Waarom ik me terugtrek uit het NK Internetschaak
Uit protest heb ik me teruggetrokken uit het NK Internetschaak georganiseerd door de KNSB. Middels dit stuk, of halfopen brief, wil ik daarmee mijn verklaring en kritiek geven. Afzeggen voor een ‘’NK’’ is iets wat ik absoluut niet graag doe. Maar uit principiële overwegingen heb ik besloten dit toch te doen.
De tijden zijn zwaar met de pandemie en daarom moeten er vanwege bezuinigingen bij elke sport keuzes gemaakt worden, ook door de KNSB. Er is besloten om het ‘’NK’’ Internetschaak te organiseren. In hun woorden is dit niet georganiseerd met de insteek dat het ter vervanging is van het officiële NK dat normaliter van de zomer georganiseerd zou worden als de pandemie niet toe had geslagen. De format is dat er 16 spelers zich plaatsen voor de finale van 22 november. 10 geplaatste spelers uit Nederland op basis van FIDE-rating, twee winnaars van een internetcompetitie, en vier spelers via voorrondes. De voorrondes zijn vier Zwitserse toernooien van 9 rondes met dezelfde speeltijd als tijdens de finale (3m + 3s) die plaats vonden van 16-19 november. De voorrondes konden ook buitenlanders mee doen en één van de voorrondes werd gewonnen door de Duitser Christian Braun. Nummer 2 was Nederlander Tjark Vos. Ik had verwacht dat Tjark Vos zich dus geplaatst zou hebben voor het NK, maar in een latere verklaring werd door de KNSB gesteld dat de finale open is voor alle KNSB-leden en Christian Braun is dat voor Zuid-Limburg en SV Voerendaal.
Ik heb de reglementen van het toernooi, van de KNSB, er nog eens op nagelezen en dan zou Christian Braun niet mee mogen doen. Hij heeft niet de Nederlandse nationaliteit en is ook niet langer dan een jaar woonachtig in Nederland. Daarnaast heeft het toernooi de titel van Nederlands Kampioenschap. Dat zou in theorie dus kunnen betekenen dat de officiële Nederlands Kampioen Internetschaak een buitenlander wordt. Ik vind het eerlijk gezegd te gek voor woorden dat de KNSB zich 1. niet aan de eigen reglementen houdt en 2. de KNSB een buitenlander als Nederlands Kampioen prima zou vinden.
Daarbij heb ik ook zeer mijn twijfels bij de organisatie van het toernooi. Het toernooi is een kopie van het NK Internetschaak van vorig jaar met als veranderingen dat er geen arbiters meer bij de spelers langs komen (door de pandemie uiteraard) en dat het prijzengeld is verdubbeld (een totaal van 3950 euro). De spelers wordt daarbij gevraagd om in plaats van de arbiters een eigen streamkanaal te openen.
Lees meer >

Op een Franse blauwe maandag na speel ik mijn hele leven al met zwart de open spelen. Een schaakleraar die ik begin jaren negentig had, placht te zeggen: “leuk die open spelen maar je moet ze dan ook allemaal kennen van het Belgrado gambiet tot en met de Ponziani”. Heel wat jaren moest ik het zonder deze encyclopedische kennis doen wat resulteerde in fraaie aanvalspartijen én soms snelle ongelukken in een obscuur gambietje. Daar kwam verandering in met de verschijning van Play the open games as black van John Emms (Gambit 2000). Na een grondige bestudering had ik een compleet repertoire en ik moet zeggen dat de aanbevelingen van Emms mij punten hebben opgeleverd tegen spelers die al hun hele leven het Koningsgambiet of het Göringgambiet spelen.

Hebt u zich wel eens afgevraagd waarom u lid bent van een schaakvereniging en in het verlengde daarvan van de schaakbond? Eerlijk gezegd heb ik daar nooit zo bij stil gestaan. Voor mij was het een vanzelfsprekendheid. Maar door de ontwikkelingen van de laatste tijd ga je er wel over nadenken. Paul van der Sterren
Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen. Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.
Dat het paard in het schaakspel een bijzondere rol vervult, moge duidelijk zijn. Het is het enige stuk dat over andere heen mag springen, de paardensprong is ook heel bijzonder in vergelijking met wat de andere stukken mogen. Ik las ooit dat het paard mag springen zoals het nu doet omdat men in onderstaand minidiagrammetje het volgende had bedacht (zie diagram).
De loper en de toren kunnen allebei naar h3. Toen vond men het leuk dat ook het paard naar dat veld zou mogen om de symmetrie te bewaren en daarom heeft men de paardensprong bedacht. Of dit waar is? Geen idee, ik kan helaas niet meer terugvinden waar ik dit gelezen heb. Feit is dat de paardensprong ook gebruikt wordt in letterpuzzels, zoals bijvoorbeeld in de ‘Twee-voor-twaalf-quiz’ op tv.



Toen ik deze stelling voor het eerst zag, vond ik het een gewaarwording dat het witte paard van c2 in twee zetten een relatief grote afstand overbrugt. Want na
Dagelijks bezoek ik een klein aantal websites. Om kennis te nemen van de weersvoorspelling in mijn woonplaats, van de televisie programma’s die ITV3, Channel 5, Drama TV en Yesterday TV die avond gaan uitzenden en van het complete voetbalprogramma van de dag. Daarnaast bezoek ik dagelijks “Schaaksite”. Het is dankzij deze site dat ik op de hoogte werd gebracht van het onzalige plan van de KNSB om, als bezuinigingsoperatie,



Over de auteurs



