse sociëteit om het op te nemen tegen grootmeesters Bianca Muhren en Jan Timman.

Staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie en oud-voorzitter van het Max Euwe Centrum moest wel even slikken. Jan Timman behoorde jarenlang tot de beste schakers van de wereld. Gelukkig was de crimefighter met een heel team van het departement gekomen. Zijn persvoorlichter Jochgem van Opstal gaf hem dan ook stiekem advies. ‘Ik volgde het alleen niet op, met alle gevolgen van dien’, gaf Teeven toe. Na zeventien zetten lag hij er als eerste uit. (…)’

Bij het artikel in de krant staat een foto van het schaakteam.

v.l.n.r. Pieter de Groot, staatssecretaris Fred Teeven, Jochgem van Opstal en John Pouwels

(toernooidirecteur Nederlands Kampioenschap Bedrijvenschaak 2012 dat

het ministerie van Veiligheid en Justitie organiseert op 29 september)

foto: Boy Frank

Daarbij had ik het geluk te zijn ingedeeld in de groep tegen wie Bianca Muhren het moest opnemen. Het prettige van Bianca was dat zij kalm langs de borden liep, zodat de spelers ruimschoots de tijd kregen na te denken over de juiste zetten. Jan Timman daarentegen draafde langs de borden. Al veel spelers dwong hij tot opgeven binnen twintig zetten. Binnen drie kwartier had hij iedereen verslagen, behalve één partij die hij verloor. De gezichten van de spelers drukten berusting uit: ‘Ach, ja, wat wil je? Je bent kansloos tegen Timman.’

Echter, Bianca was op dat moment nog aan alle borden bezig. Haar spelers kregen ruimschoots de gelegenheid goed na te denken. Eigenlijk zoals het hoort. Haar simultaan duurde vier uur. Alle spelers tegen Bianca genoten van hun partij. Aan hun gezichten kon je zien dat ze letterlijk verrukt waren. Niet alleen diegenen die hun partij hadden gewonnen of remise hadden gespeeld, maar ook zij die hadden verloren. Iedereen vond het een grote belevenis en een eer om een lange tijd gelijk op te gaan tegen een grootmeester. Daardoor werd schaken juist leuk. Precies wat het doel is: plezier in het spel. Het was een welbestede simultaan. Haar partijen waren een feest. En dus passend voor een 50-jarig jubileum.

Wit: Bianca Muhren (WGM, 2294)

Zwart: Pieter de Groot

Simultaan

Den Haag, Nieuwspoort, 9 maart 2012

1. d4 d5 2. c4 c5 3. Pf3 Pf6 4. dxc4 Da5+ 5. Pc3 dxc4 6. e3 Dxc5 7. Da4+ Ld7 8. Dxc4 Dxc4 9. Lxc4 e6 10. Ke2 Le7 11. Pb5 Pa6 12. Pe5 0-0 13. Pxd7 Pxd7 14. Td1 Pf6 15. f3 Pb4 16. e4 e5 17. Lb3 Pc6 (ik zag al de mogelijkheid van een dubbelpion) 18. Lg5 a6 (eerst het paard wegdrijven) 19. Pc3 Pd4+

20. Kf1 Pxb3 21. axb3 (een dubbelpion) Tfe8 22. Lxf6 Lxf6 23. Td6 Tab8 24. Pd5 Lg5 (ik wou geen dubbelpion, en Ld8 voelde niet goed) 25. Td1 b5 26. Td7 Ta8 27. Tc7 Tb8 28. g2 Ld8 29. Ta7 Te6 30. Td7 h7 31. Ke2 g5? 32. Pe3 Lf6 33. Pf5 Lg7 34. Tc1 Tf8 35. Tc1-7 Te6-e8 36. Td6 h5 37. Txa6. Wanneer Bianca bij mijn bord komt, leg ik mijn koning om, geef haar een hand en bedank haar voor de prettige partij.

Wat was mijn strategie? Gelet op mijn bedroevend lage Elo-rating had ik maar één doel: tot de vijftiende zet de stelling in evenwicht zien te houden. Toen ik dat doel had bereikt, verruimde ik dat steeds verder. Dus speelde ik voorzichtig. Ik keek nagenoeg alleen naar de mogelijkheden van Bianca, maar niet naar die van mij. Volgens een deskundige was mijn partij zelfs tot mijn 31ste zet in evenwicht. Ik denk dan ook met veel genoegen terug aan deze partij.

Wat ik hiermee wil zeggen is het volgende.

Stel, dat mijn partij op de 30ste zet moet worden gearbitreerd. Wat hadden de adviseur-arbiters van de competitieleider van de KNSB – de grootmeester en de internationaal meester – dan beslist, als ze niet wisten dat het ging om een partij van Bianca Mühren tegen mij? De adviseur-arbiters zien ongetwijfeld aanzienlijk meer in de partij dan ik er zelf in heb gezien, en ook ooit in zal zien.

En stel dat alle partijen die Bianca op dat simultaan heeft gespeeld op de 30ste zet worden gearbitreerd. Hoeveel partijen zullen de adviseur-arbiters voor Bianca gewonnen verklaren? En denkt u dat die uitslagen overeenkomen met de uiteindelijke uitslagen? Nee, de uitslagen laten grote verschillen zien. Zo bood John Pouwels (2072) op ongeveer de 45e zet remise aan, wat Bianca afwees. Een aantal zetten later gaf ze op. Uiteraard won Bianca heel veel partijen.

‘Seid gnädig zu den Schiedsrichtern! Man muss davon ausgehen, dass der Schiedsrichter der schlechteste Spieler im Raum ist …,’ Markus Keller

Als variant daarop kan men stellen dat de competitieleider de slechtste speler is in de competitie. Zo’n uitspraak is geen belediging. Het is slechts een feitelijke constatering waar niets mis mee is. Een scheidsrechter op een wereldkampioenschap voetbal is ook de slechtste speler in het veld. Aan een scheidsrechter, een competitieleider worden nu eenmaal andere competenties gesteld dan aan de spelers. En dat is maar goed ook. Anders konden we geen scheidsrechters of competitieleiders vinden.

Dat een scheidsrechter of een competitieleider ongeschikt is om te arbitreren is in de schaakwereld algemeen bekend. U kent hun dwaze arbitrages wel: K+P tegen K+P oordelen zij als geen remise, K+T tegen K+T idem, etc. Er was zelfs in het verleden een commissie van beroep die KA tegen KA verloren verklaarde voor de speler die door zijn vlag ging.

We moeten dan ook ons hart vasthouden als een scheidsrechter of een competitieleider overgaat tot arbitreren. Dat kan nooit goed aflopen.

4. Het verzoek aan de adviseur-arbiters” name=”tekst4″>4. Het verzoek aan de adviseur-arbiters

Op zich is er niets mis mee dat een competitieleider het advies inwint van een of meer deskundigen. Echter, dat moet wel in alle openheid gebeuren. De competitieleider mag geen geheime adviezen inwinnen. Uit het Voorwoord van de FIDE-regels:

‘In de FIDE-regels wordt er vanuit gegaan dat arbiters over de vereiste bekwaamheid beschikken, een goed beoordelingsvermogen hebben en volstrekt objectief zijn.’

Voor de objectiviteit is het noodzakelijk dat de competitieleider in zijn beschikking de namen van de grootmeester en de internationaal meester had vermeld. Al was het maar om te kunnen verifiëren dat geen van hen banden heeft met HWP Haarlem of Promotie. Verder hadden de adviezen van de adviseur-arbiters als bijlage moeten worden opgenomen bij de beschikking.

In zijn beslissing had de competitieleider moeten aangeven dat hij de partijen en de stelling aan de adviseur-arbiters heeft gegeven zonder vermelding van de namen van de spelers en de naam van het team – dus absoluut anoniem. De adviseur-arbiters hoefden niet te weten in welke partij wie wit of zwart had.

Tot slot had de competitieleider moeten aangeven of hij de adviseur-arbiters de vrije hand heeft gegeven, of dat hij hen criteria heeft meegegeven waarop zij moeten letten. Bijvoorbeeld, stellingen met meer dan zoveel plus, of meer dan zoveel min zijn gewonnen of verloren, de rest is remise. Dat laatste had namelijk wel voor de hand gelegen.

Omdat dit alles onbekend is, is de beslissing van de competitieleider om procedurele redenen onjuist.

En dan komt de competitieleider er niet mee weg dat alleen hij de partijen heeft beslist, ‘gearbitreerd’. In dat geval is zelfs sprake van – openlijke – beïnvloeding door anderen. Dat mag niet, en is zelfs klachtwaardig. Daar staat een zeer zware straf op. Als de competitieleider zelf arbitreert moet hij geen adviezen inwinnen van adviseur-arbiters.

6. Het verbod het schaakspel in diskrediet te brengen” name=”tekst6″>6. Het verbod het schaakspel in diskrediet te brengen

De competitieleider heeft geen antwoord gegeven op de essentie van het bezwaarschrift van Promotie, namelijk dat artikel 12.1 van toepassing is, te weten dat voortzetting van de wedstrijd het schaakspel in diskrediet brengt. Sterker nog, de competitieleider heeft de bezwaargrond afgezwakt naar ‘de redelijkheid om niet verder te spelen.’

Mijn mening is dat in ieder geval op het moment waarop de speler met een ambulance vertrok, er sprake was van een situatie van artikel 12.1. Als dat artikel – zelfs – in deze zaak niet van toepassing is, waar zou dat artikel dan wel op kunnen slaan? Welk nut heeft dat artikel dan?

Ik denk dan ook dat het vertrekpunt voor een oplossing ligt in de vaststelling dat het gaat om een geval van artikel 12.1.

8. Keuze uit varianten” name=”tekst8″>8. Keuze uit varianten

Aan de volgende mogelijkheden (varianten) kan worden gedacht:

– het hervatten van de afgebroken partijen

– de afgebroken partijen verloren verklaren voor Promotie, onder het noemer van ‘pech hoort bij het leven’

– de uitslag van de wedstrijdleider handhaven

– de afgebroken partijen arbitreren

– overspelen van zes partijen

– overspelen van de gehele wedstrijd

(- een beslissingswedstrijd tussen Sliedrecht en Promotie).

Elke variant heeft zijn eigen bestrijdingslogica, zo schreef ik in mijn eerste artikel.

De pro en contra’s van deze varianten moeten op een rijtje worden gezet. Nu beperk ik mij tot twee. Promotie voerde aan het overspelen van de (gehele) wedstrijd, de competitieleider wees dat af en besloot tot arbitreren.