Tata in de media (2) : Carlsen reageert op Giri
Vergeten is de tijd waarin algemeen werd gedacht dat een schaker pas tussen zijn dertigste en veertigste levensjaar op het hoogtepunt van zijn kunnen was. Dat schreef Gert Ligterink in de Volkskrant van maandag. Wie het topschaak goed volgt, weet dat al, maar het huidige Tata Steel Chess Tournament illustreert het nog eens.

Slechts een van de dertien tegenstanders van Anand was al geboren toen hij Wijk aan Zee voor het eerst won. Giri niet. (Foto: Tata Steel).
Bij de Masters is de gemiddelde leeftijd lager dan ooit en bij de Challengers spelen zelfs drie vijftienjarigen. Ligterink voegt eraan toe: “Voor oud-wereldkampioen Vishy Anand zal het een vreemde gedachte zijn dat slechts één van zijn concurrenten (de Rus Vitjoegov) was geboren, toen hij in 1989 de eerste van vijf eindzeges in Wijk aan Zee behaalde. Vaak moet de vijftigjarige Indiër de vraag beantwoorden of hij wel eens aan zijn pensioen denkt. Zijn antwoord is steeds dat hij van schaken houdt en pas zal stoppen als die liefde mocht verdwijnen.”
In een ander artikel in dezelfde krant wordt de bijzondere situatie beschreven van Alireza Firouzja. De pas zestienjarige debutant in Wijk aan Zee is Iraniër, maar schaakt onder de vlag van de FIDE. De confrontatie Iran-Amerika zou voor de Iraanse schaakfederatie onverteerbaar zijn. Firouzja mocht al niet uitkomen tegen schakers uit Israël. Daarom dreigde hij in december het WK rapid en blitz mis te lopen, maar dat omzeilde hij door in Moskou al onder de FIDE-vlag te spelen. Hij werd verrassend tweede achter Magnus Carlsen.
Yasser Seirawan is juist niet bang voor politieke spanningen in Wijk aan Zee: “Al veertig jaar zijn Amerikaanse en Iraanse topsporters de ideale ambassadeurs van hun land, beter dan de diplomaten die het voor iedereen verpesten.”
Firouzja woont in Frankrijk. “Ik ben naar Frankrijk verhuisd, omdat de meeste toernooien in Europa worden gespeeld. Nu waren we in een paar uur in Nederland, het is voor mij de perfecte locatie.” Vader Firouzja grijpt op dat moment in het interview in met het verzoek geen politiek getinte vragen te stellen. “Alleen over schaken graag.”
Lees meer >
Gambieten spreken tot de verbeelding. In de negentiende eeuw speelde men bijna niet anders, met vooral het Koningsgambiet en het Evans Gambiet als snelle wegen om de koning van de tegenstander naar de strot te vliegen. Dat is allang niet meer het hoofddoel, vertelt Nikolai Kalinichenko al op de achterflap van dit boek. Als redenen om een gambiet te spelen onderscheidt hij:
Donderdag wees het Max Euwe Centrum er op zijn Facebookpagina op dat het de geboortedag was van Salo Flohr, die in 1908 in Polen was geboren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden zijn (Joodse) ouders vermoord en vluchtte de kleine Salo naar Tsjecho-Slowakije.


Het boek werd geschreven door Simen Agdestein, de trainer van Carlsen, en in de Nederlandse vertaling uitgegeven door New in Chess. Ik pakte het boek erbij en zag dat ik er een uitgeprinte column had ingestopt die Gert Ligterink had geschreven op de site van Tata Steel Chess.

Voor de derde keer op rij heeft Hing Ting Lai het rapidtoernooi in Laren gewonnen. De schaakclub Laren, in het Gooi, is een kleine club, maar het toernooi is altijd vrij goed bezet. Deze keer met een grootmeester, twee IM’s en twee FM’s.


