Gespot 88: Wouter Spoelman en Q-training

Bij het grasduinen in schaakboeken, het doorbladeren van schaaktijdschriften, het surfen op het internet, het bekijken van schaakfilmpjes valt het oog wel eens op interessante stellingen, bijzondere voorvallen, geniale zetten en grappige blunders. In deze rubriek wil ik u die graag voorleggen. Bent u ook iets tegengekomen? Laat het ons weten.
Deze week viel de laatste Schaakmagazine in de bus. Daarin trof ik een interessant interview van Gerjos Weelink aan met Wouter Spoelman.

Wouter Spoelman (foto Frans Peeters)
De inmiddels 27-jarige Spoelman was al jeugdspeler al heel talentvol. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat hij als 9-jarige Kampioen van Nederland had, zonder dat hij al te veel ervaring had. Twee jaar later had hij zijn sporen verdiend door bij de jeugd t/m 12 jaar heel hoog te eindigen. Hij had de pech dat zijn 8 uit 9 niet genoeg was voor de titel. De enige nederlaag leed hij tegen Vincent Rothuis (die 8½ uit 9 haalde). Derde werd Egbert Clevers (7½) en vierde Twan Burg. De laatste op gepaste afstand, maar dat hij ook een talent was, zagen we aan andere opmerkelijke resultaten.
De SBSN (Stichting Bevordering Schaken Nederland) die onder auspiciën van Allard Hoogland – de huidige manager van New in Chess – stond, had mij via Cor van Wijgerden benaderd om met deze spelers een viertal te vormen die dan een aantal jaar door mij getraind zouden gaan worden. Cor had net zes jaar het fameuze Lost Boysproject achter de rug en hij liet deze rol aan mij over. Eén van hen, Egbert Clevers, haakte na een jaartje af en hij werd vervangen door Ali Bitalzadeh, die weliswaar een jaar ouder was dan de anderen, maar ook duidelijk heel gemotiveerd. Dit viertal had nog geen naam en werd in “Q-training” gedoopt, gezien het feit dat het hier ging om vier grote talenten. Nu, na zoveel jaren, kunnen we stellen dat het project zeer succesvol is geweest. Spoelman en Burg werden grootmeester, Rothuis en Bitalzadeh beide IM. Clevers is een zeer sterke KNSB-speler geworden.
Lees meer >
Tijdens de wedstrijd had SMB al besloten om protest aan te tekenen, indien onze speler niet zou winnen. Gelukkig won onze speler, dus besloot onze teamleider niet moeilijk te doen wanneer het niet hoeft. In hoeverre er een onregelmatigheid was weet ik eigenlijk niet. De situatie was wel apart in ieder geval. Wat denkt u ervan?


In mijn vorige verslag deed ik de weinig gewaagde voorspelling dat Fabiano Caruana de London Chess Classic zou gaan winnen. Zo geschiedde. De uitgangspositie na zes ronden was ook bijzonder gunstig, een punt voor op het peloton, een half punt op de speler met de één na laagste rating (Nepomniachtchi), in de laatste ronde wit tegen de speler met de laatste rating (Adams). En Nepo moest nog met zwart tegen Carlsen. Wat niet verwacht werd: de Rus won die partij! Omdat hij een ronde eerder ook al van Anand had gewonnen stond hij en niet Caruana een half punt voor. Uiteindelijk kwam het toch nog goed voor de Italiaanse Amerikaan: hij won eerst in een lange partij van Adams en versloeg toen in een spannende tiebreak Nepomniachtchi. Voordat ik hiervan uitgebreider verslag doe, eerst de eindstand van het toernooi en van de Grand Chess Tour:
Vandaag is de rubriek Dagschaak nr. 7500 in het Algemeen Dagblad verschenen. Navraag bij schrijver Rini Kuijf maakt duidelijk dat het echter over veel meer rubrieken gaat, hij schat dat Dagschaak al zo’n 40 jaar bestaat. Rondom 1992 is er dus begonnen met de nummering. Er zullen dus rond de 12.000 rubrieken verschenen zijn.




